Gezond & mooi

Linda heeft misofonie: ‘Al die geluiden putten me uit’

Simpele, alledaagse geluiden als kauwen, hoesten en geeuwen kunnen Linda (35) hels maken. Dat is geen aanstellerij, Linda heeft een serieuze aandoening: misofonie. “Al die geluiden putten me uit. Soms heb ik zin om aan het einde van de dag iedereen in elkaar te meppen.”

Agressieve gedachtes

“In de puberteit breidde mijn afkeer van eet- en drinkgeluiden zich uit naar andere geluiden, zoals niezen, hoesten, neus ophalen, geeuwen. Lichamelijke geluiden die iedereen soms onsmakelijk vindt, riepen bij mij ongewone irritatie op, op het agressieve af. Die heftige reactie kreeg ik ook bij minder ‘beladen’ menselijke geluiden: voetstappen op de trap of in de gang. Een hese stem, een rollende r, een harde g. Het knippen of knakken met vingers. Het liefst hield ik iedereen zo veel mogelijk op afstand. Ik had wel vriendinnen, maar dat contact bleef oppervlakkig omdat ik het niet volhield om samen lang op de bank te hangen en te kletsen, zoals meiden doen. Na een tijdje werd het me te veel – de kuchjes, de lachjes, gefrunnik aan haren, gepulk aan nagels – en reageerde ik bot en snauwerig, waar niemand iets van begreep.

Ook mijn schoolprestaties leden eronder. Ik kon mijn aandacht niet bij m’n huiswerk houden, want ik hoorde altijd wel iets. Een stem op straat, de radio bij de buren, krakende plafondbalken. Nooit was er rust, nooit stilte. Ik heb eens in een snackbar gewerkt waar mensen begonnen te fluiten of neuriën als ze wachten op hun bestelling: verschrikkelijk. Toen ik ging studeren, reisde ik elke dag met de trein. Daar was altijd wel iemand die zat te eten of praten. Sodemieter op, ga alsjeblieft ergens anders zitten, wilde ik het liefst schreeuwen. Maar natuurlijk verbeet ik me. Ik voelde me schuldig over die agressieve gedachtes. Wie was ik om hier iets van te zeggen tegen iemand, ik at zelf toch ook weleens een appel?”

Harteloos kreng

“Thuis vond ik die constante kakofonie aan menselijke geluiden het zwaarst. Hierdoor gedroeg ik me onmogelijk tegenover mijn familie. Toen ik op mijn zeventiende een vriendje kreeg, zag ik kans om het geruzie thuis te ontvluchten en trok ik bij hem in. Met zijn geluiden leek ik vrij goed te kunnen dealen, maar dat bleek niet meer dan de roze bril van verliefdheid. Toen de vlinders verdwenen, begon ik me ook aan hem te ergeren. Hij was een rustige jongen met een zachte stem en snurkte nooit. Toch kon ik op den duur zelfs niet meer tegen zijn ademhaling. Ik voelde me een harteloos kreng en besloot met onze relatie te stoppen. Zo is het een paar keer gegaan in relaties. Het kon toch onmogelijk liefde zijn als ik me zo aan iemand stoorde? Het vrat enorm aan me. De negatieve energie die voortdurend door me heen raasde, de conflicten door mijn korte lontje, de mindere schoolprestaties, doodbloedende vriendschappen, verkering die steeds uitging: het was alsof alles spaak liep in mijn leven.

Ik raakte in een dip die jarenlang duurde en kwam uiteindelijk pas op mijn 32ste bij een psycholoog terecht. Die had op televisie iets over misofonie gezien en raadde me aan
dat programma te bekijken. Toen gingen mijn ogen open. Ik was geen trut die met niemand overweg kon, het waren al die geluiden die me dwarszaten. Ik ben er overgevoelig voor, zoals een ander allergisch is voor chemische stoffen. En ik ben niet de enige, begreep ik. De diagnose was een verademing.”

Hoofd leegmaken

“Ik las ergens dat er een therapie bestond om met misofonie te handelen en ik heb meteen een verwijsbrief gevraagd. Daar leerde ik een aantal technieken om de klachten te verlichten. Zo raadde de psycholoog me aan een vervelend geluid in gedachten om te buigen naar iets leuks. Van kauwen op chips probeer je bijvoorbeeld in je hoofd het geluid van knisperende sneeuw te maken. Dat vergt veel discipline en ik vond het lastig om die op te brengen, al snap ik het principe wel: mijn reactie is een bepaald spoor in mijn brein, een groef als het ware, die je door oefening kunt verleggen. Ik leerde ook dat stress een rol speelt. Hoe beter je in je vel zit, hoe meer je kunt verdragen: dat geldt voor iedereen, ook voor een misofoon. Als je gespannen bent, kun je minder goed focussen en ben je sneller afgeleid, in mijn geval door geluiden. Op advies van de psycholoog zocht ik meer ontspanning en ik probeerde meer te relativeren. Ik deed ademhalings- en ontspanningsoefeningen en ging hardlopen om mijn hoofd leeg te maken.”

Onverwacht zwanger

Ook mindfulness zou me kunnen helpen. Ik stond op het punt een cursus yoga te volgen, toen ik zwanger bleek. Ik woonde net drie maanden samen met mijn nieuwe liefde André, maar de zwangerschap kwam vrij onverwacht. De therapie verschoof naar de achtergrond en door alle hormonale veranderingen werden mijn klachten erger dan ooit. Ik was gespannen als een veer en snauwde iedereen af die in mijn buurt kwam. Als ik met een vriendin in een koffietentje zat en zij wilde een stokbroodje bestellen, werd ik bijna blind van paniek. Ik voelde me totaal overprikkeld, alsof ik op het randje van een burn-out zat.

De zwangerschap bracht ook angst met zich mee: kon ik straks wel tegen het huilen, de boertjes en smakjes van mijn baby? Gelukkig bleek mijn angst ongegrond. Fedde is nu
anderhalf jaar en ik ben er trots op te kunnen zeggen: mijn zoon is de enige in mijn leven van wie ik alles kan verdragen. Het kost me geen enkele moeite om rustig en geduldig te blijven, bij wat hij ook doet. Al geef ik toe dat hij ook gewoon een makkelijk jongetje is. Ik hoop dat ik in de toekomst zo verdraagzaam blijf, als hij gaat praten bijvoorbeeld. Van Fedde ondervind ik dus geen enkele last, maar verder zitten mijn klachten momenteel op een hoogtepunt. Naast het moederschap werk ik en ben ik bezig met de afronding van een opleiding. Dat legt alles bij elkaar veel druk op me. Om triggers te mijden, trek ik me terug. Gezellig met iemand een wijntje drinken? Liever niet, omdat ik bang ben voor de zak chips die op tafel komt. Gek genoeg kan ik prima naar een feest of festival, daar is genoeg rumoer zodat ik al die kleine menselijke geluiden niet hoor. Maar een familie-etentje met alle aanhang en kinderen? Nee dank je.”

Stressvolle periode

“Ook voor André is het pittig. De misofonie heeft wel vaker tussen ons ingestaan, maar nu ik voor het afronden van mijn opleiding een scriptie moet schrijven, is het geëscaleerd. Ik kon niets meer van hem hebben. Als hij naast me op de bank op zijn telefoon bezig was, had ik het gevoel bijna door te draaien. Mijn woede-uitbarstingen verbijsterden hem, maar inmiddels heeft André er een en ander over gelezen en hebben we afgesproken dat hij me tijdens deze stressvolle periode zo veel mogelijk met rust laat. We eten apart en vaak slaapt hij in een andere kamer, totdat mijn opleiding is afgerond. Al denk ik wel dat mijn overgevoeligheid altijd een rol zal blijven spelen in onze relatie.

Het is fijn als mensen in mijn omgeving begrip tonen. Mijn ouders weten sinds de diagnose, nu drie jaar geleden, wat er speelt. Als ik rond etenstijd langsga, zet mijn moeder haar bord opzij en eet pas verder als ik de keuken uit ben. Ook op mijn werk doen collega’s hun best om rekening met me te houden. Eén collega snijdt zelfs speciaal voor mij haar appel in stukken in plaats van erin te bijten. Dat ik nooit mee ga lunchen, hebben ze geaccepteerd. Toch vind ik het lastig om aan de andere kant van de afdeling te vragen of de radio daar zachter kan. En kan ik verlangen dat iemand zachter op zijn toetsenbord tikt? Al met al komt er op een werkdag veel binnen aan geluiden. Dat is voor mij een uitputtingsslag. Eerlijk, soms heb ik zin om aan het einde van de dag iedereen in elkaar te meppen.”

Meer rust inbouwen

“Sommige misofonen luisteren graag naar muziek via een koptelefoon om zich af te sluiten. Voor mij werkt dat niet. ’s Avonds plof ik het liefst in mijn eentje voor de tv. Dan kijk ik naar een luchtig programma dat omgevingsgeluiden overstemt. Zo laad ik weer een beetje op. Als ik straks mijn diploma heb, kan ik hopelijk eindelijk yoga doen en meer rust inbouwen. Ik geloof niet in genezing, maar ik hoop wel dat mijn klachten ooit leefbaar worden. Straks, als mijn zoon groter is, samen met mijn gezin aan tafel eten en de dag doornemen: wat zou dat fijn zijn. Die hoop blijf ik houden.”

Lees ook: Judith heeft een dysthyme stoornis: ‘Ik ben eigenlijk een heel vrolijk mens’

Foto: Marjolein Volmer

Reageer op dit artikel

rosalinda.wolf.8

🙁

Beantwoorden