Charlotte werkt op een traumahelikopter: ‘In dit werk moet je altijd ready to go zijn’
Als chief-nurse op een traumahelikopter is voor Charlotte (39) geen dag hetzelfde. Een ernstig verkeersongeluk, zelfdodingen of iemand met een hartstilstand, ze weet nooit wat haar tijdens haar werk te wachten staat. “Omdat ik zelf een gezin heb, vind ik vooral incidenten waar kinderen bij betrokken zijn ingrijpend.”
Altijd ready to go
Charlotte: “Om half zeven ‘s ochtends verzamel ik met een arts en een piloot op het helistation van Rotterdam Airport. We doen eerst een rondje in de helikopter om na te gaan of alles werkt en aanwezig is. Doet de beademingsmachine het, zijn alle medicijnen en pompen op voorraad? Kunnen we de meldkamer en luchtverkeerstoren goed horen? Als alle checks zijn gedaan, duiken we de diepvries vol afbakbroodjes in en maken we een lekker ontbijtje. Als we geluk hebben kunnen we daar in alle rust van genieten, maar er kan na twee happen ook een melding binnenkomen. Hup, actie! In dit werk moet je altijd ready to go zijn.”
Verpleegkunde
“Als klein meisje wilde ik dierenarts worden. Maar toen ik veertien was en mijn vader lang in het ziekenhuis kwam te liggen, veranderde dat. Ik was onder de indruk van het werk van de verpleegkundigen. Zorgen voor een patiënt, iets voor iemand kunnen betekenen, dat wilde ik ook. Na de middelbare school ben ik de verpleegkundige-opleiding gaan doen en kwam ik te werken op de verpleegafdeling van een ziekenhuis. In die tijd mocht ik een aantal keer mee met een collega op de ambulance. Zo kwam ik erachter dat mijn hart bij de acute zorg ligt. Het hectische en onvoorspelbare vond ik gaaf, met die korte maar intensieve contacten met patiënten.
Gewilde functie
Uiteindelijk heb ik de SEH-opleiding gevolgd en daarna tien jaar op de ambulance gewerkt, tot ik een vacature voorbij zag komen voor verpleegkundige op de traumaheli. Mijn hart ging meteen sneller kloppen. Hoe gaaf zou het zijn om per helikopter acute zorg te verlenen? Ik ben een type dat altijd wel op zoek is naar een nieuwe uitdaging. Na overleg met mijn man, die ook op de ambulance werkt en mij altijd steunt in mijn ambities, besloot ik te solliciteren. Ik was niet de enige, want MMT-verpleegkundige (Mobiel Medisch Team, red.) is een gewilde functie.
Vlieg-technisch gebied
Toen ik te horen kreeg dat ik het geworden was en de vereiste MMT-opleiding mocht gaan doen, sprong ik een gat in de lucht. In zes weken tijd leerde ik vervolgens alles op vlieg-technisch gebied: hoe zit een helikopter in elkaar en hoe moet je navigeren? Ik fungeer tijdens de vlucht namelijk ook als copiloot, waarbij ik assisteer bij alle checks en met de luchtverkeersleiding schakel. Daarna volgden nog inwerkdiensten en extra scholingsdagen om alles te leren over de medische spullen aan boord. Ook leerde ik hoe nachtdiensten in z’n werk gaan. Vliegen in het donker is namelijk andere koek, dan heb je nachtkijkers op je helm voor een beter zicht. Na een aantal maanden rondde ik eind 2021 het opleidingstraject af en was ik klaar voor het echte werk.’’
Onvoorspelbaar
“Nederland telt vier traumahelikopters. Lifeliners, noemen wij die. Zij rouleren over de helistations Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen en Groningen. Ons team in Rotterdam bestaat uit elf verpleegkundigen, dertien artsen en zeven piloten. Als chief-nurse geef ik leiding aan de verpleegkundigen en ga ik zelf ook mee als we moeten uitrukken. Vanuit Rotterdam worden wij ingezet in een groot gebied: grofweg tussen Leiden, een deel van Utrecht, Breda en Zeeland. Gemiddeld ontvangen we wel tien oproepen per dag. Een deel daarvan wordt geannuleerd. Dan zijn we onderweg, maar krijgen we van de ambulance ter plaatse te horen dat onze komst toch niet nodig is. We vliegen dan terug naar de luchthaven, maar het kan ook zijn dat we onderweg alweer een nieuwe oproep krijgen.
Afwisselend
Je weet nooit wat er gaat gebeuren en dat maakt dit werk heel afwisselend. Je kunt tot twaalf uur ’s middags geen oproep krijgen en daarna pas om half zeven ’s avonds terugkomen. Wat we op het helistation doen als we niet uitrukken? Er staan kasten vol medische voorraad die we moeten controleren en bijbestellen, maar ook de hangaar moet worden opgeruimd en de helikopter wordt wekelijks schoongemaakt. Niet zoals een auto door de wasstraat, wij poetsen ’m gewoon zelf met een tuinslang en een emmertje sop!”
Meer expertise
“Laatst werden we ingezet omdat er iemand van grote hoogte van een steiger was gevallen. Maar we worden ook opgeroepen bij ernstige verkeersongelukken en reanimaties, bij zelfdodingen en als mensen niet uit een epileptische aanval komen. Eigenlijk alles waarbij iemand in nood is en er snel gehandeld moet worden. De ambulance is als eerste ter plaatse, daarin zitten een chauffeur en een verpleegkundige die eerste hulp verlenen en de situatie beoordelen. Wij vormen daarop een aanvulling, omdat we andere medicatie en specialistische zorg bij ons hebben. Zo kan onze gespecialiseerde arts, meestal een traumachirurg of (kinder)anesthesist, met hulp van de MMT-verpleegkundige bijvoorbeeld een beademingsbuisje toedienen, of bloed.
Terug
In de meeste gevallen wordt de patiënt niet met onze heli naar het ziekenhuis vervoerd. In stedelijk gebied is de ambulance namelijk veel sneller bij de Spoedeisende Hulp dan wij omdat er tijd gaat zitten in het landen op het helikopterplatform. Onze arts gaat met de patiënt mee de ambulance in en ik word door de politie, die ook altijd aanwezig is, teruggereden naar de helikopter. Samen met de piloot vlieg ik naar het ziekenhuis om de arts op te halen. Zodra we als team weer compleet zijn, gaan we terug naar het vliegveld óf alweer op weg naar de volgende noodsituatie.”
Multitasken
“Wanneer mijn werk ter sprake komt met mensen die mij niet goed kennen, zijn ze altijd nieuwsgierig. ‘Wat doe je dan precies?’, vragen ze dan. Dat snap ik wel, dat het gezien wordt als een interessant beroep. Net als een SEH- of ambulanceverpleegkundige moet je stressbestendig zijn en snel kunnen schakelen, maar er komt nóg meer hectiek bij kijken omdat je vliegt. Wij zijn binnen vier tot twintig minuten bij een incident en in die korte tijd is het multitasken: geeft het systeem aan dat er een drone of parachutist in ons gebied vliegt? Of zijn er obstakels zoals een hoogspanningsmast? En waar kunnen we landen? Overdag hebben we een landingsplek nodig van 25 bij 25 meter. Een park, grasveld of zo’n voetbalveldje van Johan Cruijff is daar heel geschikt voor. Natuurlijk zijn daar geregeld mensen aanwezig, maar zodra wij er boven gaan hangen begrijpen de meeste mensen wel dat we willen landen en maken ze ruimte.
Alternatief zoeken
Soms lijkt een plek heel geschikt, maar moeten we op het laatste moment toch een alternatief zoeken. Zo had de politie in Delft voor ons een plein in het centrum vrijgemaakt, maar bleken er op de terrassen overal uitgeklapte parasols te staan. Onze landing gaat gepaard met een enorme luchtverplaatsing. Dus als die parasols losschieten en in onze rotorbladen terechtkomen of over het plein vliegen in de richting van mensen, is het foute boel. Inmiddels weet ik in veel steden en gebieden waar geschikte landingsplekken zijn. Maar ook hier geldt weer dat de situatie elke dag anders kan zijn.”
Zelfbescherming
“Veel mensen kunnen zich waarschijnlijk nog wel herinneren dat een vrachtwagen in Nieuw-Beijerland een dijk afreed en kwam in een barbecuefeest terechtkwam. Ik rukte die avond met collega’s uit. Dat was heftig. Zeven mensen kwamen om, meerdere gasten raakten gewond. Dat incident bleef me lang bij, en ook een oproep op het strand kan ik mij nog goed herinneren. Dat had vooral te maken met de bijzondere locatie. Er was een bruiloft gaande waarbij een gast een hartstilstand kreeg. Wij hebben de man gereanimeerd en naderhand heb ik gehoord dat hij het gelukkig kan navertellen. Soms ontvang ik een bedankje, zoals een kaart of tekening van een patiënt of diens familie. Dat is mooi, want een goede afloop is natuurlijk waar je het voor doet, maar helaas redden veel mensen het niet. Ik schat in ongeveer een kwart van alle gevallen. Dat betekent dat ik alleen al op één ochtend drie overledenen gezien kan hebben. Dat is vrij pittig. Daarom heb ik gaandeweg geleerd om emotioneel een bepaalde afstand te bewaren.
Zelfbescherming
Sommige collega’s vinden het fijn om na een incident uitgebreid te praten met familieleden van het slachtoffer. Ze willen bijvoorbeeld weten wat de leeftijd van de persoon is en of hij of zij kinderen heeft. Op die manier kunnen ze de casus een plek geven. Ik pak liever mijn spullen, wens de mensen veel sterkte en ga terug naar de heli. Dat klinkt misschien bot, maar het betekent niet dat de situatie me niets doet. Het is zelfbescherming. Juist de emoties van de omstanders maken het zwaar. Als ik samen met andere hulpverleners aan een familie moet uitleggen dat hun dierbare is overleden, is dat al ingrijpend genoeg. Door te doen wat ik moet en kan doen, en daarna te focussen op mijn volgende taak, houd ik het voor mijzelf werkbaar.”
Veel lachen
“Toen ik met deze baan begon, was ik net een paar maanden moeder. Onze zoon is inmiddels vijf en begrijpt goed dat mama in een helikopter vliegt. Hij heeft ook al een aantal keer in de hangaar in de heli mogen zitten, wat hij machtig interessant vindt. Omdat ik zelf een gezin heb, vind ik vooral incidenten waar kinderen bij betrokken zijn ingrijpend. Ik doe mijn werk daardoor niet anders, maar ben wel extra dankbaar voor wat ik heb. Na een zware werkdag geef ik mijn zoon en mijn dochter van anderhalf een extra knuffel. Ik realiseer mij ook goed dat een heftig ongeluk net zo goed mijzélf kan overkomen, al sta ik daar niet te veel bij stil. Dan zou ik mijn werk niet kunnen doen en ik ben bovendien een vrij nuchter persoon. Als ik iets ingrijpends heb meegemaakt, kan ik het goed loslaten. Erover praten helpt. Dat doe ik met mijn man Kevin, die ook in dit wereldje zit, en ik bel ook weleens mijn broer die iets heel anders doet. Even mijn verhaal kwijt kunnen is vaak al genoeg.
‘Peersupporter’
Wie er behoefte aan heeft kan contact opnemen met een ‘peersupporter’, iemand binnen ons team die speciaal getraind is om emotionele steun te bieden. Ook hebben we jaarlijks een gesprek met een psycholoog, maar als team praten we onderling ook veel. Zo briefen we direct na de inzet op het helistation: zijn we oké? Was er ter plaatse iets dat we anders konden doen? Gewoon even kort, met een paar frikandellen erbij, om de heftige dingen die we hebben gezien te verwerken.
Humor
En humor, hè? Ondanks de ernst wordt er ook ontzettend veel gelachen en dat is heel belangrijk. Neem alleen al de foto’s die we aan de muur hebben gehangen op het helistation. Binnen twee minuten na een oproep zitten wij al in de lucht, dus we moeten eten, drinken én plassen wanneer het kan. Dat laatste kan lastig zijn als je meerdere oproepen achter elkaar krijgt en steeds onderweg bent. Ik heb weleens bij een woonhuis aangebeld of ik even naar het toilet mocht, maar voor mijn mannelijke collega’s is dat natuurlijk een stuk makkelijker. Voor de gein hebben we op kantoor dus een reeks komische foto’s opgehangen waarop je de mannen van achteren tegen een boom aan ziet staan. Ook maken we weleens kiekjes van leuke landingsplekken. Laatst kreeg ik een appje van collega’s die in een leeg weiland waren geland. Althans, dat dachten ze. De piloot, die altijd bij de heli achterblijft, werd al gauw omringd door nieuwsgierige koeien én een opstandige stier, die zijn hoorn door het achterraam van de heli boorde. Oeps…!”
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media