Persoonlijke verhalen

De zomer van Joost Spijkers: ‘Onze vakantie is een hele productie’

Het is de mooiste tijd van het jaar: de zomervakantie! Zeven weken lang haalt Vriendin vakantieherinneringen op met BN’ers. Deze week kleinkunstenaar en ‘Ashton Brother’ Joost Spijkers, die zijn hart verpand heeft aan de Balkan. Met zijn internationale familie reist hij wat af!

Thuis bij Joost Spijkers (42), kleinkunstenaar, zanger en lid van theatergroep Ashton Brothers, is het een internationale boel. Zijn vrouw Iva komt uit Bosnië, wat hun dochter Stela half Bosnisch maakt. Zijn twee oudste kinderen hebben weer een Deense moeder; dochter Sara Sofie woont zelfs in Denemarken bij haar moeder, zoon Joakim woont bij zijn vader in Zaandam. En dan is er ook nog het feit dat vier opa’s en oma’s in voormalig Joegoslavië wonen: de vader en stiefmoeder van Joost al jaren op Brač, een eiland voor de Kroatische kust, en Iva’s familie in Sarajevo. Aan vakantiebestemmingen in elk geval geen gebrek…

Jij hebt veel met de Balkan. Hoe komt dat zo?

“Het begon toen mijn vader, nadat mijn ouders scheidden toen ik nog heel klein was, een Bosnische vriendin kreeg. Mijn stiefmoeder komt uit Sarajevo: destijds woonde ze hier, maar elke vakantie gingen we naar wat toen nog Joegoslavië was. Inmiddels heb ik zelf dus ook een vrouw van daar! Iva is gevlucht voor de oorlog en in de jaren ’90 hierheen gekomen. Ze was danseres, kwam naar de Ashton Brothers kijken, zag me zingen en zei meteen tegen haar vriendinnen: ‘Dat is mijn man, daar ga ik mee trouwen’. Nou, dat is gelukt!”

Lees ook: De zomer van Fatima Moreira de Melo: ‘Op vakantie gaan we voor luxe’

Je hebt Joegoslavië dus voor, tijdens en na de oorlog meegemaakt. Wat herinner je je nog van de vakanties daar?

“Toen ik kind was, gingen we vooral naar de kust. Het waren lange reizen, met de auto en de caravan. De weg vanaf de Sloveense/Oostenrijkse grens tot Split was een kronkelweg langs de kust; daar werd ik geoefend in het niet misselijk worden in de auto! Ik herinner me dat ik in mijn eentje op de achterbank zat in mijn zwembroek. Later kwam daar mijn broertje bij, hij is tien jaar jonger dan ik. Mijn vader zat op een handdoek tegen de hitte en we deden er drie dagen over. Eenmaal daar gingen we vaak op visite bij familie, er was véél eten en ik had een bootje. Het was er vrolijk, met warme mensen en overal muziek. We stopten vaak onderweg bij vrienden, dan was er een veld achter het huis met nog veel meer mensen. Lam aan het spit, livemuziek, spelende kinderen, hartstikke leuk.”

Jij deed daar ook een vakantievriendinnetje op, toch…?

“Klopt! Op het strand kwam ik Stela tegen (inderdaad, mijn jongste dochter heeft dezelfde naam!) en werd smoorverliefd. Ik was een jaar of 14, het bleef bij handjes vasthouden en kusjes geven, hoor. Vlak erna brak daar de oorlog uit. Na de zomer bleef ik haar schrijven en probeerde een keer per week te bellen. Dat was ingewikkeld, want de telefoon deed het steeds slechter. Je had van die satellietverbindingen van 26 euro per minuut. Ik hoorde van haar vreselijke verhalen over de oorlog en herinner me ook wel dat ik op de achtergrond de herrie van overvliegende vliegtuigen hoorde. Het ergste was het om haar niet te kunnen bereiken; dan kreeg je zo’n stem die in het Joegoslavisch zei dat het nummer op dat moment niet beschikbaar was.”

Lees ook: Lezeressen vertellen over hun onvergetelijke vakantieliefde

Heb je haar ooit nog gezien?

“Nee, helaas niet. Ik denk dat we zo’n jaar contact hebben gehouden en opeens kreeg ik haar helemaal niet meer te pakken. Later hebben we via het Rode Kruis bevestigd gekregen dat ze dood was. Dat maakte enorm indruk. Het werd de inspiratie voor mijn eerste solovoorstelling Spijkers I. Ik woonde vroeger in Limburg, waar ik op de havo zat. Daar hadden mensen het over het weer, terwijl ik wist dat hartstikke dichtbij, want je reed er zo naartoe, heel andere dingen aan de hand waren. Daar heb ik nog eens een spreekbeurt over gehouden. Het jaar nadat ik Stela leerde kennen zijn we niet geweest, maar daarna wel weer. Dat was bizar; je kon er bijna niet komen, want die kustweg was veel te gevaarlijk. Er lagen sluipschutters langs de route en er waren bruggen gebombardeerd, dus daar kon je niet overheen. Maar op het eiland Brač was op zich niet veel aan de hand. Daar is het tamelijk rustig gebleven.”

Lees het hele verhaal van Joost Spijkers in Vriendin 29.

Tekst: Tanja Spaander. Foto’s: Bart Honingh. Visagie: Linda Huiberts. Met dank aan LAB44 Zaandam.

Reageer op dit artikel