Persoonlijke verhalen

Schippersvrouw Jantina heeft zeven kinderen: ‘Thuis is waar we samen zijn’

Jantina (33) is moeder van maar liefst zeven kinderen: Julia (8), Jesse (7), Joël (6), Jasper (4), Jirsa (3), Jaïra (1,5) en Jurrian (11 weken). Aangezien haar man Jozua (33) schipper is, staat ze er thuis ook nog eens geregeld alleen voor. “Maar ik zou met niemand willen ruilen.”

Jantina: “Twee-twee zijn voor ons niet zomaar getallen, het is het ritme waar ons leven om draait: Jozua is steeds twee weken aan het varen en dan weer twee weken thuis. Het is echt wel zwaar als hij van huis is, helemaal nu de zevende is geboren en ik borstvoeding geef. Soms valt Jurrian pas om elf uur ’s avonds in slaap en wordt vervolgens om vier uur alweer wakker. Twee uur later gaat de wekker weer en moet ik ontbijt gaan maken voor de andere zes. En voordat je er dan ’s avonds weer in ligt… Toch merk ik vaak niet eens dat ik moe ben, ik ga gewoon door.

Maar zodra Jozua weer thuis is, stort ik in en ben ik niet meer vooruit te branden. Gelukkig neemt hij me dan veel uit handen. Hij laat me bijvoorbeeld ’s ochtends wat langer slapen en zorgt voor de kinderen, zodat ik een keer een middagje weg kan met een vriendin. Hij wast, stofzuigt, doet boodschappen en kookt. Mijn vriendinnen, die mannen hebben met een normale baan, zeggen weleens: ‘Deed die van mij maar zo veel!’ Dus nee, ik zou zeker niet willen ruilen. De eerste vijf jaar na de geboorte van de oudste zijn we met ons gezin bijna zeven dagen per week, 24 uur per dag samen geweest. Hoeveel vaders en moeders kunnen dat zeggen?”

Samen op het schip

“Jozua kwam bij mij in de klas toen we vijftien waren. Onze vaders waren allebei schipper, maar mijn moeder had gekozen voor een leven op de wal. Mijn broertje en ik leefden dus in een gewoon huis en mochten ook niet mee aan boord, terwijl Jozua op een schippersinternaat woonde en in zijn vrije tijd al als matroos meewerkte op het schip. Toen we op ons zeventiende verkering kregen, is hij een opleiding tot schipper gaan volgen en later met zijn broers in het familiebedrijf gestapt. Zelf heb ik office management gestudeerd, al was het alleen maar om iets achter de hand te hebben. Nadat we allebei ons diploma hadden, zijn we getrouwd en met z’n tweeën op het schip van mijn schoonvader gaan wonen. We hadden ook een appartement in Werkendam, maar daar waren we weinig. Eerst voeren we alleen kleine stukjes, tussen Rotterdam en Delfzijl. Later kregen we een groter schip en breidden we ons vaargebied uit naar Duitsland en Zwitserland.”

Lees ook: Romy (23) runt een gezinshuis met vijf pleegkinderen

Mooi symbolisch

“We droomden toen al van een groot gezin: als het ons was gegeven, wilden we graag vier kinderen. Maar nadat de vierde geboren was, begon het al snel weer te kriebelen. Er kwam een vijfde. En aangezien ik het liefst een even aantal wilde, ook een zesde. Nu hebben we er zelfs zeven, wat geen even nummer is. Aan de andere kant is zeven in de bijbel – we zijn gelovig – wel weer een mooi symbolisch getal, dus eigenlijk vinden we het nu wel goed zo. Maar toen ik deze week bij mijn verloskundige was voor een nacontrole, zei ze: ‘Tot ziens hè?’ Ach, wie weet. Ik sluit niets uit…

Toen ik zwanger was van Julia hadden we gepland dat we rond de 38e week naar huis zouden gaan, zodat de baby niet aan boord zou worden geboren. We maakten er wel grapjes over wat er zou gebeuren als de bevalling onverwachts eerder begon. ‘Ach, dan is er altijd nog brandweer of politie die ons komt redden’, zeiden we dan. Dat is nog werkelijkheid geworden ook!”

Zes brandweermannen

“Met 34 weken braken mijn vliezen, we zaten toen midden in Duitsland. Omdat we het alarmnummer niet te pakken kregen, heeft de riviercentrale de brandweer ingeschakeld. Stonden er opeens zes brandweermannen in vol ornaat in mijn slaapkamer! Omdat de gangen van het schip te smal waren voor een brandcard, hebben ze me van boord gedragen. Ik mocht niet eens kleren aantrekken, omdat ze niet wisten hoe ver de bevalling al op gang was en geen van die mannen dat durfde te checken. Achteraf is het maar goed dat er zo veel spoed achter gezet is, want binnen 2,5 uur was Julia er al.

De andere zes waren ook allemaal snel. Ik zeg weleens voor de grap dat ik zeven kinderen heb gebaard in pakweg vijftien uur, haha. Het was mijn grootste nachtmerrie dat Jozua een bevalling zou missen – zo snel rijd je niet van Duitsland naar huis – maar gelukkig is dat nooit gebeurd. De rest bleef namelijk netjes zitten tot na de 37ste week. En dan zorgde Jozua dat hij een aantal weken in Nederland bleef.”

Met z’n allen in de stuurhut

“De eerste jaren hebben we met de kinderen op het schip gewoond. Een heerlijk leven, vond ik. Als je ’s ochtends wakker werd en uit het raam keek, zag je een totaal ander landschap dan waarmee je was gaan slapen. Hoewel we ook gewoon een woonkamer hadden, waren we meestal met z’n allen in de stuurhut, gezellig dicht bij Jozua. De kinderen zaten dan te verven, kleien of puzzelen, de kleinsten deed ik gewoon midden op tafel in bad, terwijl ik intussen naar de prachtige bergen keek. Zo’n uitzicht heb je thuis niet. Het dek van het schip hadden we afgeschermd met hekjes, zodat de kinderen er vrijuit konden spelen. We hadden er zelfs een schommel opgehangen en met mooi weer zetten we een zwembadje op het roefdak. Als we zand of grind vervoerden, mochten ze ook in het ruim spelen. Het is best leuk om schipperskind te zijn hoor, je hoeft je echt niet te vervelen! Het ruim is zelfs groot genoeg om in te fietsen. Op vakantie gingen we vrijwel nooit, want eigenlijk waren we altijd al weg. Als we stillagen voor een openstaande sluis of tijdens het laden en lossen, zochten we een speeltuin op of gingen we een ijsje eten. Zo hadden we constant een vakantiegevoel. De oudste twee kinderen heb ik ook nog lesgegeven aan boord, met een speciaal lespakket voor peuters en kleuters.”

Lees ook: Zo gaat het nu met Anne en haar vierling

Nog steeds heimwee

“Helaas hield dat zorgeloze leven op toen Julia zes werd en naar groep drie moest. We stonden voor een lastige keuze: de kinderen naar een internaat sturen, of zelf aan de wal gaan wonen. Moeilijk, want je kiest eigenlijk tussen twee kwaden: een leven met je kinderen maar zonder man of met je man maar zonder kinderen…
Uiteindelijk besloten we om ons appartement in te ruilen voor een groter huis in Werkendam, vooral omdat ik niet zo’n held ben in de auto. Als we op het schip zouden blijven wonen, zou ik namelijk elk weekend vanuit Duitsland lange stukken moeten rijden om de kinderen in Nederland uit school te halen.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog steeds heimwee heb naar het leven aan boord, ik kijk altijd enorm uit naar de schoolvakanties. Dan varen we namelijk met z’n allen met Jozua mee. De kinderen vinden dat ook allemaal fantastisch, ze vragen geregeld wanneer we weer naar het schip gaan.”

Kusjes op papa’s foto

“We wonen nu bijna drie jaar aan de wal en inmiddels heb ik mijn draai ook thuis weer gevonden. De kinderen weten niet beter dan dat papa steeds twee weken weg is. Het verschilt per kind en per keer hoeveel ze hem missen. Vooral Jesse heeft er last van, maar de laatste keer was het Jaïra die voor het slapen steeds om papa riep. Dan gaf ze kusjes op zijn foto. Dat is natuurlijk moeilijk om te zien, als moeder.

Om hun verdriet te verzachten, vraag ik dan bijvoorbeeld of ze nog even een paar minuutjes met papa willen skypen. Al weet ik als geen ander dat dat het gemis niet wegneemt. Jozua leeft van afstand heel erg mee, we skypen en appen veel. Maar dat is toch niet hetzelfde.”

Verbaasde blikken

“Ik kán het allemaal wel, maar het is niet altijd leuk om in je eentje de verantwoordelijkheid te dragen. Als ze op schoolreisje moeten of allemaal ziek zijn, sta ik er ook alleen voor. In zo’n geval springen mijn ouders altijd wel even bij, maar ik wil hen niet te veel belasten. Wij hebben er immers voor gekozen om zeven kinderen te krijgen, niet zij.

En over het algemeen kunnen we het ook heel goed aan. We hebben geen moeilijke kinderen en ze zijn allemaal vrij zelfstandig. De jongste meiden kunnen zichzelf al goed aankleden. En als er dan een keer een laarsje aan de verkeerde voet zit, willen de oudere kinderen altijd wel even helpen. Naar school brengen en weer ophalen doe ik zo veel mogelijk zelf. Tegenwoordig met Jurrian in een draagdoek op mijn buik, drie kinderen in de bakfiets en drie op fietsjes ernaast. Dan zie je mensen wel verbaasd kijken, zeker als ik een heuveltje op moet. Maar ik zie het een beetje als mijn sportschool: zo kan ik ook weer een beetje fit worden na de bevalling.”

Lees ook: Lydia en haar man hebben tien kinderen: ‘Een elfde is net zo welkom’

Makkelijker

“Toen we alleen Julia hadden, vonden we dat we het best druk hadden. Maar toen we er drie hadden, liep het eigenlijk zo gestroomlijnd dat Jozua en ik tegen elkaar zeiden: ‘Hoe hebben we het óóit druk kunnen hebben?’ En drie of zeven maakt uiteindelijk ook niet heel veel verschil. Je wordt er wel wat makkelijker van, ik ga bijvoorbeeld niet iets anders koken als iemand iets niet lust. Ze krijgen gewoon allemaal een bordje. Als het op is, mogen ze een toetje. Zo niet, dan staan er ’s ochtends weer boterhammen klaar. Al moet ik zeggen dat ik, in de weken dat Jozua vaart, wel liever dingen kook waarvan ik weet dat ze het allemaal graag eten. Ik heb het geluk dat ze vrijwel allemaal gek zijn op groente.”

Nooit klagen

“Structuur is heel belangrijk in een groot gezin. Voor we gaan eten wil ik dat al het speelgoed is opgeruimd en na half acht ’s avonds moet het in principe stil zijn boven. Maar verder mag er eigenlijk heel veel. Natuurlijk is het echt niet altijd gezellig, er is heus weleens ruzie en soms heb ik momenten dat ik even heel erg baal van de hele situatie. Dan kan ik niet wachten tot Jozua er weer is. Soms verrast hij ons, dan staat hij opeens voor de deur. Daar genieten we dan met z’n allen extra van.
Hoewel het echt niet altijd makkelijk is om de vrouw van een schipper te zijn, zul je mij nooit horen klagen. Jozua en ik hebben voor elkaar gekozen en samen deze zeven mooie kinderen mogen krijgen, daar zijn we heel dankbaar voor. Soms vragen mensen me waar ik me het meest thuis voel: in Werkendam of aan boord. Maar eigenlijk maakt het me helemaal niet uit. We zeggen altijd: ‘Thuis is waar we samen zijn’.”

Foto: Marjolein Volmer

Reageer op dit artikel