Persoonlijke verhalen

Marit kreeg een nier van haar man: ‘Onze relatie is nu nog hechter’

Liefde is… een deel van je lichaam afstaan om de ander te redden. Emiel (43), de man van Marit (43), deed het. “Het toppunt van romantiek? Voor ons was het puur overleven.”

Marit: “Ik ben met een nierziekte geboren. Als kind moest ik al elk jaar voor controle naar het ziekenhuis. Voor mij was dat een leuk uitje naar de stad. Ik had rode bloedcellen in mijn urine, maar de artsen wisten niet wat de oorzaak was. Mijn nierfunctie was prima, dus het was niet echt een probleem. Na de geboorte van mijn zoon Senne Cees in 2006 ging mijn nierfunctie ineens achteruit en mijn gehoor ook. Een jaar later lag Senne Cees in het ziekenhuis met een longontsteking en astmatische aanvallen. Wij bleken allebei het Syndroom van Alport te hebben, een erfelijke aandoening van de nieren, oren en ogen. Ik vond het vooral voor mijn zoontje verschrikkelijk. Alport uit zich bij vrouwen meestal minder ernstig dan bij mannen. Ik was meer druk met hem dan met mezelf. Bij mij zou het wel loslopen, dacht ik.

Drie jaar later, op mijn 35ste, werd ik aan mijn linkeroor slechthorend en ik was voortdurend heel moe. Mijn baan als particulier adviseur bij een bank moest ik opgeven. Nadat ik ’s ochtends Senne Cees naar school had gebracht, wilde ik alweer slapen en dan was ik ’s middags nog steeds moe. Alles wat ik deed, kostte enorme moeite. Het gekke was dat ik er wel heel goed uitzag. Je kon aan de buitenkant niet zien wat ik mankeerde.”

Emiel: “Wij hadden net een jaar een relatie, maar kenden elkaar al langer. Ik wist dat Marit ziek was. De verslechtering ging geleidelijk, we hadden het niet zo door. Totdat het echt te erg werd.”

Twijfelen en doortuffen

Marit: “Mijn nieren bleken nog maar voor twintig procent te werken. De artsen drukten mij op het hart een nierdonor te zoeken.”

Emiel: “Dus ik liet mij testen. Logisch, toch? Marit is mijn vrouw. Ik denk dat ieder ander dat ook zou doen.”

Marit: “Nou… het is nogal wat. Je laat in een gezond lichaam snijden. Dat kan ook misgaan.”

Emiel: “Het alternatief was dat Marit voortaan drie dagen per week in het ziekenhuis aan een dialyse-apparaat zou liggen, waar ze niet beter van zou worden. We hadden een match, mijn nier bleek geschikt voor Marit.”

Marit: “Ik zag erg op tegen een transplantatie. Ik twijfelde er niet aan dat de nier het zou doen, maar zou ik me daarna wel beter voelen? Ik schoof het moment voor me uit zolang ik kon. Nog zeven jaar heb ik mij zo voortgesleept. Jaren waarin ik weinig ondernam. De wereld draaide door en ik zat thuis. Ik deed alles om mijn nierwaarden hoog te houden. Gezond eten, veel drinken. Zolang ik boven de vijftien procent zat, hoefde ik geen transplantatie.”

Emiel: “Ze werd steeds vermoeider, dat merkte ik wel. Maar ze tufte gewoon door.”

Lees ook: Rosan overleefde leukemie door een stamceldonor

Nog maar dertien procent

Marit: “De artsen voorspelden dat de ziekte het van me zou winnen en ze kregen gelijk. Eind februari vorig jaar stond ik in de drogist toen mijn telefoon ging. Het was het ziekenhuis. Mijn nierfunctie was nog maar dertien procent en ze hadden een datum voor de transplantatie. Op 27 maart was er een plek vrij en wij waren spoed. Mijn eerste reactie was: o nee, dat kan niet. We wilden juist een vakantie naar Mallorca boeken, lekker bakken in de zon. Na de transplantatie zou dat vanwege de medicijnen niet meer mogen, wist ik, dus die vakantie moest en zou doorgaan. En hoezo spoed, wat een onzin, het ging nog best met mij. Bovendien moesten we thuis een paar muren verven… Maar deze keer lieten de artsen zich niet vermurwen. En Emiel ook niet.”

Emiel: “Ik zei: we gaan het doen. Het moest gewoon gebeuren.”

Marit: “Ik belde een vriendin en zij was het met Emiel eens. Ik geloofde niet dat ik van een transplantatie fitter zou worden en zag op tegen de medicijnen zoals prednison, waar je dik van wordt. Laat mij nou maar, dacht ik, dit is mijn leven.”

Emiel: “Ik werd chagrijnig van haar tegenstribbelen.”

Marit: “Hij was er echt klaar mee. Toen besloot ik het maar te doen.”

Emiel: “Ik regelde vrij van mijn werk, Senne Cees ging naar zijn vader en onze hond Chippie naar een pension. Wij waren er klaar voor.”

Paniek op de app

Marit: “De middag van 26 maart meldden we ons samen bij de receptie van het ziekenhuis in Groningen. We werden op verschillende afdelingen opgenomen, ver uit elkaar. Die avond zagen we elkaar ergens halverwege voor een drankje. Daarna moesten we afscheid nemen en ieder apart gaan slapen. Dat voelde heel raar.”

Emiel: “De volgende ochtend werd ik als eerste geopereerd, mijn nier werd eruit gehaald. Ik ging er vrij nuchter in.”

Marit: “Ondertussen werd ik klaargemaakt voor de transplantatie. Op van de zenuwen, ik kon alleen maar huilen. Ik lag daar zo alleen en voelde me afschuwelijk. In de voorbereidingskamer hoorde ik tot mijn blijdschap dat de operatie bij Emiel geslaagd was. Ik hoopte hem even te zien, maar hij werd via een andere gang weggereden. Dat viel tegen. Ik was blij toen ik onder narcose ging, weg van alles. Mijn nierfunctie was nog maar elf procent.”

Emiel: “Toen ik bijkwam, had ik weinig pijn. De morfine deed goed zijn werk. Alleen bij het opstaan gaf de wond in mijn buik een stekend gevoel. De nier die ik had afgestaan was goed in orde, dat vond ik heel fijn om te horen.”

Marit: “Ik was nog half in slaap toen ik de chirurg hoorde zeggen dat hij niet tevreden was. Emiels nier bleek eigenlijk te groot voor mijn lijf. Ik was heel slank en had een platte buik, waardoor de nier klemgedrukt zat. Ik moest opnieuw geopereerd, anders haalde de nier de nacht niet. Hij werd achter mijn buikvlies geplaatst in plaats van erbovenop. Het was heel spannend of de nier zou aanslaan.”

Dit verhaal komt uit Vriendin 7.

Lees ook: Coco werd op haar 48ste voor het eerst moeder

Reageer op dit artikel

Instagram