Robert ten Brink stopt als Vriendin-columnist: ‘Het is dubbel: het is mooi geweest en ik heb ook een gevoel van weemoed’
Hij stopt ermee, na 26 jaar. Deze week schreef Robert ten Brink zijn laatste ‘stukje’ voor Vriendin. In die jaren deelde hij allerlei leuks én minder leuks over zijn werk en zijn gezin. Zijn mooiste? ‘De allereerste en ook alle stukjes over de geboorte van de kleinkinderen.’
Je hebt 26 jaar en vier maanden lang elke week voor Vriendin een column geschreven. Je was 44 toen je begon, je jongste was toen bijna vier. Inmiddels hebben jij en je vrouw Roos acht kleinkinderen, en zijn er heel wat huisdieren de revue gepasseerd. Wat hebben je columns voor jou betekend?
“Veel! Mijn columns waren een manier van leven voor mij. Iedere week was er die deadline. Ik ben blijkbaar iemand die heel consistent te werk gaat. Ik doe All you need is love al 33 jaar en de column 26 jaar. Dus ik ben erg strikt. Ik had ook na vier jaar kunnen denken: bleh, ik moet weer een stukje schrijven. Maar nee, het was gewoon vaste prik, bam-bam-bam. Of het zomer of winter was, en of we vakantie hadden of niet. Je zou misschien denken: werk dan een beetje vooruit. Maar het vervelende was dat dat dus niet lukte. Ik kon niet in een week drie columns schrijven zodat ik de komende drie weken vooruit kon. Iedere woensdagochtend moest dat stukje geschreven worden. En dan was er ook nog dat lolletje dat het exact 480 woorden moesten zijn. Niet 481 of 478.”
Elke column bevatte dus exact 480 woorden, je hebt nog nooit een deadline gemist en je hebt het ruim 26 jaar lang volgehouden. Wat zegt dat over jou als persoon?
“Alles. Ik ben bijvoorbeeld ook nog nooit te laat gekomen ergens. Dat is een soort gekte, dat kan ik niet. Ik kom op een afspraak óf te vroeg, óf – nog irritanter voor anderen – exact op tijd. Dan gaan mensen denken dat je om de hoek hebt staan wachten. Wat niet zo is. Dat is een karaktertrek. Ik kan nergens met de pet naar gooien. Consciëntieus, perfectionistisch en braaf, dat ben ik. Ik had ook kunnen denken: laat ik eens stiekem een column van drie jaar geleden insturen, kijken of iemand het merkt. Het is weleens per ongeluk gebeurd, trouwens, maar dat werd meteen opgemerkt door de eindredacteur. Ik heb alle onderwerpen natuurlijk wel honderd keer behandeld. Ieder jaar was er kerst, Sinterklaas, oud en nieuw en Pasen. Het is raar als je het daar in je column niet over hebt. Maar dat wilde ik wel steeds doen met een iets andere insteek.”
Je werd vaak op je columns aangesproken, schrijf je in je laatste column.
“Ja, dat klopt, mensen kwamen vaak naar me toe om te zeggen dat ze mijn stukjes altijd lazen. Zeker als er heftige onderwerpen werden behandeld, bijvoorbeeld als er huisdieren waren overleden. Vooral honden, of een kat die je lang hebt gehad. Dan vond ik het een uitdaging om daar een mooi eerbetoon over te schrijven. Dat komt dan ook wel aan, merkte ik. Dat ik zo vaak op mijn stukjes werd aangesproken, zegt ook wel iets over hoeveel mensen Vriendin lezen.”
In de loop van de 26 jaar heb je zo’n veertienhonderd columns geschreven. Lees je ze terug?
“Ja. Sterker nog, we hebben hier 27 mappen in de kast staan en daar zitten alle columns uitgeknipt in. Dat deed Roos altijd. We kregen de Vriendin in de bus, en dan las ik ’m altijd eerst even na. Het is toch altijd weer anders als het gedrukt staat. Er zat een week of twee tussen het moment waarop ik mijn column schreef en het moment waarop het nummer in de winkel lag. Het is net alsof je een tv-opname hebt gehad, daar kijk ik ook altijd een stukje van terug. Soms dacht ik als ik mijn column teruglas: wauw, die is goed gelukt.”
Lees je ook weleens columns van vroeger terug, bijvoorbeeld van toen de kinderen nog klein waren?
“Nou, het is niet zo dat we hier jammerend in die mappen zitten te bladeren, haha. Voor mijn herinneringen heb ik mijn columns niet nodig. Maar het is wel leuk om het allemaal op schrift te hebben.”
Waar lette je op bij het schrijven van een column?
“We hebben in het begin een aantal restricties afgesproken en daar heb ik me al die 26 jaar aan gehouden. Dat het niet over politiek zou gaan bijvoorbeeld en dus ook dat ik me niet uitsprak over mijn mening over dat soort onderwerpen. Het was echt de bedoeling dat mijn column zou gaan over mijn leven en over ons gezin. Daar passen heftige uitspraken niet bij. Wat het onderwerp van mijn volgende column zou worden, besprak ik vaak met Roos. Zij las ’m meestal eerst. Verder probeerde ik, als iets actueel was, om dat vóór te zijn. Want het moest natuurlijk wel kloppen op het moment dat het nummer in de winkel lag of door de brievenbus viel. O ja, wat ik ook belangrijk vond, is om een beetje af te wisselen tussen werk en privé. Soms schreef ik over een programma dat ik maakte en dan weer over een kat die naar de dierenarts moest. Ik wilde niet alleen maar over mijn werk zeuren en ook niet alleen schrijven over de kinderen.”
Je schreef ook niet altijd over dingen die per se leuk waren.
“Nee, dat klopt. Als mensen ons ontvielen, of huisdieren. Ik vond dat altijd wel een mooie gelegenheid om eens een ander stukje te schrijven, in plaats van o, o, o, wat is het toch allemaal leuk. Ik vind trouwens dat het best goed gelukt is om niet de schijn te wekken dat het bij ons allemaal fantastisch is. Ik heb ook vaak genoeg verteld dat dingen helemaal niet zo fantastisch zijn, of dat het een beetje tegenzit of anders gaat.”
Of dat er in Amsterdam te veel scooters zijn en je nauwelijks naast elkaar kunt fietsen.
“Precies. Zonder het nou over politiek te hebben, maar dat zijn wel ergernissen, ja. Die mag je ook benoemen. Dan gaat het over het leven in de grote stad. De gedoetjes.”
Is er één column die je het meest is bijgebleven?
“Eentje? Van de veertienhonderd? De allereerste en ook alle stukjes over de geboorte van de klein-kinderen. Dat was meteen een aanleiding om echt even los te gaan. Dan mocht het wat emotioneler zijn dan een doorsnee column.”
Wat is je bijzonderste herinnering aan je tijd als columnist bij Vriendin?
“Nou, het gekste vond ik wel dat ik in het eerste jaar werd genomineerd als beste columnist. Ik viel zowat van mijn stoel. De andere twee genomineerden waren Hugo Brandt Corstius (de vader van Aaf Brandt Corstius, red.) en Paul Witteman. Ik heb toen niet gewonnen, natuurlijk. Maar ik was wél genomineerd samen met die twee giganten.”
In 2017 bestond Vriendin twintig jaar en waren twintig lezeressen onze gasthoofdredacteur. Toen jij op de redactie kwam, begon iedereen te gillen.
“Ja, dat was hilarisch. Dan zie je twintig enthousiaste mensen, wat natuurlijk vaker gebeurt met het werk dat ik doe. Ik vond het wel leuk. Ik zal daar wel een beetje op hebben aangestuurd, denk je niet? Ik vond het zelf ook leuk om op de redactie te komen. Ik zag op die manier waar ik mijn columns altijd naartoe mailde.”
Onze gasthoofdredacteuren stelden jou twintig brutale vragen. Zoals of je weleens vreemd was gegaan (nee), of je ooit een zoon had gewild (ook nee) en op welke eigenschap van jezelf jij minder trots was (je ongeduld). Hoe kijk je daarop terug?
“Nou, als je twintig brutale vragen stelt en dat soort vragen zit er niet bij, zou het een beetje gek zijn, toch? Die vraag over of ik ooit een zoon heb gewild, is trouwens een van de vragen die mij in de loop van de jaren het meest is gesteld. Dan denk ik: hoezo dan, vertel? Meestal gebeurde dat na de geboorte van een van onze kinderen. Of we niet teleurgesteld waren en liever een jongetje hadden gehad. Hoe durf je eigenlijk?, dacht ik dan weleens. En vreemdgaan? Stel je voor dat ik dat heel erg zou doen, dan zou ik dat ineens gaan toegeven, zeker? Haha!”
Je hebt een prachtige carrière, een langlopende column gehad en een geweldig gezin. Wat is voor jou uiteindelijk het belangrijkste in je leven?
“Dat moge duidelijk zijn, dat is mijn gezin: mijn kinderen en kleinkinderen. Dat het hen maar goed gaat, dat er geen afschuwelijke dingen gebeuren met afgrijselijke ziektes en weet ik wat. Om maar van het wereldtoneel te zwijgen.”
Is er iets wat je tegen onze lezeressen zou willen zeggen?
“Dat heb ik wel in mijn laatste column gedaan, denk ik. Het is een dubbel gevoel. Aan de ene kant is het mooi geweest, maar aan de andere kant heb ik ook een gevoel van weemoed. Het mooie is dat je denkt: 26 jaar, dat is heel erg lang. Dat maakt het bijzonder.”
Wat ga je het meeste missen?
“Niet zo veel. Want die deadline was echt wel een dingetje. Dankzij de vasthoudendheid en de accurate gekte dat het altijd echt moest, is het gelukt. Dus het voelt nu even als vakantie. Maar misschien verandert dat gevoel nog.”
Wat ga je volgende week woensdag doen, als je eigenlijk je volgende column had moeten inleveren?
“Dan maak ik een extra cappuccino voor mezelf!”
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media