Tessa verhuisde voor haar hardloopavonturen: ‘Als ik in de bergen ben dan is alles goed’
Nadat ze een paar marathons had gelopen, wilde Tessa Caspers (33) meer. Véél meer. Rennen in de bergen stal haar hart, ze verhuisde er zelfs voor naar Zwitserland. En de afstanden werden steeds groter; ze doet nu runs van honderden kilometers!
Eerste marathon
“De eerste keer dat ik over de finish kwam bij een marathon, deed ik dat huilend. Een klein beetje van pijn, maar vooral van geluk en blijdschap. Het voelde zó goed dat ik het had gered. De eerste helft had ik zo’n beetje fluitend volbracht, zwaaiend naar bekenden in het publiek. De tweede helft was het een stukje zwaarder. Maar uiteindelijk had ik vooral enorm genoten. En wist ik: dit was niet mijn laatste marathon.
Drie jaar eerder stond ik zelf als toeschouwer bij de finish van de marathon in Rotterdam, mijn woonplaats. Ik vond het fascinerend dat mensen dat konden, 42 kilometer rennen. Zelf was ik, nadat ik jarenlang had geturnd, op zoek naar een nieuwe sport en hardlopen leek me wel wat. Ik begon, maar vond het niet per se leuk. Ik liep telkens veel te hard en was dan op de hoek van de straat al moe. Maar als zo veel mensen een marathon konden uitlopen, moest het mij ook wel lukken om vijf kilometer te rennen. En tja, als ik vijf kon lopen, dan moest ik ook wel tien kunnen, toch? Zo ging ik langzaam verder tot ik drie jaar later mijn eerste hele marathon liep.”
Steeds verder
“Nadat ik vier keer de marathon van Rotterdam had gelopen, wilde ik verder. Een vriend van mij trainde triatleten en ging mij coachen naar mijn eerste zestig kilometer. Dat betekent niet dat je tijdens de trainingen al zestig kilometer rent, maar dat je gaat trainen om na 42 kilometer nog genoeg energie over te hebben voor meer. De eerste keer dat ik aan een trailrun – over onverharde paden – meedeed, was bij Castricum, door de duinen, echt geweldig. Bij elke stap die ik zette na de 42 kilometer, voelde ik me zo blij: ik ben nu verder dan ooit en ik ren nog steeds. Daar haalde ik energie uit. En natuurlijk heb je het soms zwaar of heb je ergens pijn, dat is onvermijdelijk. De truc is dat je je niet uit het veld laat slaan. Ik geloof echt dat je een trailrun vijftig procent op fysieke kracht doet en vijftig procent op mentale kracht. Ik denk nooit: dit is zo zwaar. Ik begin met de instelling: ik ga dit doen, ik kan dit. Ook als ik het nog nooit heb gedaan.
Meditatie
Twee keer in mijn leven heb ik een ‘vipassana’ meditatie gedaan, wat inhoudt dat je tien dagen in stilte mediteert. Daar leer je om alles wat er in je leven gebeurt te aanvaarden én dat alles wat je voelt ook weer voorbijgaat. Dat pas ik toe tijdens het ultralopen: nu doet het pijn, straks is dat weer voorbij. Ik denk ook nooit aan hoe lang ik nog moet, hooguit aan hoe ver de volgende verzorgingspost is. Want vijf of tien kilometer is altijd te overzien. En verder leid ik mijn gedachten af door me te richten op hoe mooi de omgeving is of hoe gaaf het is dat ik aan zulke toffe races kan meedoen. Dan voel ik me heel gelukkig.”
Naar Zwitserland
“Na mijn eerste ultrarun liep ik het jaar erna 75 kilometer en een jaar later honderd. In datzelfde jaar rende ik voor het eerst een race in Zwitserland, de Eiger trail van 51 kilometer. Dat was zó mooi, dwars door de bergen. Ik ging nadenken: met mijn diploma voor operatieassistente zou ik ook in Zwitserland kunnen werken. In mijn vrije tijd zou ik dan vaak in de bergen kunnen zijn… Vier jaar geleden hakte ik de knoop door: ik verhuisde naar Zwitserland. Tijdens het maken van mijn plannen kreeg ik alleen wel verkering. Gelukkig wilde mijn vriend ook wel verhuizen, dus woonden we uiteindelijk samen in Chur. Helaas is onze relatie nu voorbij, maar we wonen nog steeds samen. Als vrienden kunnen we prima met elkaar overweg.
Draai gevonden
Inmiddels heb ik mijn draai hier gevonden. Ik werk 34 uur per week in het ziekenhuis en daarnaast ben ik zo veel mogelijk buiten. Gemiddeld loop ik in de winter acht uur per week hard door de bergen, in de zomer soms wel vijftien uur en daarnaast doe ik aan skiën en langlaufen – zeker sinds ik een nieuwe relatie heb, met een Zwitser die skiën als grootste hobby heeft. Mensen vragen zich weleens af hoe ik daar tijd voor heb naast mijn baan, maar dat is vooral een kwestie van prioriteiten stellen. Het voordeel van emigreren is dat je je leven opnieuw kan indelen. In Rotterdam had ik een veel groter sociaal leven dan hier. Ik houd het bewust klein en als ik bijvoorbeeld na mijn werk nog met een vriendin ga eten, zeg ik: ik ga tussendoor wel een uurtje rennen. Vaak heb ik daarna nog meer energie ook.”
Bergop, bergaf
“De eerste jaren dat ik in Zwitserland woonde heb ik een paar marathons gelopen door de bergen, dus met veel hoogtemeters – dat is een optelsom van alle meters die je stijgend aflegt. Bergop en bergaf rennen is natuurlijk anders dan op plat terrein lopen. Het was wennen, maar inmiddels vind ik lopen door de bergen juist minder zwaar. Als je op asfalt loopt, krijgen je knieën bij elke stap dezelfde klap te verwerken. Hier is de ondergrond vaak zacht en omdat je omhoog en omlaag gaat, zijn de bewegingen en je tempo niet de hele tijd hetzelfde.
Langere run
Naast die marathons begon het weer te kriebelen om een langere run te doen. In het tweede jaar dat ik hier woonde, deed ik mee aan een run van honderd kilometer, met zesduizend hoogtemeters. Onder ultralopers is echter niet de honderd kilometer maar de honderd mijl ‘een ding’, zeg maar, dus besloot ik: dat wordt mijn volgende stap. Ik schreef me in voor een race in Wallis: 170 kilometer, 11.500 hoogtemeters. Zó gaaf. Ik heb er zo’n veertig uur over gedaan, zonder slapen. Natuurlijk was het op sommige momenten zwaar, maar daar kom je wel doorheen. Als ik het lopen in het donker lang vond duren, dacht ik bijvoorbeeld: over twee uur komt de zon op, daar heb ik zin in. En dan kom je altijd weer over zo’n punt heen. Uiteindelijk heb ik er vooral van genoten.”
Urenlang wandelen
“Tien jaar geleden las ik een boek, Wild van Cheryl Strayed, over een vrouw die een wandeling van zeventienhonderd kilometer door Amerika maakt. Al die jaren was in mijn hoofd blijven zitten dat ik ook een keer zo’n soort wandeling wilde doen. Ik ben ook bergwandelgids en weet hoe heerlijk het is om urenlang door de bergen te wandelen, gewoon je rugzak op je rug en in de natuur zijn. Maar een paar uur is nog iets anders dan een paar dagen. Toen ik hoorde van het bestaan van de Via Alpina, een langeafstandswandelroute van tweeduizend kilometer van Triëst in Italië via acht landen naar Monaco, was ik meteen gegrepen. Die wilde ik wandelen, alleen zou dat erg veel tijd in beslag nemen. Het kon natuurlijk ook rennend… Ik besprak met een vriendin van mij, Kyra, dat dit in mijn hoofd zat. Zij bood meteen aan om met mij mee te gaan om me te helpen.
Haalbaar
Van een onmogelijk idee werd het toen ineens haalbaar, omdat zij een Landrover Defender met een daktent heeft: zij kon eten, drinken en spullen meenemen en ’s nachts konden we in haar auto slapen. We begonnen een planning te maken: zo veel kilometer per dag, rustig aan, als we op een mooi plekje waren konden we daar een dagje chillen. Maar toen kreeg ik via Instagram een berichtje van een Duitse trailrunster. Ze wist dat ik plannen maakte om de Via Alpina hardlopend af te leggen en vond het leuk om te laten weten dat zij met een vriendin hetzelfde ging doen. Zij wilden dat zo snel als ze konden doen en daarmee de zogenaamde fastest known time voor vrouwen op hun naam zetten. Die FKT is nogal een ding onder ultralopers, het is een website met daarop alle geregistreerde records op bepaalde routes. De Via Alpina voor vrouwen stond er nog niet op. En tja, toen kwam er ineens een competitievlammetje bij ons naar boven. Zou het niet een mooie uitdaging zijn als ik die FKT op mijn naam zou zetten? Vooral ook omdat die Duitse meiden het veel beter voor elkaar hadden dan ik: een camper van zeven meter, veel sponsors. Kyra en ik waren gewoon twee vriendinnen op avontuur, met een paar weken onbetaald verlof. Voor mij was het belangrijkste dat ik de Via Alpina zou lopen, ik wilde dat heel graag doen, gewoon voor mezelf. De snelste tijd zou echt een bonus zijn, maar wel eentje waar ik voor wilde gaan.”
Wilde zwijnen
“En dus vertrokken Kyra en ik op 6 juli 2025. We wisten natuurlijk de route en hadden eten en drinken en verder zouden we onderweg wel zien hoe het ging. We waren goed genoeg voorbereid, maar niets in vergelijking met die Duitse meiden. Maar vanaf dag één ging het echt heel goed. Elke dag vijftig kilometer rennen leek vooraf wel ambitieus, maar in de praktijk was het goed te doen. Vaak stond Kyra halverwege de dag langs de route om mij van eten en drinken te voorzien – zij kwam met de auto via een andere route, ik rende over bergpaden – en dan liep ik later in de middag nog een etappe. Natuurlijk was het ook zwaar af en toe, vooral omdat het weer slecht was. Als je voor de vijfde dag op rij in de stromende regen wakker wordt in je tent en je moet je natte schoenen weer aan, gaat het plezier er wel vanaf. Maar dan helpt ook weer: aanvaarden. Je verandert het weer niet, je kunt alleen maar doorrennen en weten dat die zon op een bepaald moment echt wel weer gaat schijnen. En dat je achteraf kunt terugkijken op zo veel mooie momenten en zo veel avonturen.
Ook op spannende avonturen, trouwens. De laatste nacht voor de finish heb ik de hele nacht doorgelopen om mijn tijd nog wat beter te maken. In het donker hoorde ik gewroet aan de ene kant van het pad. Het is heel erg donker en er zijn prachtige sterren, maar die geven niet genoeg licht om te kunnen zien wat er in de struiken gebeurt. Ik bleef staan en hoorde toen ook aan de andere kant van mij geritsel en ineens wist ik het: wilde zwijnen! Uiteindelijk kon ik met mijn hoofdlamp zien wat er aan de hand was: aan de ene kant van het pad stonden jonge zwijntjes, aan de andere kant hun moeder… Dus ja, dan heb je wel een probleem, ik ben niet vaak zo bang geweest. Ik ben maar gewoon zo hard mogelijk gaan rennen in de hoop dat ze dat niet achter me aan zouden komen. Ook al had ik al heel wat kilometer in de benen, ik bleek nog best een goede sprint te kunnen maken. Gelukkig volgden de zwijnen me niet.
De volgende dag finishte ik in Monaco – 38 dagen, 2 uur en 54 minuten nadat we vertrokken waren. Daarmee staat de FKT op mijn naam, de Duitse meiden hebben er mede door blessures vijftig dagen over gedaan. Onderweg hebben we ze trouwens nog ontmoet en hebben we heel gezellig met ze zitten kletsen.”
Aanslag op je lichaam
“Na de Via Alpina heb ik wel even nodig gehad om bij te komen. Het is natuurlijk wel een aanslag op je lichaam. De eerste weken heb ik gewoon gerend als ik er zin in had, niet te veel, niet te lang. Inmiddels kijk ik natuurlijk wel weer vooruit naar andere trailruns. Die in Innsbruck komt eraan, ik heb er nog eentje van 140 kilometer op Mallorca op de planning, ook door de bergen. En stiekem kijk ik ook naar de Ultra Trail du Mont Blanc, een route van 170 kilometer rond de Mont Blanc. Dat is het grootste trailevenement van Europa. Een mooie uitdaging, maar eigenlijk vind ik dat grootschalige niet per se het leukste. Dus misschien doe ik het ook wel niet en richt ik me op de kleinschalige evenementen. Als ik maar in de bergen ben, dat is het belangrijkste. Daar is het gewoon… tja, hoe kan ik het uitleggen? Als ik in de bergen ben, lijkt het of niets anders er meer toe doet. Alles is dan goed. De natuur is machtig en zelf ben je ineens heel klein. Dat vind ik een prettig gevoel. En hoe vaak je ook loopt of rent of skiet, geen dag is hetzelfde. Het uitzicht is altijd anders en vaak zo mooi dat je er stil van wordt. En weet je wat ook fijn is? Als je zo’n lange tocht door de bergen maakt, zijn er maar weinig dingen waar je over na hoeft te denken, behalve over hoeveel eten en drinken je nog hebt, wat de route is en wanneer het donker wordt. Het leven wordt op zo’n moment heel simpel.”
Wil je Tessa’s hardloopavonturen volgen? Dat kan op Instagram @tessacaspers
Foto: privébezit
LEES OOK

Uit andere media