Persoonlijke verhalen

Margreet: ‘Wat erg: ik heb mijn moeder in een tehuis gestopt’

Het leek haar zo vanzelfsprekend: later zou ze haar moeder in huis nemen. Toch liet Margreet (52) haar moeder naar een verzorgingshuis gaan. “Ik voel me zo schuldig, want ik weet dat ze stiekem teleurgesteld is.”

Margreet: “Mijn moeder en ik hebben altijd een enorm sterke band gehad. Ik snapte er nooit iets van dat mijn vriendinnetjes geheimpjes voor hun moeders hadden. Ik vertelde haar juist álles: op welke jongens ik verliefd was, of we al gezoend hadden. Toen ik op mijn zeventiende ontmaagd werd, was mijn moeder de eerste die het hoorde.

Ze zal vast niet altijd alle details even gewaardeerd hebben – zelf moet ik er niet aan denken dat mijn dochter straks in geuren en kleuren vertelt wat ze met haar vriendje uitspookt – maar ze luisterde altijd. Ook de slechte dingen kon ik tegen haar zeggen, zoals toen ik voor het eerst een jointje had gerookt. Ze werd zelden boos, hooguit zuchtte ze eens diep.

Achteraf denk ik wel dat ze té makkelijk was als ouder, mijn vader was veel strenger. Daarom vertelde mijn moeder hem niet alles, haha. Toch heb ik met hem daardoor ook nooit diezelfde band gekregen als met mijn moeder. Hij was echt een vader-vader, terwijl mijn moeder meer een vriendin-moeder was.”

Toen al te oud

“Ik heb lang gefeest en aangerommeld, ben pas op mijn 36ste gesetteld met mijn man en kreeg ‘op de valreep’ nog twee kinderen: mijn zoon is nu veertien en mijn dochter twaalf. En hoewel mijn moeder natuurlijk een supertrotse oma was, was ik toch stiekem jaloers op mijn vriendinnen. Hun moeders hadden allemaal een vaste oppasdag, terwijl de mijne daar toen al te oud voor was.

Ja, af en toe een dagje vonden mijn ouders hartstikke leuk. Maar elke week, dat konden ze simpelweg niet aan. Ze waren bij de geboorte van mijn oudste al ver in de zestig en mijn moeder was door haar reuma vrij slecht ter been. Ik snapte wel dat de zorg voor twee van die kleintjes dan te veel is. Bovendien had mijn moeder toen al jarenlang op de kinderen van mijn broers gepast, die er veel eerder bij waren. Dat had er ongetwijfeld ook in gehakt.

Voor mijn kinderen hebben hun opa en oma daarom nooit een heel prominente rol in hun leven gespeeld. Mijn ouders woonden zo’n veertig minuten rijden bij ons vandaan, dus we gingen ook niet wekelijks op de koffie. Wel belden mijn moeder en ik vrijwel elke dag even – gewoon om even de dag door te spreken. In de eerste jaren hebben de kinderen er ook weleens gelogeerd.”

Lees ook: Jamila: ‘Mijn vader deed het geweldig in zijn eentje, maar het viel hem wel zwaar’

Liever niet over praten

“Maar na haar zeventigste ging vooral mijn moeder steeds harder achteruit. Ze kreeg chronische last van haar darmen, waardoor ze steeds minder graag van huis ging, uit angst dat ze de wc niet zou halen. Ook lopen ging niet goed meer: ze was snel buiten adem en bang om te vallen. Op een gegeven moment liep ze alleen nog maar achter een rollator en kwam er een traplift in huis.

Ik heb het er weleens met mijn moeder over gehad: wat er zou gebeuren als zij of mijn vader niet meer thuis zou kunnen wonen? Daar wilde ze eigenlijk liever niet over praten, want hun huis was heilig voor mijn ouders. Allebei werden ze niet blij van bingo-avondjes en Rijn-reisjes, dus de gedachte aan een ‘bejaardentehuis’ was voor hen een verschrikking. Ze wilden het liefst sterven in hun eigen huis, hebben ze weleens gezegd.

En noem het naïef, maar eigenlijk ben ik er ook altijd vanuit gegaan dat het zo zou gebeuren. Zeker nu de regering stimuleert dat mensen langer thuis blijven wonen, kon ik geen reden bedenken waarom een van de twee het niet zou kunnen redden zonder de ander. Je kunt tegenwoordig voor alles hulp krijgen: thuishulp voor de medische zorg, een werkster voor de huishoudelijke taken, Tafeltje Dekje voor het eten, de boodschappen kun je aan de deur laten brengen.

En voor alles waar je géén hulp voor kunt aanvragen, konden wij bijspringen, had ik bedacht. ‘En als het écht niet meer gaat, kom je maar gewoon lekker bij ons wonen hoor’, heb ik weleens geroepen. Ik denk ook dat ik het toen serieus meende. We hebben een vrij groot huis, waarin de bijkeuken vrij eenvoudig te verbouwen zou zijn tot slaapkamer. Het leek me ook wel mooi om op die manier wat zorg te kunnen teruggeven. Ik kan me haar reactie niet meer goed herinneren, waarschijnlijk is ze er niet op ingegaan. Maar ik weet zeker dat ze het heeft onthouden.”

Ze vereenzaamde

“Vier jaar geleden overleed mijn vader aan een hartstilstand, van de ene op de andere dag viel hij weg. En hoe groot dat verdriet ook was, meteen kwam de vraag op: ‘Wat doen we met mama?’ Aanvankelijk waren mijn broers en ik het erover eens dat ze prima in hun huis kon blijven wonen. Aangezien zij dichterbij woonden, hielpen mijn broers en hun echtgenotes veel met de dagelijkse dingen, zoals boodschappen en klusjes in huis. Zelf probeerde ik ook zo veel mogelijk bij te springen, bijvoorbeeld door de administratie te doen of mee te gaan naar ziekenhuisafspraken.

Waar we alleen niet bij konden helpen, waren de momenten dat ze alleen was. Hoewel er regelmatig iemand langsging, merkte ik dat ze vereenzaamde. Toen mijn vader nog leefde, kwam ze al weinig buiten, nu helemaal niet meer. Ze zat hele dagen in haar stoel televisie te kijken. Dat brak mijn hart. Ik probeerde wel wat vaker langs te gaan, maar met een baan – ik werk 32 uur per week in een kledingwinkel  – en een huishouden met twee pubers en een hond, is dat niet altijd makkelijk in te plannen. Ik had zó al moeite genoeg om alle ballen in de lucht te houden.”

Niet meer verantwoord

“Het was uiteindelijk de thuiszorginstantie die aangaf dat we misschien voorzichtig moesten gaan nadenken om mijn moeder op de wachtlijst voor een tehuis te zetten. Ze was kort na elkaar twee keer gevallen in huis, waardoor ze vonden dat het eigenlijk niet meer verantwoord was haar alleen te laten. Meteen riepen mijn broers en ik een crisisberaad bijeen: wat nu?

Ik dacht meteen aan de ‘belofte’ die ik mijn moeder ooit had gedaan. Als ik haar in huis wilde nemen, was dit het moment. Maar alles in me schreeuwde nee. Ik heb het thuis nog wel even ter sprake gebracht, omdat ik me schuldig voelde. De kinderen leek het in eerste instantie nog wel gezellig: mijn dochter zei zelfs dat ze dan met oma in de rolstoel zou gaan wandelen, zó zoet! Maar mijn man keek me aan alsof ik gek geworden was. ‘We hebben nu al nergens tijd voor, laat staan als we er nog een dagelijkse portie mantelzorg bij krijgen’, zei hij. En hij had natuurlijk gelijk.

Ik moest er eigenlijk ook niet aan denken om midden in de nacht de lakens van mijn moeder te moeten verschonen als ze haar bed had bevuild. Maar ja, zij had vroeger wel altijd met liefde mijn luiers verschoond, en zelfs zonder morren de lakens die ik had ondergespuugd nadat ik een keer heel dronken was geworden. Het is toch een schande om vies te zijn van je eigen moeder?”

Lees ook: Stefanie: Ik was blij Adriana gelukkig te zien, maar wist dat het afscheid zou komen

Tekst: Marion van Es. Om privacyredenen zijn de namen in dit artikel veranderd, de echte namen zijn bekend bij de redactie.

Lees meer van de rubriek Openhartig in Vriendin 37

Reageer op dit artikel