Sonja blijft alleen bij haar man omdat hij ernstig ziek is: ‘Het zou onmenselijk zijn om nu van hem te scheiden’

Al jaren is Sonja (37), moeder van twee kinderen (7 en 9), niet meer gelukkig met haar man Joep (39). Vlak voordat ze hem wil vertellen dat ze wil scheiden, hoort Joep dat hij uitgezaaide kanker heeft. “Ik kan hem nu toch niet in de steek laten?”

Niet meer gelukkig

Sonja: “Het moment dat ik hoorde dat Joep ziek was en niet meer beter zou worden, werd ik overvallen door emoties. Ik dacht van alles tegelijk: hoe vreselijk het voor hem was en hoe erg zijn lijdensweg voor onze kinderen zou zijn. Maar ik dacht ook meteen aan mezelf. Ik ben al lang niet meer gelukkig met Joep. Eigenlijk had ik veel eerder van hem willen scheiden, maar vanwege de kinderen had ik het uitgesteld.

Een jaar geleden had ik, na zestien jaar huwelijk, eindelijk de moed verzameld om echt uit elkaar te gaan. Maar vlak voordat ik dit Joep wilde vertellen, bleek dat hij longkanker heeft en dat het is uitgezaaid naar andere organen. Chemotherapie had nog wel zin, evenals bestraling, zeiden de dokters. Het zou zijn leven verlengen, maar hij zal nooit meer beter worden. De dokters gokken nu dat hij nog een jaar te leven heeft, misschien iets meer.

Vreselijke situatie

Momenteel is Joep thuis. Hij slaapt in een bed in de woonkamer en kan niet eens meer de trap op lopen. Ik verzorg hem dag en nacht. Joep weet dat hij niet meer beter wordt, maar hoopt uiteraard zijn leven zoveel mogelijk te rekken. Het is een vreselijke situatie voor iedereen. Ook voor mij. Ik kan hem zo toch niet in de steek laten? Dat zou onmenselijk zijn. Hij houdt nog steeds van me en hij is een lieve man. Dat heeft hij niet verdiend.”

“Het gaat al jaren niet goed tussen ons. We leven sinds de kinderen er zijn als broer en zus. Wat ik het meeste mis, is liefde. Genegenheid. Hij pakt me nooit eens vast. Knuffelt me niet. Laatst zag ik de buren in de tuin elkaar omhelzen en zoenen en was ik zó jaloers. Ik heb dat nooit gehad, Joep was altijd al een afstandelijk type. In het begin was ik nog verliefd en nam ik dat op de koop toe. We hadden het toen nog leuk samen. Hij was grappig, gezellig en makkelijk in de omgang. We hebben samen veel gereisd en veel plezier gehad. We hadden een goed leven.

Toch miste ik die affectie steeds meer. Ik zoende hem altijd, maar kreeg nooit een spontane knuffel terug. Op een bepaald moment moest ik er echt om vragen. Tenzij we in bed lagen, want vrijen wilde hij wel. Maar seks is ook niet meer leuk als er geen affectie bij komt kijken. Natuurlijk heb ik erover gepraat met hem. Het hielp niets. Hij kan het gewoon niet, dat aanraken, het zit niet in hem. Als ik zei: ‘Streel me nou eens’, ging hij me op mijn rug krabben alsof ik jeuk had. Soms sprak ik erover met mijn vriendinnen en dan merkte ik dat ik niet de enige was. Ook zij hadden het gevoel dat hun mannen te weinig affectie toonden, alleen was de situatie bij hen net anders. De ene man was bijvoorbeeld altijd aan het werk, de ander ging vreemd. Ik hield hoop dat het lichamelijke ooit zou komen, want verder had ik weinig te klagen. Joep had geen kritiek op me, ging niet vreemd en heeft me nooit slecht behandeld. Misschien verwachtte ik te veel.”

Lees ook: Jo-Anne: ‘Mijn man verliet me toen ik doodziek was’

Doodongelukkig

“Of ik nou te veel verwachtte of niet, dat Joep altijd afstand hield, had toch gevolgen. Mijn gevoelens voor hem werden steeds minder. Tot twee jaar geleden de liefde echt
weg was. En ik voelde dat ik liever zónder dan met hem was. Ik voelde me steeds meer in de moederrol geduwd. Ik zocht zijn kleding uit, pakte zijn sokken, ik moest alles voor hem bepalen. Waarom kon hij dit niet zelf? Ik vond hem infantiel en egocentrisch, want hij was vooral met zichzelf bezig. Hij liet alles aan mij over, de zorg voor de kinderen en al het huishoudelijke werk. Ik kookte, deed de was, ik verzorgde alles, waardoor hij nogal verwend werd. Ik voelde me geen vrouw meer, maar een sloof. Dat stak me. We hadden ook al een tijdje geen seks meer. Ik werk onregelmatig en we waren heel druk met de kinderen. Telkens gebruikte ik die drukte als excuus, maar eigenlijk had ik gewoon geen zin. We spraken nergens meer over, dat was ons grootste probleem. Ik leg de fout hierin ook zeker bij mezelf, want ik ben ook geen prater. Pas als de druppel de emmer doet overlopen, ontplof ik en word ik heel dominant. Het stadium van praten is dan al voorbij. Misschien had ik de problemen veel eerder op tafel moeten leggen. Ooit heb ik een poging gedaan, maar hij zei alleen maar: ‘Joh, het komt wel goed. Het is nu gewoon even een drukke periode.’

Vlak voordat Joep ziek werd, heb ik een psycholoog ingeschakeld om ons te helpen communiceren. Dat hielp enigszins, maar de echte problemen – dat hij me altijd op afstand hield en nooit aanraakte – verdwenen niet. En nu worden onze problemen ondergesneeuwd door zijn ziekte. Het is heel verwarrend. Ik vind het vreselijk dat hij, de vader van mijn kinderen, ziek is geworden, maar eigenlijk wilde ik hem verlaten. Nu kan ik dat niet meer over mijn hart verkrijgen. Ik kan er niet van slapen. Natuurlijk wil ik hem niet achterlaten, maar bij hem blijven maakt me tegelijkertijd doodongelukkig.”

Schuldgevoel en schaamte

“Vooral in het begin voelde ik me er enorm rot en schuldig over dat ik zo aan mezelf dacht. Daarom heb ik besloten voor Joep te blijven zorgen tot hij er niet meer is. Dat doe ik voor hem, maar ook voor de kinderen. Ik wil niet dat zij straks naast zijn dood ook nog een scheiding moeten verwerken. En Joep wil ik nu niet alleen achterlaten. Dus offer ik mezelf op. Alles komt nu op mij neer: de kinderen, het huishouden, de zorg voor Joep. Ik geef hem eten, was hem, verschoon hem, breng hem naar de wc, help hem met douchen. In feite ben ik zijn fulltime verpleegster. Soms vraag ik me af of hij doorheeft hoe ik me voel. Ik denk het wel, al laat hij dat niet merken. Zijn tactiek is om zijn kop in het zand te steken, anders wordt het hem allemaal te veel. Logisch natuurlijk, hij heeft al zo veel te verwerken. Alleen mijn beste vriendinnen heb ik verteld van de situatie. Ze bewonderen het dat ik ondanks mijn gevoelens bij hem blijf om voor hem te zorgen.

Mijn besluit staat vast: ik laat hem niet in de steek. Ik wil niet de rest van mijn leven rondlopen met een schuldgevoel en met schaamte en ik wil ook niet dat de kinderen
me straks van alles kwalijk nemen. Het voelt zo tegenstrijdig. Het is heel erg verdrietig dat hij ziek is, maar, al durf ik het bijna niet te zeggen, zijn overlijden zal zeker ook opluchting bij me teweegbrengen. Het is een afschuwelijke gedachte, maar dan ben ik eindelijk vrij om geluk te gaan zoeken. Was hij maar gezond en kon hij nog maar van zijn kinderen genieten en een leuk leven leiden… Maar dan wel zonder mij.”

Paniekaanvallen

“Laatst moest ik ineens heel hard huilen. Van verdriet, ik vind het verschrikkelijk dat Joep zo veel pijn heeft. Gelukkig heeft hij veel steun aan zijn familie. Zijn familieleden komen vaak langs, maar ze merken niks. Ze hebben geen flauw idee wat er zich in mijn hoofd afspeelt, want ze praten net als Joep nooit over problemen. Laatst kreeg ik lichamelijke klachten en paniekaanvallen en ben ik naar de huisarts gegaan. Sindsdien ga ik naar het Helen Dowling Instituut, een organisatie die psychologische zorg biedt bij kanker. Niet alleen aan de kankerpatiënt zelf, ook aan de naasten. Daar hebben ze ervaring met de soms tegen strijdige en beangstigende emoties van patiënten en hun partners, familieleden en vrienden. Ik kan daar openlijk over mijn gevoelens praten en hoef me niet te schamen. Zij geven me het gevoel dat ik mens ben in plaats van een slechte vrouw. Want zo voel ik me vaak. De kinderen gaan wonderbaarlijk goed om met de situatie. We dachten dat ze heel verdrietig zouden worden, maar dat is gelukkig niet het geval. Dat ik niet meer van hun vader hou, laat ik niet zien. Ik kus hem waar ze bij zijn, omdat ik ze het idee wil geven dat er nog affectie tussen ons is.

Er zijn momenten dat ik denk: ik houd dit niet lang meer vol. Vervolgens neem ik mezelf dat kwalijk, want dan besef ik dat ik gewoon zit te wachten tot hij doodgaat! En dan haat ik mezelf en schaam ik me enorm voor mijn slechte gedachten. Soms vraag ik me af of ik het verdwijnen van onze liefde had kunnen voorkomen door meer met hem te praten. Misschien. Maar ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Onze karakters gaan niet langer samen. Joep heeft heel veel voor mij betekend en al hou ik niet meer van hem, ik moet mezelf beheersen. Ik moet nu aan hém denken. Niet meer als partner, maar als de vader van mijn kinderen en als iemand die lijdt. Ik kan zijn leed verzachten door hem in deze laatste periode zo veel mogelijk liefde te geven.”

Lees ook: vlak na haar bevalling bleek Liesbeth ernstig ziek: ‘Mijn man sleepte me overal doorheen’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen