Joan vond haar biologische vader: ‘Dat ik hem nu kan vergeven, heeft mijn leven veranderd’

De jeugd van Joan (27) was een aaneenschakeling van pleeggezinnen en opvangplekken. Haar moeder was een drugsverslaafde die niet voor haar kon zorgen. Toen haar moeder overleed, besloot Joan op zoek te gaan naar haar biologische vader. Hij verwelkomde haar in zijn leven en dat geeft troost.


vader dochter
Mijngeheim

Net als Vriendin brengt ook Mijn Geheim de allermooiste persoonlijke verhalen, die we hier graag elke week met je willen delen.

Meer verhalen die raken? Abonneer je op Mijn Geheim!

Herboren

“Op mijn tiende, toen ik bij mijn pleegouders ging wonen, werd ik herboren. Bij hen begon mijn leven eigenlijk pas echt. Ik werd er het kind dat ik al jaren had moeten zijn, en kreeg daar alle ruimte toe. Terwijl andere meiden op die leeftijd hun poppen al aan de kant leggen, haalde ik alle verloren tijd met speelgoed in. Ik had dat tot dan toe nooit gehad.

Ik werd geboren in een ziekenhuis dat mijn moeder maar ternauwernood wist te halen. Toen de weeën begonnen, lag ze in een steeg bij te komen van een heroïne-rush. Een oplettende passant zag dat haar vliezen waren gebroken en heeft een ambulance gebeld. Een paar uur later zag ik het levenslicht.

Afkicken

De eerste maanden van mijn leven moest ik afkicken van het drugsgebruik van mijn moeder en bracht ik afwisselend door in het ziekenhuis en bij een crisisopvanggezin. Daarna ging ik van opvang naar opvang. De eerste herinneringen die ik heb, zijn van toen ik een jaar of vijf was en weer bij mijn moeder woonde. Ze was afgekickt en had langzaamaan de zorg over mij weer op zich genomen.

Die eerste herinneringen zijn aan drommen mensen in de huiskamer. Ik hoor muziek, zie lachende gezichten en voel vingers die in mijn wangetjes knijpen. Het klinkt gezellig, maar ik heb er geen blij gevoel bij. Later begreep ik dat het altijd onrustig was thuis en dat mijn moeder haar oude kringetje van gebruikers en alcoholisten nooit écht had afgezworen. Ik herinner me ook dat ik niet veel had om mee te spelen, behalve een kussentje waarop een hondje stond afgebeeld. Iemand had er een touw aan vastgeknoopt en zo liet ik ‘mijn hondje’ uit.

Grote mist

De jaren daarna zijn één grote mist. Pleeghuizen, ziekenhuizen, hulpverleners, ze wisselden elkaar af. Ik overleefde door níét na te denken, níét te voelen, níéts te wensen en vooral ook niet te dromen. Ik ademde, at en trok zo nu en dan schone kleren aan. Dat deed ik kennelijk zo goed, dat het lang duurde voor opviel dat het niet goed met mij ging. Juffrouw Kate van groep 7 heeft uiteindelijk aan de bel getrokken. Ik zat toen net in een nieuw tijdelijk opvanggezin, maar kwam daar niet tot mijn recht. De pleegouders wisten zich geen raad met mij. Ik sprak nauwelijks en was stoïcijns, zo valt in een oud verslag te lezen. Juffrouw Kate heeft toen op een dag aan me gevraagd waarom ik nooit lachte en ik herinner me hoe wonderlijk ik de gedachte vond dat te doen. ‘Ik weet niet precies hoe dat moet,’ schijn ik te hebben geantwoord. Niet lang daarna zei een mevrouw van jeugdzorg: ‘Je gaat nu naar een echt gezin voor jouzelf, waar je mag blijven, als je wilt.’ Ze bracht me naar een huis waar in de voortuin een hond heen en weer galoppeerde alsof hij zijn leven lang op me had gewacht. ‘Dat is Fieko. Die is al net zo blij als wij,’ zei mijn pleegmoeder. Ze vroeg of ik niet bang voor hem was. ‘Nee hoor,’ zei ik. ‘Ik had vroeger zelf ook een hond.’ Ik doelde op mijn honden-kussentje, dat inmiddels in één van mijn vele verhuizingen verloren was geraakt. Fieko nam die plek moeiteloos in. Hij werd de eerste vriend die ik in mijn leven maakte.

Ontwikkeling

Ik wil nu niet doen alsof mijn intrede in dit pleeggezin alleen maar een sprookje was en we nog lang en gelukkig leefden. Ik was een getraumatiseerd meisje. Je als kind constant afgewezen voelen, trekt een streep door je ontwikkeling. Er is niets meer, in je hele leven, dat er niet onder lijdt. Maar hoe onmogelijk ik mij soms ook gedroeg, ik wist dat mijn pleegouders er altijd voor mij zouden zijn, in voor- en tegenspoed. Dat heeft stukje bij beetje een helingsproces in werking gezet.

Biologische vader

Toen mijn biologische moeder drie jaar geleden overleed, voelde ik daar weinig bij. Ik had haar al heel lang niet gezien en voelde geen band meer. Er gebeurde wel onverwacht iets anders: ik kreeg behoefte mijn biologische vader te leren kennen. Ik had hem altijd als medeplichtige aan mijn rotjeugd gezien. Mijn moeder had tenminste nog geprobéérd voor mij te zorgen, maar waar was mijn vader al die tijd geweest?

Bellen

Zijn gegevens waren terug te vinden in mijn dossiers en daaruit weet ik ook dat hij in mijn vroegste jeugd wel af en toe bij de instanties in beeld was. Ik voelde heel sterk dat dit, na het overlijden van mijn moeder, een laatste punt was die ik moest zetten. Ik stuurde hem een korte, vrij zakelijke e-mail en tot mijn verbazing belde hij mij. ‘Joan, kindje, ik schaam me zo,’ was het eerste dat hij zei. We hebben heel lang gepraat en dat voelde onwerkelijk en heel vertrouwd tegelijkertijd. Hij vertelde hoe hij tevergeefs had geprobeerd voogdij te krijgen toen ik klein was. Zijn torenhoge en uitzichtloze schulden, overgenomen van mijn moeder, beletten dat. Hij bekende dat hij jaren later stiekem had staan kijken hoe ik in de voortuin speelde bij mijn pleegouders. ‘Je was zo gelukkig.’ Hij volgde me al jaren op social media en hij stak elk jaar een kaarsje aan op mijn verjaardag. Hij had alleen één ding nooit gedurfd: contact zoeken.

Ontmoeting

Toen we elkaar ontmoetten, was het alsof ik in een spiegel keek. We deelden dezelfde trekken, maar ik zag ook een gebroken mens. Ik herkende de littekens die ook ik droeg, van mijn moeder die ons beiden had beschadigd. Na mijn geboorte was hij vastberaden geweest een vader voor me te zijn. Hij was dakloos, maar vond werk en een huis. Zijn relatie met mijn moeder was voorbij, maar hij besloot al haar schulden op zich te nemen, in de hoop dat zij zo beter voor mij kon zorgen.

Verhaal kennen

Jarenlang lag hij krom, terwijl hij ondertussen bij mij werd weggehouden en moest aanzien hoe ik alsnog van pleegtehuis naar noodopvang ging. Schuldgevoel en onmacht maakten hem vanbinnen kapot. ‘Ik was de naam vader niet waard,’ zei hij. Hij dacht: Joan is beter af zonder mij.

Nu ik zijn verhaal ken, weet ik dat zijn afwezigheid niet uit onverschilligheid, maar uit liefde is ontstaan. Ik had het graag anders gezien, maar ik snap zijn intenties en zijn onzekerheid. Dat ik hem nu kan vergeven, heeft mijn leven veranderd, een leven waarvan hij gelukkig stapje voor stapje weer onderdeel is. Hij is het grootste cadeau dat ik krijgen kon. Het is alsof er een deken van troost over me heen is gevallen. Het is goed zo.”

Foto: Getty Images

Geraakt door dit verhaal? Word abonnee van Mijn Geheim en ontvang nog meer échte verhalen in je brievenbus!

LEES OOK

Lees meer Mijn Geheim
Mijn Geheim
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Redactie