Manon is lifeguard bij de Reddingsbrigade en redt mensen uit zee: ‘Mensen onderschatten de gevaren van de Noordzee’
Manon (25) is vrijwilliger bij de Reddingsbrigade Wijk aan Zee en moet regelmatig afgedreven zwemmers of watersporters uit de golven redden. “Mensen schatten de gevaren van de Noordzee vaak verkeerd in.”
Bak ervaring
Ook al is Manon pas 25 jaar, ze heeft een bak ervaring bij de Reddingsbrigade. “Mijn ouders waren allebei vrijwilliger, dus mijn kinderwagen stond letterlijk hier op de post”, lacht ze, terwijl ze met een vloeiende beweging de achterste rits van haar wetsuit dichtzipt. “Normaal kan ik dit nog veel sneller, hoor”, zegt ze daar verontschuldigend bij. “Maar dit pak wordt soepeler naarmate je hem vaker gebruikt en het is dit seizoen nog niet zo heel vaak mooi weer geweest.”
Nooit klaar met leren
Vandaag, als het kwik nog geen 20 graden aantikt, is het ook rustig op de post. Dit soort dagen worden bijvoorbeeld gebruikt voor trainingen en bijscholing. “Als vrijwilliger bij de Reddingsbrigade ben je nooit klaar met leren”, zegt Manon. “Ik begon als klein meisje met pleisters plakken of meezoeken naar kinderen die zoek waren. Inmiddels heb ik 16 zwemdiploma’s en assisteer ik bij de opleidingen tot lifeguard en lessen reddingszwemmen. Mijn vader is ook nog steeds actief. Soms komt het voor dat ik de leiding heb en hij naar mij moet luisteren. In het begin was dat soms even slikken voor hem, vooral omdat ‘zijn kleine meisje’ moet helpen bij heftige incidenten, zoals reanimaties. Aan de andere kant heeft hij mij zelf aangestoken met het reddingsvirus en ik wist goed waar ik aan begon.”
Acht geslaagde reddingen op een dag
De Reddingsbrigade is verantwoordelijk voor de veiligheid van mensen op het strand en aan de kustlijn. “Dat betekent ook dat wij bijvoorbeeld helpen als iemand met een pinda-allergie onwel is geworden bij een strandtent, omdat de ambulance daar niet zo snel kan komen”, legt Manon uit. “We maken van alles mee, van kinderen met schelpen in hun voet tot verdrinkingen. Gelukkig gebeurt dat laatste niet heel veel: meestal lukt het ons om mensen uit het water te halen vóór het fout gaat. Ik herinner me nog een warme zomerdag waarop we wel acht mensen gered hebben, de ene na de andere melding kwam binnen. Bekaf reden mijn vader en ik die avond naar huis en toen kwam er bericht binnen van een negende slachtoffer, die het niet had overleefd. Die persoon komt dan op het nieuws, niet die acht geslaagde reddingen.”
Tegen een muistroming zwemmen kan niet
Zelf groeide Manon op met zwemveiligheid. “Ik denk dat mensen die aan de kust wonen zich meer bewust zijn van de gevaren. Mijn ouders leerden mij en mijn zusje al vroeg dat de zee geen zwembad is. De Noordzee is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de Middellandse zee, die over het algemeen vrij kalm is. De stroming is hier vaak sterker en er komen geregeld muien voor. Strandgangers herkennen die meestal niet en merken het vaak pas als ze steeds verder de zee in worden getrokken. Tegen een muistroming in zwemmen kan niet: zelfs een Olympisch kampioen zou die wedstrijd verliezen. Als wij een mui zien, zetten we dit stuk bewust af, maar dan nóg gebeurt het weleens dat mensen zo’n waarschuwing negeren. Een keer kroop een man bewust onder het lint door. Toen ik hem daarop wees zei hij: ‘Jij houdt het hier toch in de gaten?’ Maar zo werkt het natuurlijk niet.
Soms ondankbaar werk
Met de campagne Wie checkt jou? proberen we al jaren om mensen bewust te maken dat er altijd iemand
moet opletten als je het water ingaat. De meesten doen dit ook wel, zeker ouders van jonge kinderen. Maar ik heb ook een keer twee meisjes uit de zee gehaald die meegenomen waren in een mui. Ik pakte de touwtjes van hun bodyboards vast en ben samen met hen zijwaarts de mui uitgezwommen. De moeder lag rustig op haar handdoekje en was druk bezig met haar telefoon. Ze had er niets van meegekregen en reageerde ook heel nonchalant toen ik vertelde wat er was gebeurd. Soms is dit werk dus ook best ondankbaar.”
Verdrinken in je bed
Omdat de stroming zo verraderlijk is, werkt de Reddingsbrigade zo veel mogelijk preventief: voorkomen dát het fout gaat. “Soms wijs ik iemand erop dat hij of zij te ver in zee is en krijg ik als reactie terug dat diegene heel goed kan zwemmen. ‘Dat geloof ik’, zeg ik dan, ‘maar kleine kindjes denken daardoor misschien dat het hier veilig is en kunnen niet op eigen houtje terugkomen’. En zelfs de beste zwemmers kunnen in de problemen komen: de negende redding waar ik eerder over vertelde, was een man die altijd lange afstanden zwom. Toen hij om hulp riep, dacht zijn vrouw zelfs dat hij een grapje maakte – ze had dit niet van hem verwacht.
Altijd impact
Ook al loopt het goed af, uit zee gered worden heeft altijd impact. Want als iemand water heeft binnengekregen is standaard protocol dat we een ambulance laten komen voor controle. Dit doen we om de kleine kans op secondary drowning uit te sluiten: als er water in je longen is gekomen, kun je zelfs ’s avonds in je bed nog verdrinken.”De keren dat Manon mensen veilig uit het water haalde, zijn inmiddels niet meer te tellen. “Als zo’n actie van begin tot eind soepel verloopt en iemand is met ademhaling van het strand af gegaan, dan geeft dat een euforisch gevoel. Meestal horen wij niet hoe het is afgelopen, maar dat hoeft ook niet: zelf weet je dan dat je hebt gedaan wat je kon en daar ben je trots op.
Goed napraten
Na afloop zorgen we altijd dat we goed napraten met ons team, helemaal als het niet goed is afgelopen. Sommige momenten blijven je altijd bij. Een heftig voorval was een kitesurfer die verwikkeld was geraakt in zijn touwen en door een harde rukwind zwaargewond was geraakt aan zijn been. Als lifeguard heb ik een EHBO-diploma, maar bij heftig letsel als dit moet natuurlijk een ambulance komen. Toch moet je wel kunnen ingrijpen waar nodig. In dit geval besloot ik bijvoorbeeld om zijn wetsuit niet open te knippen. Achteraf hoorde ik dat die beslissing zijn leven heeft gered, omdat het druk zette op de interne bloeding.
Grenzen kennen
Ik kan heftige dingen meestal redelijk goed loslaten. Dat moet ook wel, want de volgende dienst moet je er gewoon weer zijn voor een mogelijk volgend slachtoffer. Heel soms is het even te veel, zoals die dag met de negen reddingen. Toen mijn moeder ’s avonds pizza maakte en de oven afging, zat ik recht overeind omdat ik dacht dat het de pieper was. En als lifeguard moet je ook je grenzen kennen. Zo kwam er een keer een meisje uit het water die – in combinatie met alcohol en het zoute water – zo hevig aan het bloeden was, dat ik voelde: dit trek ik niet. Er zijn vrijwilligers met meer medische kennis, omdat ze bijvoorbeeld in het ziekenhuis werken. Gelukkig is dit goed afgelopen: de volgende dag liep ze met haar hechtingen alweer op het strand.”
Blauwe parasol
De meeste zoekacties van de Reddingsbrigade vinden niet in het water plaats, maar op het strand: op een warme zomerdag komen er soms tientallen meldingen van zoekgeraakte kinderen. “Als daar een bepaalde tijd overheen is gegaan, alarmeren we meteen de politie. In andere gevallen gaan we eerst zelf zoeken. Het helpt altijd als ouders diezelfde dag op het strand nog een foto hebben gemaakt van hun kind: dat zoekt makkelijker dan ‘een blond jongetje met een groene zwembroek’. De meeste kinderen worden snel weer teruggevonden. Ze zijn bijvoorbeeld aan het spelen geweest in het water en ongemerkt een stuk afgedreven. Als ze dan uit het water komen en zoeken naar ‘de blauwe parasol waar papa en mama zitten’, blijken er opeens twintig blauwe parasols te zijn. We hebben weleens een kind gevonden die twee kilometer verderop in Heemskerk was beland. Bij de post hebben we altijd gratis polsbandjes liggen waarop je je telefoonnummer kunt schrijven: zo kunnen we een kind dat de weg kwijt is het snelst bij de ouders terugbrengen.”
Tips voor ouders
Goed opletten wanneer je kind in het water is, is volgens Manon de nummer één tip voor ouders die een dagje strand doen. Maar zeker voor kinderen die vaak aan de kust te vinden zijn, kan extra zwemtraining ook van pas komen. Sommige Reddingsbrigades, zoals Bergen en Noordwijk, geven gratis cursussen muizwemmen voor kinderen vanaf 10 jaar. Manon geeft soms ook dit soort clinics en ondersteunt bij de jeugdopleiding reddingszwemmen. “ Dat is een vierjarig traject voor kinderen vanaf 12 jaar. Een deel is theorie, maar we nemen ze ook mee de mui in om zelf te ervaren hoe dat voelt en hoe je eruitkomt. Het is heel leuk om te zien hoe sommige jongens en meiden aan het begin nog angstig zijn voor de zee, maar aan het eind van het seizoen zelfverzekerd de branding in rennen. Uiteindelijk kun je met deze opleiding lifeguard worden, maar dat hoeft niet: sowieso is het voor iedereen die regelmatig aan het strand komt goed om de gevaren van de zee te kennen en te weten hoe je daarmee omgaat.”
Onweer
Ze benadrukt dat de Reddingsbrigade niet bedoeld is om mensen alleen maar op regeltjes te wijzen. “Daar is handhaving voor, wij komen pas in actie als mensen écht gevaar lopen.” En dat ze daarvoor soms moet praten als Brugman, vindt ze niet erg. “Een groot deel van mijn werk bestaat uit voorlichten: mensen vertellen wat de verschillende kleuren vlaggen betekenen, of wanneer ze beter uit het water kunnen komen. Dat ze niet altijd luisteren, komt vaak voort uit onwetendheid, soms gecombineerd met een stukje Hollandse nuchterheid. Een paar weken geleden begon het bijvoorbeeld plotseling te onweren en riepen we om dat iedereen meteen het water uit moest. Een paar mensen sputterden tegen. Toen ik ze erop wees dat hun haren recht overeind stonden van de statische lading in het water, zagen ze wat ik bedoelde. Als je zoiets duidelijk uitlegt, snappen mensen beter dat we dit soort dingen niet zeggen om te pesten, maar voor hun eigen bestwil.”
Op het strand te vinden
Naast haar werk als content marketeer is Manon zo vaak mogelijk op het strand te vinden. “Wij hebben het gezelligste strandhuisje van Wijk aan Zee”, zegt ze lachend. “Onze post bestaat uit zo’n leuke club mensen, veel van hen zijn familieleden van elkaar of goede vrienden. Dat is voor mij uiteindelijk het mooiste van dit werk. Ik heb mijn beste vrienden hier gevonden, we gaan zelfs samen op vakantie.” Al is ze zelfs op vakantie toch stiekem altijd ook een beetje aan het werk, bekent ze.
Gekkenhuis
“Eigenlijk kan ik niet meer relaxed op een strand zitten, want ik zie het meteen als er iets aan de hand is: een kindje dat zoekend rondkijkt, een zwemmer die meer moeite heeft om terug naar de kust te komen… Als ik met mijn vader ben, zitten we vaak allebei hetzelfde groepje in de gaten houden, haha.” Manon bereidt zich voor op weer een drukke zomer op de post. “Op dagen dat het 30 graden wordt, kan het gekkenhuis zijn. Al blijken soms de heetste dagen opeens de rustigste te zijn. Het werk van een lifeguard is altijd onvoorspelbaar”, zegt ze lachend. “Dat maakt het juist zo leuk.”
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media