Wardah uit Oeganda vond een plekje bij José in huis
José (57) en haar man stellen hun huis met liefde open om vluchtelingen met een verblijfstatus een nieuwe start te geven. Zo kwam ook de Oegandese Wardah (36) in hun leven. “Het voelde vanaf de eerste ontmoeting meteen vertrouwd.”
Logees
In de ruime keuken van José en Kay staat een jonge twintiger ontbijt voor zichzelf klaar te maken als het team van Vriendin binnenkomt. “Hallo, ik ben Nilofer, hoe gaat het met jullie?” zegt ze in bijna foutloos Nederlands. De vluchtelinge uit Turkije heeft een week geleden intrek genomen in de oude kamer van Wardah en is daarmee al de vierde statushouder die José en haar man verwelkomen. En waarschijnlijk nog lang niet de laatste; in principe blijven de logees een paar maanden en stromen ze daarna door naar hun eerste eigen woning – vanwege de woningnood zit daar momenteel wel een fikse vertraging op.
Rollen omgedraaid
Wardah woont sinds kort zelfstandig in een appartementje. “Na de verhuizing nodigde ze me meteen uit om thee te komen drinken”, zegt José. Wardah lacht. “Het voelde een beetje alsof de rollen omgedraaid waren: nu was José te gast bij mij, in plaats van andersom.” José knikt instemmend. “En tegelijkertijd voelde het ook precies hetzelfde, want we waren al zo gewend aan samenleven dat het ook in haar huis meteen weer vertrouwd voelde om samen te zijn.”
Spontane actie
Het begon allemaal met een spontane actie, vertelt José. “We wonen in Utrecht vlakbij een AZC, waar ik als vrijwilliger taalles gaf. Toen in het voorjaar van 2022 de oorlog in Oekraïne uitbrak, moesten vluchtelingen worden opgevangen in de Utrechtse Jaarbeurs. Sinds onze twee zoons de deur uit zijn, hebben wij juist ruimte over. ‘Waarom nemen wij niet een paar mensen in huis?’ zeiden Kay en ik tegen elkaar. Kort na onze aanmelding bij de gemeente stond er een heel gezin op de stoep: een vader en moeder met drie kleine kinderen, de jongste was pas zes weken oud. Met hulp van de buurt hebben we snel wat spullen verzameld, zoals matrassen en een babybedje. We hielpen met hun administratie, inentingen voor de baby, regelden dat het oudste kind naar school kon. Een hele pittige en drukke tijd. Toen het gezin na tweeënhalve maand terechtkon in de opvang, was ik eerlijk gezegd best opgelucht.
Weer kriebelen
”Toch begon het al snel weer te kriebelen. “Elke dag lazen we in de krant hoe vol de AZC’s zaten en wij wilden graag helpen. Wel leek het me prettiger als er dit keer een organisatie achter zat waar we op konden terugvallen. Zo kwamen we uit bij Takecarebnb, die gastgezinnen koppelt aan vluchtelingen die al een verblijfsstatus hebben, maar nog wachten op een woning. Je kunt precies aangeven wat je wel en niet wilt, zodat ze daar rekening mee kunnen houden. Een compleet gezin opvangen zagen we bijvoorbeeld niet meer zitten, we wilden liever één huisgenoot. Welke afkomst of religie iemand had maakte ons niet uit, zolang het maar een zelfstandig persoon was.
Eigen maaltijden
Kay en ik hebben allebei namelijk een drukke baan, dus overdag zijn we meestal niet thuis en ’s avonds wilden we ook graag tijd voor onszelf. Elke avond samen eten leek me veel te veel gedoe. Het is ook best ingewikkeld om te koken voor mensen die hele andere dingen lekker vinden dan wij. Zij vinden onze boterhammen met kaas misschien maar niks en ik heb niet elke dag zin in rijst met kip. We spraken dus af dat onze logees in principe zelf voor hun eigen maaltijden zorgden en we hooguit twee keer per week samen aten.”
Proeflogeerweekend
Takecarebnb stelt altijd eerst een match voor, waarna een kennismakingsgesprek en een proeflogeerweekend volgt. Daarna hebben zowel het gastgezin als de gast nog de kans om te zeggen dat ze het toch niet zien zitten. “Dat vond ik heel belangrijk, want als je samen een huis deelt moet er wel een bepaalde klik zijn”, zegt José. “Met onze eerste logé zijn we nog steeds bevriend, met de tweede hadden we minder contact. Beiden waren vriendelijke jongemannen die vrijwel helemaal hun eigen gang gingen, waardoor het voor ons ook geen belasting was om ons huis te delen. Heel anders dan bij het Oekraïense gezin.
Wardah
Nadat de tweede gast vertrok en onze matchmaker weer contact opnam voor de volgende plaatsing, gaf ik aan dat het me wel leuk leek om dit keer een vrouw in huis te hebben. Zo werden we gekoppeld aan Wardah. Bij de eerste ontmoeting voelde het meteen vertrouwd. Ze was heel lief en zacht. ‘Wat een schatje’, dacht ik. ”Wardah had dezelfde klik, vertelt ze. “José en Kay waren heel aardig en hadden een goed gevoel voor humor”, vertelt ze. “Ik voelde me meteen erg welkom.” Over de redenen waarom Wardah uit Oeganda is gevlucht, wil ze niet te veel vertellen. Het is nog te traumatisch. Het enige dat ze erover kwijt wil is dat ze in haar geboorteland niet meer veilig was en dat ze haar kinderen – twee biologische kinderen van tien en vijf en twee adoptiekinderen van zestien en veertien die ze in huis nam nadat haar broer overleed – moest achterlaten. Ze hoopt dat zij haar in de toekomst kunnen nareizen, want het gemis is groot.
Dolblij
Na twee jaar in het AZC was Wardah wel dolblij dat ze bij José terechtkon. “In het centrum heb je weinig privacy, we sliepen met z’n vieren op een kleine kamer. Het was dus een enorme opluchting om eindelijk weer ruimte voor mezelf te hebben, om zelf te kunnen koken. Daardoor kwam ik ook mentaal een beetje tot rust.”Wardah vond het fijn dat José er voor haar was als ze iemand nodig had. “Er komt best veel op je af als je in een vreemd land komt wonen: je moet veel regelen, de taal leren, de cultuur begrijpen. José hielp me met al die dingen. Ze heeft me zelfs aan een fiets geholpen. En ook al gingen we allebei onze eigen gang, als zij en Kay thuis waren voelde ik meteen hun warmte. Het geeft een veilig gevoel om te wonen bij mensen die je kunt vertrouwen.”
Gesprekjes
Ook José genoot van hun gesprekjes. “Ondanks het leeftijdsverschil konden we goed samen praten, bijvoorbeeld over het moederschap. Wardah is heel intelligent en denkt goed over dingen na. Als ik iets deelde over mijn kinderen – van die dagelijkse zorgen die elke moeder wel heeft – had ze daar vaak een interessante kijk op. Ik merkte wel dat ze zelf liever niet te veel over haar verleden praatte en dat respecteerde ik natuurlijk. Ondertussen probeerde ik natuurlijk wel in de gaten te houden hoe het met haar ging en haar het gevoel te geven dat ik er was als ze wilde praten. Na een paar weken zag ik in haar ogen dat ze steeds meer tot rust kwam en veel spanning losliet. Ze heeft zelfs vrienden uitgenodigd. We hebben toen met z’n allen gegeten en gekletst, dat was zo gezellig. Sowieso hebben Wardah en ik veel lol gehad, bijvoorbeeld toen ze voor het eerst sinds haar kindertijd weer op een fiets stapte. Ik ben blij dat ze hier in de straat kon oefenen en niet meteen het drukke stadscentrum in hoefde.”
Eigen woning
In Oeganda studeerde Wardah tandheelkunde, maar omdat haar diploma’s in Nederland niet geldig zijn, heeft ze momenteel een baantje als orderpikker. José en Kay zagen de grotere ambities van hun logé en regelden dat ze af en toe kan meelopen in een tandartspraktijk van een kennis. “Heel leuk dat ik alvast kan meekijken hoe alles hier in Nederland werkt. Dat geeft me alvast een goede start wanneer ik straks met de opleiding begin.”
Na vier maanden bij José en Kay kreeg Wardah een eigen woning toegewezen. Haar vertrek uit het gastgezin ging gepaard met gemengde gevoelens, vertelt ze. “Natuurlijk was ik ontzettend blij dat ik eindelijk mijn eigen plekje had, maar ik vond het ook wel moeilijk dat ik weer alleen zou zijn.” José herkent dat gevoel. “Als je samen een huis deelt, voelt het als snel alsof je familie bent. Dus toen ze weg was, miste ik haar aanwezigheid meteen.”
Gelukkig worden
Hoewel ze haar eigen familie mist, heeft Wardah wel het gevoel dat ze gelukkig kan worden in Nederland. “Het is een heel veilig land, vergeleken met Oeganda”, zegt ze. “Natuurlijk is ook hier wel criminaliteit, maar over het algemeen kun je je spullen ergens achterlaten zonder meteen bang te hoeven zijn dat ze gestolen worden. Ik kan gewoon mezelf zijn hier en doen wat ik wil, dat is in mijn geboorteland niet vanzelfsprekend. En in het begin moest ik erg wennen aan de directe manier van communiceren, maar inmiddels vind ik dat juist heel efficiënt en doe ik het zelf ook. Alleen de taal vind ik nog heel lastig, maar ik doe mijn best die te leren.”
Wat dat betreft heeft het haar een voordeel gegeven dat ze eerst een periode in een Nederlands gastgezin verbleef. “Ik heb van José veel geleerd: van hoe het werkt met water en elektriciteit en hoe je boodschappen doet tot de beste manier om afval te scheiden. Dat maakte het veel makkelijker om nu mijn eigen huishouden te runnen. Bovendien was het fijn dat ik na het hectische leven in het AZC even tot rust kon komen in een huiselijke omgeving voordat ik meteen zelf in het diepe werd gegooid.”
Medemenselijkheid
José hoopt daarom dat meer mensen zich opgeven als gastgezin. “Er is best veel negatief nieuws over de opvang van vluchtelingen en ik heb het idee dat er soms vergeten wordt dat dit over mensen gaat. Wij voelen ons bevoorrecht dat wij in goede omstandigheden verkeren, maar niet iedereen heeft zo veel geluk in het leven. Het delen van je huis met iemand die geen dak boven zijn hoofd heeft, is in mijn ogen geen goede daad waar ik mezelf voor op de borst wil kloppen, maar een normaal stukje medemenselijkheid. Het kost ons weinig moeite om een kamer die toch al leegstaat beschikbaar te stellen en onze keuken en badkamer te delen. En je krijgt er bovendien ook iets voor terug: van elke logé leer ik weer dingen over een andere cultuur. Of eigenlijk vooral: over een ander persoon.
Fijne herinneringen
Het is mooi om te zien hoe twee totaal verschillende levens even samenkomen en je daarna weer allebei je eigen weg gaat. Al blijft Wardah natuurlijk altijd welkom bij ons. Ik geloof dat ze nog steeds de sleutel heeft, haha.” Wardah lacht. “Ja, dat klopt! Alleen al dat ik hier vandaag weer eventjes ben, brengt alweer zoveel fijne herinneringen terug. Ik heb nu zelf een huis, vrienden, werk en hoop binnenkort met een opleiding te kunnen starten, dus ik ben op de goede weg om mijn eigen leven op te bouwen. Maar het is een enorme geruststelling dat ik weet dat ik altijd op José en Kai kan terugvallen.”
Foto’s: Amaury Miller
Visagie: Wilma Scholte
LEES OOK

Uit andere media