Monique moest begin jaren 60 afstand doen van haar kind: ‘Niemand vroeg ooit wat ik zelf wilde’
Jarenlang werd er nauwelijks over gesproken: vrouwen die hun kind moesten afstaan, vaak nog jong, soms onder druk van familie, omgeving of instanties. Pas decennia later komt er ruimte om terug te kijken op wat er is gebeurd, en op de gevolgen die hun leven bleven tekenen. Monique (81) was een van de 13.000 moeders die dit overkwam. “Het gaat mij niet om schuld, maar om wat er eigenlijk gebeurd is.”
Filmische levensloop
Wie Monique vluchtig ontmoet, ziet een vrouw die het leven lijkt te omarmen. Verzorgd, stijlvol, jonger ogend dan haar leeftijd van 81 doet vermoeden. Haar levensloop oogt op het eerste gezicht bijna filmisch: verre reizen, exotische bestemmingen, een driemaster in de Caribbean, toevallige ontmoetingen, impulsieve avonturen, een restaurant aan het Rokin, een bed & breakfast in Scheveningen. Ze schreef er zelfs over in Bizarre en hilarische reiservaringen van een single — licht van toon, vol humor. Daaruit spreekt een vrouw van vrijheid. Iemand die steeds opnieuw de horizon opzoekt. Een leven waarop anderen misschien jaloers zouden zijn. Maar achter die flamboyante buitenkant schuilt een geschiedenis die veel harder en eenzamer is dan de buitenwereld ooit vermoedde.
Medelijden
Na jaren van ruzie tussen haar ouders verandert haar leven abrupt. Ze is zeven jaar als ze op een ochtend wakker wordt en ontdekt dat haar moeder en jongere zusje verdwenen zijn. Zonder afscheid. Zonder uitleg. “Gewoon weg,” zegt ze. Zij en haar broer blijven achter bij hun vader, een ingenieur met een eigen bureau, die vanwege zijn werk vaak afwezig is. Hij huurt huishoudsters in om voor de kinderen te zorgen, maar echte warmte of geborgenheid ontbreekt. “Mijn moeder hertrouwde snel. Ik zag haar eens in de twee weken een paar uur op zondag. Als kind lag ik meerdere keren in het ziekenhuis, soms weken achter elkaar, maar mijn ouders kwamen niet. Ik heb nu medelijden met dat meisje dat ik toen was. Daar kan ik echt om huilen”, vertelt ze geëmotioneerd.
Slaapkamer in de kelder
Na haar eindexamen wordt Monique op zestienjarige leeftijd als au pair geplaatst in een orthodox-joods gezin in Leeds in Engeland, terwijl ze zelf niet religieus is opgevoed. “Mijn slaapkamer was in de kelder. Ik mocht niet mee-eten, omdat ik niet joods was. De dagen bestonden uit afwassen, strijken en eindeloze huishoudelijke klusjes, tussen volwassen kinderen bij wie ik me totaal niet thuis voelde.” Ze vertrekt daar uiteindelijk zelf en vindt op eigen initiatief een officiersgezin in Duisburg in Duitsland, waar het iets beter gaat. “Maar ook daar voelde ik me meer personeel dan gezinslid.”
Onhandige seksuele ervaring
Ze is zeventien, eenzaam en op zichzelf aangewezen als ze een jongen ontmoet met wie ze enkele keren afspreekt. Eén onhandige seksuele ervaring verandert haar leven voorgoed: ze raakt zwanger. “Voorlichting had ik nooit gehad.” Terug in Nederland, in 1963, gaat Monique als verpleeghulp in het Wilhelmina Gasthuis werken en volgt ’s avonds een mannequinopleiding. In eerste instantie probeert ze de zwangerschap te ontkennen. “Pas rond de vierde maand ging ik naar een arts, die bevestigde dat ik in verwachting was. Ik kreeg een nummer van een verloskundige. Wanhopig probeerde ik alsnog een abortus te regelen, maar het was te laat.” Ze neemt iemand in vertrouwen, maar die vrouw licht haar vader en stiefmoeder in, die op dat moment in Amerika verblijven. Haar stiefmoeder komt halsoverkop terug naar Nederland om “de zaak te regelen”. Haar moeder reageert met slechts één zin die haar altijd is bijgebleven: ‘Waarom doe je mij dit aan?’ “Alsof het een bewuste keuze was.”
Pleeggezin
Monique wordt ondergebracht in een pleeggezin in Naarden waar ze zich voor het eerst veilig en welkom voelt. “Ik werd liefdevol behandeld. Maar juist daarom mocht ik er niet blijven. Ik had het te goed, werd te veel verwend.” Onder het voorwendsel van een controle bij de gynaecoloog wordt ze vervolgens naar Den Haag gelokt en direct opgenomen in de Emma Kliniek in Scheveningen. Daar brengt ze de laatste maanden van haar zwangerschap door. “Iedere week lagen er naast mij nieuwe moeders met bloemen, cadeaus, bezoek en hun baby’s in de armen. Zelf had ik geen keuze. Ik moest boeten.”
Adoptie
Tijdens een bezoek aan een adoptie-instelling, in aanwezigheid van haar stiefmoeder, wordt haar nooit gevraagd wat ze wil. “Het kon niet, zo was hun redenatie, want ik had het kind niets te bieden. Ik verbleef in de kliniek omdat niemand me zwanger mocht zien. Dat was een schande.”
Eenzaamheid
Na de geboorte wordt haar zoon direct bij haar weggehaald. In stilte geeft ze hem een naam. Ze weet niet waar hij terechtkomt, hoort niet hoe het met hem gaat. Het recht om moeder te zijn is haar niet gegund. Haar vader stelt haar na de bevalling voor een ultimatum: ze kan naar Curaçao, waar haar moeder inmiddels met haar nieuwe gezin woont, of zijn deur blijft definitief dicht. Ze vertrekt. “Op Curaçao vond ik voor het eerst in lange tijd rust,” zegt ze. Ze leeft er bij haar moeder en stiefvader en bouwt een band op met haar halfbroertje en halfzusje. Ze heeft verschillende baantjes en probeert een nieuw bestaan op te bouwen. Maar onder dat nieuwe leven blijft het oude verdriet onbenoemd.
Kinderwens
Als ze 23 is, trouwt ze, maar ook dat brengt niet het gezin waar ze op hoopt. Kinderen krijgen lukt niet. Ze bezoekt specialisten, laat onderzoeken doen en blijft zoeken naar een verklaring. Maar die komt er niet. “Mijn ex-man kreeg later met een andere vrouw wel kinderen. Dat was me dus óók niet gegund.”
Alles proberenn
Het gemis nestelt zich diep. “Je voelt je soms als een mol onder de grond. Alsof je naar boven wil, naar het licht, maar telkens weer wordt teruggeslagen. Ik heb er in mijn leven maar met drie mensen over gesproken. Met mijn nichtje, onlangs met een vriend die ook een nare jeugd had en nu met Vriendin. In de loop van mijn leven heb ik ook een paar keer therapie gehad. Maar uiteraard pas lang nadat het gebeurd was. In die tijd werd je vooral sterk genoemd. Terwijl je eigenlijk iemand nodig had die zei: wat ontzettend rot voor je.”
Monique bouwt intussen een leven op dat onrustig en veelzijdig is: mannequin, restauranthouder, kok, ondernemer, organisator, reiziger. “Ik wilde alles proberen, zodat ik later niet hoefde te zeggen dat ik het niet gedaan had.” Ze blijft overeind, maar de eenzaamheid verdwijnt niet. “Ook al heb ik tien mensen om me heen, vanbinnen blijf ik dat verwaarloosde kind.”
Hereniging
Na tientallen jaren meldt haar zoon zich onverwacht. “Op een dag werd ik gebeld door een onbekende man. ‘Bent u die en die?’ Hij zei: ‘Dan ben ik uw zoon.’” De ontmoeting volgt snel, met bezoeken en zelfs een gezamenlijke kerst op Terschelling. Maar de hereniging brengt niet de rust waar ze op hoopt. Daarvoor is er te veel tijd verstreken en te veel verdriet blijven liggen. Ze voelt geen onmiddellijke herkenning of vanzelfsprekende verbondenheid. Bovendien hangt er vanaf het begin ook verwijt in de lucht. Hoe ze haar kind had kunnen afstaan. Waarom ze hem had achtergelaten, vraagt de vriendin van haar zoon. “Ik heb een uur staan huilen”, zegt ze. “Ik kon niet meer stoppen.”
Bron va pijn
Het contact wordt uiteindelijk opnieuw een bron van pijn. Vooral als de vriendin van haar zoon haar steeds meer een rol lijkt toe te dichten die ze emotioneel helemaal niet kan dragen. “Toen hun pasgeboren kindje overleed, vroeg zij of ik op bezoek wilde komen. Het kindje lag boven dood in een wiegje. Ik ben gegaan, maar het was te veel voor me: pijnlijk, overweldigend en verwarrend. Uiteindelijk trok ik me terug. In een brief schreef ik dat het contact me teveel kostte en ik er voorlopig van af zag.” De reactie die ze daarop kreeg – dat ze haar zoon “voor de tweede keer in de steek liet”- raakt haar diep. Alsof het verleden zich opnieuw tegen haar keert.
Blijvend gemis
Feestdagen zijn voor haar nooit vanzelfsprekend geweest. Kerst, verjaardagen, momenten die voor anderen gevuld zijn met familie en vanzelfsprekende drukte, zijn voor haar vooral stille dagen geworden. Vriendinnen krijgen kinderen en later kleinkinderen, maar Monique blijft achter met een blijvend gemis. “Ik weet het niet eens meer”, zegt ze. “Ik ben er al zo ver in. Dan laat ik het maar. Een glas wijn, televisie aan, het gezellig maken voor mezelf. Meer niet.”
Gelijkgestemden
Via de stichting De Nederlandse Afstandsmoeder komt ze in contact met anderen met een vergelijkbare geschiedenis. Ze meldt zich aan en wordt uitgenodigd voor een bijeenkomst in Zeist, waar ze een keer heengaat. Fysieke klachten en operaties aan borst- en blaaskanker maken het haar uiteindelijk onmogelijk om weer te gaan. Toch blijft ze op afstand betrokken via mail en berichten en volgt ze de ontwikkelingen nauwgezet. “De bredere discussie over wat er in het verleden is gebeurd, raakt me. Voor mij draait het niet alleen om individuele verhalen, maar ook om erkenning van een systeem waarin veel misging. Het gaat mij niet om schuld, maar om wat er eigenlijk gebeurd is. En dat je dat durft te benoemen. Het ging vaak niet om kinderbescherming. Ik zie het eerder als ouderbescherming. Het draaide niet om het kind. Als ik zie hoe er ook nu nog met kwetsbare meisjes wordt omgegaan, maak ik me daar echt zorgen over.”
Toenadering
Dat er op 2 juli excuses komen vanuit het kabinet voor wat er in die tijd is gebeurd, betekent veel voor haar. “Niet omdat het alles goedmaakt, maar omdat er eindelijk erkend wordt dat het fout was. Dat het niet zomaar ‘toen zo ging’, maar echt onrecht was.” Pas veel later, jaren na de gebeurtenissen, komt er een voorzichtig moment van toenadering van haar vader. “Hij zei dat ik altijd nog kon komen praten”, vertelt ze. “Maar dat was twintig jaar te laat. Toen was ik al weg.”
Verhaal niet uniek
Ze weet inmiddels dat haar verhaal niet uniek is. “Iedere vrouw heeft haar eigen geschiedenis”, zegt ze. “Het was vaak net vóór de pil, vóór bescherming. Dat was pech. En tegelijk een tijd van schaamte en oordeel.” Via haar opleiding bij Schoevers sprak ze later een vrouw met een vergelijkbaar verhaal. “Haar kind is gewoon thuis bij haar ouders geboren. Uiteindelijk is dat ter adoptie afgestaan, maar wel liefdevol opgevoed. Ze bleef erbij betrokken. Dat kon ook, maar bij mij dus niet.”
Erover praten
In gesprekken met anderen valt haar iets op dat ze niet goed kan plaatsen: ook bij herenigingen tussen ouders en kinderen blijft verzoening vaak uit of is die uiterst fragiel. “Zo eenvoudig is het niet”, zegt Monique. “Er is zoveel kapotgemaakt. Hoe herstel je iets dat zo vroeg en zo diep is beschadigd?” En toch blijft ze, ondanks alles, doorgaan en zoeken naar een manier om ermee te leven. Door erover te praten, brengt ze onder de aandacht wat er lang niet mocht zijn. “Ik schaam me hier niet voor, het is niet mijn schuld geweest,” zegt ze. “Praten verandert het verleden niet, maar het helpt wel zichtbaar te maken wat er gebeurd is, zodat het niet in stilte verdwijnt.”
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media