Ellen heeft stiekem contact met haar halfzus

Ellen: ‘Ik bleek een geheime halfzus te hebben’

Ellen (25) ontdekte twee jaar geleden dat ze een halfzus heeft, Esther (20), ontstaan uit een affaire van haar vader. Ellen wil niets liever dan een band met haar opbouwen,  maar: “mijn ouders weigeren elk contact met Esther.”

Ellen: “Soms weet je iets zonder dat daar aanwijsbare redenen voor zijn. Dat klinkt vaag, maar ik heb mijn hele leven gevoeld dat er thuis iets niet klopte. Dat mijn ouders dingen voor me verzwegen. Ik kon er mijn vinger niet op leggen, maar er was iets mis met ons perfecte plaatje van vader, moeder en enig kind die samen een luxe leventje leidden in een mooi huis met veel vakanties. Aan de buitenkant leek het allemaal prachtig, maar ik voelde dat er iets niet goed zat. Het duurde 24 jaar voordat ik precies wist wat: ik bleek een halfzus te hebben.”

Verwijten en ruzies

“Zolang ik me kan herinneren, hebben mijn ouders bonje. Over van alles. Vooral mijn moeder is opvliegend en valt snel uit. Ook weleens naar mij, maar vaker naar mijn vader, type Joris Goedbloed. Hij is rustig, blijft altijd kalm en blijkbaar werkt dat als een rode lap op mijn moeder die juist dan harder gaat schreeuwen en nog meer ruzie maakt.

Ik was een jaar of vijf, zes toen mijn moeder op een avond naar mijn vader gilde: ‘Rot op naar dat andere wijf! Ga maar gauw naar je andere gezinnetje!’ Ik lag in bed, maar kon haar letterlijk verstaan, zo hard gilde ze. Vervolgens stapte mijn vader ook daadwerkelijk de deur uit. Geen idee waar hij naartoe ging, maar hij bleef drie dagen weg. Mijn oma kwam bij ons in huis om voor mij te zorgen en me naar school te brengen. Mijn moeder moest al die tijd vreselijk huilen en lag veel in bed. Dat vond ik zielig, maar ik snapte er niets van. Oma zei dat papa weg moest voor zijn werk en dat mama een beetje ziek was. Het was allemaal heel mysterieus.

Toen mijn vader terugkeerde, leek er niks meer aan de hand. Mijn ouders zaten hand in hand op de bank en mijn moeder lachte weer. Wel kwam het woord ‘wijf’ later tijdens ruzies nog vaak terug. Ook noemde mijn moeder mijn vader een ‘klaploper’. Ik had geen idee wat het betekende, maar ik snapte wel dat het niet het juiste moment was mijn ouders om uitleg te vragen. In mijn puberteit realiseerde ik me ineens dat mijn vader moest zijn vreemdgegaan. Het was niet zo dat ik toen iets ontdekte, de puzzelstukjes vielen gewoon in elkaar. Al die verwijten en ruzies als mijn vader een keer laat uit zijn werk kwam of een avond ging borrelen, het benoemen van andere vrouwen en de insinuaties dat hij haar niet trouw was: het kon niet anders dan dat mijn vader een keer over de schreef was gegaan.”

Lees ook: Tessa zocht haar biologische moeder en vond 5 zussen

Veel pijn gedaan

“Aangezien mijn moeder geen enkele kans onbenut liet mijn vader in te prenten dat hij onbetrouwbaar was, heb ik het haar op mijn vijftiende op de man af gevraagd: waarom ben jij zo boos op papa? Heeft hij een andere vrouw, gaat hij vreemd? Mijn moeder schrok. Eerst wilde ze niks zeggen, later vertelde ze een beetje, omdat ze ook wel in de gaten
had dat ik geen klein kind meer was en dingen meekreeg.

Ze vertelde dat mijn vader jaren terug een korte affaire had gehad met een collega en dat hij haar daar veel pijn mee had gedaan. Dat het een crisis had veroorzaakt tussen hen, maar dat ze hadden besloten niet te gaan scheiden. Voornamelijk om mij. Ik was vijf toen het zich afspeelde. Volgens mijn moeder hadden ze ‘hard aan hun huwelijk gewerkt’, maar kwam het ‘af en toe nog bij haar omhoog’ als ze boos of verdrietig was.

Ik denk dat mijn moeder zichzelf schromelijk onderschatte. Blijkbaar zat het nog héél hoog en had ze het nog helemaal niet verwerkt. Ik nam mijn moeder kwalijk dat zij eigenlijk nooit heeft gekozen: ze had óf moeten scheiden óf hem vergeven. Maar ze deed geen van beide en bleef ondertussen hangen in een soort woede, ze greep elke kans aan om mijn vader met zijn slippertje om de oren te slaan en leek daardoor verbitterd. Echt breeduit lachend of blij zag ik haar nooit. Mijn vader daarentegen vond ik een zwakkeling. Zijn affaire viel niet goed te praten. Zeker als je een kind hebt, moet je je relatie serieus nemen. Maar ik vond dat hij ondertussen ook wel genoeg was gestraft door mijn moeder. Hij had al haar scheldpartijen altijd geaccepteerd. Ik heb hem nooit een keer terug horen uitvallen, noch heeft hij zich ooit verdedigd. Meestal zei hij niks, maar liep hij weg. Eigenlijk had ik medelijden met hem.”

Esther: ‘Eindelijk vond ik twee halfzussen’

Een soort zaaddonor

“Dat ik op mijn vijftiende slechts de helft van de waarheid gehoord had, wist ik toen niet. Ik hoorde pas twee jaar geleden voor het eerst over het bestaan van een halfzus, vlak nadat zij contact opgenomen had met mijn vader. Deze Esther was achttien en ontstaan uit mijn vaders affaire. Kennelijk had Esthers moeder met mijn vader ­afgesproken dat zij zijn adres zou geven als zijn dochter volwassen was en op zoek wilde naar haar vader. Dat was nu: ze had de week ­ervoor ineens bij mijn ouders op de stoep gestaan.

Ik was zelf al jaren het huis uit, toen ik door mijn ouders werd gebeld met de mededeling dat ze iets serieus moesten bespreken. Ik was nieuwsgierig, dacht dat het iets te maken had met mijn vaders slechte gezondheid. Maar het bleek iets totaal anders. Mijn moeder voerde het woord, mijn vader zat met zijn hoofd in zijn handen. Ze vertelde dat mijn vader toen ik nog een kleuter was verliefd was geworden op een collega en het bed met haar had gedeeld. Dat hij toch gewetenswroeging had gekregen, het aan mijn moeder had opgebiecht en dat ze er alles aan wilden doen om er samen uit te komen, maar dat de collega toen op de proppen kwam met een zwangerschap. Dat zij geen abortus had gewild, besloten had het kind zelf op te voeden. Zonder financiële inbreng van mijn vader, dat hoefde niet. Het was ‘haar probleem’, zij loste het op. Mijn vader staat ook niet op Esthers geboortepapieren als haar vader. Hij was een soort zaaddonor zonder verplichtingen, al had hij wel de mogelijkheid zijn kind te zien. Maar mijn vader koos ervoor – mede om zijn huwelijk met mijn moeder goed te houden – om geen contact te onderhouden.”

Nooit meer alleen

“Het eerste wat ik dacht was: dus tóch. Dit was dus het familiegeheim dat ik altijd had aangevoeld. Gevolgd door een: wauw, ik heb een zus! Geweldig! Ik heb het altijd vreselijk gevonden om enig kind te zijn. Kon echt jaloers zijn als ik twee zussen gearmd door de stad zag lopen of een zus en broer met elkaar zag spelen. Nu was ik nooit meer alleen. Maar mijn Spoorloos-geluksgevoel verdween snel. Mijn moeder zei dat mijn vader nog steeds niet zat te wachten op een kind waar hij nooit om had gevraagd. Ze hadden Esther ontmoet, het was een aardige meid, fijn ook dat ze zo goed was opgegroeid, maar daar lieten ze het verder bij. Dit gesprek was ook niet om mij in te lichten dat we voortaan gezellig met z’n vieren om de kerstboom zouden zitten. Het was meer een kille mededeling: je vader is dom geweest en je hebt een halfzus. Meer niet. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat mijn ouders zo kalm waren, terwijl ik vlinders in mijn buik voelde, alsof ik verliefd was. Mijn vader zat er zo apathisch bij. Ik wilde hem wel door elkaar schudden: man, je hebt nog een dóchter, doe er iets mee! Spreek je uit, wees blij of boos, doe iets. Maar nee, hij knikte bevestigend op alles wat mijn moeder zei. Het leek ook wel of het haar was overkomen in plaats van hem. Zelf was ik superenthousiast en wilde álles over haar weten: hoe zag ze eruit? Hield ze ook van paarden? Had ze veel vrienden? Welke haarkleur? Ik kreeg niet meer te horen dan dat ze Esther heet, op het mbo zat en bij haar moeder woonde. Mijn moeder sloot af met: ‘Zo, nu weet je het dus. Je zult begrijpen dat dit allemaal erg gevoelig ligt voor ons, dus laten we het hier niet meer over hebben.’ Ik kon niet anders dan instemmen om niemand te kwetsen, maar vond het wel typisch mijn moeder, om problemen uit de weg te gaan door ze te ontkennen.”

Op speurtocht

“Toch heb ik sinds een halfjaar wel contact met mijn halfzus. Stiekem. Niet op mijn initiatief overigens. Eind vorig jaar werd ik via Facebook benaderd door ene Esther met de vraag of ik Ellen was, de dochter van Timo. Esther had via haar moeder mijn voor- en achternaam achterhaald en was op speurtocht uit gegaan. Het was het startsein van een hoop berichten over en weer waarin we elkaar het hemd van het lijf vragen en regelmatig virtueel in een deuk liggen. Mijn ouders weten daar niets van. Ik weet nu al dat mijn moeder dit niet kan waarderen. Maar ik ben 25 en vind dat mijn moeder niet voor mij kan bepalen dat ik geen contact met mijn eigen familie mag hebben. Heel cru gezegd: Esther is niets van mijn moeder, maar deelt wel de helft van haar dna met mij. En als ik naar haar foto’s kijk, zie ik ook echt gelijkenissen. We hebben allebei bruin haar, blauwe ogen en zijn klein van stuk. Ook zijn we allebei single, houden we van dieren en van dezelfde tv-programma’s.”

Geen houden meer aan

“Esther vindt het jammer dat mijn vader haar afwijst, maar respecteert zijn beslissing. Ze wilde hem graag een keer ontmoeten, maar heeft niet direct behoefte aan een vaderfi guur. Sinds haar derde heeft ze een lieve stiefvader en ze heeft een fi jne jeugd gehad. Wel hunkert ze naar een zus. Ze heeft net als ik nooit een broer of zus gekregen en is dolblij met mij. Ook haar moeder gunt haar het contact met mij. Tot nu toe heb ik haar nog niet in het echt willen ontmoeten. Ik ben bang dat we elkaar dan zo leuk vinden, dat er geen houden meer aan is en we vaker afspreken. Dan moet ik écht liegen tegen mijn ouders en dat wil ik niet. Ik weet nog niet zo goed wat ik hiermee moet. We moeten allemaal nog erg wennen aan het idee van een halfzus. Ik hoop dat als we een jaartje verder zijn, mijn ouders het anders bekijken en Esther net zo zullen omarmen als ik nu al doe!”

Lees ook: Cynthia: ‘Twee weken voor onze bruiloft ontdekte ik zijn bedrog’


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *