Lezeressen over die ongelukkige uitspraak bij de dokter: ‘Hij zei: dat gekke flubbertje hoort bij de leeftijd’

Dokters mogen dan veel weten over de werking van het menselijk lichaam, ook zij kunnen lijden aan uitflapperitus. En dan kan het gebeuren dat je de praktijk uitloopt met een complex, groter dan het bultje waar je eigenlijk voor kwam.


dokter

‘Loshangende flubbertjes horen bij de leeftijd’

Roos (30): “Ik heb aardig wat moedervlekken, de een iets groter en boller dan de ander. Soms twijfel ik of ze er allemaal nog wel ‘normaal’ uitzien, maar speciaal daarvoor naar de huisarts durf ik eigenlijk nooit. Ik vind dat zo aanstellerig overkomen. Meestal wacht ik tot ik een andere klacht heb en moffel ik voor het weggaan nog even die moedervlek ertussendoor. Maar een tijdje terug had ik toch wel een heel gek, bruinkleurig plekje aan de zijkant van mijn buik. Ik kon me niet herinneren dat daar eerder een moedervlek zat en ik kon het bewegen. Best gek. Dus leek het me verstandig om er toch even naar te laten kijken. De arts wierp er één blik op met een fel lampje en zei: ‘oh, dat gekke flubbertje? Dat hoort bij de leeftijd.’ Toen ik vragend keek – ik ben pas dertig! – legde hij uit: ‘Je moet je huid zien als een oude trui. Na verloop van tijd gaat-ie pillen en krijg je loshangende flubbertjes.’ Ik heb m’n trui snel weer aangetrokken. Mijn échte trui, en voor moedervlekken ben ik sindsdien niet meer geweest.”

‘Mijn vriend plaagde me nog lang met mijn exotische tandvlees’

Marlies (36): “Op advies van de tandarts ging ik naar de mondhygiëniste. Ik had niets bijzonders, af en toe bloedend tandvlees bij het poetsen en de tandarts had wat plak gezien. De mondhygiëniste prikte wat met een haakje in mijn tandvlees, ging aan de slag met het verwijderen van tandplak en zei daarna: ‘Zulk tandvlees zie ik normaal alleen terug bij Noord-Afrikaanse mannen van middelbare leeftijd.’ Ik heb niet gevraagd wat ze hiermee bedoelde, ik was te verbouwereerd. Thuis ben ik door mijn vriend nog lang geplaagd met mijn exotische tandvlees. En als we couscous eten, komt áltijd de opmerking dat mijn tandvlees daar vast erg van geniet.”

‘Of ik ook iets aan mijn Bert-wenkbrauw wilde laten doen’

Barbara (36): “Ik ben in mijn leven één keer naar de schoonheidsspecialiste geweest. Ik had die maand, ik werk als zelfstandige, goed verdiend en dit leek me een mooie beloning. Ik ergerde me al een tijdje aan wat gerstekorrels rond mijn ogen en mee-eters op mijn neus. Ook zocht ik wat advies over hoe ik mijn huid zo goed mogelijk kon verzorgen. Ik had een afspraak van een uur en na ongeveer vijftig minuten zei de schoonheidsspecialiste: ‘Je hebt een Bert-wenkbrauw, wil je dat ik daar iets aan doe?’ Ik trok mijn wenkbrauwen (of wenkbrauw, het is maar hoe je het bekijkt) op, omdat ik niet begreep wat ze bedoelde en dacht dat ik haar verkeerd verstaan had. Ze legde uit: ‘Je weet wel: van Bert en Ernie. Bert. Ik kan daar wel iets aan doen, maar dan moet je wel een extra afspraak maken, want dat is nogal een klus.’ Een Bert-wenkbrauw! Ik had er nog nooit van gehoord terwijl ik toch al mijn hele leven met die wenkbrauwen rondliep. Het leek me ook niet de meest professionele term. Ik heb vriendelijk bedankt, tot haar verbazing. Die paar haartjes daar storen me niet.”

‘Die bril blééf maar scheef staan op mijn gezicht’

Lidia (49): “Ik had een nieuwe bril aangemeten gekregen en was bij de opticien om ’m op te halen. Het is normaal dat ze de pootjes van het montuur dan nog wat verstellen zodat de bril niet continu van je neus zakt, of te strak zit. In de spiegel van de winkel zag ik duidelijk dat het montuur scheef op m’n gezicht stond, terwijl de opticien het al wat aangepast had. Ze leek zelf wel tevreden met de stand, dus ik zei voorzichtig: ‘Volgens mij staat hij nog niet helemaal recht.’ Ze liep naar achter met het montuur, kwam terug voor een nieuwe pasbeurt en de bril stond nog altijd scheef. Dit herhaalde zich nog twee keer waarbij ik me steeds bezwaarder voelde. Ook omdat de opticien nauwelijks kon verhullen dat ze me maar lastig vond. Bij de vierde keer stond de bril nog altijd scheef op mijn hoofd, zo duidelijk als wat. ‘Het zal wel aan mij liggen,’ zei ik, ‘maar hij lijkt nog steeds scheef te staan.’ Haar antwoord: ‘Je hebt een heel asymmetrisch gezicht, daar kan ik ook niets aan doen.’ Het was me nooit eerder opgevallen, maar ik kan het nu niet meer níet zien. Ik ben inmiddels trouwens overgestapt op contactlenzen. En heb destijds ook nog een klacht ingediend omdat ik het nou niet heel klantvriendelijk vond.”

‘Zijn opmerking deed weinig goeds voor mijn zelfbeeld’

Miriam (33): ‘Zo rond mijn twaalfde nam mijn moeder me naar de huisarts omdat ze vond dat ik erg weinig at. Achteraf denk ik dat het wel meeviel, maar mijn broer – die op dat moment in de puberteit zat – at gewoon nogal veel. De huisarts, een oudere, chagrijnige man, hoorde mijn moeder aan en vroeg me daarna op de weegschaal te staan, zonder broek en trui. Hij keek naar het gewicht op de weegschaal, pakte toen een rol aan de zijkant van mijn buik vast, kneep erin en zei: ‘Je hebt in ieder geval geen anorexia, want daarvoor heb je teveel vlees op je botten.’ Mijn moeder verblikte of verbloosde niet. Het was een tijd waarin je dat soort opmerkingen ongestraft kon maken, blijkbaar. Achteraf is het natuurlijk heel erg ongepast. En veel goeds voor mijn zelfbeeld deed het op dat moment ook niet.”

‘Steeds als ik pijn heb, denk ik dat ik me aanstel’

Esmée (29): “Ik liet voor het eerst een spiraaltje plaatsen bij de huisartsenpraktijk. Ik was al eerder op consult geweest en toen was me aangeraden van tevoren een pijnstiller te nemen, ook al zou het plaatsen ‘vrijwel pijnloos’ zijn. Ik had netjes ibuprofen genomen en terwijl ik me omkleedde, benadrukte de arts nog eens dat ‘eigenlijk alle vrouwen het heel erg goed te doen vinden.’ Je raadt het al: ik vergíng echt van de pijn. Ik had direct krampen alsof ik mega ongesteld moest worden. En toen ik naderhand opstond, ging ik tegen de vlakte. Toen ik bijkwam en vroeg hoe het kon dat het zo’n pijn deed, of er misschien iets misgegaan was, antwoordde de assistente die erbij geroepen was dat ik blijkbaar een lage pijngrens heb. Ehh, bedankt? Het is jaren geleden, maar elke keer als ik nu pijn heb, denk ik toch altijd nog even dat ik me misschien aanstel. Dat andere mensen het amper zouden voelen. Ik heb nog geen kinderen, maar ik ben ergens ook bang nu dat een bevalling voor mij niet te doen zal zijn…”

‘Mijn moeder noemde de huisarts nog jaren ‘die rare vent’’

Nadine (44): “Toen ik jeugdpuistjes begon te krijgen, zo rond mijn veertiende denk ik, kon ik het niet laten deze uit te knijpen. Liever een korst op mijn gezicht dan zo’n dikke rode pukkel, waarvan al mijn klasgenoten meteen wisten wat het was. Mijn moeder zag het met lede ogen aan, en waarschuwde steeds dat ik allemaal littekens zou krijgen in mijn gezicht. Op een keer was ik met haar mee naar de huisarts en kaartte ze het tussendoor aan, in de hoop bijval te krijgen. Maar de dokter was een heel jolige, jonge vent, in mijn herinnering was het een soort Jochem Myjer, en zei: ‘Nee joh, lekker uitknijpen die dingen! Vooral als er zo’n vieze gele punt inzit! Weg ermee!’ Triomfantelijk verliet ik de praktijk. Mijn moeder heeft hem nog jaren ‘die rare vent’ genoemd.”

‘De verpleegkundige gooide nogal olie op het vuur’

Marieke (36): “Ik lag dolgelukkig met mijn een dag oude baby in mijn armen toen de verpleegkundige die rond mijn bed scharrelde, opmerkte: ‘Zo, die heeft vast geen Nederlandse vader.’ Dat had-ie wel. En ik weet nog dat ik dacht: stel dat mijn vriend hierbij stond en al twijfels zou hebben of hij wel de vader was. Dan gooi je als verpleegster lekker olie op het vuur. Ik moest er dus vooral om lachen. En verder vond ik het een compliment, want mijn zoon had inderdaad een lekker bruin kleurtje en een flinke bos zwart haar. Ik vond ’m prachtig. Een dag later bleek bij het bloed prikken dat hij een te hoog bilirubine te hebben, wat zijn teint verklaarde. Hij zag gewoon geel, niet lekker bruin. Hij heeft toen 48 uur op een speciaal verlicht wiegje moeten liggen. Waarschijnlijk was dat wat de verpleegkundige zag, alleen trok ze er de verkeerde conclusie uit.”

‘Hij kon ‘door de vleesbomen het bos niet zien’’

Daniëlle (46): “Ik moest een spoedkeizersnee omdat mijn dochter in het vruchtwater gepoept had. De gynaecoloog hield uiteindelijk triomfantelijk onze kleine Noor omhoog en riep daarbij: ‘Ik heb de Barbie gevonden!’ Ze was ontzettend klein; voldragen maar net iets meer dan twee kilo. Dysmatuur. Ze leek inderdaad op een popje. De navelstreng brak ook al af voordat deze doorgeknipt kon worden. De arts vertelde dat het grabbelton-gevoel niet alleen kwam doordat Noor zo klein was. Hij moest behoorlijk zoeken omdat hij ‘door de vleesbomen het bos niet kon zien’. Dus kreeg ik een tijd na de bevalling een echo om de vleesbomen ‘in kaart’ te brengen. Daarbij gaf de echoscopiste aan dat mijn baarmoeder inderdaad vol zat met vleesbomen. Ze vroeg van alles over mijn afkomst en ze begreep er niets van. Ik ben enorm Hollands en een beetje Frans door mijn over-overgrootmoeder. Ze zei: ‘Had ik alleen je baarmoeder gezien, dan had ik gezworen dat je Afrikaans of Antilliaans was’. Floor is nu zeven. Als ze het koud heeft, grap ik nog wel eens dat ze dan ook een Caraïbische omgeving gewend is.”

Foto: Getty Images

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen

Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Mariska