Oda verloor haar zoon bij een ongeluk: ‘Ik dacht dat ik gefaald had als moeder, omdat ik er niet was toen hij stierf’
Oda (43) verloor haar zoon Jelle bij een auto-ongeluk tijdens een illegale straatrace. Ze gaf zichzelf de schuld van zijn dood. Pas nadat ze de plek bezocht waar hij om het leven kwam, kon ze zichzelf vergeven.

Net als Vriendin brengt ook Mijn Geheim de allermooiste persoonlijke verhalen, die we hier graag elke week met je willen delen.
Meer verhalen die raken? Abonneer je op Mijn Geheim!
Voorbeeldig kind
“Jelle was een voorbeeldig kind. Dat zei iedereen. Zijn juffen en meesters, zijn trainer op de voetbal, zijn gitaarleraar en elke oppas die we ooit in huis hadden. Hij kon uren rustig met zijn lego spelen, sliep goed en at alles. ‘Als alle kinderen waren zoals Jelle, wilde ik er wel tien’, zei mijn man altijd. Zijn oudere broer Roel was een heel ander verhaal, aan hem hadden we onze handen vol. Hij kwam altijd thuis met een scheur in zijn broek, modder tot aan zijn kruin en een kapotte knie.
Nooit zorgen
Ik had een eigen zaak en maakte lange dagen en mijn man was vaak van huis voor zijn werk bij Defensie. Voor de jongens hadden we altijd oppas aan huis, die er was als ze uit school kwamen, om samen met hen te eten en ze naar bed te helpen als wij er zelf niet waren. Ik was altijd druk met werk en met mijn carrière, maar maakte me zeker over Jelle nooit zorgen. Ik dacht: die is zo steady, die jongen redt zich wel.
Hij was een jaar of dertien toen ik voor het eerst een keer echt boos op hem was. Omdat het zo uitzonderlijk was, staat het me nog heel scherp voor ogen. De moeder van een vriendje had de jongens betrapt met spulletjes die ze overduidelijk hadden gestolen. De buit: snoep, vuurwerk, een pakje sigaretten en een aansteker. Ik was ontzettend kwaad en ontzet, omdat ik haast niet kon geloven dat juist Jelle zoiets deed. Ik deed het af als kwajongensstreek en besloot dat het beter was als hij dit vriendje voorlopig niet meer zou zien. Daarmee was de kous af en er is nooit meer aanleiding geweest ons zorgen over hem te maken. Althans, mijn man en ik hebben die aanleiding nooit gezien.
Blind
De verdrietige conclusie kan achteraf helaas niet anders zijn dan dat wij ziende blind zijn geweest. Achteraf, altijd achteraf, weten we dat hij in een vriendengroep belandde die grenzen opzocht. Dat hij weleens dronk en blowde en op zoek was naar kicks. In zijn telefoon vonden we later een veelbetekenend berichtje aan een vriend van hem: Iedereen vindt me een keurige jongen en ik lach me rot man. Ik ben bad ass.
Lol
Hij had er lol in zijn ouders voor de gek te houden en je kunt het een puber misschien niet eens kwalijk nemen. Alleen kostte het deze puber op zestienjarige leeftijd zijn leven.
Ik kan het oproepen alsof het gisteren was. De deurbel in die nacht van vrijdag op zaterdag, mijn man die mopperend opstond in de overtuiging dat onze oudste weer zijn sleutel kwijt was, de onverstaanbare mannenstemmen die ik hoorde en de onheilspellende stilte die daarop volgde. Hoe ik nog de moeite nam een paar sokken aan te trekken en toen naar beneden ging.
Kalm
Ik weet nog dat ik langzaam liep, trede voor trede. Niet gehaast, zoals je zou verwachten van een moeder die een onheilstijding verwacht. Nee, zo kalm mogelijk. Uitstel. Op deze trede is alles nog goed. Op de volgende is iedereen nog veilig. Bij de volgende stap is alles nog bij het oude. Maar die laatste trede kwam natuurlijk en daar zat mijn man. Hij had zijn armen om zijn knieën geslagen en wiegde heen en weer. Toen ik opkeek, keek ik in de ogen van twee agenten. ‘Roel?’ vroeg ik en ze keken me een moment verward aan. ‘Het is Jelle,’ zei mijn man zacht. En toen schreeuwend: ‘Oda, ze zeggen dat Jelle dood is.’
Straatrace
Jelle zat tijdens een illegale straatrace op een industrieterrein achter het stuur en is met grote snelheid op een geparkeerde oplegger gereden. Een vriend die naast hem zat, overleefde het ternauwernood. Jelle moet op slag dood zijn geweest. Er waren nog zeker vier andere jongeren in twee auto’s aanwezig, naar verluidt van een concurrerende groep straatracers. Zij hebben 112 gebeld en zich toen uit de voeten gemaakt. Dat vind ik een verschrikkelijk idee, dat Jelle en zijn vriend alleen zijn gelaten in de nacht.
Ongeluk
Van het ongeluk kan Jelles bijrijder zich weinig herinneren. Wel heeft hij ons kunnen vertellen wat wij de jaren ervoor niet zagen: dat Jelle en zijn vrienden-groepje eerst scooters opvoerden. Dat één van hen een oude auto van zijn vader kreeg om aan te sleutelen, waarmee ze ’s nachts om beurten snelheidsrecords probeerden te breken. Dat ze een groep uit een andere wijk op het industrieterrein troffen, die ze uitdaagden en waarmee ze regelmatig races hielden. Al die tijd wisten we alleen dat Jelle geïnteresseerd was in autotechniek. ‘Het kan weleens laat worden,’ zei hij als hij ’s avonds naar zijn vrienden vertrok. ‘Als we eenmaal onder de motorkap duiken, dan vliegt de tijd.’ Ik dacht: wat leuk dat hij een fijne hobby heeft.
Schuldgevoel
Na zijn dood voerde één emotie bij mij de boventoon. Hij overschreeuwde alle verdriet en pijn: schuldgevoel. Om mijn onoplettendheid, om mijn naïviteit en goedgelovigheid, maar ook om iets veel groters: dat ik niet bij hem was toen hij stierf. Ik voelde dat ik gefaald had als moeder, omdat ik dat niet voor hem had kunnen doen. Op een keer zei mijn therapeut: ‘Misschien moet je dat moment opzoeken. Zien wat hij als laatste zag.’ Mijn man en ik zijn toen, rond het nachtelijke tijdstip van Jelles overlijden, voor het eerst naar de plek des onheils gegaan. Er is daar iets wonderlijks gebeurd, iets bijna onbeschrijfelijks. Toen ik daar stond op dat ijzige, helverlichte industrieterrein, was het alsof ik door zijn ogen zijn laatste momenten zag. Ik zag het witte licht van de schijnwerpers dat zijn dashboard verlichtte. Ik hoorde slippende banden, ik voelde een stuur in mijn handen dat onhoudbaar was. En toen was er de klap. Er kwam een enorme rust over me. Ik was bij zijn geboorte geweest en nu ook bij zijn dood.
Troost
Die beelden laten mij niet meer los, maar ik ervaar ze niet als last, ze zijn me tot troost. Ik kan, hoe moeilijk ook, mijzelf stukje bij beetje vergeven dat ik hem hiervoor niet heb kunnen behoeden. Dat ik niet heb gezien waar die jongens mee bezig waren. Dan had ik álles uit mijn handen laten vallen om hem er weg te houden, alles. Ik weet nu, ook dankzij gesprekken met een rouwtherapeut, dat als je elk moment doet wat jou het beste lijkt, je het goed hebt gedaan. Ook als het beste niet het juiste bleek.”
Foto: Getty Images
Geraakt door dit verhaal? Word abonnee van Mijn Geheim en ontvang nog meer échte verhalen in je brievenbus!
LEES OOK

Uit andere media