Anniek heeft na vijf jaar nog altijd nachtmerries over haar ex
Vijf jaar geleden durfde Anniek eindelijk weg te lopen bij haar controlerende ex. Ze dacht dat daarmee alles achter haar lag. Maar de echte littekens verschenen pas later, in de stilte van de nacht. “Hij jaagt me nog steeds achterna in mijn dromen.”
Dromen
Anniek: “Vannacht was het weer zover. Ik schreeuwde het uit en de zweetdruppels stonden op mijn voorhoofd. Deze keer wilde mijn ex, Frank, me vermoorden met een hamer. Ik werd wakker met mijn hart bonzend in mijn keel en mijn pyjama kletsnat van het zweet. Mijn ademhaling ging zo snel dat ik ervan schrok. Het was zo écht. Ik zag z’n ogen, zijn woede en voelde de dreiging van de hamer in zijn handen. Vijf jaar geleden verliet ik Frank. Vijf jaar. En nog steeds jaagt hij me achterna in mijn dromen.
Slechte thriller
Het klinkt misschien overdreven, maar soms voelt het alsof ik ’s nachts meespeel in een slechte thriller. Ik ben een volwassen vrouw van 41 met twee kinderen, een baan, vriendinnen en een druk leven. Maar zodra de lichten uitgaan, sluipt mijn ex terug mijn hoofd in. Niet letterlijk natuurlijk, ik zie of hoor hem gelukkig al jaren niet meer, maar zijn aanwezigheid zit diep in mijn lijf. Het is als een vervelende herinnering die zich niet laat wissen.”
Tweede kans
“We ontmoetten elkaar in een bar, een paar maanden nadat mijn huwelijk was gestrand. Mijn ex-man was vreemdgegaan met een collega. Dat alleen al had me genoeg verdriet bezorgd. Ik voelde me waardeloos, afgedankt en onzichtbaar. Mijn zelfvertrouwen lag ergens onder de grond. Dus toen ik die avond met een vriendin in een café stond en een vriendelijke, leuke man me aansprak, voelde dat als een soort verlossing. Frank keek me écht aan. Hij stelde vragen, hij lachte om mijn grappen en hij gaf me echt aandacht. Niet vluchtig of oppervlakkig, maar aandacht die bleef hangen.
‘Anders dan andere vrouwen’
Ik wist niet wat ik meemaakte. Ik had me zo al jaren niet meer gevoeld. ‘Je bent anders dan andere vrouwen’, zei Frank die avond. En ik bloosde. O, wat verlangde ik ernaar om me weer gezien te voelen. De eerste zes maanden was het leuk, heel leuk zelfs. We gingen uit eten, maakten wandelingen en lagen avonden lang samen op de bank. Hij was attent, warm en hij kon luisteren. En ik was zó opgelucht, dat ik weer kon lachen, dat ik dacht: misschien is dit mijn tweede kans. Misschien hoef ik het allemaal niet alleen te doen, als moeder van twee.”
Controle
“Maar na een halfjaar merkte ik dat er iets veranderde. Iets wat ik toen nog wegwuifde als: hij is gewoon nog wat onzeker, maar dat komt wel goed. Hij begon vragen te stellen die als ‘controle’ aanvoelden. Eerst onschuldige dingen zoals: ‘Wie belde je net?’ Of ‘Wat deed je gisteravond?’. Maar het ging al snel verder dan dat. Hij controleerde opeens mijn telefoon en wilde weten met wie ik had geappt. Of hij vroeg waarom ik zo lang bij de supermarkt was en of ik de buurman aantrekkelijk vond.
‘Liefdevolle bezorgdheid’
Hij deed het af als zogenaamd liefdevolle bezorgdheid. ‘Je weet toch dat ik van je hou’, zei hij dan. ‘Ik wil gewoon zeker weten dat je geen pijn meer wordt gedaan.’ In het begin gaf ik antwoord op al zijn vragen en bleef ik kalm. Maar na een aantal maanden werd ik er echt moe van. Moe van mezelf steeds weer moeten verantwoorden. Ergens, heel diep vanbinnen, begon ik me ook af te vragen: doe ik iets fout dan?”
Vragenvuur
“Als ik alleen met mijn kinderen een dagje weg was geweest, kreeg ik ’s avonds een vragenvuur. ‘Waar ben je écht geweest?’, ‘Waarom heb je geen foto op Instagram gepost?’ of ‘Waarom lach je zo op die selfie, stond er iemand naast je?’ Ik kreeg de gekste vragen. Ik kon zeggen wat ik wilde, dat ik gewoon met mijn dochter in het zwembad was geweest, of met mijn zoon in de dierentuin, hij geloofde me toch niet.
Aanpassen
Ik wilde geen ruzie, dus ik begon me aan te passen. Ik droeg minder opvallende kleding, verwijderde mannelijke collega’s van mijn social media en hield mijn telefoon altijd op stil. Ik dacht: als ik me maar voorbeeldig gedraag, dan stopt het vast. Dan voelt Frank zich veilig en dan krijgt hij meer vertrouwen in mij. Dan houden we het fijn. Maar hoe voorbeeldig ik me ook gedroeg, het was nooit genoeg voor hem. Hij vond altijd wel iets. En wat het nog moeilijker maakte: tussen deze buien door kon hij zó lief en zó kwetsbaar zijn. Dan huilde hij in mijn armen en zei hij dat hij bang was dat ik hem zou verlaten. Dan vertelde hij weer eens dat hij zichzelf kwijt was. En ik, redder die ik dacht te zijn, bleef bij hem. Ik dacht namelijk echt dat ik hem kon helpen.”
Mezelf verloren
“We hadden ruim een jaar een relatie, toen ik van de een op andere dag besefte: ik ben mezelf kwijt. Ik herkende mezelf niet eens meer in de spiegel. Mijn ogen stonden dof en mijn huid was grauw. Ik was moe, gewoon op. Mijn puberdochter had me die week aangekeken en gezegd: ‘Mam, dit ben jij niet. Wat is er met je gebeurd?’ En ineens zag ik haar blik, hoe zij mij zag. Hoe ze keek naar een moeder die op haar tenen liep, die eigenlijk bang was voor haar eigen vriend en die zich kleiner maakte.
Breuk
Die avond schraapte ik al mijn moed bijeen en heb ik het hem gezegd. Ik vertelde Frank dat ik ermee wilde stoppen, omdat ik het niet meer leuk vond. Ik wilde mezelf terugvinden, niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn kinderen. Ik snapte dat hij het eventueel moeilijk zou gaan vinden, maar toch hoopte ik dat hij het gewoon zou accepteren.
Geblokkeerd
Maar dat deed hij niet. Frank werd boos, ontzettend boos. Hij schold me uit en deed zelfs een poging om mij te slaan. Gelukkig ging hij na een uur uit zichzelf weg, maar klaar was het nog niet. Daarna bleef hij me bellen, appen en mailen. Ook stond hij daarna meerdere keren bij de school van mijn kinderen te wachten. Hij gaf dan brieven aan mijn dochter mee waarin stond dat we nog een toekomst samen hadden, dat hij me nooit los zou laten en dat ik hem echt nog een kans moest geven. De eerste keer dat dat gebeurde, kwam mijn dochter met een spierwit gezicht thuis. Ik wist niet of ik moest huilen of schreeuwen. Maar ik wist wel: dit kan echt niet, dit is voorbij. Niet alleen de relatie, maar ook mijn geduld, mijn begrip en mijn compassie voor hem. Ik heb hem toen overal geblokkeerd. Toen hij daarna via via weer contact zocht, ben ik naar de politie gestapt. Ik kon niet anders.”
Contactverbod
“Het heeft lang geduurd, maar uiteindelijk kreeg Frank een contactverbod. Ik zocht hulp voor mezelf, heb twee jaar lang gepraat met een psycholoog. Het ging in die gesprekken zelden over hem. Het ging over mij. Over waarom ik bleef. Waarom ik dacht dat liefde hetzelfde was als iemand willen redden. Waarom ik pas stopte toen mijn dochter me aankeek alsof ik haar kwijt zou raken. Ik heb wat gehuild in die kamer. Maar ik leerde ook om weer rechtop te gaan staan. Ik ben geen slachtoffer. Ik ben een vrouw die iets heeft meegemaakt en weer is opgestaan. Ja, ik schaam me nog weleens. Dat ik veel te lang ben gebleven, dat ik signalen heb genegeerd en dat ik mezelf zo ben kwijtgeraakt. Maar ik heb mezelf leren vergeven en kijk ook met mildheid terug. Want ik weet nu: wie liefde zoekt in puin, ziet soms pas te laat dat het bouwmateriaal ontbreekt.”
Standje paniek
“De nachtmerries kwamen pas later. Toen ik na een aantal maanden rust vond, begon mijn hoofd alles pas echt te verwerken. En blijkbaar doe ik dat ’s nachts. In dromen waarin ik wegren, waarin ik opgesloten zit, waarin hij me achterna zit met messen, hamers en bijlen. In dromen waarin ik hem smeek me met rust te laten. En dan word ik wakker. Mijn hartslag op standje paniek en mijn dekens op de grond. De stilte in huis is op dat moment dan oorverdovend. Als ik weer eens zo’n nachtmerrie heb gehad, zet ik mijn voeten op de grond en ga ik rechtop zitten. Ik zeg dan meerdere keren hardop: ‘Frank is weg. Je bent veilig.’ Dat klinkt misschien kinderachtig, maar het helpt me echt om terug te komen in het nu. Daarna loop ik naar de badkamer, was ik mijn gezicht met koud water en kijk ik mezelf aan. Soms zie ik daar nog steeds de bange vrouw van toen. Maar steeds vaker zie ik een vrouw die weet wie ze is en die sterker is dan ze ooit dacht te zijn.”
Trots
“Ik heb, ondanks de nachtmerries, ondertussen wel mijn leven terug. Mijn kinderen zijn groter nu, mijn dochter is negentien, mijn zoon zestien, en ze zijn trots op mij. Ze zeggen het niet vaak, maar ik zie het in hoe ze naar me kijken en in hoe ze hun vrienden over me vertellen. ‘Mijn moeder is echt een bikkel’, hoorde ik mijn zoon laatst zeggen. En ik moest slikken.
Weer opstaan
Vannacht was het dus weer zover, had ik weer een nachtmerrie. Maar vanmorgen ben ik gewoon opgestaan. Ik heb een boterham voor mijn zoon gesmeerd en ben daarna naar mijn werk gegaan. Dat is wat sterke vrouwen doen. Niet dat ze zich nooit laten vallen, maar ze staan altijd weer op. Ook na de langste nacht.”
Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media