Persoonlijke verhalen

Wauw: Miranda komt uit een groot gezin met dertien kinderen

Miranda (30) koestert de hechte band die ze met haar grote gezin van herkomst heeft. “We houden onvoorwaardelijk van elkaar. Natuurlijk is er weleens onenigheid, maar daar zet ik me snel overheen.”

Miranda: “Ik ben de negende uit een gezin van dertien kinderen. Mijn ouders kregen zes jongens en zes meiden en er kwam een pleegkind als driejarige bij ons wonen. De oudste broer is 44, de jongste 22. Je hebt Michiel, Mathijs, Marloes, Marike, Marcel, Mirjam, Martin, Moniek, dan kom ik, en daarna Menno, Maura, Marnick en Michael. Onze voornamen beginnen allemaal met een M, dat is deels toeval en op een gegeven moment vonden mijn ouders dat grappig. Mijn ouders zijn christelijk, maar dat was niet de reden om zo veel kinderen te krijgen. Ik heb hen vaak gevraagd naar het waarom en kreeg steevast als antwoord: ‘Omdat we dat leuk vinden, zo’n groot gezin.’

We zijn allemaal totaal verschillend, maar er is ook iets wat we delen: de onvoorwaardelijke liefde. Vrienden komen op een bepaald moment in je leven. Sommigen blijven voor altijd, anderen niet. Wat je binnen een vriendschap zegt en doet, heeft consequenties voor de relatie. Bij broers en zussen is dat anders: die heb je gewoon voor altijd. Ik hoef niet na te denken bij wat ik zeg en doe, omdat we elkaar al van kleins af aan kennen. Daardoor begrijpen we elkaar en voelen we veel dingen aan. Soms zijn er meningsverschillen, maar die veranderen niets aan het feit dat we elkaars broer en zus zijn en onvoorwaardelijk van elkaar houden. Dat maakt het hebben van zo veel broers en zussen voor mij heel waardevol.”

Iedereen is uniek

“Ik heb veel contact met mijn broers en zussen. Ze wonen bijna allemaal op fietsafstand. Ik heb met iedereen een unieke band, ze hebben allemaal wel iets bijzonders. Michiel kan bijvoorbeeld supergoed tekenen en is handig met computers. Mathijs heeft een transportbedrijf, hij vervoert vracht wereldwijd. Marloes is zangeres, Marike is creatief, Marcel is heel technisch, Mirjam is fotograaf, Martin is sportief, Moniek is eigenzinnig, Menno bouwt zijn eigen drones, Maura is gespecialiseerd in make-up en fashion, Marnick is een techneut en Michael is een rapper. En iedereen is sociaal.

Ik spreek iedere dag wel een broer of zus

Ik kan niet zeggen dat ik de een leuker vind dan de ander. Dat zeg je van vriendinnen toch ook niet? Wel zie ik de een vaker dan de ander. Bij mijn zus Mirjam kom ik momenteel het meest. Zij is zes jaar ouder dan ik en haar vijf kinderen zitten vlak bij mijn huis op school. Ik haal ze weleens op als dat handig uitkomt. En ik eet vaak bij mijn zus en haar gezin. Ik woon alleen en vind samen eten leuker en praktischer. Voor hen is het handig, een paar extra handen erbij tijdens het eten met de kleintjes. Ook andere broers en zussen komen daar regelmatig even aanwaaien, net als bij mijn ouders thuis, een paar straten verderop. Ik heb een huissleutel van mijn ouders en ben daar altijd welkom.

We hebben een familie-app voor nieuwtjes, geintjes, foto’s en praktische zaken. Daarnaast appen en bellen we heel wat af. Ik spreek iedere dag wel een broer of zus. Hun verjaardagen zitten in mijn hoofd, maar ik ga ze niet allemaal af. Ze vieren het ook niet allemaal. Ik stuur wel altijd een kaartje.

Liefdevol bemoeien

Voor mijn oudere broers en zussen ben ik natuurlijk het kleine zusje. Zij moedigen mij aan en ondersteunen me waar nodig. Voor degenen die na mij zijn geboren, ben ik de grote zus. Er is een ongeschreven regel dat ik daarmee het recht en de plicht heb om naar hen om te zien, om ze regelmatig te ondervragen en me te bemoeien met zaken als school, werk en relaties. Wel op een liefdevolle manier, natuurlijk. We zijn er voor elkaar en we helpen elkaar als dat nodig is.

Natuurlijk heb ik ook weleens onenigheid met een broer of zus, maar daar zet ik me snel overheen. Met twaalf broers en zussen zijn er twaalf keer zo veel problemen en toestanden, maar er is ook twaalf keer zo veel liefde en plezier. Aan mij de keuze wat ik het zwaarst laat wegen. Ieder mens heeft trekjes of eigenschappen waar je minder blij mee bent. Je kunt ze daarmee confronteren of het accepteren. Ik mopper heus weleens over een broer of zus, maar o wee als een ander iets negatiefs over hen zegt. Dat accepteer ik niet.”

Kilo’s friet!

“Mijn kindertijd was fantastisch. Ik had altijd broers en zussen om me heen, die zich liefdevol om mij bekommerden. We speelden veel samen. Ik liet me niet ondersneeuwen door de groten. In mijn babyboekje dat mijn moeder en zussen bijhielden, staat geschreven dat ik van kleins af aan een kattenkop was. Ik kon goed duidelijk maken wat ik wel en niet wilde.

Mijn vader was opsporingsambtenaar, mijn moeder was altijd thuis. Ze noemde zich gezinsmanager – huisvrouw vond ze een stom woord. Mijn ouders voedden ons op volgens het christelijk geloof. Ze waren niet overdreven streng maar hanteerden wel duidelijke regels. Niet vloeken of schelden, bidden voor het eten en iedere zondag naar de kerk. Heftige invloeden censureerden ze, ik kreeg als kind bijvoorbeeld geen nare beelden van het journaal te zien. Mijn wereld was veilig en fijn.”

Lees ook: Ellen heeft stiekem contact met haar halfzus

Dit verhaal komt uit Vriendin 21.

Reageer op dit artikel

Nellie Bakker

Zo mooi om te lezen dit. Ik kom zelf uit een gezin van 16 waarvan ik nummer 10 ben. 8 Jongens en 8 meiden. De oudste broer is op 39 jarige leeftijd verongelukt en ons jongste broertje werd na 40 weken levenloos geboren. De onderlinge band is geweldig. We danken iedere dag nog onze vader en moeder voor deze sterke liefdesband zodat wij die ook weer door kunnen geven aan onze eigen kinderen.

Beantwoorden

Instagram