Persoonlijke verhalen

Jet van Nieuwkerk: ‘Ik leefde zo gezond, dat het ongezond werd’

Kookboekenschrijfster en presentatrice Jet van Nieuwkerk (28) – inderdaad, de dochter van Matthijs – dook voor de driedelige documentaire Niet gezond meer in de wereld van obsessief gezond eten en extreem veel sporten. Zelf kampte ze ook met de eetstoornis orthorexia nervosa. “Ik wil het hele fenomeen bespreekbaar maken en een taboe doorbreken.”

Al jaren schrijft Jet van Nieuwkerk over gezond eten in columns, boeken en op haar eigen website. In de driedelige documentaire Niet gezond meer laat ze de andere kant zien van gezond eten. “Met gezond eten, bewust leven en sporten is niks mis. Maar als je erin doorslaat en het neemt je leven over, dan heb je een groot probleem.” Het overkwam haarzelf zo’n tien jaar geleden. In die periode werd gezond eten en veel sporten zo’n obsessie voor haar, dat ze een eetstoornis ontwikkelde: orthorexia nervosa. “Ik ben nu gelukkig alweer zo’n vier jaar super in balans als het om eten en sporten gaat. En toch… die tv-opnames hebben veel herinneringen opgerakeld omdat ik mezelf kwetsbaar heb opgesteld. Het is heel persoonlijk geworden. En dan ben ik daar toch onzeker over. Perfectionistisch ook. Dan vraag ik mezelf af: hoe vinden mensen dat ik eruitzie op televisie? Ik heb toch die eetstoornis gehad. En dan vind ik het weer vervelend dat ik zo denk. Ik leer mezelf in dat opzicht nog beter kennen. Kom mezelf ook tegen. Want ik merk dat karaktereigenschappen van vroeger af en toe nog steeds opspelen.”

Waarom wilde je zo graag deze documentaire maken?
“Als ik om me heen kijk, zie ik dat steeds meer mensen – vooral jonge vrouwen – met dit fenomeen worstelen. Ik heb geen cijfers. Die zijn er ook niet. Het is meer een persoonlijke signalering. Ik vraag me af of de gezondheids- en bodycultuur is doorgeslagen. Is uiterlijk belangrijker geworden dan ooit? Komt het omdat we ons via sociale media voortdurend met anderen vergelijken? Ik wil het hele fenomeen bespreekbaar maken en een taboe doorbreken. Want het is cool om bezig te zijn met je lichaam. Maar om vervolgens te moeten vertellen dat je erin bent doorgeslagen, dat je de weg kwijt bent en dat je onzeker wordt van al die mooie plaatjes op Instagram omdat het jou maar niet lukt die sixpack te krijgen, is een stuk minder cool.”

‘Ik hield eetdagboeken bij en schreef per uur op wat ik at. Het was obsessief gedrag.’

Jij spreekt uit ervaring. 
“Klopt. Het ging bij mij mis toen ik een jaar of zestien, zeventien was. Ik was een onzekere, beetje bozige puber die overal tegenaan schopte. Ik was niet tevreden met mezelf. Zoekende ook. Zowel innerlijk als uiterlijk. Ik wilde superfit zijn, zo had ik besloten. Niemand die tegen me zei dat ik dat niet was hoor. Ik was ook niet dik ofzo. Vond mezelf ook niet heel dik. Het was meer dat ik graag fit wilde zijn of worden door extreem gezond te eten en te sporten. Daar was ik continu mee bezig. Op een gegeven moment stond ik ermee op en ging ik ermee naar bed. Ik kocht allerlei gezondheidsboeken en ploos die helemaal uit. Verwarrend hoor. Volgens de een is een avocado goed, volgens de ander weer niet. Ik hield eetdagboeken bij en schreef per uur op wat ik at. Elk tussenuur op school bracht ik door in de gym waar ik vooral veel cardio deed. ’s Middags zwom ik en ’s ochtends en ’s avonds deed ik nog allerlei buikspieroefeningen. Het was obsessief gedrag. Ik was heel streng voor mezelf.”

Wanneer kreeg je in de gaten: dit is niet goed?
“Dat heeft wel even geduurd. Je kunt jezelf en je omgeving lang voor de gek houden. Ik ben toch gezond bezig? Ik was niet extreem dun, geen vel over been. Je kon dus niet meteen aan mij zien: dat meisje heeft een probleem. Ik heb lang tegen mezelf gezegd dat ik goed bezig was. Tot ik me realiseerde dat mijn gedrag ten koste ging van mijn sociale leven. Ik ging niet meer met vriendinnen uit eten bijvoorbeeld. Omdat ik dan niet wist wat ik te eten kreeg. Of stappen, ook zoiets. Als ik laat in bed lag, kon ik de volgende ochtend niet vroeg naar de sportschool. Kort gezegd lukte het me niet om te doen wat mijn vriendinnen deden. Met mijn moeder ben ik toen naar de huisarts gegaan voor een verwijsbrief voor de psycholoog. Mijn vriendinnen heb ik het pas verteld toen we met z’n allen op vakantie zouden gaan en ik me op laatst toch terugtrok. Dat was wel even een moment. Vakantie is toch het allerleukste wat er is… Pas toen ben ik het gaan delen met hen. Wat fijn was. Achteraf had ik dat veel eerder moeten doen. Er waren meteen wat meiden die zeiden dat ze er ook weleens last van hadden. Het was ook ineens geen geheim meer. Vanaf die tijd ben ik er serieus mee aan de slag gegaan om beter te worden.”

Lees het hele interview met Jet in Vriendin 21.

Foto: Bart Honingh

Reageer op dit artikel