Marije: ‘Toen de studieschuld van mijn vriend eindelijk was afgelost, verliet hij me voor een ander’

Marije (28) hielp haar vriend Richard (30) met het aflossen van zijn studieschuld en betaalde alle uitjes samen. Na een aantal jaar was hij schuldenvrij en nam hij de benen. “Hij zei dat hij wel van me had gehouden, maar dat het nu anders voelde. Hij had lucht nodig en rust.”


vrouw

Marije: “Ruim zeven jaar geleden leerde ik Richard kennen op een feestje bij vrienden. Hij had toen al een dochter van drie, Lotte. Hij vertelde dat hij in een lastige periode zat: net gescheiden, moest hoge alimentatie betalen en had veel stress. Hij woonde tijdelijk in een gehuurde flat, met tweedehands meubels en gordijnen die te kort waren. Hij vertelde dat hij opnieuw moest beginnen, dat hij het niet makkelijk had gehad in zijn leven, nu tijdelijk weinig te besteden had, maar dat hij hoopte er snel weer bovenop te komen. Ik werd meteen verliefd op hem die avond. Ik vond hem sympathiek. Hij had een lieve stem, kon goed luisteren, had humor en was een betrokken vader. Hij had iets zachts, iets dat om bescherming vroeg. En ik wilde maar al te graag voor hem zorgen.”

Kopje onder

“We kregen een relatie en bouwden die langzaam op. We ondernamen activiteiten die weinig geld kostten: wandelen, koken, een filmavondje thuis met zelfgemaakte popcorn. Langzaam groeiden we naar elkaar toe. Hij kwam steeds vaker bij mij. Soms bleef Lotte een nachtje logeren. Ik haalde lekkere dingen voor haar ontbijt, kocht een extra dekbed en een knuffel voor op de logeerkamer, maar dat deed ik zonder erover na te denken. Het voelde alsof we een gezin vormden. Na een paar maanden, biechtte Richard op een behoorlijke studieschuld te hebben. Eerder had hij er nooit over durven praten, het voelde voor hem als falen. Hij had een tijd gestudeerd, was toen gestopt om te gaan werken en hij had zijn schuld ‘genegeerd’. Daardoor was dat bedrag steeds meer opgelopen. Na de scheiding was het een blok aan zijn been geworden. Hij betaalde elke maand een paar tientjes af, maar dat schoot niet op. Alimentatie, huur, kinderopvang, boodschappen, het vrat alle zijn geld op. Hij wilde zo graag ook een keer iets kunnen sparen, vrij zijn. Geen brieven meer van DUO, geen rode cijfers. Ik dacht: dat kan ik regelen. Ik werk op een administratiekantoor en ben goed met getallen. Ik bood aan om samen naar zijn financiën te kijken. Hij vond dat eerst gênant, maar liet me uiteindelijk helpen. Ik zette alles op een rij: zijn inkomen, vaste lasten, schulden. We maakten een overzicht en ik hielp hem met een spaarplan zodat hij elke maand een vrij hoog bedrag naar DUO kon overmaken. We bekeken waar hij kon besparen. Ik dacht: als we dit samen aanpakken, komt het goed. Richard was opgelucht. Ik was zijn redding, zei hij. Zonder mij zou hij kopje onder zijn gegaan. Dat voelde goed. Alsof ik iets betekende. Ik was blij dat ik hem kon helpen.”

Wachten tot ik betaalde

“In het begin van onze relatie hielden we de boel eerlijk: bij uitgaves betaalde ieder zijn deel, elk zijn rekening. Maar naarmate de maanden vorderden, groeide het al scheef. Steeds vaker trok ik mijn portemonnee, omdat Richard krap zat. Zoals die keer dat hij Lotte een weekend bij zich had en pannenkoeken wilden bakken, maar hij teveel rood stond. Ik fix het wel, zei ik en haalde meel, eieren, melk, stroop, poedersuiker en appelen. Hij mocht me op een later moment terugbetalen. Alleen deed hij dat nooit. Na een tijdje merkte ik dat Richard steeds minder bijdroeg aan gezamenlijke dingen. Als we uit eten gingen, wachtte hij net zo lang totdat ik mijn pinpas tevoorschijn haalde. Als ik een weekendje weg wilde, kon dat niet vanwege zijn financiële situatie. Ik wilde dat niet als een probleem zien, want ik genoot er juist zo van om even uit te waaien, dus dan boekte ik het zelf. Ik deed het met liefde, uit liefde, zei ik altijd.”

Investering in toekomst

“Toen we een jaar samen waren, merkte ik dat het wel wat veel werd. Inmiddels nam ik bijna alles automatisch voor mijn rekening. Eerst de etentjes en de boodschappen, daarna de uitjes en vakanties. We gingen een week naar Texel, twee weken Turkije: ik trok mijn creditcard. Richard beloofde me altijd dat als hij schuldenvrij zou zijn, hij mij zou trakteren en me meenemen op een cruise. Ook zouden we dan alles netjes splitten. Ik geloofde in die toekomst. Ik geloofde ook in hem. Richard was niet lui of ongeïnteresseerd, hij werkte keihard. Lange dagen, vaak overuren, daar lag het niet aan. Maar hij hield amper iets over. Elke euro die hij verdiende ging naar zijn schuld of naar de alimentatie voor Lotte. Hij voelde zich een slechte partner, omdat ik meer te besteden had. Uit medelijden gaf ik hem extra geld als hij krap zat. Dan kon hij voor zichzelf een nieuwe jas kopen of een sinterklaascadeau voor Lotte. Ik wilde ook niet dat hij zich schaamde, dus deed ik het vaak af als een gift. Er waren maanden dat hij echt krap zat. Dan appte hij dat hij het financieel niet redde af te lossen, vanwege een kapotte droger of grote beurt voor zijn auto. Ik maakte dan spontaan wat over naar zijn rekening, meestal 200 of 300 euro. Ik moest zelf dan ook wat zuiniger aandoen, maar dan at ik gewoon wat meer macaroni en bestelde minder vaak sushi. Ik hield min of meer bij wat ik voor en aan hem betaalde, maar niet om hem er later mee te confronteren. Meer voor mezelf, om het overzicht te houden. Na een paar jaar stond er in mijn Excel-sheet een bedrag van bijna 12000 euro. Ik wist dat dat veel was, maar ik zag het als een investering in onze toekomst. Als hij straks schuldenvrij zou zijn, konden we eindelijk écht beginnen. Samen sparen, misschien een huis kopen. Richard zei vaak dat ik nog even moest volhouden, dan werd het beter. Naast het financiële hielp ik hem ook met alles daarbuiten. Hij kon zijn verhaal bij mij kwijt over zijn ex, over het gedeelde ouderschap, over zijn vermoeidheid. Hij zei vaak dat ik zijn rustpunt was. Zijn veilige haven.”

Stank voor dank

“Na een jaar of vier merkte ik dat zijn houding veranderde. Hij was minder aanhankelijk, minder dankbaar, had minder tijd. Als ik Richard voorstelde samen iets leuks te doen, weigerde hij. Hij was te moe of te druk. Hij zat uren achter elkaar op zijn telefoon. Soms glimlachte hij om een berichtje, maar als ik vroeg van wie het was, drukte hij het snel weg en zei dat het zijn werk was. We hadden ook steeds vaker ruzie over kleine dingen. Dat ik te veel vroeg, dat ik te bezorgd was, dat ik te veel regelde. Hij vond dat ik hem controleerde. Terwijl ik juist dacht: ik help je toch? Dat wilde je toch? Ik vond hem moeilijk te peilen. Na vijf jaar was zijn studieschuld tot de laatste cent afgelost. Ik wilde dat vieren. Ik kocht champagne, taart en kapsalons, zijn lievelingseten. ‘We hebben het gedaan!’ riep ik juichend. Hij glimlachte flauwtjes. ‘Jij vooral. Ik weet niet of dat nog goed voelt.’ Het klonk vaag. Afstandelijk ook. Ik snapte er niks van. Mijn onderbuikgevoel gaf aan dat het niet goed was. De dag erna vroeg hij of we konden praten. Hij zat aan de eettafel, keek somber en zei dat hij een time-out wilde. Hij moest alleen zijn. Ik dacht eerst dat hij een paar dagen afstand wilde. Maar hij bedoelde: uit elkaar. Hij voelde ‘het’ niet meer. Hij waardeerde alles wat ik voor hem had gedaan, maar hij moest nu verder. Ik staarde hem aan en voelde mijn keel dichtknijpen. Wat bedoelde hij? Alleen zijn, waar kwam dat ineens vandaan? Ik hield zielsveel van hem. We hadden samen alles doorstaan, ik had hem geholpen toen hij niks had en dan nu uit elkaar? Het voelde als stank voor dank. ‘Heb je dan ooit van mij gehouden, of was ik alleen handig zolang ik je rekeningen betaalde?’ vroeg ik hem. Hij keek me niet aan. Zei dat hij wel van me had gehouden, maar dat het nu anders voelde. Hij had lucht nodig en rust. Dat woord deed zoveel pijn. Rust, of iemand anders? Dat vroeg ik hem ook: had hij een ander? Hij zuchtte diep, liep naar het raam en zei na een lange stilte: ‘Dat doet er niet toe.’ Toen wist ik genoeg. ‘Jij etterbak’, riep ik, ‘Je bent pas weggegaan toen alles geregeld was, toen je me niet meer nodig had.’ Richard gaf geen krimp. Hij pakte zijn laptoptas die bij mij stond en vertrok. Het enige wat hij zei was: ‘Het spijt me, Marije. Echt.’ Meer niet. Geen uitleg, geen emotie. Ik wilde schreeuwen, hem vastgrijpen, maar ik kon alleen maar huilen.”

Nul dankbaarheid

“De eerste maanden na de breuk waren loodzwaar. Ik kon hem nauwelijks loslaten. Zijn mok stond nog in de kast, zijn shampoo in de badkamer. Ik wilde ze weggooien, maar kon het niet. Elke keer als ik boodschappen deed, dacht ik aan hem. Richard had altijd een voorkeur voor dat ene merk spaghetti, dat ik sindsdien niet meer kan zien. Ik heb zelfs geen pasta meer gegeten. Op Facebook zag ik een foto van hem met een vrouw die ik niet kende. Ze stonden op een terras, zijn arm om haar heen. Iemand had eronder gezet: ‘Wat een mooi stel!’ Het voelde als een stomp in mijn maag. Niet alleen omdat hij verder ging, maar omdat ik besefte wat er gebeurd was. Vijf jaar lang had ik hem geholpen, gesteund en zijn rommel opgeruimd. Maar zodra hij weer op eigen benen kon staan, had hij me niet meer nodig. Het was alsof ik hem financieel en emotioneel had opgelapt, zodat hij klaar was voor iemand anders. Hij had zijn leven terug. Ik zat met de restanten. Niet lang erna kwam ik hem toevallig tegen in de supermarkt. Hij was met zijn dochter. Richard zei me gedag, alsof er niets gebeurd was. ‘Alles goed?’ Ik knikte van ja. Hij vroeg of ik ook iemand nieuw had leren kennen. Toen ik ontkende, zei hij: ‘Komt vast goed, jij bent sterk.’ En toen liep hij doodleuk weg. Mij intens gekwetst achterlatend. Ik voelde me niet alleen verdrietig, maar ook dom. Hoe had ik dit kunnen laten gebeuren? Vriendinnen zeiden dat ik moest stoppen met piekeren. Mijn moeder vond dat ik het als iets moois moest zien, dat ik hem had geholpen. Als een soort liefdadigheid. Maar in mijn hoofd klonk alleen de rekensom: vijf jaar, duizenden euro’s, eindeloze avonden luisteren, plannen, troosten. En nul dankbaarheid.”

Financiële reddingsactie

“We zijn nu twee jaar verder. Pas sinds kort heb ik weer rust. De Excel-bestanden heb ik verwijderd. Mijn geld is nu alleen van mij. Ik spaar nu voor mijn eigen doelen: een nieuwe keuken, misschien een reis. Soms denk ik nog aan Richard, maar dan zonder pijn. Meer als een herinnering aan wat ik nooit meer wil meemaken. Want wat ik heb geleerd, is dit: liefde mag nooit een financiële reddingsactie worden. Je hoort samen te bouwen, niet één iemand die alles draagt. En dat de mooiste zinnen, hoe lief ze ook klinken – ‘zonder jou red ik het niet’ – soms gewoon een waarschuwing zijn. Richard heeft me veel gekost, maar ook iets gegeven: inzicht. Ik had hem niet zomaar geholpen, ik had mezelf weggecijferd. Het ging niet eens om het geld zelf, maar om wat het symboliseerde: hoe ver ik was gegaan om hem te helpen, terwijl hij geen moeite deed om iets terug te doen. Toch begrijp ik nu dat het niet alleen naïviteit was. Ik wilde gewoon geloven dat liefde alles kon oplossen. Dat als je iemand steunt en vertrouwen geeft, dat vanzelf terugkomt. Dat is niet zo. ik weet nu beter wat mijn grenzen zijn en wat zelfliefde is. En dat voelt, na alles, als winst.”

Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.​​​​​​
Foto: Getty Images

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Luisterartikelen Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Joan