Roos redt als vrijwilliger bij de KNRM mensen op zee
Ze trotseert met groot gemak de elementen: water én vuur. Brandweervrouw Roos (28) is in haar vrije tijd opstapper bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). “Ik hou gewoon van adrenaline.”
Roos kent eigenlijk geen gevaar. “Als je me écht bang wil krijgen, moet je een bananenschil voor mijn neus hangen”, zegt ze lachend. “Géén idee waar dat vandaan komt, maar dat is eigenlijk mijn enige angst in het leven.” Daarentegen draait ze haar hand niet om voor een brandend schip, vermiste surfer of het reanimeren van een drenkeling.
Grenzen opzoeken
Tijdens haar jeugd op Vlieland zocht ze al graag de grenzen op. “Mijn moeder zei dat ik maar tot mijn knieën in zee mocht, maar dan ging ik op mijn bodyboard stiekem achter de surfers aan. Mijn zusje was een echt meisje-meisje, ik was meer van het ravotten en stoere dingen doen, zoals kitesurfen.” Ze had een bijbaantje in het outdoorcentrum op het strand en wilde eigenlijk sportdocent worden, maar na het eerste jaar van de opleiding viel ze uit vanwege gezondheidsproblemen. “Ik had totaal geen energie, kon vaak alleen maar slapen. Vergelijk het met een soort long covid-klachten.
Gezondheidsproblemen
Artsen konden geen duidelijke oorzaak vinden en zeiden dat ik maar moest wennen aan een leven achter de geraniums, maar dat is gewoon niets voor mij. Ik hou van actie! Mijn toenmalige vriend werkte bij de brandweer in Rotterdam. Als ’s nachts zijn pieper afging, was ik vaak geïrriteerd. Op een gegeven moment dacht ik: vind ik het vervelend om wakker gemaakt te worden, of ben ik jaloers omdat ik dit stiekem óók wil? Het bleek het laatste.
Solliciteren
Ik besloot te solliciteren: eerst als vrijwilliger, na een jaar ben ik beroeps geworden. Je krijgt dan een interne opleiding. Er was daar al tien jaar geen vrouw aangenomen, dus ondanks mijn gezondheidsklachten wilden ze het wel proberen. Heel makkelijk was het niet, want ik was heel jong en ook nog een vrouw, maar ik heb hard geknokt om mijn strepen te verdienen. Ik ben ook juist blij dat ik niet met fluwelen handschoentjes ben behandeld, maar het werk op de harde manier heb geleerd en mezelf heb kunnen bewijzen. Alles wat de mannen kunnen, kan ik ook.”
Geen dag hetzelfde
Roos werkte onder meer een tijd als brandweerduiker, maar inmiddels zit ze bij het quick response team (QRT). Dit betekent dat ze naast haar normale brandweertaken kan worden ingezet bij situaties met een groot aantal slachtoffers en bij incidenten met gevaarlijke stoffen. Zo was ze onder meer bij de verwoestende explosie van een drugslab in Rotterdam in 2024, waar drie doden vielen.
Geen dag hetzelfde
“Daarnaast ben ik in opleiding tot chauffeur en ben ik bijrijder op de ladder. Met de ladder kunnen we mensen die door brand zijn ingesloten of die gewond zijn en niet via de trap naar beneden vervoerd kunnen worden uit huis halen”, vertelt ze. “Het leuke van dit vak is dat geen dag hetzelfde is, maar ook dat je echt iets kunt betekenen voor een ander. Soms kun je letterlijk het verschil maken tussen leven en dood.”
Vrijwilliger
Met zo’n zware baan is het extra bijzonder dat Roos in haar vrije tijd nóg meer avontuur opzoekt als vrijwilliger bij de KNRM. “Eigenlijk was dat vooral een sociale keuze”, legt ze uit. “In 2020 ging ik samenwonen met mijn vriend Rick, die ook brandweerman is. In mijn nieuwe woonplaats Scheveningen kende ik vrijwel niemand en zeker in de coronaperiode was dat soms best eenzaam. Rick zat al zijn halve leven bij de KNRM en had daar veel mensen leren kennen, dus eigenlijk meldde ik me vooral aan om nieuwe vrienden te maken. Dat is helemaal gelukt: we vormen met z’n allen een hecht team. Ook als er niets te doen is, kun je altijd even langskomen voor de gezelligheid, of om even stoom af te blazen. We sporten, koken, dollen en lachen met elkaar. Maar zodra de pieper gaat, is iedereen serieus en zijn we binnen een paar minuten weg.”
24-uurdiensten
Bij de brandweer draait Roos 24-uursdiensten, wat inhoudt dat ze een volle dag en nacht in touw is – waarbij ze tussen de meldingen door op de kazerne kan slapen. “Na zo’n dienst ben ik altijd twee dagen vrij en dan staat mijn pieper voor de KNRM eigenlijk standaard aan. Als er een melding komt, gaat iedereen die in de buurt is meteen naar het boothuis, zodat je met zo veel mogelijk man kunt uitrukken. We hebben een grote reddingboot, Kitty genaamd, een kleine die Jaap heet en een kusthulpverleningsvoertuig. Bij ernstige meldingen gebruiken we ze alle drie. In dat geval zit ik eigenlijk altijd aan boord en Rick in de truck. Dat is een voorzorgsmaatregel, omdat wij een stel zijn. Mocht er iets foutgaan, dan willen ze niet dat een heel gezin tegelijk getroffen wordt.”
Met de stroming mee
De KNRM wordt vaak verward met de Reddingsbrigade en dat is niet zo gek, want de twee organisaties werken veel samen. De Reddingsbrigade is echter vooral gericht op toezicht op de stranden, terwijl de KNRM gespecialiseerd is in reddingen verder weg op zee. “Soms gaat het om een boot met motorproblemen die gesleept moet worden, maar het kan ook een surfer zijn die door een hoge golf op het strand geklapt is en gereanimeerd moet worden. ’s Zomers is het vaak druk met buitenlandse toeristen die niet goed kunnen zwemmen of mensen die hun kinderen uit het zicht verliezen. In de winter is het rustiger, maar dan moeten we helaas wel vaker uitrukken voor suïcides. We doen er natuurlijk altijd alles aan om iemand te redden, maar als we zo’n melding krijgen is het vaak al te laat. Wat je dan wel kunt doen, is je best doen om iemand terug te brengen naar de familie.”
Redden
Soms moet Roos zelf het water in om iemand te redden. “Ons pak is gelukkig waterdicht en goed geïsoleerd, zodat je de kou niet voelt. Maar het weer kan van het ene op het andere moment omslaan, dus je moet jezelf ook goed kunnen redden in een storm of bij hoge golven. In het pak zit gelukkig een gps-tracker en flitslicht, zodat de schipper altijd precies weet waar je bent en bij slecht weer zit je ook nog vast aan een lifeline. Ik ben me er altijd van bewust hoe krachtig de elementen zijn, zowel water als vuur. Een favoriet heb ik niet, voor mij hebben ze allebei iets magisch. Als je ze leert lezen, kun je ze in je voordeel gebruiken. Het heeft bijvoorbeeld geen zin om tegen de stroming in te zwemmen, je kunt je beter laten meevoeren met de zee. Zelf heb ik als kind op Vlieland ook weleens het gevaar van een mui onderschat, maar mijn ouders waren daar gelukkig erg alert op. De Reddingsbrigade geeft ook cursussen hoe je uit een mui kunt zwemmen en dat kan ik iedereen aanraden. Veel mensen weten niet dat een rustige zee net zo gevaarlijk kan zijn als een ruige.”
Niet persoonlijk maken
Als brandweervrouw en opstapper bij de KNRM maakt Roos regelmatig heftige dingen mee. “Maar gek genoeg wen je daaraan”, zegt ze. “Je zou zelfs kunnen zeggen dat je emotioneel een beetje afgestompt raakt. Soms vraagt mijn vader hoe mijn werkdag was en zeg ik: ‘Oh, twee doden, maar verder rustig.’ Wat niet wil zeggen dat ik nergens mee zit, maar we proberen dingen bewust niet persoonlijk te maken, juist om te waken voor je mentale gezondheid.
Niet verdiepen
In de opleiding leer je dat je zodra dat kan, moet wegstappen bij het incident. Als ik een reanimatie heb uitgevoerd en iemand wordt met een hartslag in de ambulance geladen, is dat bijvoorbeeld het moment dat ik het voor mezelf afsluit. Ik ga bewust later niet navragen hoe het is afgelopen. Hoe meer je je gaat verdiepen in de persoon erachter, hoe meer het bij je blijft. Soms lukt dat natuurlijk niet, zeker als de gebeurtenis het nieuws haalt. Zoals de seriemoordenaar in IJsselmonde die drie mensen doodschoot, of de jonge maaltijdbezorger die onder de tram kwam. Ook daar was ik bij. Natuurlijk raken zulke dingen me, maar gelukkig kan ik daar altijd wel met collega’s, of met Rick, over praten. En zelfs als iets een slechte afloop heeft, kunnen we nog steeds trots zijn op onszelf, omdat we weten dat we er alles aan gedaan hebben.
Humor
Een beetje zwarte humor helpt soms ook. We kunnen met collega’s soms harde grappen maken over heftige situaties. Dat heeft niets met een gebrek aan respect voor de slachtoffers te maken, maar is gewoon een manier om dingen te verwerken.”Gelukkig lopen de meeste meldingen goed af en gebeuren er ook leuke en grappige dingen op en rond het water. “Het gebeurt regelmatig dat vermiste personen uiteindelijk gewoon thuis op de bank blijken te zitten”, zegt Roos. “En we krijgen vaak meldingen van surfers die in de problemen zitten, maar het lukt vrijwel altijd om die veilig aan wal te krijgen.”
Over je grenzen
Met haar gezondheid gaat het nog steeds wisselend. “Meestal gaat het goed, maar om de zoveel tijd gaat een paar dagen het licht uit en kan ik alleen maar in bed liggen. Daarnaast heb ik vorig jaar een auto-ongeluk gehad en sindsdien heb ik veel last van mijn nek en rug. Eigenlijk heb ik altijd wel pijn of ben ik moe, maar ik blijf toch graag bezig. Dat moet ook wel, want om dit werk te kunnen doen, moet ik fit zijn. Ik doe aan hyrox, een nieuwe sport waarbij je acht keer een kilometer hardloopt, afgewisseld met andere oefeningen zoals skiën, roeien, burpees of zandzakken sjouwen. Zwaar? Ach, ik zie het als een lekkere, frisse start van de dag.”
Een tweede baan
Of ze nooit over haar eigen grenzen gaat? “Soms wel”, geeft Roos toe. “Een keer had ik bijvoorbeeld de hele nacht een brand staan blussen en ging ik daarna meteen door naar een melding van de KNRM. Uit vermoeidheid heb ik toen fouten gemaakt in de communicatie. Gelukkig liep alles goed af, maar het zet me wel weer even met beide benen op de grond. Je moet op zo’n moment eerlijk naar jezelf kunnen zijn en zeggen: dit is niet mijn dag. Er gaat veel tijd zitten in mijn vrijwilligerswerk, het is bijna een tweede baan. Maar ook eentje die ik niet meer zou kunnen missen. Vooral door de leuke mensen die ik heb leren kennen.
Risico
Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat er een risico zit aan dit werk, maar daar ben ik echt niet elke dag mee bezig. Voor mij is dat normaal. Een tijdje geleden was ik bij een heftige brand en kreeg ik in de groepsapp berichtjes of ik oké was. Het enige wat ik terugstuurde was: ‘Hell yeah, vuur!’ Voor een buitenstaander misschien onbegrijpelijk, maar ik hou gewoon van adrenaline en word dus heel enthousiast van mijn werk. Hoe heftig het soms ook is, dit is was ik het liefste doe.”
oto’s: Amaury Miller
Visagie: Nicolette Brøndsted
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media