Vrouw (15)

Kiki: ‘Ik raakte halsoverkop verliefd op onze relatietherapeut’

Relatietherapie leek Kiki (39) en haar man Sjoerd dé manier om weer hart voor elkaar te krijgen. Maar helaas: verloor Kiki haar hart aan de man die hen zou helpen.

Kiki: “Een dolgelukkig huwelijk van negen jaar en twee prachtige kinderen van vier en zes. Dat is de jackpot, toch? Dus natuurlijk gaven Sjoerd en ik onze relatie niet zonder slag of stoot op. Sterker nog: we hadden dan misschien een zetje van buitenaf nodig, maar wij zouden het redden. Geen twijfel over mogelijk.

Dat Sjoerd en ik elkaar kwijtraakten, was achteraf niet zo verwonderlijk. Twee mensen met complexe verledens vinden misschien herkenning bij elkaar, maar als je allebei bang bent om vertrouwen te hebben, is het moeilijk je aan elkaar te hechten. Sjoerd groeide op met huiselijk geweld. Ik woonde bij mijn vader die er zelden was. We deelden onze verhalen op de eerste avond dat we elkaar ontmoetten, tijdens een feestje bij vrienden. We bleven met een plukje gasten hangen en maakten een fles whisky soldaat om tot in de kleine uurtjes te praten. Sinds die avond waren we onafscheidelijk.”

Binnenvetter

“We hadden een kinderwens. Dat geluk bleek ons gegund: binnen een jaar na onze ontmoeting was ik zwanger. We kregen een zoon en een dochter, toen zich daarna een soort verrassing aandiende: nog een dochter. Onverwacht, maar net zo welkom. Alleen kreeg ik vanaf de vijfde maand bloedingen, en bij 23 weken bleek ons kindje overleden. We waren gebroken. Een relatie kan in zo’n situatie twee kanten op: of je raakt nog hechter, of je drijft uit elkaar. Wij behoorden duidelijk tot de laatste categorie. Ik ben een prater, Sjoerd is een binnenvetter. We verwerkten dingen op onze eigen manier en vonden tussen die twee werelden geen aansluiting meer. 

We zagen het wel, dat het minder liep. Dat we niet meer echt praatten. Of vreeën. We werkten, zorgden voor de kinderen en de tijd die we overhielden spendeerden we zwijgend naast elkaar voor de tv, om daarna doodmoe in bed te kruipen. Hoe platonisch ons contact ook werd, we bleven altijd eerlijk. Het was een fase, hielden we elkaar voor. De kinderen zouden groter en zelfstandiger worden. Onze banen minder intensief. Later zou alles beter worden. Maar dat werd het niet.”

Datenights

“We experimenteerden met één verplichte datenight per week. Maar de ochtend voor het geplande etentje zag ik er vaak al tegenop. Ik had gewoon de puf niet. Waar moesten we het in hemelsnaam nog over hebben? Het gebrek aan spontaniteit wakkerde ook de zin niet aan. Het voelde steeds meer als een verplicht nummer, waarop we besloten dat in pyjama voor Netflix óók datenight kon zijn als we er een kaarsje bij aanstaken – maar dat was natuurlijk niet zo. We overwogen een open relatie, om die optie meteen weer van tafel te vegen. Het paste bij geen van ons beiden, want seks hoort voor ons bij liefde. We besloten los van elkaar op vakantie te gaan, zonder kinderen. Toen dat allemaal niet werkte, kwamen uit bij de laatste strohalm: relatietherapie. En juist die bleek de nekslag voor ons huwelijk.

Ronald, heette hij, en hij had al 25 jaar ervaring als relatietherapeut. Een vriendin tipte me. Hij had een praktijk in een andere stad, dik een halfuur rijden verderop. Maar na een halfjaar relatietherapie bij hem waren haar man en zij verliefder dan ooit. Het was de afstand en tijdsinvestering meer dan waard geweest. Precies wat wij zochten dus.

Ronalds website oogde betrouwbaar, degelijk. Hij hield zich bezig met meerdere therapievormen. Dat sprak me aan. Als we hier geen vorm konden vinden om onze relatie te redden, dan vonden we dat vast nergens. Sjoerd belde hem voor een afspraak en een week later konden we al terecht.”

Onderbuikgevoel

“Ik wist het op het moment dat hij de deur voor ons opendeed: dit was een match. Puur onderbuikgevoel. Hij was niet uitgesproken knap, dertien jaar ouder dan ik. Soms weet je het gewoon, als je een gelijke tegenkomt. Ronald gaf geen krimp, voor hem waren we de zoveelste cliënten. Hij zette thee terwijl we ons nestelden aan de immense tafel in zijn praktijk aan huis en keuvelde wat over hoe hij de boel had opgeknapt na zijn scheiding. Over zijn jongste zoon, die net de deur uit was, en over de moestuin die boodschappen doen voor hem bijna overbodig maakte. Ik voelde me meteen op mijn gemak, Sjoerd niet. Ongemakkelijk schoof hij heen en weer in zijn stoel, zijn armen in een strak gesloten houding over elkaar gevouwen.

Ronald bleek een oase van rust. Sessie na sessie liet hij ons praten. Hij stelde één openingsvraag en stuurde daarna alleen zachtjes bij door middel van een enkele kritische vraag of constatering. We deden aan familieopstellingen. Gingen terug naar onze jeugd. De geboorte van onze kinderen. Onze doodgeboren dochter. We vertelden over ons seksleven, onze engste angsten en ons grootste verdriet. Elke sessie leidde bij mij tot meer zelfinzicht én begrip voor Sjoerd. Maar Sjoerd ging steeds verder op slot. Hij kon niets met al dat soul searching, met die zelfanalyse. Hij wilde gewoon verder, en vond het gegraaf maar gedoe. Ondertussen realiseerde ik me steeds meer dat ik me mijn hele huwelijk niet echt begrepen had gevoeld.”

Lees ook: ‘Ik ben verliefd op mijn gynaecoloog’

Projectie

“Ronald zag mijn groei, en prees die, terwijl hij Sjoerd voorzichtig uit zijn starre houding probeerde te trekken. Voor het eerst praatte ik openlijk over mijn jeugd die niet altijd even veilig was geweest, over de postnatale depressie na mijn eerste bevalling die ik altijd had verdrongen, over mijn immense schuldgevoel na de dood van onze dochter. Dit was het moment waarop Sjoerd en ik elkaar weer moesten vinden. Waarop we begrip voor elkaar zouden moeten krijgen en die hele therapie niet meer nodig was. Maar Sjoerd bleef zitten met zijn armen over elkaar, en verroerde geen vin.

Elke leek snapt dat het projectie was. Ik zag geen toekomst met deze gescheiden, oudere man met wie de relatie in beginsel ongelijkwaardig was, want hij was de therapeut en ik de patiënt. Ik visualiseerde geen vakanties samen, niet dat hij mijn kinderen zou ontmoeten, ik fantaseerde zelfs niet over seks. En toch werd ik hoteldebotel verliefd. Nooit had iemand me zó begrepen. Ik kreeg geen hap meer door mijn keel. Als ik ging slapen, droomde ik alleen over zijn armen om me heen, en hoe we uren zouden praten. Hij zijn verhalen ook zou delen met mij. Elke week tot een nieuwe therapiesessie duurde eindeloos, ik leefde voor die momenten.

Sjoerd had niets door en geen haar op mijn hoofd die eraan dacht mijn verliefdheid met hem te delen. Ik voelde me een naïeve puber. Een bakvis. Dit gevoel was volledig eenzijdig, wat haalde ik me in mijn hoofd? Maar ik kreeg het niet weg. Het liefst zakte ik voor eeuwig weg tegen Ronalds grote, veilige lijf, zijn armen strak om me heen.”

Ronalds troostende lijf

“Ondertussen werd één ding steeds duidelijker: Sjoerd en ik zouden elkaar niet meer vinden. Deze laatste strohalm, de laatste poging om nader tot elkaar te komen, dreef ons alleen maar verder uit elkaar. Ik had verwacht dat Sjoerd zich open zou stellen. Ik was ook niet boos dat hem dat niet lukte. Als ik eerlijk was, was hij altijd al zo geweest. Ik had me op mijn beurt volledig aan hem aangepast, en was vergeten wat ik werkelijk nodig had. En dat zou ik bij Sjoerd nooit vinden.

Met de schoolfoto’s van de kinderen op tafel, zegden we driekwart jaar later in het huis van Ronald ons huwelijk op. Het verliep liefdevol. Sjoerd en ik respecteerden dat we ons andere kanten op ontwikkelden. We spraken af het gescheiden stel te worden waar iedereen jaloers op zou zijn. Dat we elke week samen koffie zouden drinken, alle verjaardagen samen zouden vieren – hé, zelfs samen op vakantie zou gaan. En terwijl we met die conclusie de praktijk uitliepen, hunkerde ik maar naar één ding: het troostende lijf van Ronald tegen me aan. Maar dat kwam er nooit.

Sjoerd en ik zijn nu drie jaar gescheiden. Niemand heb ik ooit verteld over mijn verliefdheid. Sjoerd niet, mijn vriendinnen niet, en Ronald al helemaal niet. Ik heb er weleens op gegoogeld: verliefd worden op je therapeut schijnt helemaal niet raar te zijn. Toch was het dubbele verdriet om mijn scheiding en om de verliefdheid op Ronald. Misschien wel heftiger dan de hele periode na de dood van onze dochter.”

Nooit meer gezien

“Nadat we onze relatietherapie beëindigden, ben ik nog twee keer alleen bij Ronald geweest. Op zijn uitnodiging, om dingen uit te spreken die me misschien nog van het hart moesten en die ik in nabijheid van Sjoerd niet wilde of durfde te uiten. Ergens hoopte ik dat het een poging was me voor zich te winnen. En tijdens de laatste afspraak leek dat ook zo: hij schoof zijn notitieblok opzij zodat we ‘buiten de professie konden praten’. Hij wilde weten of ik voor mijn gevoel alles uit de therapie gehaald had wat ik wilde. We deelden onze vermoedens over de schijnbare halsstarrigheid van Sjoerd – zat daar hechtingsproblematiek? – en kletsten op persoonlijk niveau over scheiden. Even voelden we enorm verbonden. En ik twijfelde: moest ik mijn gevoelens voor hem misschien toch delen? Ik besloot het niet te doen. Ik kreeg geen rekening, we gaven drie zoenen ter afscheid, en daarna spraken we elkaar nooit meer.

Sjoerd en ik zijn inderdaad de exen geworden die we wilden. We voeden onze kinderen op in co-ouderschap en eens per week eten we samen. We zijn allebei nog single, dat maakt het er waarschijnlijk wel makkelijker op. Maar ik gun hem een nieuwe liefde, en hij mij. Achteraf gezien was mijn verliefdheid op Ronald meer een manier om het loslaten van Sjoerd makkelijker te maken en geen echte liefde. Heel soms denk ik nog aan Ronald. Dan zoek ik hem op via social media, maar nergens staat wat zijn leefsituatie is. Eén ding is zeker: hij voelde niet hetzelfde voor mij, want ik heb hem na die laatste afspraak nooit meer gehoord. Het pleit voor zijn professionaliteit, en het is misschien maar beter ook. Voor alle partijen.”

Lees ook: ‘Ik werd verliefd op de man van mijn vriendin’

Foto: Getty Images

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen