Veel Nederlanders gebeld door nummers uit Algerije: 'Neem niet op'

Annelies: ‘Mijn kinderen klagen dat ik te veel op mijn mobiel zit’

Annelies (40) speelde vroeger eindeloos spelletjes met haar kinderen, maar daar heeft ze het geduld niet meer voor.

“Facebook en Instagram. De hockey-, school- en voetbalapp en de WhatsAppgroep van mijn gezin. Wordfeud, Candy Crush en Slither.io, mijn agenda en de ING-bank. Het zijn maar een paar voorbeelden van apps die ik dagelijks, soms bijna elk uur of zelfs om de tien minuten bekijk op mijn mobiel. Op mijn iPhone staan zeker zestig apps waar veel van mijn vrije tijd in gaat zitten. Eigenlijk hebben mijn kinderen wel gelijk als ze klagen dat ik veel te veel op mijn telefoon zit en me verslaafd noemen.

Riedeltjes en piepjes

Met een man die vaak voor zijn werk in het buitenland zit, drie kinderen, twee honden en een kantoorbaan van twintig uur zou je denken dat je op een dag niet eens de tijd hebt om te plassen of een hoofdstuk uit een boek te lezen, laat staan voortdurend op je telefoon te zitten. Toch lukt dat laatste me wel. Vraag me niet hoe, maar op de een of andere manier vind ik altijd wel even tijd om mijn Facebook te checken of een spelletje te spelen.

Toen ik reageerde op de oproep ‘Welke vrouw durft toe te geven dat ze vaak op haar smartphone zit?’ van de Vriendin-redactie, wist ik wel dat het veel was, want ik hoorde mijn kinderen vaak genoeg klagen over mijn ‘mobieltjesverslaving’, maar dacht ik eigenlijk dat het wel meeviel. Toen ik voor de grap bijhield wat ik op een dag zoal doe met mijn telefoon, schrok ik me rot. Als ik al die ‘paar minuutjes’ bij elkaar optelde, kwam ik soms wel op vier uur, twee keer zo veel als ik dacht!

Als ik ’s morgens wakker word, is dat van het gezoem van de wekker op mijn telefoon. Ik zet ’m op snooze. In de tussentijd maak ik mijn vroege ochtendrondje langs mijn favoriete apps als Facebook en Twitter. Even lezen wat er die nacht is gebeurd, mensen feliciteren met hun verjaardag, likes uitdelen en genieten van de kattenfilmpjes op de pagina’s waar ik fan van ben. Terwijl ik voor de kinderen broodtrommels klaarmaak, check ik de RTL Nieuws-app en scroll ik voor de tweede keer die ochtend langs mijn Facebooktijdlijn. Dit herhaal ik bijna om het kwartier, omdat ik ruim driehonderd vrienden heb van wie er velen dagelijks iets leuks posten.

Nu die telefoon weg

Als ik niet hoef te werken, de kinderen naar school zijn en ik de honden heb uitgelaten, nestel ik me met een kop koffie op de bank en log weer in op Facebook. Ik neem nu de tijd om langere nieuwsupdates te lezen. Zo gaat er zeker een half uur voorbij. Bij het tweede kopje koffie vermaak ik me met wat spelletjes en chat met kennissen die dezelfde spellen spelen. Als de kinderen op school zijn, doe ik het huishouden en de boodschappen. Ik ben een echte poetsmiep, maar als ik een piepje hoor, móét ik mijn telefoon checken die altijd binnen handbereik ligt. Vrijwel constant gaat het WhatsApp-riedeltje af, een teken dat er weer een nieuw bericht is in een van de vele groepsapps die ik deel met familie, school, hockey, voetbal en mijn gezin. Of het is een bericht van mijn dochter Lotte, die zegt dat ze eerder vrij is. Of van mijn moeder, die vraagt of we zondag komen eten. Of van de hockeyclub met informatie over hoe laat en waar de meiden zaterdag moeten spelen. Ik bekijk of beantwoord zulke berichten meteen, of ik nu in de rij voor de kassa sta, de hond uitlaat of op het schoolplein ben… De kinderen worden daar soms best boos om. Als mijn zoontje Timmy de klas uit komt rennen, roept hij meteen: ‘Ja hoor, mama zit weer op haar telefoon!’ Soms trekt hij het ding uit mijn handen: ‘Nu die telefoon weg, mama. Kom naar mijn tekening kijken!’”

Zo verleidelijk

“Volgens deskundigen heet mijn gedrag FOMO: Fear Of Missing Out. De angst dus dat je iets leuks mist. Dat klopt wel. Op mijn werk ligt de telefoon in een la, maar ook dan check ik bijna elk uur of er nog nieuws is. Dan doe ik een klein rondje WhatsApp-Facebook-Insta. Heel soms reageer ik met een like of snel appje. Ik wil geen gezeur, dus ik minimaliseer het wel allemaal. Maar ook thuis probeer ik het stiekem te doen, want ik krijg steeds meer commentaar van de kinderen die vinden dat ik niet goed naar hen luister, omdat mijn telefoon vaak belangrijker is. Dat vind ik natuurlijk wel echt rot om te horen. Als ik er over nadenk, hebben ze wel gelijk, ik zit er te veel op en ik zou meer tijd met mijn kids moeten doorbrengen. Maar toch, die iPhone is zo verleidelijk.

Mijn telefoon is voor mij meer dan alleen een bron van vermaak. Hij is ook een stappenteller die me vertelt of ik genoeg beweeg. Mijn routeplanner als ik ergens heen moet waar ik de weg niet ken. Hij is mijn administratiekantoor dat me helpt herinneren aan het betalen van overblijfgeld, en een agenda waarin al mijn afspraken en die van
de kinderen staan. En als ik kook, heb ik mijn telefoon daar ook bij nodig, want vaak haal ik een recept van internet. Ik moet mijn iPhone altijd voor het einde van de dag weer bijladen, want meestal heb ik om vier uur ’s middags nog maar twintig procent batterij over. En zelfs tijdens het opladen speel ik mijn spelletjes nog. Kwestie van aan de keukentafel zitten, terwijl de stekker in het stopcontact zit.

Ik kan me ook niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst een film of tv-programma heb bekeken zonder die iPhone in mijn hand geklemd te hebben. Samen met Stan, mijn man, kijk ik vaak naar Netflix. We volgen Orange is the new black. Hij doet dat liggend, zijn blik gekluisterd aan het tv-scherm. Ik kijk zittend, met een half oog, en houd ondertussen bij wat er allemaal gebeurt in de wereld en mijn virtuele vriendenkring. Stan vindt dat niet erg. Hij is alleen maar blij dat ik niet – net zoals vroeger – in slaap val op de bank als we tv-kijken. Ik houd het ’s avonds langer vol als ik ondertussen druk ben met mijn telefoon.”

‘Kaal’ zonder mobiel

“Laatst was ik met een paar buurvrouwen uit eten. We waren nog maar net in het restaurant toen ik ontdekte dat ik mijn telefoon was vergeten. Die zat nog in mijn jas die thuis lag. Vlak voor vertrek – we gingen op de fiets – vond ik het toch koud en had ik een dikker jack gepakt. Ik was glad vergeten mijn zakken na te kijken. Het klinkt echt heel erg, maar toen heb ik met de telefoon van mijn vriendin háár dochter gebeld, die ik vroeg om het nummer van Lotte, want dat kende ik niet uit mijn hoofd. Vervolgens heb ik Lotte gebeld en gevraagd mijn telefoon naar het restaurant te komen brengen. Ik wist gewoon dat ik anders een minder leuke avond zou hebben. Je wilt toch een paar leuke foto’s maken en de groep inchecken op Facebook. Maar ook bereikbaar zijn voor de oppas en de kinderen.

Zonder telefoon voelde ik me gewoon kaal. Mijn vriendinnen vonden het helemaal niet raar dat ik Lotte vroeg om mijn telefoon te brengen. Zij hadden ook allemaal hun mobiel op tafel liggen. Maar mijn kinderen vonden het wel gek. Lotte wilde eerst ook niet naar het restaurant komen, maar het argument dat ik bereikbaar wilde zijn voor hen, haalde haar over. De volgende dag kreeg ik een hoop commentaar. De meiden vonden mij ‘belachelijk’ en ‘zwaar verslaafd’. Ze waren echt boos op me.”

Geen geduld meer

“Zelf zijn die twee pubers aardig verknocht aan hun mobieltje. Lotte en Sanne zitten meer met hun neus boven op hun beeldschermpjes dan in de schoolboeken. Zelf vinden ze dat ze lang niet zo erg zijn als ik: op school mogen ze geen telefoon in de klas, ’s middags maken ze huiswerk of gaan ze sporten, ze pakken vaak hun telefoon pas na het eten. Ze zeggen dat ik meer in de echte wereld moet leven en niet steeds online moet gaan om contact te maken met mensen die ik soms niet eens ken. Ze hebben wel een punt. Als ik terugdenk aan de kleutertijd van Lotte en Sanne, schaam ik me gewoon tegenover Timmy. Met die meiden heb ik urenlang kwartet, mens-erger-je-niet en memory gespeeld. Of ik nam ze lekker naast me op de bank en ging voorlezen.

Tegen Tim zeg ik best vaak: ‘Ga maar op je iPad’ of: ‘Speel zelf maar.’ Die enkele keer dat ik met hem wel een spelletje doe, leg ik tegelijkertijd woordjes in mijn Wordfeud-app. Ik heb geen geduld meer voor dat soort dingen. Ben zo snel afgeleid. Zodra ik één van de vele piepjes en toontjes hoor – bijna elke groep of app heeft zijn eigen geluid – ren ik naar mijn telefoon.”

Leven beteren

“We hebben ooit met ons gezin afgesproken dat tussen vijf en zeven de telefoons allemaal in een speciaal telefoonkluisje gaan. Ik heb geen idee meer waar dat kluisje is, maar vaak zullen ze er niet in gelegen hebben. Die van mij zeker niet. Smartphones mogen van mij thuis tijdens het eten niet op tafel en we nemen ook niet op als er wordt
gebeld – zelfs ik heb mijn grenzen – maar ver uit de buurt zijn ze ook nooit. Na het eten zitten we meestal op een rijtje allemaal onze telefoons te checken. Behalve Timmy, die kijkt tv. Maar hij moppert ook. Dan zegt hij: ‘Mama, je moet nu met mij meekijken naar Brandweerman Sam en niet gaan Candy crushen!’

Ik praat het voor mezelf goed door te zeggen dat het me ook van de eenzaamheid afhelpt. Stan is veel van huis. Sowieso twee weekenden per maand en vaak doordeweeks nog een paar nachten. Als Timmy en de meiden op bed liggen, zit ik vaak alleen op de bank. Dan is het juist gezellig om zo veel aanspraak te hebben. Maar ik vind zelf ook
dat het een tikje uit de hand loopt. Soms zit ik ’s avonds na half negen non-stop op dat ding te turen. Laatst gaf Sanne aan dat ze meer met me wil kletsen als ze uit school komt. Nu gaat ze meestal heel demonstratief naar boven als ze bij thuiskomst ziet dat ik weer met mijn telefoon bezig ben. De kinderen hebben gelijk. Ik zie zelf ook in dat ‘mijn schermtijd’ uit de hand loopt. Ik wil mijn leven beteren. Echt. Ik ga in elk geval proberen de tijd waarop ik op mijn telefoon zit te halveren. Nu eerst maar eens een papieren agenda, ouderwetse wekker, TomTom, kookboek en een huistelefoon kopen!”

Lees ook: Judith: ‘Als hij niet afvalt, ga ik bij hem weg’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen