Heeft je kind last van nachtmerries? Zo help je je kind weer lekker slapen
Je ligt eindelijk lekker onder je dekbed. Huis stil, ogen dicht, dag voorbij. En dan hoor je ineens voetstapjes op de gang. Daar staat je kind, met grote ogen en een nog grotere behoefte aan een veilige plek. “Ik had een enge droom.” Daar gaat je nachtrust en die van je kind.
Nachtmerries horen bij het opgroeien. Kinderen hebben een levendige fantasie en kunnen overdag opgedane indrukken ’s nachts vrolijk door elkaar husselen. Een draak uit een boek, een spannende scène op televisie of iets wat overdag indruk maakte: in dromen kan alles ineens tot leven komen. Gelukkig kun je als ouder veel doen.
Neem de nachtmerries serieus
Voor jou is het ‘maar een droom’, maar voor je kind voelt die droom op dat moment levensecht. Zeg dus liever niet: “Daar hoef je toch niet bang voor te zijn.” Neem het gevoel serieus en blijf rustig. Een simpele zin als “Dat was echt schrikken, hè? Je bent nu veilig” kan al enorm helpen.
Een knuffel, een slokje water en even samen ademhalen doen vaak wonderen. Houd het moment bovendien klein. Een uitgebreide droomanalyse om drie uur ’s nachts is misschien interessant, maar niet bepaald bevorderlijk voor je eigen REM-slaap.
Maak de slaapkamer weer veilig
Laat je kind kort vertellen wat er gebeurde als het daar behoefte aan heeft. Daarna kun je helpen om de droom een andere afloop te geven. Was er bijvoorbeeld een eng monster? Bedenk samen dat het monster eigenlijk verdwaald was, een piepklein stemmetje heeft of bang is voor bellenblaas. Een beetje fantasie teruggeven aan de fantasie kan de angst kleiner maken.
Ook een vast ‘veiligheidsritueel’ voor het slapengaan kan helpen. Denk aan een knuffel die de wacht houdt, een klein nachtlampje of samen controleren of alle monsters inderdaad spoorloos verdwenen zijn. Eén keer kijken is meestal genoeg: anders verandert de monstercontrole al snel in een nachtelijke inspectieronde.
Blijf rustig en consequent
Als je kind regelmatig aan je bed verschijnt, is het verleidelijk om het meteen naast je te laten slapen. Dat is op een moeilijke nacht natuurlijk begrijpelijk. Maar als je wilt dat je kind uiteindelijk weer zelfstandig verder slaapt, helpt een vaste aanpak. Loop mee naar de slaapkamer, stel gerust, geef een knuffel en blijf eventueel een paar minuten zitten. Daarna is het tijd om weer naar je eigen bed te gaan. Met andere woorden: veel veiligheid, maar geen all-inclusive arrangement in het ouderlijk bed.
Voorkom spannende prikkels
Kijk ook naar wat er overdag en vlak voor het slapen gebeurt. Spannende films, enge filmpjes of drukke spelletjes kunnen bij sommige kinderen nog lang nadreunen. Een rustig avondritueel met een boekje, gedimd licht en voldoende tijd om af te schakelen kan helpen.
En misschien wel het belangrijkste: wees geduldig. Nachtmerries zijn meestal een fase die vanzelf weer minder wordt. Blijf voorspelbaar, bied troost en maak van de nacht geen strijdtoneel. Want uiteindelijk geldt: een slechte droom hoeft geen slechte nacht te worden. En als je kind weer rustig slaapt, kun jij eindelijk ook weer onder zeil.
Beeld: Getty Images
LEES OOK

Uit andere media