Katinka’s vader heeft een ingewikkeld oorlogsverleden

Mijn vader, een verrader? Het is een vraag die Katinka Jesse al levenslang bezighoudt. Omdat ze niet veel meer weet dan dat wat haar vader haar tijdens een gezinsgesprek in 1976 heeft verteld, gaat ze op onderzoek uit en vallen de puzzelstukjes langzaam op hun plek. Ze schreef er een boek over: “Het is belangrijk dat mensen weten dat de werkelijkheid soms complexer is dan alleen goed of fout.”


Ontwerp Zonder Titel (25)

Vader

Katinka: “In mijn kindertijd was mijn vader Bob een hartelijke, charmante en grappige man. Mensen mochten hem graag, ik was ook dol op hem. Over zijn oorlogsverleden sprak hij eigenlijk nooit, al was die periode altijd en overal in ons gezin aanwezig. Mijn vader is geboren in 1914. Hij was ruim vijfentwintig jaar ouder dan mijn moeder en ze ontmoetten elkaar ná de oorlog. Ik had dus een veel oudere vader dan mijn klasgenoten. Al merkte ik daar als jong kind weinig van. Op zaterdag nam hij ons altijd mee naar de bakker en in vakanties kampeerden we om daarna huttentochten in de bergen te maken. Wat ik me nog goed herinner, is dat mijn vader een hekel had aan Duitsers en Duitsland. We woonden in Noordwijk waar natuurlijk veel Duitsers vakantievierden. Af en toe kwam hij vloekend en tierend thuis. Alleen omdat hij zich ergerde aan het gedrag van een Duitser die was voorgekropen bij de lokale chocolaterie. Als we naar de bergen in Oostenrijk gingen, weigerde mijn vader steevast te stoppen in Duitsland. Hij liet ons op een parkeerplaats snel plassen naast de auto, maar we gingen nergens naar binnen. Ik wist niet precies waar die aversie vandaan kwam en vroeg er ook niet naar.

Oorlogsverhaal

Tot hij ons op een zondagochtend in 1976 bij zich riep. Ik was negen, mijn zus elf jaar oud. Het was een prachtige dag. Normaal gesproken zouden we naar buiten zijn gegaan om te wandelen door de duinen of op het strand. Maar die dag bleven we binnen en vertelde mijn vader zijn oorlogsverhaal. Hij sloot af met de opmerking: ‘Ik heb jullie dit verteld, kunnen jullie dit voor de rest van je leven voor je houden?’ Zich niet beseffend wat voor een druk het legde op zijn gezin. Ik heb me overigens lange tijd best goed aan die belofte kunnen houden. Ik vertelde mijn vaders oorlogsverhaal alleen aan langdurige relaties en aan een goede vriendin. Verder ben ik stil geweest. Tot nu.”

Notitieboekje

Bob Jesse, de vader van Katinka, heeft een ingewikkelde oorlogsgeschiedenis. Onder zijn schuilnaam Peter Vos werkt hij vanaf het begin van de oorlog in het verzet. Hij vervalst persoonsbewijzen en distributiebonnen, help Joodse onderduikers aan een adres of met hun vlucht uit Nederland. Ook neemt hij zelf mensen in huis. Zijn netwerk is breed. Alles gaat ogenschijnlijk goed, tot hij op een dag wordt gearresteerd door de Duitsers, omdat hij reist met een vals persoonsbewijs. In zijn jaszak vindt de Sicherheitsdienst een notitieboekje met daarin een naam, gecombineerd met een plaatsnaam in Limburg. Tussen Bobs arrestatie en de verhoren naar aanleiding van de vondst van zijn notitieboekje, wordt Bob naar zijn onderduikplek in Utrecht gebracht. Daar arresteren de Duitsers twee vrienden van hem die er toevallig zijn.

Selma

Een van hen is Selma van der Perre die later de bestseller schrijft Mijn naam is Selma. Bob beweert bij hoog en laag dat zijn vrienden niets te maken hebben met het verzetswerk en verraadt hen niet. Hierover verklaart Selma later: ‘Bob heeft mijn leven gered.’ Vervolgens weigert Bob steeds iets te zeggen over de afspraak in zijn notitieboekje. Ook als ze hem onder druk zetten en martelen. Pas als er een Joodse vrouw met twee jonge kinderen de verhoorkamer worden binnengebracht en de Sicherheitsdienst de botten dreigt te breken van één van de kinderen, waarop hun moeder Bob – gillend en krijsend – smeekt om te praten, gaat hij overstag. Toch vertelt hij de Duitsers zo min mogelijk. Hij biecht een vergadering in Weert op waar hij naartoe moet. Tijdens die bewuste vergadering wordt een groot aantal verzetsstrijders van de Limburgse afdeling van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, waarvoor Bob werkt, opgepakt. Bijna allemaal overleven zij de oorlog niet. Na dit ‘verraad’ vertrouwen de Limburgse verzetsmensen Bob niet meer. Daarom plegen ze een aanslag die hij overleeft, maar waarbij zijn eerste vrouw levenslang verlamd raakt. Na de bevrijding spoort de politie Bob op en brengt hem naar Weert. Daar zetten ze hem op de voorkant van een jeep met een bord om zijn nek waarop staat ‘Ik ben de verrader van Weert’ en de namen van de overleden mensen. Zo rijden ze met hem door de stad. Een vernederende ervaring.

Gedeukte, gevoelige man

“Dat door zijn verklaring bij de Sicherheitsdienst mensen zijn omgekomen en zijn eerste vrouw verlamd raakte, drukte zwaar op mijn vaders gemoed. Hij vond eigenlijk dat hij er zelf ook niet meer had moeten zijn. Dat zei hij ook letterlijk tegen ons die keer in 1976, toen hij erover sprak. ‘Ik had me eigenlijk het leven moeten benemen of laten benemen toen de Duitsers me volgden naar Weert.’ De oorlog heeft hem beschadigd en van hem een gedeukte, gevoelige man gemaakt. Als kind merkten we dat aan kleine dingen. Hij kon bijvoorbeeld niet tegen onverwachte geluiden. Als we in de auto zaten, mochten mijn zus en ik niet klepperen met het asbakje in de deur. Deed ik dat per ongeluk toch, dan kon mijn vader uit het niets geïrriteerd raken. Of het hem ergens aan deed denken, een nare oorlogsherinnering, heb ik niet kunnen achterhalen. Wat ik wel weet, is dat het voor hem steeds moeilijker werd om met zijn verleden te leven.

Depressief

Op het eind van zijn leven was hij depressief, bleef hij roken en ontwikkelde hij ernstige longemfyseem. Mijn vader overleed uiteindelijk op mijn vijftiende, maar daarmee raakte zijn oorlogsverhaal niet op de achtergrond. We spraken er nog steeds niet over, maar het maakte onderdeel uit van ons leven. Ook kwam het op onverwachte momenten naar de oppervlakte. Zo zat ik als tweedejaars rechtenstudent in de collegezaal te luisteren naar een hoogleraar die een arrest behandelde over strafuitsluitingsgronden. Als voorbeeld gebruikte hij het arrest van een verzetsstrijder die na de oorlog werd gearresteerd en door zijn beroep op noodweerexces ontslagen werd van alle rechtsgevolgen. Hij was mijn vader… Ik kon wel door de grond zakken, wilde weg uit die collegezaal. Niemand die in de gaten had dat het over mijn vader ging en wat er allemaal door mijn hoofd spookte, maar confronterend was het zeker. Op dat soort momenten miste ik meer context. Want wat wist ik nu feitelijk? Ik moest het doen met dat wat mijn vader ons had verteld.”

Oorlogsverleden onderzoeken?

“Ik wist dat veel verzetsvrienden na de oorlog vóór mijn vader hebben gepleit. Een van hen was Selma van der Perre. Selma overleefde na haar arrestatie kamp Ravensbrück en bleef na de oorlog contact houden met mijn vader en later met mij. Toen zij 96 jaar was, benaderde ze mij omdat ze een boek had geschreven dat ze wilde uitgeven in Nederland. Ze had een uitgeverij benaderd, die geen reactie gaf. Of ik eens wilde navragen. Dat heb ik gedaan. De uitgever was geïnteresseerd in Selma’s verhaal, maar vroeg ook naar het mijne en naar dat van mijn vader. Zou ik niet iets voelen voor een boek? Diep in mij begon er toen iets te borrelen. Misschien moest ik het oorlogsverleden van mijn vader gaan onderzoeken. Om meer rust te vinden. Want net als mijn vader heb ook ik lange tijd last gehad van neerslachtige buien en depressies.

Therapie

En ik ging net als hij in therapie bij Stichting Centrum ’45. Jarenlang voelde ik zijn schuld, zijn schaamte op mijn schouders drukken. Intergenerationeel trauma noemen ze dat. Ik redeneerde: als hij vindt dat hij er niet mag zijn, dan had ik er ook niet mogen zijn. Dan heb ik geen bestaansrecht. Gelukkig had ik die depressieve buien door gebruik van antidepressiva achter me gelaten. Het ging best goed met me. Ik ben zelfs een tijd helemaal gestopt met de antidepressiva en heb toen samen met mijn man een tweeling gekregen die inmiddels volwassen is. Ja, ik wilde eigenlijk ook wel weten hoe het precies allemaal zat. Tuurlijk was ik bang dat ik akelige dingen zou vinden. Wat als mijn vader geen verzetsstrijder, maar een ‘Jodenjager’ bleek te zijn? Onwaarschijnlijk, helemaal omdat hij zelf een Joodse moeder had, maar toch ben je er bang voor. Wat ik hoopte, was vooral dat ik zijn naam enigszins zou kunnen zuiveren door zijn kant van het verhaal te vertellen.”

Puzzelstukjes in elkaar

Katinka duikt in de archieven en bezoekt regelmatig het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging. Daar vindt ze veel over Bob. Zoals wat precies zijn aandeel is geweest in het verzet. Ze leest over de martelingen die hij moest ondergaan en over de aanslag die op hem wordt gepleegd door het verzet en over het verraad. Langzaam vallen de puzzelstukjes in elkaar. Het boek vordert gestaag. Maar terwijl Katinka zich vastbijt in het onderzoek naar haar vader, wordt ze aangereden door een bus en loopt niet-aangeboren hersenletsel op. Ze ligt een tijdje in coma en de artsen vrezen zelfs voor haar leven. Toch krabbelt ze op, revalideert en zodra het kan, werkt ze weer aan het boek over haar vader. Naast archiefbezoeken spreekt ze ook met nazaten van betrokken verzetsstrijders. Een van hen – de dochter van haar vaders verzetsvriend – geeft haar een bananendoos vol spullen uit de oorlog waaronder brieven die haar vader schreef aan een in de oorlog gevluchte Palestinapionier. Daarin heeft hij het ook over Bob. 

Trots

“Die brieven van die verzetsvriend van mijn vader aan gevluchte Joden in Palestina waren voor mij enorm belangrijk om te lezen. Sowieso was ik verbaasd over wat mijn vader allemaal deed in het verzet, de grote rol die hij erin speelde. Hij was overal bij betrokken. Toen ik dat zo zwart op wit zag staan, maakte me dat eerlijk gezegd best een beetje trots. Ik ontdekte ook dat hij tijdens de oorlog, met al zijn verzetswerk en de stress die dat opleverde, oververmoeid raakte. Het werd hem allemaal te veel en dat gaf hij ook aan bij zijn verzetsvrienden. Sterker nog, hij trok zich een tijdje terug in Nunspeet omdat hij overspannen was. Maar het verzet liet hem niet met rust. Ze hadden hem nodig in de strijd. Helemaal toen er een paar operaties misliepen. Dus ging mijn vader weer aan de slag om gevaarlijke toeren uit te halen. In de briefwisseling van die verzetsvriend las ik dat deze man zich schuldig voelde over wat mijn vader was overkomen.

Arrestatie

Twee weken na Nunspeet volgde zijn arrestatie, inclusief het doorslaan bij de Sicherheitsdienst. Die vriend vond dat het niet alleen mijn vaders schuld was, voor zover je van schuld kunt spreken. Het verzet had hem met rust moeten laten toen hij daarom vroeg en dat hebben ze niet gedaan. Met alle gevolgen van dien. Dat lezen, was voor mij een openbaring. Het veranderde in elk geval alles voor mij. Ik denk dat ik zelfs mijn vader met dit inzicht troost had kunnen bieden. Het schrijven van het boek was voor mij in dat opzicht therapeutisch.

Doorgeslagen

Mijn vader was een belangrijke verzetsman geweest als hij niet was opgepakt en niet tijdens het verhoor was doorgeslagen. Als je hem nu zoekt op internet vind je alleen maar veel terug van zijn ‘verraad’. Van al het goede dat hij heeft gedaan, lees je vrijwel niets. Daar liep mijn vader zelf ook niet mee te koop. Voor hem wogen de verzetsmensen die mede door zijn ‘verraad’ door de Duitsers waren opgepakt en gedood veel zwaarder dan al die levens die hij heeft gered. Toch is het belangrijk dat mensen lezen dat de werkelijkheid soms complexer is dan alleen goed of fout. Daarom moeten de verhalen zoals die van mijn vader verteld blijven worden. Want de generatie die de oorlog zelf heeft meegemaakt dunt uit.”

Scherm­afbeelding 2026 04 15 Om 15.39.48

Tip van de redactie: Mijn vader een verrader?

Met dit boek doorbreekt ze het zwijgen en vertelt Katinka Bobs verhaal. Een verhaal dat onlosmakelijk met het hare is verbonden. Lukt het haar het juk van de schuld van zich af te zetten?

Shop hier

Foto: privébeeld

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Jolanda