Emily: ‘Ik viel als een blok voor de man die ik moest controleren op fraude’
Emily (38) doet voor haar werk onderzoek naar mogelijke fraude. De daarvan verdachte zakenmensen die zij tegenover zich krijgt, doen haar doorgaans weinig. Tot Marcus haar kantoor binnenstapt en ze als een blok valt voor deze ‘boef’.

Net als Vriendin brengt ook Mijn Geheim de allermooiste persoonlijke verhalen, die we hier graag elke week met je willen delen.
Meer verhalen die raken? Abonneer je op Mijn Geheim!
Marcus M.
“Ik heb er talloze aan mijn bureau gehad: schimmige zakenlui, malafide ondernemers, creatieve boekhouders, noem ze maar op. Ik werk bij een organisatie die hun doopceel licht, na verdenkingen van financiële wanpraktijken. Het is dan aan mij en mijn collega’s om onderzoek te doen naar de boekhouding, transacties en de getuigenissen van de betichte persoon. Twee jaar geleden kwam het dossier van Marcus M., zoals ik hem zal noemen, op mijn bureau.
Slimme zakenman
M. was een zakenman die het niet erg nauw leek te nemen met het betalen van belastingen. Hij had een concern in interieurbouw, met stevige voet aan de grond in de zakelijke markt. De omzet moest aanzienlijk zijn, maar vloeide af naar een ondoorzichtig web van dochter- en nevenonderneminkjes. Uit mijn eerste blik op zijn dossier concludeerde ik te maken te hebben met een slimme zakenman. Zijn eerste schriftelijke verklaringen waren heel smooth. Ik las dat hij overal wel een uitleg voor had. Aan mij de taak om hem verder aan de tand te voelen en de zakelijke geldstromen in kaart te brengen. Ik nodigde hem of zijn zakelijk vertegenwoordiger uit op mijn kantoor voor een kennismaking.
In zo’n gesprek leg ik uit waaruit mijn onderzoek zal bestaan en welke documentatie er nog dient te worden aangeleverd. Meestal krijg ik de topman of -vrouw zelf niet te zien, maar stuurt hij of zij meteen al een advocaat of bedrijfsjurist. Het zijn formele gesprekken, die zelden enige indruk op mij maken. Dat liep dit keer anders.”
Bravoure
“Op die dinsdagochtend op een uitzonderlijk warme dag in maart, zwierde de deur van mijn kantoor plotseling open. Marcus M. was mijn secretaresse, die hijgend achter hem aan kwam, vooruitgesneld en verscheen met uitgestoken hand in de deuropening. ‘Marcus, aangenaam,’ zei hij breedlachend. Hij sjorde zijn stropdas los en plofte neer op de stoel tegenover mij. ‘Dank je, Annet,’ zei ik tegen mijn secretaresse, die haar handen excuserend opstak. ‘De heer M. voelt zich kennelijk al helemaal thuis.’
Kern
Intussen trok Marcus zijn jasje uit en gooide hem nonchalant op de stoel naast hem, alsof hij gezellig aan mijn keukentafel was aangeschoven. ‘Waar zullen we het eens over hebben,’ zei hij en hij keek me brutaal aan. ‘Toch niet alleen over saaie tabelletjes en cijfertjes? Dat lijkt een verloren kans op een écht goed gesprek.’ Ik wachtte glimlachend zijn charmeoffensief af en vroeg toen: ‘Bent u klaar met uw entree? Dan wil ik graag tot de kern van dit gesprek komen.’
Ik keek niet op van een beetje bravoure aan de andere zijde van mijn bureau. Ik zag ze wel vaker overmoedig binnenkomen. Toch was er iets in Marcus dat hem onderscheidde van al die andere zakenlui. Zijn charme leek niet ingezet om me te imponeren, intimideren of kleineren. Hij had een bijna kinderlijk olijke blik in zijn ogen die authentiek op me overkwam. Iets daarin deed meer met me dan ik van mijzelf gewend was.
Procedure
Zo goed en zo kwaad als dat ging, legde ik hem de procedure uit, meermaals afgeleid door zijn vrolijke blik die hij strak op me gericht hield. Zijn ogen flonkerden en hij leek onaangedaan door de verdachtmakingen die ik oplas uit zijn dossier. Toen ik was uitgesproken, zei hij: ‘We weten allebei hoe dit kat- en muisspel werkt. Onderzoek het, neem me te grazen en ik zal de eerste zijn die je feliciteert met de overwinning. May the best man win.’
Het was een verfrissende benadering die ik nog niet eerder had meegemaakt. Geen slachtofferrol, maar open vizier. Hij zocht de mazen van de wet op en ik hanteerde naald en draad om die te dichten. Zo stonden we tegenover elkaar, als zakelijke wedijveraars, niets meer, niets minder.”
Autopech
“Het was ongeveer een week later toen ik naar huis wilde, maar mijn auto het begaf in de parkeergarage onder ons kantoorgebouw. Vloekend stapte ik weer uit en smeet mijn portier dicht. Ik had al weken een gek geluidje gehoord bij het starten, maar had het vakkundig genegeerd. Geen tijd voor, geen zin in. Tja, en dan komt boontje altijd om zijn loontje natuurlijk. Ik stond te overwegen wat ik zou doen. Het was het einde van een lange werkdag, ik was moe en had honger. ANWB bellen? Een collega vragen me thuis af te zetten?
Lift
‘Dat ziet eruit alsof je wel een lift kan gebruiken,’ klonk het achter me. Ik herkende onmiddellijk de stem van Marcus, met dat licht ironische ondertoontje. Ik draaide me om en hij grinnikte. ‘U lijkt dit nogal vermakelijk te vinden?’ zei ik tegen hem, waarop hij naar zijn auto liep die een paar parkeervakken verderop bleek te staan. Demonstratief opende hij het portier en gebaarde me in te stappen. ‘Ik ging net een burgertje halen. Zin in?’ Ik weet niet hoe ik het in mijn hoofd haalde, maar ik zwichtte. Ik was mij volledig bewust van het feit dat dit volstrekt ongepast was gezien onze werkrelatie. De geringste belangenverstrengeling, dus ook een lift naar huis accepteren, was uit den boze. Maar op de één of andere manier verpulverde deze man mijn ratio, mijn arbeidsethiek en mijn ruggen-graat. Ik stapte bij hem in.
Reddende engel
Marcus was toevallig net op ons kantoor geweest om aan de balie wat opgevraagde documentatie langs te brengen. Een grote doos oude paperassen stond bij mijn secretaresse op me te wachten. Bonnen, offertes, facturen, allemaal uit de tijd dat nog niet alles louter digitaal ging. ‘Wat een geluk, hè, dat ik er was. Dat uitgerekend ik nou jouw reddende engel ben vandaag,’ plaagde Marcus me. Ik keek hem vernietigend aan, maar dat leek hem alleen nog maar vrolijker te stemmen. En dat tilde mij als het ware op. Boven mijzelf, boven mijn werkdruk, boven de autopech die daar nog eens bovenop kwam. Het was alsof er plots een zuchtje lichtheid door mijn leven waaide. Ik dacht: fuck it, ik ga gewoon lol hebben met deze man.”
Opwindende spanning
“Marcus stopte bij een drive-in en we bestelden een burger en frietjes die we opaten met de autoradio op tien. Het was lang geleden dat ik me zo vrij had gevoeld, zo onbelast met zorgen en werkdruk. We zongen luidkeels mee met ‘Born in the USA’ van Bruce Springsteen, voor wie we een grote liefde bleken te delen. Daarna bracht Marcus me thuis en voordat ik uitstapte, kuste ik hem en vroeg ik hem om binnen te komen.
Toen hij de volgende ochtend wegreed, voelde ik niet de wroeging die ik had moeten voelen. Er was geen schaamte en geen spijt dat ik mijn professionaliteit zo makkelijk te grabbel had gegooid. Sterker, het was alsof ik een juk van me af had geworpen. Keurige Emily had zich heerlijk misdragen en was daar ontzettend aan toe geweest, merkte ik nu.
Dossier
Nog diezelfde dag heb ik Marcus’ dossier met een smoesje overgedragen aan een collega. Ik heb Marcus daarna nog een paar keer ontmoet, tot we beiden merkten dat de opwindende spanning van ons verboden contact er voor ons af ging. Het was een heerlijk avontuur geweest, dat ik niet had willen missen. Het heeft me bevrijd van een keurslijf waarin ik mijzelf mijn leven lang had geperst: van altijd binnen de lijntjes kleuren en het braafste meisje van de klas zijn.
Marcus is trouwens met vlag en wimpel uit het onderzoek gekomen. Ondanks dat vriend en vijand het erover eens waren dat er iets niet in de haak was, kreeg ons team daarvoor geen hard bewijs boven water.
Toen mijn collega met enige spijt in zijn stem zijn conclusies presenteerde, kon ik een glimlach niet onderdrukken.”
Uit privacy-overwegingen zijn de namen in dit verhaal gewijzigd
Foto: Getty Images
Geraakt door dit verhaal? Word abonnee van Mijn Geheim en ontvang nog meer échte verhalen in je brievenbus!
LEES OOK

Uit andere media