7 vrouwen over hun ergste campingburen: ‘Om half acht stonden hun kinderen al voor onze tent’

Bij een camping denk je aan gezelligheid, natuur, het buitenleven en nog wat ontspanning. Maar dan sta je naast het casino of blijk je zonder het te weten een bso te runnen.


camping

© Getty Images

‘Om half acht stonden hun kinderen al voor onze tent’

Annelijn (39): “De natuurcamping in Frankrijk wat precies wat we nodig hadden: geen animatieteam, geen disco, een klein zwembadje en verder alleen bomen en een beekje. Mijn man en ik houden van rust, en onze dochters van zeven en zes zijn ook vrij snel overprikkeld. Met een boekje en emmertje vermaken ze zichzelf urenlang, dus waarom naar zo’n Spaans krijspaleis als je in de Dordogne een heerlijke vakantie hebt?

Half acht wakker

Op dag twee van onze vakantie kwam er een gezin naast ons staan. Drie kinderen, op zich gezellig, zeker toen die wel in bleken te zijn voor een potje badminton. Alleen hanteerden de ouders duidelijk een ander vakantieconcept dan wij. Zij werden om half acht even wakker, zetten de kinderen met een boterham in hun hand buiten en kropen zelf terug de tent in tot minstens negen uur. In de tussenliggende tijd – en de rest van de dag – stonden die kinderen dus bij ons, letterlijk aan de rits te peuteren. ‘Zijn jullie wakker? Mogen we tekenen? Hebben jullie hagelslag?’

Doodleuk

De eerste ochtend dacht ik nog dat het een foutje was. De derde ochtend begon ik te huilen. De volgende ochtend zat hun jongste van vier al op onze stoel met een pak koekjes dat hij uit onze voortent had gepakt toen wij ’s ochtends naar buiten kwamen. Toen ik voldoende moed had verzameld en tegen de ouders zei dat dit van mij niet per se hoefde, was het antwoord doodleuk: ‘Ach, op de camping voed je toch een beetje samen op?’ Eh… nou, nee.

Verplaatst

Na vijf dagen hebben we onze caravan verplaatst naar het enige andere veldje. Een hoop gedoe, maar toen waren we tenminste wel wat verder weg en kwamen de drie leden van onze ongewenste bso gelukkig pas na elven aansjokken.”

‘Elke nacht was het Yahtzee tot half twee’

Marlies (52): “Mijn man en ik kamperen al jaren, juist omdat we houden van simpele vakanties. Boek mee, wijntje erbij, vroeg naar bed. Vorige zomer stonden we op een camping in Zeeland naast twee stellen die overdag heel vriendelijk waren. Ze hielpen zelfs met onze luifel. Maar ’s avonds veranderden ze in een soort casino op klapstoelen. Vanaf negen uur kwam de Yahtzee op tafel. Niet gewoon gezellig een spelletje, nee: fanatiek schreeuwen bij elke worp. ‘Grote straat!’ ‘Nog één zes!’ En dan dat geratel van die dobbelstenen in een plastic beker, en steeds weer gooien op de houten tafel. Onze tent stond er nog geen drie meter vanaf en zo’n doek houdt geen geluid tegen.

Checken

De eerste avond dacht ik: laat ze, zij hebben ook vakantie. De tweede avond vroeg mijn man voorzichtig of het iets zachter kon. ‘Natuurlijk!’ riepen ze, maar vijf minuten later was het weer raak. Ik heb zelfs om kwart over één in mijn pyjama bij ze gestaan, maar toen vonden ze míj ongezellig. Bij de receptie klagen maakte het erger, nadat ze erop waren aangesproken keurden ze ons geen blik meer waardig, maar roddelden ze wel over ons, én ze bleven die stomme dobbelstenen gooien. Sinds deze vakantie check ik bij het reserveren of er ook veldjes zijn waar het na elf uur ’s avonds helemaal stil moet zijn – wel zo fijn.”

Canva1 2023 08 10t102633.198
Lees ook 8 lezeressen over vakantieflaters: ‘Er liep een autosnelweg óm de camping’

‘Tot vanavond, zeiden ze doodleuk’

Kim (35): “Op een camping in Italië raakte mijn zoon bevriend met twee Nederlandse jongens van tien en twaalf. Leuke kinderen, al waren ze nogal aanwezig. Op een ochtend stonden ze bij ons aan het ontbijt. Hun ouders waren naar een marktje, zeiden ze. Ik dacht: prima, neem een broodje, die mensen zullen zo wel terug zijn.

‘Die aardige Nederlandse mevrouw’

Rond lunchtijd waren die jongens er echter nog steeds. Ze vroegen om brood, water, zonnebrand, pleisters, een ijsje. Pas toen de jongste moest huilen omdat hij zijn moeder miste, kreeg ik door dat die ouders gewoon samen een dagje weg waren gegaan en ervan uitgingen dat het wel goed zou komen met de jongens.
Na wat doorvragen bij de oudste kreeg ik boven tafel dat ze inderdaad tegen de kinderen gezegd dat ze bij ‘die aardige Nederlandse mevrouw’ moesten zijn als er iets was. Die mevrouw was ik dus. Ik was boos, maar voor de lieve vrede zei ik niets toen die mensen terugkwamen.

‘Tot vanavond’

Tot een paar dagen later die kinderen weer met mijn zoon speelden en de ouders rond twee uur bij onze tent stonden. ‘Tot vanavond’, hoorde ik ze doodleuk tegen hun kinderen zeggen. Toen ik vroeg wat ze daarmee bedoelden zeiden ze dat ze een kerk gingen bekijken en daarna een terrasje pakken, maar daar vonden hun kinderen niets aan. Die bleven liever bij hun speelvriendje. Ik was verbijsterd, gelukkig greep mijn man in en zei dat we geen oppasservice waren. Uiteindelijk namen ze hun kinderen mee en deden de rest van de vakantie heel sarcastisch als de jongens met z’n drieën speelden. ‘Moeten we nu betalen?’ en meer van dat soort opmerkingen. Heel vreemd.”

‘Onze buren leefden in onze voortent’

Saskia (44): “Wij stonden op een gezellige familiecamping in Drenthe, zo’n plek waar iedereen met elkaar omgaat en de kinderen op één grote kluwen spelen. Dat je veel contact hebt met anderen, is daar normaal. Maar het kan ook te ver gaan.

Pubers

Naast ons kwam een stel met pubers. Prima mensen, dacht ik. Tot bleek dat ze totaal geen gevoel hadden voor grenzen. Hun wasrek stond half voor onze ingang, hun slippers lagen onder onze tafel en als zij gingen barbecueën, zweefde hun rook onze voortent in. Een keer kwam ik terug van de douche en zat de vader op onze koelbox te bellen, omdat daar ‘net even schaduw’ was. Zijn vrouw vroeg ondertussen of ze onze oplader mocht gebruiken, want hun stroompunt deed raar.

Met z’n tienen op vakantie

Ik ben best makkelijk, maar na een paar dagen voelde het alsof we met z’n tienen op vakantie waren. De druppel was dat hun puberdochter bij regen onder onze luifel ging zitten FaceTimen want het netwerk was er beter. Toen heb ik vriendelijk maar duidelijk gezegd dat onze kampeerplek geen buurthuis was. Ze keken me aan alsof ik iets heel geks zei en bleven precies hetzelfde doen. Gelukkig gingen ze vijf dagen eerder naar huis dan wij.”

camping kamperen
Lees ook 9 lezeressen over hun campingblunders: ‘Daar stond ik in mijn blote achterwerk’

‘Ik dacht dat er een wild dier in de vuilniszak zat’

Nadia (41): “In Zuid-Frankrijk stonden we op een prachtige camping, tot we buren kregen met een enorme hond. Een lieve hond, zeiden ze. Vast, maar ook een hond die de hele dag blafte, overal aan snuffelde, tegen onze voortent pieste en ’s nachts los rondliep. Als wij gingen eten, zat hij kwijlend te bedelen. Als ik iets eetbaars op tafel liet staan en even de caravan in liep, was het weg.

Geritsel en gegrom

Wij hadden onze vuilniszak hoog aan een haak gehangen, zoals dat hoort tegen mieren en katten. Midden in de nacht hoorde ik geritsel en gegrom. Ik dacht oprecht dat er een vos of zwijn naast de tent stond. Of een beer, die ik in mijn angst ineens levendig voor me zag. Mijn man deed, gewapend met een zaklamp, de rits open en daar stond die hond, die de vuilniszak aan flarden had gescheurd. De plek lag bezaaid met viezigheid die we midden in de nacht stonden op te ruimen. De volgende ochtend zei de eigenaar: ‘Ja, hij is nogal nieuwsgierig.’ Toen de hond ook nog de knuffel van mijn dochter meenam en half afgekloven terugbracht, was ik er klaar mee. We hebben geklaagd bij de receptie. Toen moest de hond aan de lijn en bleef de eigenaar boze blikken naar ons sturen.”

‘Woedend van ergernis zat ik ze weg te wensen’

Karina (44): “Het begon gezellig, zoals dat gaat op campings. Onze kinderen sloten op vakantie in de Ardèche een campingvriendschap met andere Nederlandse kinderen en speelden de hele dag. Op het strandje raakten mijn man en ik aan de praat met de ouders, die twee laantjes bij ons vandaan stonden. We haalden wat Apérolletjes bij de strandbar, wisselden over en weer verhalen uit en bleken een verrassend goede klik te hebben.

Rode vlag

Toen de volgende dag de uitnodiging kwam om bij hen aan te sluiten voor de barbecue, zeiden we dan ook ja. Die avond viel het me wel op dat ze het voornamelijk hadden over al hun campingvriendschappen van de afgelopen jaren, en hoe veel dat er waren en dat ze zelfs met sommige vrienden het jaar erop op dezelfde camping hadden afgesproken. En het aantal Fransen op de huidige camping viel tegen, dat waren er te veel – iets wat ík juist prettig vond, ik hoef niet tussen alleen maar Nederlanders te staan. Ik had toen de rode vlag moeten zien: deze mensen lééfden voor het maken van vakantievrienden. En ik hou juist ook van mijn rust.

Nooit meer weg

Uit beleefdheid deden we een tegenuitnodiging voor een barbecue bij ons, ook al vond ik het wel een beetje intens allemaal. Want overdag op het strand of bij het zwembad kwamen ze bij ons zitten, in het restaurant sloten ze ongevraagd aan en als ze ook maar even de kans zagen, stelden ze gezamenlijke activiteiten voor. Wij zeiden daar nee op, maar dan doken ze toch op bij onze kanotocht. Die avond bij ons was echt een verschrikking, ze gingen namelijk nooit meer weg. Na half elf vind ik het wel mooi geweest, maar deze mensen bleven doodleuk tot een uur zitten. Woedend zat ik in ze gedachten weg te wensen. Gelukkig kwam de beveiliging langs om te vragen of we de avond wilden beëindigen, er was kennelijk geklaagd. Dat snap ik wel, want vooral die man praatte heel hard. Toen stelden ze voor om ín onze caravan verder te borrelen. Het kostte nog moeite om dat te voorkomen.

Elke avond

We hadden nog een week te gaan en ik overdrijf niet als ik zeg dat ze íédere avond voor onze caravan stonden – zelfs als we uit eten waren geweest, doken ze meteen daarna op. De zin ‘drankje, buuf?’ kan ik nog steeds niet hóren. Mijn man en ik zijn beiden niet zo van de confrontaties, dus zaten we nog een paar keer zo’n vreselijke avond uit. Gelukkig hadden we onze vakantie over twee campings verdeeld, dus na die week konden we weg. Toen vroegen onze nieuwe vrienden nog waar we heen gingen – dan konden zij ook verhuizen. Ik heb ze het adres van een heel andere camping gegeven. Geen idee of ze gegaan zijn.”

‘Elke dag was het oorlog’

Petra (47): “Dat je op een camping geluid om je heen hebt, dat moet je accepteren. Tenzij je een natuurkampeerplaats in de rimboe boekt, maar mijn vrouw en ik houden van campings waar je wel je rust kan vinden, maar waar ook genoeg te doen is. Dat is ook een stuk leuker voor onze puberdochter, die zich anders stierlijk verveelt.

Allemaal aangehoord

Zo’n camping vonden we in Les Landes, niet ver van de zee. Het was een heerlijke vakantie tot na een dag of vijf naast ons een stel zonder kinderen de tent opzette. Mooi, dacht ik nog, geen huilende baby’s of krijsende peuters. Little did I know. Want of dit stel nu gewoon een expressieve manier van communiceren had of dat de relatie aan een zijden draadje hing, dat weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat ze het over bijna niks eens konden worden en dat één blik of woord genoeg was om zo’n beetje elke dag een oorlog te ontketenen. En met een tentdoek als barrière, kan de halve camping meegenieten. Er werd geschreeuwd, gekrijst, gehuild, gesnauwd. Het ging over geld, schoonfamilie, wie te veel had gedronken, iets met een affaire uit het verleden, iets met de toon waarop de ander praatte, wie nooit iets deed en wie juist alles – we hebben het in acht dagen allemaal gehoord.

Ronduit gênant

Een keer werd er zelfs met een pan gegooid, ik weet niet door wie. Het vreemde was dat zij moeten hebben geweten dat wij alles konden horen, maar na een halve nacht ruziemaken zaten ze de volgende ochtend aan het stokbrood alsof er niets was gebeurd. En zeiden ze allebei heel vriendelijk goedendag. Ik moet toegeven dat ik het de eerste paar keer nog wel geestig vond. Altijd prettig om te merken dat het bij een ander ook niet allemaal koek en ei is. Maar na twee dagen begon het me te vervelen en daarna werd het ronduit gênant. Irritant ook, dat geschreeuw als je zelf een boek probeert te lezen. Het fijne was wel dat ik mijn vrouw ineens weer erg leuk vond. Ze gooit immers geen pannen naar me.”

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Mariette