Ontwerp Zonder Titel 2020 07 09t170014.363

Annelies en haar zoon liggen niet lekker in de groep: ‘We worden gemeden op het schoolplein’

Melle wordt door zijn klasgenoten genegeerd, en de schoolhulp die zijn moeder aanbiedt, wordt afgeslagen. “Het is me zelfs niet gelukt luizenmoeder te worden.”

‘Extra handjes’

Annelies: “Gisterochtend stuurde de klassenmoeder een mail waarin ze een oproep deed voor ‘extra handjes’. Ze zocht zes ouders om mee te gaan met het schoolreisje naar Duinrell en hulp voor het zomerfeest. Om elf uur verscheen haar mail in mijn inbox, amper tien minuten later liet ik haar in een mailtje weten dat ik gráág meeging op schoolreisje en dat ze me ook altijd kon benaderen voor hand-en-spandiensten rondom het schoolfeest.

Aan het eind van de middag kreeg ik een reactie terug: er hadden zich genoeg moeders aangemeld, ik werd hartelijk bedankt voor mijn hulp, volgende keer beter. Ik was zo verdrietig. Het voelt zo oneerlijk. Ik kan me niet voorstellen dat er in die tien minuten al zés moeders voor mij hebben gereageerd. Het is voor mij duidelijk dat ze mijn hulp negeren. Ze moeten mijn zoon niet, dus mij ook niet.”

“Onze zoon Melle van acht heeft het kleuteronderwijs op een reguliere school gevolgd, maar in groep drie lieten we hem overplaatsen naar een montessorischool op twintig minuutjes fietsen van huis. Ik hoorde goede verhalen over montessorionderwijs, en de lesmethode en het zelfstandig werken spraken mijn vriend en mij zo aan, dat we Melle van school lieten switchen.

‘Melle was een vuile pikker’

Melle kende niemand op zijn nieuwe school; de meeste jongens uit de buurt gingen naar de oecumenische school bij ons achter. Bovendien zou hij in een klas komen met kinderen die elkaar al twee jaar kenden. Toch leek me dit niet zo’n probleem. Melle is heel sociaal en had op zijn vorige school veel vriendjes. Dat zou vanzelf goedkomen, dacht ik.

Maar we zijn nu ruim anderhalf jaar verder en Melle heeft geen beste vriend, zelfs geen schoolmaatjes. Hij heeft nooit een speelafspraak en wordt amper voor partijtjes uitgenodigd. Eigenlijk heeft hij nooit aansluiting kunnen vinden in de groep.”

‘Gestolen’ horloge

“Waarschijnlijk heeft het allemaal te maken met een akkefietje aan het begin van Melles eerste jaar op zijn nieuwe school. Tijdens de gymles vond Melle in een hoekje van de kleedkamer een horloge. Hij vroeg aan zijn klasgenoten of iemand een horloge kwijt was, maar niemand zei iets te missen. Hij had natuurlijk met het gevonden voorwerp naar zijn gymleraar moeten stappen, maar Melle dacht dat als het horloge van niemand was, hij het dan zelf mocht houden en deed het trots om zijn pols.

Afkeurende blikken

In de grote pauze kwamen er ineens drie jongens uit de bovenbouw op Melle aflopen die riepen dat hij het horloge had gestolen van een jongen uit groep zeven en het klokje opeisten. Ze rukten het bijna van zijn pols. Melle vertelde nog dat hij het ‘eerlijk’ had gevonden, maar de jongens maakten hem uit voor dief en raaf. Al snel ging het door de hele school: Melle was een vuile pikker. Hoe klein hij ook was, hij werd keihard uitgelachen en uitgescholden. Als hij langs een groepje liep, werd er geroepen: ‘Pas op je tas, straks steelt Melle hem nog!’ Kinderen kunnen zo gemeen zijn.

Uiteraard ben ik op school gaan praten met de juf van Melle en met die van de jongen van het horloge. Ik heb het geprobeerd uit te leggen, heb nog een doosje Lego gekocht om de pijn te verzachten, maar het was al te laat. De toon was gezet en hoe zijn juf ook haar best deed te bemiddelen, dat hele jaar in groep drie hing Melle erbuiten.”

Lees ook: Bianca: ‘We lijken veel meer op elkaar dan we dachten’

Geen brandmaatje

“Montessori werkt met drie groepen tegelijk: je zit met groep 3, 4 en 5 en daarna weer met 6, 7 en 8 in een klas. Ik hoopte dat het na de zomervakantie, als Melle in groep 4 zou zitten, beter zou worden. Maar dat gebeurde eigenlijk niet. Melle wordt inmiddels niet meer gepest, maar ze laten hem gewoon links liggen. Als de kinderen in de klas iets samen moeten doen, doet hij wel mee, maar daarbuiten negeren ze hem. En elk half jaar wordt er een nieuw brandmaatje gekozen. De leerlingen mogen zelf bepalen wie dat is. Zo’n maatje is ook degene naast wie je ’s morgens en ’s middags bij het naar buiten gaan in de rij staat en met wie je brandoefeningen oefent. Maar niemand wil Melles brandmaatje zijn.

Melle baalt er enorm van, en dat snap ik. Hetzelfde geldt voor speelafspraakjes.  De meeste kinderen komen de klas in en spreken meteen iets af voor na schooltijd. Als ik Melle wegbreng, hoor ik het geregel al van verre: ‘Wil jij met mij afspreken?’ ‘Mag hij bij mij spelen?’ ‘Mag zij bij mij?’ Maar er is nooit iemand die aan Melle vraagt of hij wil komen spelen.

Ik heb het een keer zelf gevraagd aan twee jongetjes die Melle erg leuk vindt, of ze misschien samen bij ons wilden komen spelen. Maar nee, ze keken me heel vies aan. Hun moeders riepen snel dat wij te ver wonen, dus dat het sowieso lastig was.”

Niemand van de partij

“Afgelopen zomer hadden we een groot opblaaszwembad in de tuin. Toen heb ik iedereen uitgenodigd bij ons te komen zwemmen, maar er kwam niemand opdagen. Voor zijn verjaardag durft Melle geen klasgenoot uit te nodigen, uit angst dat er niemand komt. Ja, hij vraagt of de kinderen van zijn vroegere kleuterschool willen komen, net als een paar buurjongens en twee jongens van judo. Maar het is toch vreselijk dat er van zijn nieuwe school niemand is?

Ik ben al een paar keer met de juf gaan praten, maar zij zegt dat Melle niet wordt gepest en er geen reden is om in te grijpen. Wel is ze actief bezig nieuwe vriendschappen te stimuleren door de kinderen na elke vakantie aan een ander blok te zetten, in wisselende samenstellingen. En ze motiveert kinderen in een groepje samen te werken. Volgens haar komt het vanzelf goed en moet ik het meer loslaten.”

Tuttebel

“Waarschijnlijk komt het door Melles slechte positie in de klas, maar zelf val ik ook buiten de groep. Ik tel niet mee op het schoolplein. Voor en na schooltijd vormen zich daar clubjes moeders die met elkaar praten als ik voorbijloop, maar me nooit iets vragen of eens uitnodigen mee te kletsen.

Sowieso gaan de meeste montessori-moeders iets anders gekleed. Aternatiever. Ik hou van nette kleding, draag vaak een jurk of rok, maar dan met lange leren laarzen eronder of pumps. De moeders op het schoolplein dragen kaplaarzen onder gebloemde rokken of komen in een knalgele onesie naar school. Soms zie ik ze afkeurend kijken als ik op mijn hakjes het schoolplein op trippel. Dan hoor ik ze smoezen dat ik een tuttebel ben. Maar ja, in mijn baan als managementassistente wordt nette kleding nu eenmaal op prijs gesteld.

‘Niemand zei iets’

Ik geloof ook dat ze het raar vinden dat wij elk jaar op vakantie gaan naar Italië, waar we een huisje huren. De meeste gezinnen trekken met hun kinderen de natuur in, gaan lekker naar Zweden, om daar in een boerderij zonder elektriciteit of water te zitten. Prima toch? Zelf hou ik van meer luxe, maar ik laat iedereen in zijn waarde. En het hoeft toch niet te betekenen dat je geen vrienden kunt zijn? Of elkaar gedag kunt zeggen,  een praatje kunt maken of een gezamenlijke schoolactiviteit ondernemen?

Als er op school iets wordt georganiseerd, een taartenwedstrijd of themamiddag, probeer ik altijd iets bij te dragen, maar dat wordt nooit op prijs gesteld. Zo had ik enorm mijn best gedaan op de emoticon-taart, maar die kwam niet eens in de top 5. Zelfs een ingezakte prinsessentaart werd door de jury nog beter bevonden. En afgelopen kerst dronken alle ouders glühwein op het schoolplein, maar mijn vriend Stan en ik stonden apart. Niemand zei iets tegen ons.

Het is me zelfs niet gelukt luizenmoeder te worden. Ik weet dat er een enorm tekort aan is, dus had ik me spontaan opgegeven. Maar ook die vacature was vervuld, zei de conciërge. Raar, want later zag ik nog een stukje in de nieuwsbrief waarin luizenouders werden gevraagd.”

Goede prestaties

“Elke avond als ik Melle naar bed breng, nemen we even de dag door. Ik vraag hem naar het leukste en het stomste moment. Het leukste zijn meestal de moeilijke sommen die hij heeft gemaakt, of de creatieve werkjes. Stom komt altijd neer op negatieve ervaringen met kinderen: dat hij niet mee mocht doen met voetballen of verstoppertje spelen.

Ik vind het vreselijk mijn kind zo ongelukkig te zien. We hebben er maar een, ik gun hem de wereld. De laatste tijd twijfel ik ook of ik Melle weer van school moet halen. Is het voor hem op zijn oude school niet beter? Daar had hij immers veel vriendjes. Maar Melles schoolprestaties zijn wel heel goed; het systeem van zelfstandigheid werkt voor hem. Melle mag zelf weten welke werkjes hij op een dag doet en hij is dol op rekenen, dus dat doet hij vaak en graag. Hij zit al boven het landelijk niveau, zegt zijn juf.

Mijn vriend Stan vindt dat ik me niet zo druk moet maken over het gebrek aan vriendschappen. Hij zegt, net als Melles juf, dat het allemaal vanzelf goedkomt. Maar dat vind ik naïef; het gaat al anderhalf jaar niet lekker. Mijn vriend zegt ook dat ik me niet druk moet maken om ‘die stomme moeders’, omdat ik mijn eigen vriendinnen heb en dus niet afhankelijk ben van hen. Stan snapt waarschijnlijk niet hoe het systeem werkt, en dat het voor je kind juist belangrijk is als het op school klikt.

Zo langzamerhand weet ik niet meer waar ik goed aan doe en hoe ik kan veranderen. Ik kan geen kinderen dwingen mijn zoon leuk te vinden, noch kan ik hun moeders overhalen mij te accepteren. Wellicht dat geduld hebben en wachten totdat er een jongen komt met wie het wel klikt, het beste is.”

Om privacyredenen zijn alle namen veranderd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Lees ook: Sylvia is ongewenst kinderloos: ‘Niet elke dag is goed, maar er zit wel iets goeds in elke dag’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.