Persoonlijke verhalen

René van Kooten prijst zich gelukkig met zijn gezin: ‘Ik ben trots op ons alle 4′

Zijn vrouw was zwanger van hun tweede kind, toen alles fout ging voor René van Kooten (46): opeens waren zijn vrouw én de baby in levensgevaar. “Er was een blinde, diepe paniek en angst die ik niet eens meer kan oproepen.”

Vrolijk loopt René van Kooten het restaurant in zijn woonplaats binnen. Een half jaar geleden zag zijn leven er nog totaal anders uit, maar nu gaat alles met iedereen weer goed. “Het is grappig. Sinds ik kinderen heb, denk ik als iemand aan míj vraagt hoe het met me gaat eerst: hoe is het met de kinderen? Goed? Dan gaat het met mij ook goed. Ik ben gelukkig, lijd aan een soort structureel slaaptekort, maar dat slapen komt wel weer…”

Wat is er precies gebeurd met Tanya en Sophia?

“Tanya was zwanger, werd ziek en de kleine kwam veel te vroeg. Het is een beetje een kip-en-ei-verhaal: wat er het eerst was en of het een het ander heeft veroorzaakt, is niet helemaal duidelijk. Maar het heeft elkaar wel versterkt. Een redelijk onschuldige bacterie is via de baarmoeder Tanya’s bloedbaan ingeschoten en heeft een vergiftiging veroorzaakt. Sophia moest in november met 26 weken en een dag met een spoedkeizersnede gehaald worden. Dat is heel vroeg, rondom de grens van wat levensvatbaar is.

Mijn zus heeft op de afdeling neonatologie gewerkt, dus we wisten: dit is niet goed. Er was veel kans op complicaties. We moesten niet door één bepaald punt heen, maar een wekenlang traject in waarin elke dag nog van alles fout zou kunnen gaan. Toen dat begon, wisten we niet eens dat Tanya zo ziek was. Die lag opeens óók heel slecht, dat was even spannend.”

Wat deed dat met jou?

“Het was loodzwaar. Vandaar dat ik nog steeds zo moe ben, denk ik. Die eerste dagen waarop alles misging, zo heb ik me nog nooit gevoeld. Er was een blinde, diepe paniek en angst die ik niet eens meer kan oproepen. Alles wat ertoe doet in mijn leven leek uit mijn handen te vallen. Daarna was het een lang en zwaar traject met veel onzekerheden. Sophia is als door een wonder overal zonder complicaties doorheen gekomen. Dat wisten we destijds natuurlijk niet, en de artsen benadrukten ook elke dag dat het fout kon gaan.

Pas achteraf kunnen we vaststellen dat we eigenlijk alleen positieve berichten hebben gehad. Tanya lag enkele dagen aan de beademing op de intensive care, maar is snel weer opgeknapt. Dus was er ook veel blijheid en dankbaarheid. Daardoor hield ik het vol.”

Terwijl je ook nog je andere dochter Senna van zeven thuis had. Hoe verdeelde je je aandacht?

“We gingen allemaal in een survivalmodus. Voor Sophia en Tanya was het letterlijk overleven, ik deed gewoon wat ik kon. De eerste paar dagen was ik vooral in het ziekenhuis. Terwijl het spannend was en Tanya nog aan de beademing lag, ging ik op en neer naar huis voor Senna. Mijn zussen en schoonouders hebben onwaarschijnlijk veel opgepast, we hadden er zonder hen nooit doorheen kunnen komen. Toen de eerste dagen voorbij waren maar Tanya nog in het ziekenhuis moest blijven, sliep ik daar, ging om half zeven ’s ochtends naar huis, was er als Senna wakker werd. Dan ging ik met haar ontbijten en naar school en weer terug naar het ziekenhuis.

’s Middags haalde ik Senna van school, wachtte tot de oppas er was, ging nog even langs het ziekenhuis en dan door naar het theater om Evita te spelen. Dan langs huis, naar het ziekenhuis en dat een aantal weken lang.”

Trok je het wel om erbij te blijven werken?

“Ja, júíst. In het ziekenhuis kon ik niet zo veel doen, behalve een hand vasthouden en ondersteunen. Het was lekker om tweeënhalf uur per dag iets te kunnen doen wat ik kón en waar ik goed in ben. Ik carpoolde met Brigitte Heitzer, een van mijn beste vrienden. Ik kon met haar in de auto stappen en mijn hart luchten, huilen, lachen en vervolgens een voorstelling spelen waar we heel trots op waren – en dan weer samen terug.”

En nu gaat het met jullie alle vier goed?

“Maar echt! Senna is zeven, aan haar dromen en tekeningen merk je wel dat het indruk heeft gemaakt. Voor zover dat ging heb ik haar overal bij betrokken, al heeft ze haar moeder niet gezien toen die op haar slechtst lag, maar na vier, vijf dagen pas. Ik heb wél eerlijk verteld dat het kleine zusje waar ze zo blij mee was, het misschien niet zou redden. Tanya heeft Sophia ook pas na vier dagen kunnen zien en vasthouden.

Aan haar ziekte houdt Tanya niets over, wat we eerst nog maar moesten afwachten omdat ze zuurstofgebrek had gehad. Het bizarre is dat ze tijdens het kolven alle seizoenen van Grey’s anatomy heeft zitten kijken. Eerst vond ik dat bizar: er komt zo veel ellende in voor! In één aflevering, die ik toevallig meekeek, gebeurde zelfs wat wij hadden meegemaakt: een baby kwam veel te vroeg, ook met 26 weken, en kreeg de naam… Sofia! En het was ook nog een musicalaflevering, zo toevallig.”

Is het al zeker dat ook Sophia overal ongeschonden doorheen komt?

“Dat weten we nog niet, maar ze is nu een baby als andere, zeggen ze. We doen mee aan allerlei wetenschappelijke onderzoeken naar prematuren. Daar hebben we zelf ook veel aan te danken. Sophia’s groei en ontwikkeling wordt nauwkeurig gevolgd. Al met 28 weken moest ze dingen doen die andere baby’s dan nog helemaal niet kunnen, zoals ademen en poepen. Heel bijzonder, hoe dat werkt. Uiteindelijk kwam ze op 15 februari thuis, op de verjaardag van haar moeder, terwijl ze eigenlijk pas op 19 februari geboren had moeten worden.”

Jouw eigen moeder overleed op je elfde. Hoe heeft dat je gevormd?

“Ze was vanaf mijn zesde al ziek. Het begon met borstkanker, die terugkwam in haar longen. Wat ik me herinner, is dat alles wat ik deed als puber in het teken stond van mijn moeder die er niet was. Ik was heel braaf en verantwoordelijk. Bijna volwassen, al heb ik die puberteit na mijn 28ste nog wel ingehaald.

Mijn vader liet me vrij – mijn zussen zijn zes en zeven jaar ouder waardoor ik al snel met hem alleen was. Maar het heeft zeker impact gehad: afgelopen november heb ik huilend tegen de arts geroepen dat mijn vaders moeder was overleden op haar 38ste toen hij negen was, mijn eigen moeder op haar veertigste en dat nu mijn vrouw van 36 daar lag. Ik zag een soort familietraditie ontstaan die me doodsangsten gaf.”

Gelukkig heeft Tanya het overleefd. Waarom is zij de vrouw voor jou?

“Om heel veel redenen! Ze is prachtig en wordt alleen maar mooier. Ik had als jonge jongen al een zwak voor half-Indische vrouwen, haha. Tanya ontregelt mij: ik ben in mijn hoofd erg van de structuur en voorzichtigheid. Als ik op reis ga, zie ik overal beren op de weg en wil ik alles plannen: hebben we dat wel bij ons? En is dat wel geregeld? Zij loopt gewoon de deur uit en komt er dan na vijf kilometer achter dat het regent en ze niets bij zich heeft, terwijl ik van tevoren check wat voor weer het wordt en van alles meeneem.

Tanya heeft een soort open verwondering waar ik soms gek van word, maar dat wordt zij weer van mij. Toch laat ik me door haar ontregelen en zij laat mij wat structuur aanbrengen. We zijn getrouwd in Rome nadat we daar in vier weken samen naartoe zijn gefietst. Dat was een magische reis en aan het einde zagen we onze dierbaren, die waren gekomen om met ons te vieren. We hebben het er nog elke dag over.”

Inmiddels loop je jaren mee in het musicalvak. Hou je daaraan veel echte vrienden over?

“Tja, wat is veel? En hoe veel echte vrienden kun je hebben? Ik heb er wel een paar, ja. Brigitte Heitzer is met afstand mijn beste vriend uit het vak. Bij Evita zaten we samen in de kleedkamer. Mensen vinden dat soms raar: man-vrouw-vriendschap is anders dan man-man. Maar ik ben het er niet mee eens dat er altijd ‘meer’ moet zijn. Met twee oudere zussen groeide ik op in een vrouwelijke omgeving, met ook veel van hun vriendinnen die vaak langskwamen. Ik las eerder de Cosmopolitan dan iets anders en heb me altijd erg op mijn gemak gevoeld bij vrouwen. Ik heb drie of vier goede vrouwelijke vrienden, waaronder ook Lone van Roosendaal. Ik vind ze vaak gezellig en relaxed en de verschillen tussen mannen en vrouwen leuk.”

Waar ben je het meest trots op?

“Op hoe we het met zijn viertjes thuis doen. Qua werk heb ik lang het gevoel gehad, omdat ik geen opleiding voor dit vak heb gedaan, dat ik betrapt zou worden, zo van: ‘Hee, jij hoort hier niet!’ Maar als ik nu kijk naar wat ik allemaal gedaan heb, met alle musicals en programma’s als De beste zangers en The passion, denk ik: nou, dat heb ik toch redelijk voor elkaar gekregen.

Ik heb twee Musical Awards mogen ontvangen, voor Les misérables en Evita, en was met de laatste zo blij omdat de periode waarin we speelden zo’n rollercoaster was. Daarnaast speel ik met mijn eigen bandje Shifting Daylight, waarmee we nu een plaat maken en volgend jaar weer een theatertour doen. Maar goed, dat is allemaal werk en ijdelheid, zeg ik weleens. Het meest trots ben ik als ik ’s avonds thuiskom, van kamer naar kamer loop en daar mijn drie grote liefdes zie slapen. Dat gevoel is nergens mee te vergelijken.”

Dit interview komt uit Vriendin 25. Tekst: Tanja Spaander. Foto’s: Bart Honingh. Visagie: Linda Huiberts. Met dank aan restaurant Pavarotti, Zoetermeer.

Meer interviews lezen

Reageer op dit artikel