Persoonlijke verhalen

Zeg ‘ns eerlijk: Wat doe jij als je kinderen ruziemaken?

“Dat is míjn beker! Geef hier!” Klap. Boem. Ruzie in huis. En met die hectische decembermaand in het vooruitzicht komt dat net wat vaker voor. Ingrijpen of laten gaan? Zes moeders, van wie twee deskundigen, vertellen hoe zij omgaan met hun ruziënde kroost.

Marleen (36) is getrouwd en heeft een dochter van 8 en een zoon van 6.

“Mijn kinderen hebben minimaal één keer per dag ruzie. Zodra ik dat hoor, zucht ik heel diep en tel ik tot tien. Ik vind het namelijk bloedirritant. Het liefst probeer ik zo min mogelijk in te grijpen. Ze moeten leren zelf hun ruzies op te lossen. En dat schreeuwen en schoppen niet werkt, moeten ze ook maar ervaren. Vaak komen ze bij mij omdat ze er toch niet zelf uitkomen. In het gunstigste geval vraag ik waar het over gaat. Dan mogen ze allebei vertellen en probeer ik aan te geven waar het probleem zit. Daarna vraag ik hoe ze dit nou op een goede manier kunnen oplossen. In het ongunstigste geval word ik boos op allebei en geef ik ze een preek. Daarna zeg ik dat ze moeten ophouden met ruziën en allebei wat anders moeten gaan doen.

En daarna loop ik hard weg, want dan gaat de ruzie meestal nog even door. Hoe vervelend ik het ook vind, ik denk dat ruziemaken erbij hoort in het leven. Het leert je diplomatiek zijn, vooruitdenken, omgaan met frustraties en dat je niet altijd je zin krijgt. Vechten en elkaar uitschelden gaat voor mij te ver. Ze mogen best een keer een duw of een klap uitdelen, maar elkaar treiteren en pesten dat mag echt niet. Daar vind ik ook niets leerzaams in zitten.”

‘Ik probeer ze ruzies zo veel mogelijk zelf te laten oplossen’

Wat vindt de deskundige?
Annelies Bobeldijk (30) is getrouwd en werkt als leerkracht en opvoedcoach. Ze is moeder van drie jongens van 6, 4 en 2.

“Kinderen leren veel van ruziemaken. Het is goed voor hun sociale vaardigheden, ze leren hun grenzen aangeven, voor zichzelf opkomen en worden er weerbaarder van. Door erbovenop te zitten, ontneem je ze eigenlijk leermomenten. Ik denk dat veel ouders te snel ingrijpen. Maar ik ben niet moeder Theresa: als ik moe ben en een hele dag heb gewerkt, zeg ik ook sneller: ‘Houd nu eens op met dat geruzie.’ Ik probeer ze ruzies zo veel mogelijk zelf te laten oplossen, maar als ze elkaar te lijf gaan, grijp ik in. Dan haal ik ze uit elkaar en pas als ze afgekoeld zijn, ga ik het gesprek aan. Overigens heeft het geen zin om aan jonge kinderen te vragen naar het waarom. Ze reageren nog primair en vanuit de emotie. Ze worden gewoon boos omdat iemand iets van ze afpakt of omdat ze ook met een net gekregen cadeautje willen spelen. Ik vraag wel altijd: ‘Hoe zou je het de volgende keer nou anders kunnen doen?’ Vaak help ik ze een handje bij het bedenken van een oplossing. Als een van de jongens bij me komt en boos is omdat zijn broer een cadeautje heeft afgepakt, zeg ik: ‘Ga maar zeggen dat je dat niet leuk vindt’ of: ‘Maak maar een afspraak wanneer jij de bal mag’. Zo leren ze onderhandelen én zelf hun problemen oplossen.”

Dit verhaal komt uit Vriendin 47.

Foto: iStock

Reageer op dit artikel