Marcia’s schoonfamilie kijkt op haar neer: ‘Nog altijd hopen ze dat hij voor een vrouw gaat die wel gestudeerd heeft’

Marcia (26) heeft een relatie met Daniël, is moeder van Pip (3) en zwanger van de tweede. Ze is dolgelukkig met hem, maar baalt van de minderwaardige blikken van haar schoonfamilie.

Marcia: “Het ergst vind ik de steken onderwater. Een gemene opmerking als ‘maar ja, dat weet jij niet, want jij hebt alleen maar vmbo’. Of ‘mensen zoals wij’ in een zin, waarmee mijn schoonmoeder dus niet alleen bedoelt ‘slimme en hoog opgeleide’, maar ook ‘betere, beschaafde en nettere mensen’. Dat slaat nergens op. Ik mag dan een mindere afkomst hebben, ik hoef me nergens voor te schamen. Ook al was mijn moeder ‘slechts’ bijstandsmoeder, mijn broer en ik zijn keurig opgevoed. We spraken met twee woorden, smakten en spraken niet met volle mond tijdens het eten. Mijn moeder hamerde op tafelmanieren. Ze zei altijd: ‘Je moet ook bij de koningin kunnen worden uitgenodigd’. Ook al was die kans klein, we kregen wel normen en waarden mee. Daardoor weet ik hoe het hoort en kan ik me in elk gezelschap mengen. Maar ik weet ook wat beschaafdheid is, en die krijg je niet door rijkdom of een goede komaf, zo is me inmiddels wel duidelijk.”

Eindstation

“Mijn vriend Daniël en ik leerden elkaar acht jaar geleden kennen in de plaatselijke supermarkt. Ik zat achter de kassa, hij vulde de vakken. Het was liefde op het eerste gezicht, maar het duurde best lang voordat we het toegaven. Tot die tijd was het voornamelijk veel plagen en lachen met elkaar. Na een paar weken vroeg hij mij mee uit en sindsdien was het aan.

Eind goed, al goed zou je denken. We zijn immers acht jaar verder, nog steeds verliefd, inmiddels ouders van een dochter en ik ben zwanger van de tweede. Maar mijn schoonfamilie stond absoluut niet te springen, toen hun zoon met ‘een simpel supermarktmeisje’ thuiskwam. Het vakkenvullen van hun zoon was namelijk slechts een bijbaantje, puur om zijn studie rechten te bekostigen. Terwijl het voor mij mijn fulltime baan was.

Mijn schoonmoeder vroeg bij de allereerste ontmoeting nog geïnteresseerd: ‘En wat studeer jij?’ Haar glimlach verdween direct, toen ze mijn antwoord hoorde: niks. Ik heb nooit veel zin gehad in school en me rot gespijbeld. Mijn vmbo-diploma haalde ik met hakken over de sloot. Ik was dolblij dat ik kon blijven werken in de supermarkt. Ik had en heb het enorm naar mijn zin. Er zit een gezellige groep meiden met wie ik leuk kan kletsen en soms naar de film ga. En ik heb veel lol met de vaste klanten.

Dat ik niet heb gestudeerd en geen ambitie heb, maakt voor Daniël niet uit. Hij ziet mij zoals ik ben; een spontane, vrolijke meid en een goede mama voor onze dochter. Maar mijn schoonmoeder, haar vriend en zijn zussen vinden mij daarom minderwaardig. Zelfs nu we dus al zo lang samen zijn en ik de moeder van hun zo geliefde kleinkind ben, kunnen zij het niet nalaten steeds lullige opmerkingen te maken over mijn afkomst en opleiding.”

Alles is mijn schuld

“Zo neemt mijn schoonmoeder het mij kwalijk dat Daniël zijn rechtenstudie heeft afgebroken. Na het halen van zijn bachelor heeft hij de universiteit verlaten en is verder gegaan op het hbo. Het doorworstelen van naslagwerken en wetsboeken, stond hem tegen. Net als nog jaren doorleren. Hij ging liever snel het veld in. Werken met kwetsbare mensen bij de overheid, bij een rechtswinkel. Ik snapte hem volkomen. Hij is ook veel meer een inlevende, emotionele man, dan een keiharde advocaat.

Mijn schoonmoeder zag haar droom in duigen vallen. Ze wilde graag, zo vermoed ik, tegen haar vriendinnen opscheppen over ‘haar knappe zoon de advocaat’ en het geweldige leven hij zou leiden. Ze zag hem het liefst in driedelig pak, ergens op de website bij een chique advocatenkantoor staan. Ze vindt het vreselijk dat hij nu ‘slechts’ een rechtshulpmédewerker is, voor wie een overhemd met stropdas ook prima is.

En dat is mijn schuld, zo meent mijn schoonmoeder. Ze vindt dat ik haar zoon weghoud van haar droom. Ze gelooft wel dat Daniël zelf geen zin meer had, dat zegt hij ook zelf, maar ze beweert dat ik hem afrem, omdat ik zelf geen studiewonder ben en hem dus ook niet motiveer zichzelf te ontplooien. Ze denkt dat hij met de juiste vrouw nu een topcarrière had gehad.

Maar als Daniël nog jarenlang had willen doorleren, was dat oké geweest. Ik had net zoveel van hem gehouden. Ik wil gewoon dat hij gelukkig is. Of dat nou in toga in de rechtbank is of schoffelend in een plantsoen, het maakt mij niks uit. Mijn schoonmoeder beweert dat ik me niet staande zou houden in een rijkeluiswereld en hem daarom ook niet stimuleer, maar ik kan me overal aanpassen. Geld, macht en status interesseert me niet. Ik beoordeel mensen op hun karakter, niet op hun titel of geld. Ik kan met iedereen praten en lachen en schaam me voor niemand, dankzij de goede opvoeding van mijn moeder.”

Totaal verschillende jeugd

“Daniël heeft het nooit ergens aan ontbroken, en is altijd best verwend met van alles. Zijn ouders zijn al vroeg gescheiden en allebei hertrouwd, maar er was altijd geld en hij ging nog steeds twee keer per jaar op vliegvakantie. Zijn moeder kreeg later met haar nieuwe man nog twee kinderen en met zijn zusjes woonde hij in een kast van een huis. Zijn moeder had een hoge functie bij een verzekeringskantoor, zijn vader zit in de luchtvaart en zijn stiefvader heeft een eigen bedrijf. Zijn zussen studeren allebei: de één zit op het vwo, de ander gaat op voor arts.

Niet te vergelijken met mijn achtergrond. Toen mijn broertje amper drie weken oud was en ik twee, werd mijn moeder in de steek gelaten door mijn vader. Hij verdween uit ons leven. Volgens mijn moeder had hij geen zin in een jong gezin, hij wilde uitvliegen, de wereld in. Waarschijnlijk woont hij nu ergens in Canada. Zeker weten doe ik het niet, want op een paar ansichtkaarten na heeft hij nooit meer iets van zich laten horen en naar ons omgekeken.

Alimentatie zat er ook niet in en dus moest mijn moeder maar zien hoe ze voor ons zorgde. Als bijstandsmoeder kreeg ze een minimale uitkering. We hadden het niet breed, maar ze maakte er met dat wat ze had een feestje van. Zaterdag aten we standaard patat, een traktatie, en op zomerse dagen haalden we een ijsje in het dorp. Ik heb ook niet het idee gehad dat ik echt veel dingen tekort ben gekomen, want we vormden een hecht gezin, we kregen volop aandacht.

Het enige dat ontbrak was geld. Voor vakanties, merkkleding, dure spullen en ook om te kunnen studeren. Ik weet niet eens of ik het níet had gekund. Meestal snapte ik het wel allemaal op school. Op zich haalde ik goede cijfers, als ik me er even toe zette. Maar ik wist dat het toch weinig nut had, er was simpelweg geen geld om door te leren en dus deed ik het hoognodige. Mijn broer Maikel heeft nog wel vier jaar de havo gedaan, maar is daarna afgehaakt om in de bouw te gaan werken. Zelf ben ik om mijn moeder te ontlasten en wat bij te dragen aan ons huishouden, al op mijn vijftiende in de supermarkt gaan werken. Daar ben ik uiteindelijk blijven hangen.”

Grote verschillen

“Helemaal in het begin werden Daniël en ik door kennissen en collega’s gewaarschuwd dat we het lastig zouden krijgen als stel, door de verschillen in onze jeugd, ons milieu en opleiding. Maar we merken er amper iets van in onze relatie. Oké, Daniël wint bij alle kennisspelletjes op tv, heeft een grotere algemene kennis, maar ik weet lekker veel van showbizz, haha. Daniël heeft de halve wereld gezien, mijn eerste buitenlandse reis was negen dagen Kos, op mijn achttiende. Maar onze gesprekken gaan over de dingen die we wel delen: liefde voor elkaar en ons gezin.

Alleen als ik klaag over zijn familie, raakt Daniël geïrriteerd. Volgens hem moet ik me niet zoveel aantrekken van zijn moeder. Bedoelt ze het niet rot. Sorry hoor, maar hoe moet ik een opmerking uitleggen als ‘wij gaan wel met jou een auto uitzoeken voor jullie, want Marcia heeft daar toch geen verstand van’? Dat klinkt toch naar? Oké, het klopt, ik weet weinig van automerken, maar het is wel ónze auto. Bij die aankoop mag ik dan toch wel bij zijn? Al is het maar om de kleur te bepalen. Ik rijd er ook in.

Mijn schoonmoeder toont amper interesse in mij. Het liefst praat ze over onderwerpen als kunst, cultuur en musea, terwijl ze weet dat ik er niet van houd. Of ze begint over haar grote stokpaardje: politiek. De hele familie is dol op discussiëren over politiek, ook Daniël. Dan haak ik af. Politiek boeit me echt niet. Zeker omdat ze dan vooral afgeeft op ‘uitkeringstrekkers’. In haar ogen de klaplopers en nietsnutten. In het begin deed me dat veel pijn; mijn moeder leeft nog steeds van de bijstand, maar zij is echt niet lui. Inmiddels doe ik maar alsof ik haar niet hoor, speel wat met mijn dochter of op mijn telefoon.

Op dat soort momenten baal ik ervan dat Daniël me niet bijvalt en zijn moeder de mond snoert. Hij laat het dan of geeft haar gelijk, zodat wij daar later woorden om hebben. Iets wat ik erg vind, want ik houd niet van ruzie maken en zeker niet met mijn eigen vriend. Maar ik wil wel dat hij het voor me opneemt. Zelf durf ik er geen gesprek over aan te gaan, want het is altijd vijf tegen één. Voor Daniël is het anders, hij is hun vlees en bloed. Soms wil ik hem wel door elkaar schudden: doe je mond open! Weet je wel hoe vernederend het voor mij is? Hoe pijn het doet als iemand je te min vindt? Maar het lijkt alsof hij niet tegen zijn familie op kan. Of bewust zijn ogen sluit.

Daniël ontkent het, maar ik denk dat zijn ouders diep in hun hart nog steeds hopen dat het stuk gaat tussen ons. Dat hij voor een vrouw gaat die wel gestudeerd heeft, met een goede baan en carrière. Meer van hun niveau dus.”

Toch nog iets goed gedaan

“De enige op wie mijn schoonfamilie unaniem dol is, is op onze dochter. Officieel Philippine naar mijn schoonmoeder, roepnaam Pip. Blijkbaar heb ik toch iets goeds gedaan, want als het om haar gaat, is niks te gek. Ze wordt gekust en geknuffeld en oma dweept met haar. Dat Pip ook mijn bloed heeft, schijnt ze te vergeten. Als het aan mijn schoonmoeder ligt, komt ze iedere week over de vloer om met Pip te spelen. Ik probeer dat te minimaliseren. Ik gun mijn dochter een band met haar opa’s en oma’s, maar ik vind de prijs die ik dan moet betalen te hoog. Want mijn schoonmoeder blijft doorgaan met haar rotopmerkingen, maar dan verpakt in ‘opvoedadviezen’. Ik moet Pip wel dagelijks voorlezen, want dat is goed voor haar taalontwikkeling. Ik mag Pip geen speen geven, want dan kan ze gaan slissen. Ze zou ook het liefst zien dat ik nu al schrijfoefeningen met haar doe, want ik wil toch ook dat mijn dochter later gaat studeren? Pip verdient toch wel een goede opleiding?

Indirect bedoelt ze dus ‘niet zoals jij, want jij bent slechts cassière’. Maar ik ben ontzettend happy in mijn baan en met mijn gezin. Ik wilde dat ze daar sowieso meer naar zou kijken.

Mijn eigen moeder en broer omarmen Daniël. Ze zien hoe gelukkig wij samen zijn en dat is het enige wat telt. Ik ben me de koning te rijk met mijn gezin. Dolblij dat we straks nog een broertje of zusje voor Pip krijgen. Oké, we hebben minder te besteden dan Daniël van huis uit gewend is, maar het is meer dan voldoende voor ons gezin. We wonen in een kleine eengezinswoning, maar ieder heeft een eigen kamer en we hebben een tuin. Nu nog acceptatie van mijn schoonouders. Ik hoop dat ooit de dag gaat komen dat ze kijken naar wie ik ben en niet wat ik ben of waar ik vandaan kom.”

Lees ook: Margreet: ‘Wat erg: ik heb mijn moeder in een tehuis gestopt’

Lees Vriendin digitaal

Nu vanaf €0,99

Naar de digitale kiosk

042020 Digitaallezen Hp

Nu we zoveel mogelijk binnen moeten blijven, kun je Vriendin ook digitaal lezen. Bestel ‘m hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen