Een studentenkamer vinden? Dat is tegenwoordig een bijna onmogelijke opgave
Voor veel jongeren begint de stap naar de studententijd niet meer met een sleutelbos in de hand, maar met eindeloos zoeken op websites en kamers die steeds net aan iemand anders worden toegewezen. Vroeger was een kamer in de studentenstad bijna vanzelfsprekend, tegenwoordig is het vaak een zoektocht die maanden duurt — of helemaal niet lukt.
Een kamer is niet meer vanzelfsprekend
Voor veel ouders begint de studie van hun kind tegenwoordig niet met uitzwaaien bij een studentenhuis, maar met de vraag hoe lang hun kind nog thuis moet blijven wonen. Een kamer is in Nederland allang geen vanzelfsprekend begin van het studentenleven meer. “Mijn zoon reageerde op meer dan honderd kamers. Soms kreeg hij niet eens antwoord”, vertelt Ineke (53). “Iedere avond was hij bezig: Funda, Kamernet, hospiteeravonden. Ik voelde me als moeder machteloos. Je kunt niet méér doen dan meezoeken.”
‘Laat maar’
Op een gegeven moment gaf haar zoon het op. „Hij zei: laat maar mam, ik blijf wel thuis wonen. En dus reist hij nu iedere dag met de trein van Schagen naar Amsterdam. Hij wordt 22 jaar en is er echt aan toe om op zichzelf te wonen. Natuurlijk vind ik het gezellig dat hij nog thuis is, maar op deze leeftijd wil je ook privacy, je eigen leven leiden. Als hij een vriendinnetje meeneemt, moet ze meteen ook kennismaken met mij. Dat is soms ongemakkelijk.”
Dagelijkse treinreizen
De dagelijkse treinreizen van Inekes zoon zijn geen uitzondering. “Mijn dochter van negentien zoekt nu al acht maanden en zit nog steeds aan onze keukentafel te studeren. Ik had op haar leeftijd binnen twee weken een kamer”, vertelt Tanja (56) “Je wilt je kind loslaten, maar er is letterlijk geen plek om haar los te laten. Haar leven begint gewoon niet.”
Andere verwachtingen
Volgens Midas Bosman, beleidsmedewerker bij Kences, de brancheorganisatie voor sociale studentenhuisvesters, passen steeds meer studenten hun verwachtingen aan de woningmarkt aan. “Sommigen blijven noodgedwongen thuis wonen, anderen zoeken minder actief of geven het na herhaaldelijke afwijzingen op.” Daardoor lijkt de vraag naar studentenkamers soms kleiner dan zij daadwerkelijk is.
Zoektocht opgegeven
“Wij denken dat er veel studenten zijn die wel op kamers zouden willen wonen, maar de zoektocht hebben opgegeven. Zodra er meer aanbod komt, zal die vraag waarschijnlijk weer zichtbaar worden.”
Dat betekent niet dat het tekort kleiner wordt. Integendeel: volgens de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2025 ontbreekt het momenteel aan ongeveer 21.500 studenteneenheden. “De nieuwe monitor die in september verschijnt, zal vermoedelijk laten zien dat het tekort verder is opgelopen”, zegt Bosman.
Tekort
Een belangrijke oorzaak van het tekort is dat steeds meer particuliere verhuurders stoppen met het verhuren van studentenkamers. Door veranderingen in belastingregels en andere wetgeving levert het verhuren voor veel van hen minder op. “Daarom besluiten sommige eigenaren hun pand te verkopen en verdwijnen er kamers van de markt”, zegt Bosman.
30.000 extra studenteneenheden nodig
Er zijn de komende jaren ongeveer 30.000 extra studenteneenheden nodig om aan de vraag te voldoen. Vooral in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Groningen en Delft is de situatie nijpend. Wageningen en Enschede vormen een positieve uitzondering. Studenten vinden daar gemiddeld sneller woonruimte. De zoektijd is er gemiddeld korter en vraag en aanbod zijn iets beter in balans, maar Bosman waarschuwt dat het onzeker is hoe zich dat in de toekomst verder ontwikkelt. Ook daar kan het lastiger worden om een kamer te vinden.
Uitbreiding van de studentenhuisvesting
In Utrecht wordt intussen wel gewerkt aan uitbreiding van de studentenhuisvesting. Zo wordt er in het gebied De Kwekerij gebouwd aan een nieuw complex met 483 studentenkamers. De bouw start in 2027 en de oplevering staat gepland voor 2029. Ook in Amsterdam wordt gewerkt aan uitbreiding van de studentenhuisvesting. De gemeente wil de komende jaren ruim 3.000 nieuwe studentenkamers realiseren, onder meer in projecten op de Zuidas, in Amsterdam-Oost, Arena Poort en het Science Park. Recent is bovendien de bouw gestart van 100 studentenwoningen aan het Zeeburgerpad in Oost. De eerste opleveringen van deze nieuwe projecten worden vanaf 2027 verwacht.
Hoge druk
Toch blijft de druk groot. De wachttijden voor een kamer zijn lang en nieuwe woningen komen slechts mondjesmaat beschikbaar. Naast het verdwijnen van particuliere verhuurders speelt ook de nieuwbouw een rol in het tekort. De bouw van studentenkamers komt moeizaam op gang. De kosten zijn hoog, terwijl de huren voor studenten juist betaalbaar moeten blijven. Dat maakt investeren minder aantrekkelijk. Daarnaast worden er steeds vaker zelfstandige studio’s gebouwd in plaats van gedeelde kamers, waardoor het tekort aan échte studentenkamers blijft bestaan. Voor ouders zoals Ineke is dat moeilijk te begrijpen. “Je hoort steeds dat er gebouwd wordt, maar mijn zoon ziet alleen dat hij niks kan vinden”, zegt ze. “Het voelt alsof het probleem alleen maar groter wordt, niet kleiner.”
Internationale studenten
Ook internationale studenten spelen mee in de druk op de markt. Het aantal is de afgelopen jaren gegroeid tot zo’n 120.000 à 130.000. Tegelijk benadrukt Bosman dat internationalisering ook belangrijk is voor het hoger onderwijs. Het zorgt voor uitwisseling en kwaliteit, en maakt het mogelijk dat Nederlandse studenten zelf ook in het buitenland kunnen studeren.
Gevolgen zijn voelbaar
De gevolgen van het tekort zijn voor studenten direct voelbaar. “Wie geen kamer kan vinden, blijft vaak noodgedwongen thuis wonen en is dagelijks lange tijd onderweg. Dat heeft niet alleen praktische gevolgen, maar ook invloed op de studie-ervaring zelf. Studeren wordt minder efficiënt als veel tijd opgaat aan reizen”, legt Bosman uit. “Daarnaast heeft het invloed op het sociale aspect van het studentenleven: het contact met medestudenten, deelname aan verenigingen en het opbouwen van een netwerk worden lastiger als je niet in de studentenstad woont.”
Geen ervaring van het studentenleven
Sandra (55) herkent dat. “Mijn dochter van twintig studeert psychologie in Utrecht, maar beleeft het studentenleven niet echt. Vriendschappen ontstaan ’s avonds na college, niet in de trein terug naar huis. Ze zegt dapper dat het niet erg is, maar ik zie dat ze iets mist. Dat eerste stukje vrijheid, de sprong naar volwassenheid.” De zoektocht verliep voor haar dochter ook niet van een leien dakje. “Ze kwam huilend thuis van een hospiteeravond. Het voelde alsof ze auditie deed, het leek meer op een casting dan op woonruimte zoeken.
Hoge prijzen
En als je al een kamer weet te vinden, is die vaak onbetaalbaar. Voor een piepklein kamertje vragen ze duizend euro. Dat is toch geen studentenleven meer? Mijn dochter vatte het plan op om samen met een vriendin een appartement te huren, maar ook als ze de huur deelden, was het bedrag van 700 euro per maand nog veel te hoog voor haar. Helaas zijn wij als ouders niet in de financiële positie om bij te springen. Je merkt ineens hoe bepalend geld is. Studenten met rijke ouders lukt het wel. Sommigen kopen zelfs een huis waar hun kind met vrienden kan wonen.”
Verschillen groter
De verschillen tussen studenten kunnen daardoor groter worden. Studenten met ouders die kunnen bijspringen hebben meer mogelijkheden om een kamer te vinden of tijdelijk iets te financieren, terwijl anderen langer thuis blijven wonen. Ook via studentenverenigingen of netwerken worden kamers soms onderling verdeeld.
Combinatie nodig
Volgens Bosman is er niet één oplossing, maar een combinatie nodig. “De regels voor nieuwbouw moeten beter, zodat het aantrekkelijker wordt om te investeren in studentenhuisvesting”, zegt hij. “Tegelijk moet wonen betaalbaar blijven en is meer structurele betrokkenheid van de overheid nodig. Nu zijn het vaak losse regelingen, terwijl juist langdurige zekerheid nodig is.”
Kritiek
In Den Haag wordt daarom gewerkt aan maatregelen om het tekort te beperken. Zo wordt gekeken naar het aantrekkelijker maken van verhuur en naar tijdelijke huurcontracten voor studenten. Tegelijkertijd klinkt er kritiek, omdat sommige voorstellen kunnen leiden tot hogere huren. Ondertussen werken overheid, gemeenten en onderwijsinstellingen samen in het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting, met als doel tienduizenden extra woningen richting 2030.
Vraag groeit mee met aanbod
Als die structurele aanpak uitblijft, kan het tekort volgens Bosman verder oplopen en lastig in te halen zijn. Zelfs als er nieuwe woningen bijkomen, verdwijnen de wachttijden niet automatisch. “We zien dat de vraag vaak meegroeit als er meer aanbod komt”, legt hij uit. Daarmee wordt duidelijk dat het probleem groter is dan een tekort aan bouwprojecten. Het gaat ook om de vraag of studeren voor iedereen nog even toegankelijk blijft en hoe studenten hun studententijd kunnen invullen.
Wachten op een plek
Het tekort aan studentenkamers is daarmee meer dan een woonprobleem. Het bepaalt waar jongeren studeren, hoeveel tijd ze kwijt zijn aan reizen en hoe makkelijk ze een sociaal leven opbouwen in een nieuwe stad. Voor sommigen betekent het uitstel van zelfstandigheid, voor anderen het dagelijks leven tussen twee werelden: thuis en de studentenstad. Terwijl er wordt gewerkt aan oplossingen, blijft voor veel gezinnen de werkelijkheid voorlopig hetzelfde. De studie begint niet met een kamer, maar met wachten op een plek die er nog niet is. Ineke hoopt op verandering. “Je kunt alles goed regelen als ouder, behalve dit.”
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media