Lezeressen over dat leugentje om bestwil: ‘Ik doe alsof in de slaapkamer’
Iedereen liegt weleens. Soms om een ander niet te kwetsen, soms om het leven een beetje makkelijker te maken. Deze vrouwen doen een kleine (of iets grotere) bekentenis. “Dat orgasme? Ik doe alsof.”
‘Ik breng mijn dochter naar de opvang om series te kijken’
Denise (34): “Officieel werk ik vier dagen, maar bijna altijd heb ik op vrijdagochtend nog zó veel te doen. Mijn werk als accountmanager is gewoon erg versnipperd over de week en als je je agenda niet van negen tot vijf kan inplannen, moet je flexibel kunnen zijn. Dat betekent dat ik ook op vrijdagochtend gewoon beschikbaar moet kunnen zijn en aangezien er een hartstikke leuk salaris tegenover staat, moet je daar niet te moeilijk over doen.
Ziehier, alle argumenten die ik heb gebruikt om de halve dag opvang op de vrijdag te verantwoorden. Vooral richting mijn man en de buitenwereld, want zelf weet ik heel goed dat ik op die vrijdagochtend vrijwel nooit werk. Maar ik heb die tijd wel keihard nodig om bij te komen van een week vol drukte, afspraken, offertes maken, vergaderingen en noem het maar op. Als ik op vrijdag dan de hele dag met mijn tweejarige dochter ben, blijft er geen enkele tijd meer over voor mezelf. En dus houd ik mijn eigen verhaaltje over de werkdrukte die dag lekker in stand en installeer mezelf vrijwel iedere week op de bank met een kop koffie in mijn ene en de afstandsbediening in de andere hand. Emily in Paris, Bridgerton, ik heb ze allemaal al gebinget. Meestal stuur ik voor de vorm om half twaalf nog wat mails om daarna naar de opvang te racen voor mijn dochter. Die een heel leuke, uitgeruste moeder te zien krijgt, en dat is ook wat waard.”
‘Nee, geen idee waarom alles dood is’
Paula (49): “Het was zijn grote droom: een moestuin. En dus vloog mijn man eropaf toen er op het tuinencomplex bij ons in de buurt een plekje vrijkwam. Ik baalde intussen als een stekker, want ik wilde helemaal geen moestuin maar voorzag wel dat dit project hem al snel boven het hoofd zou groeien en dat ik er dan deels voor zou opdraaien. En zo geschiedde.
Zeker in de zomermaanden is een moestuin veel meer werk dan mensen denken. En dat werk dat doe ik, in tegenstelling tot wat ik beweer, niet altijd. Afgelopen zomer moest mijn man vijf dagen per week werken. Ik ook, maar ik werk vanuit huis en dus kon ik volgens hem makkelijk elke dag even langs de tuin om water te geven, te wieden en nog allerlei dingen te doen waar ik helemaal geen zin in heb én geen tijd voor heb. Want thuis werken is niet rondlummelen, maar dat krijg ik mijn man niet uitgelegd.
Halfslachtig water
Een week lang ben ik de discussie aangegaan, daarna was ik er klaar mee. En beweerde ik vrolijk dat ik heus elke dag water was gaan geven, ja óók de plekken die met de gieter moeten omdat de tuinslang niet lang genoeg was. In werkelijkheid ging ik om de dag even die kant op, knipte wat weg, gaf halfslachtig water en trok wat onkruid en dan, hup, zo snel mogelijk weer naar huis.
Alleen, dat begon je dus na een paar weken te zien. Langzaamaan werden allerlei planten geel of gingen dood. Mijn man snapte er niets van. Ik ook niet, ik stond er een beetje bij te kijken en mijn hoofd te schudden en zei dat ik ook geen idee had waarom alles dood was. Gelukkig voegde zich een moestuin-buurman bij ons en die kwam met een wild verhaal dat de ronde deed: dat vandalen bezig waren geweest in het tuinencomplex, met gif. Mijn man sprong daar meteen op in: dát moest het zijn. Mijn man knakte zo’n beetje toen hij zijn plantjes zo zag en ik voelde me meer dan schuldig. Nadat de ergste schade was hersteld, ben ik elke dag keurig naar de tuin gegaan en heb liters water gegeven.”
‘Anders vind ik het sneu voor hem’
Lotte (41): “Mijn man en ik hebben een goed huwelijk, maar seks is bij ons niet altijd even spannend meer. We zijn twintig jaar samen, hebben twee kinderen en een druk leven. We doen het heus wel en ik beschouw eens per week als het minimum, dus ook al hebben we geen zin, we gaan ervoor. Maar soms heb ik gewoon geen zin om er een half uur of langer werk van te maken. Dan acteer ik alsof ik het allemaal heel spannend, opwindend en geweldig vind, terwijl dat in werkelijkheid niet per se zo is. Niet dat ik er niks aan vind of het met tegenzin doe, maar soms kom ik niet zo in de stemming dat de vonken er daadwerkelijk af vliegen. Klaarkomen is dan ook een lastig verhaal, áls het al zou lukken zou het echt heel lang duren. Maar dat vind ik sneu voor mijn man, want hij doet echt zijn best en dan is het net alsof ik er niets aan vind. Dus doe ik alsof of ik overdrijf een heel klein orgasmetje tot een spektakel van jewelste. Vroeger vond ik dat ik altijd eerlijk moest zijn, maar inmiddels denk ik: zo’n toneelstukje kan ook een vorm van liefde zijn. Hij voelt zich goed, ik kan daarna lekker slapen en niemand heeft er last van.”
‘Het was weer druk op de weg’
Sandra (34): “Mijn werkdag eindigt meestal rond vijf uur en ik woon maar twintig minuten van kantoor. Daarom is het best gek dat ik regelmatig pas rond half zeven of nog later thuiskom. Mijn gezin denkt dat ik moest overwerken of dat het ontzettend druk was op de weg, maar in werkelijkheid rijd ik dan eerst nog even ergens anders heen. Soms naar een winkelcentrum om rustig rond te neuzen, soms naar een parkeerplaats aan het water waar ik gewoon een tijdje naar muziek of een podcast luister.
Thuis wachten dan mijn man of, op haar oppasdag, mijn moeder én mijn tweeling van twee jaar. Ik ben stapelgek op mijn kinderen, maar zij zorgen er wel voor dat ik, als ik na een werkdag thuiskom, meteen aan de tweede shift kan beginnen. Dan is het twee hangry peuters managen en eten geven, opruimen, de kinderen in bad, de was nog even tussendoor en als ik geluk heb, is de puber van mijn man er en word ik ingeschakeld als werkstukmaker of huiswerkbegeleider. Wég avond.
Nee, dan pak ik liever mijn rustmoment voor die tijd. Ik doe het echt niet elke dag, maar gemiddeld eens per week. Die tijd alleen voelt als pure luxe, in de stilte en met niemand die iets van me vraagt. Misschien zou ik gewoon tegen mijn man moeten zeggen dat ik tijd voor mezelf nodig heb, maar als ik het uitspreek, klinkt het weer zo egoïstisch. Dan houd ik het liever op drukte op de weg en geniet van mijn tijd alleen.”
‘Ik ben een slapend lid’
Marieke (36): “Tegen mijn vriend zeg ik drie keer per week dat ik naar de sportschool ga, maar in werkelijkheid ben ik, zoals dat heet, een slapend lid. Ik heb een abonnement, maar ga zelden daadwerkelijk naar binnen. Ik kan het gewoon niet opbrengen, naast mijn werk, het moederschap, een zieke vader voor wie ik mantelzorg. Ik heb wél een schreeuwende behoefte aan me-time, en dan maar geen strakke buik. Je kan je afvragen waarom ik niet gewoon thuisblijf, maar mijn vriend sport zich helemaal suf – gelukkig bij een andere fitness dan ik – en blijft maar roepen hoe goed het voor je is en dat ik het echt moet doen. Dat is de eerste reden en wat ook meespeelt: dit is de ideale manier om mijn snor te drukken van de dagelijkse beslommeringen. Ik rijd naar de gym, parkeer de auto en blijf lekker zitten scrollen op mijn telefoon of ik kijk een serie. Of als het overdag is, loop ik naar binnen bij de koffietent naast de sportschool en bestel ik een heerlijke chai latte voor mezelf – die ik cash betaal, want wij hebben een gezamenlijke rekening. Ik zit dan wel in mijn sportlegging en heb een proteïnereep in mijn tas, dus technisch gezien líjk ik sportief. Mijn vriend vindt het geweldig dat ik zo gedisciplineerd ben. We vinden het dan ook allebei heel gek, en sneu voor mij, dat al dat sporten nog niet tot een sixpack heeft geleid.”
‘Ik mompel iets over een recept’
Anouk (39): “Mijn schoonfamilie vindt het fantastisch dat ik zo goed kan koken. Vooral mijn beroemde lasagne wordt altijd geprezen. Maar wat zij niet weten: de heel bijzondere lasagne, komt gewoon uit de supermarkt. Ik haal een koelverse variant, doe hem thuis in mijn eigen ovenschaal met wat extra kaas en zet hem op tafel alsof ik uren in de keuken heb gestaan. Iedereen vraagt altijd om het recept. Dan mompel ik iets over ‘een beetje van dit en dat, en koken op gevoel’. In het begin voelde ik me daar schuldig over, maar inmiddels vind ik het bijna komisch. Mijn man weet het trouwens wel en die lacht zich altijd kapot als zijn moeder weer zegt dat je gewoon écht proeft dat de saus zelfgemaakt is.”
‘Mijn collega’s hebben geen idee’
Iris (48): “Mijn man denkt dat mijn baan als managementassistente erg hectisch is. En eerlijk gezegd laat ik hem dat ook denken. Ik werk drie dagen per week op kantoor en zeg regelmatig dat ik moet overwerken of nog een vergadering heb. In werkelijkheid ga ik vaak gewoon even in een restaurantje lunchen of een rondje door de stad lopen. De nagelsalon en botox doe ik ook onder werktijd en als het mooi weer is, pak ik een terrasje en lees een boek. Dat kan vooral makkelijk als mijn baas er niet is en laat hij nou net elke maand minstens een week in een van onze buitenlandse kantoren bivakkeren. Het maakt hem trouwens ook niet echt uit, zolang het werk gedaan wordt, klaagt hij niet. Als ik niet mijn me-time onder werktijd zou pakken, zou ik gewoon een of twee uur eerder naar huis gaan.
Maar dat doe ik niet, want daar staat altijd wel een me-time-slurper klaar, in de vorm van mijn man of een van onze kinderen. Toen de kinderen kleiner waren, stond ik altijd voor iedereen klaar: werk, huishouden, sportclubjes. Ik voelde me op een bepaald moment compleet opgebrand. Dat wil ik niet meer. De kinderen zijn nu groter, maar mijn man blijft veeleisend. Als ik eerder thuis zou zijn, wat prima zou lukken als ik niet overdag allerlei andere dingen zou doen, zou hij verwachten dat zijn was gedaan is en het huishouden op orde, want híj kan dat niet doen, met zijn vijftig uur per week-baan. In plaats van de discussie aan te gaan, verschuil ik me achter zíjn favoriete excuus: werk. Dat scheelt een hoop gedoe en ik kan lekker opladen.”
‘Ik lees online wel een samenvatting’
Kim (35): “Mijn vriendinnen hebben een soort boekenclub en daar praten ze altijd enthousiast over romans. Ik wil wel lid zijn van de club, omdat ik niet als enige níét lid wil zijn, snap je? Maar ik hou helemaal niet van lezen, of in elk geval niet van veel lezen. Dus lees ik online een samenvatting van de te bespreken roman en doe alsof ik die van voor naar achteren heb gespeld. Werkt prima, ik kan altijd meepraten. ‘Ja, dat einde was echt onverwacht!’ zeg ik dan. Of: ‘De ontwikkeling van de hoofdpersoon vond ik erg goed beschreven.’ Dat laatste kan je trouwens altijd bij elk boek zeggen, en nooit is iemand het niet met me eens. Weet je, lezen vind ik gewoon moeilijk om vol te houden, maar ik wil ook niet dom overkomen. Dus dit is een mooie middenweg.”
‘Echt een plaatje, zei ik’
Tine (59): ‘Onlangs werd mijn vriendin Hinke oma. Ik ben echt heel blij voor haar, ze heeft er zó naar uitgekeken. De foto’s van de baby bewonder ik dan ook met veel ooo’s en aaa’s, maar ik moet zeggen: die moet ik echt uit mijn tenen laten komen. Het is echt niet aardig, maar je hebt knappe baby’s en je hebt… de kleinzoon van Hinke, zal ik maar zeggen. Het mannetje woog ruim negen pond bij de geboorte, deed me erg aan een opgeblazen aardbei denken en heeft na vier maanden nog steeds een permanente frons die hem niet mooier maakt. Ik ga uiteraard naar de hel omdat ik dit soort dingen alleen maar dénk, maar het is gewoon zo. De eerste keer dat Hinke een foto liet zien, moest ik bijna lachen. Maar ik zei: ‘O, wat een plaatje…’ Dat was ook zo, het ís ook een plaatje. Maar wel een vrij bijzonder plaatje.”
‘Ik doe alsof ik luister’
Esther (46): “Mijn man kan eindeloos praten over zijn werk. Over collega’s, projecten, cijfers… Anders dan andere mannen is hij ook erg van het vermelden van allerlei details, die niet per se heel boeiend zijn. Soms luister ik echt, maar soms ook totaal niet. Dan knik ik gewoon op de juiste momenten en zeg ik dingen als ‘oh ja’ of ‘dat snap ik wel’. Ondertussen denk ik aan wat we morgen gaan eten of dingen die ik nog moet regelen. Hij merkt het gelukkig zelden. En eerlijk gezegd denk ik dat hij het zelf ook wel eens doet als ik over vriendinnen roddel. Misschien is dat gewoon een van de geheimen van een lang huwelijk.”
Om privacyredenen zijn de namen gefingeerd.
Foto: Getty Image
LEES OOK

Uit andere media