Joukje verruilde Amsterdam voor Zuid-Afrika: ‘Al op de eerste dag voelde ik: I’m home’

Na bijna 25 jaar in Amsterdam te hebben gewoond, verhuisde schrijfster Joukje Akveld (51) naar Zuid-Afrika, waar ze rust vond om te schrijven én in een pinguïnopvang aan de slag ging. “Ik wil niet alleen schrijven over deze dieren, ik wil ook echt iets dóén.”


Ontwerp Zonder Titel (89)

Amsterdam

Joukje: “Rond mijn 23ste ging ik in Amsterdam wonen. Eerst ongeveer vijf jaar in De Pijp en daarna kocht ik een benedenwoning in Oud-West. Iets waar ik heel blij mee was, want ik had een kleine tuin, met daarin een tuinhuisje waar ik mijn werkkamer van maakte. Jarenlang werkte ik met veel plezier in dat tuinhuisje. Ik schreef er meerdere kinderboeken en voelde me er op mijn plek. Helaas werd dat steeds minder dat naarmate de buurt veranderde. Er kwamen veel nieuwe mensen wonen die jonger waren dan ik en graag van een feestje hielden. Op zich niks mis mee, maar de huizen in het blok waar ik woonde, waren oud en niet zo goed geïsoleerd, dus ik kreeg alles mee. Daarnaast deelde ik de niet zo diepe binnentuin met nog een heleboel andere buren, dus het was er nooit echt stil.

Nooit stil

Dit verergerde in de coronaperiode. Veel buurtgenoten gingen ook thuiswerken en mijn directe buren lieten een grote renovatie in hun huis uitvoeren. Elke dag hadden de bouwvakkers keiharde muziek aanstaan. Hierdoor kon ik me niet meer concentreren op mijn werk. Vragen of het wat zachter kon, hielp niet. ‘Zonder muziek kunnen we niet werken’, zeiden de mannen. En daar moest ik het maar mee doen.Ondertussen ging de verbouwing nog zeker een half jaar door en in de avonduren en weekenden vierden andere buren weer feest. Op een gegeven moment werd ik er helemaal krankzinnig van. Ik kon niet bepalen wanneer ik kon werken en ik kon ook niet bepalen wanneer ik sliep. Het was doodvermoeiend.”

Rust

“Ik besefte ik dat de mentaliteit in Amsterdam nooit ging veranderen. Als ik er niet meer tegen kon, dan moest ik zelf iets doen. Daarom besloot ik te vertrekken. Eerst dacht ik nog heel praktisch. Misschien mijn huis tijdelijk verhuren en naar een rustigere plek verhuizen? Omdat Nederland voor mijn gevoel te druk was, keek ik zelfs naar Normandië in Frankrijk. Ik werkte dat plan helemaal uit, tot ik me realiseerde dat ik eigenlijk nauwelijks Frans spreek. Dat word ’m ook niet, dacht ik.In diezelfde periode had ik al een paar reizen naar Zuid-Afrika gemaakt. Elke keer als ik daar was, knapte ik enorm op. Ik voelde me er rustig en helemaal in mijn element door de ruimte, de natuur en alle wilde dieren die in hun eigen leefomgeving leven. Zuid-Afrika gaf me precies de rust waar ik in Amsterdam zo naar verlangde. Dit was de plek waar ik wilde wonen! Ik verkocht mijn huis en emigreerde in mijn eentje met mijn vier katten naar Zuid-Afrika.”

Magisch

“In Zuid-Afrika huurde ik eerst een woning in Noordhoek, onderdeel van het Kaapse Schiereiland en vlakbij de oceaan. Toen ik er met mijn katten en al mijn bagage naartoe werd gebracht, stak er op een bergweg een genet over. Dit is een soort marter en wordt ook wel een ‘muskeljaatkat’ genoemd. ‘Wauw’, zei mijn Zuid-Afrikaanse chauffeur. ‘Ik wist niet dat deze dieren hier leefden, ik heb er nog nooit één gezien.’ Toen dacht ik: ja, dit voelt helemaal goed, I’m home. Ook het moment dat ik volgende ochtend wakker werd en meteen de oceaan zag, voelde magisch. Het was zo’n enorm contrast met mijn leven in het drukke Amsterdam.Omdat het om tijdelijke huur ging, ging ik na een paar maanden op zoek naar iets anders. Uiteindelijk vond ik een fijne huurwoning in Simon’s Town waar ik tweeënhalf jaar heb gewoond. Daarna kocht ik een vrijstaand huis, ook in Simon’s Town, vlakbij natuurgebied Kaap de Goede Hoop.Inmiddels woon ik hier al een aantal jaar, heerlijk afgelegen, in de tip van Afrika. Wat deze plek zo bijzonder maakt, is dat ik op slechts vijfhonderd meter van het strand woon. Vanuit mijn woonkamer kijk ik uit op de oceaan en ik zie regelmatig dolfijnen, walvissen en soms zelfs orka’s voorbij zwemmen. De eerste keer dat ik een walvis zag springen, was zo bijzonder! Dat dat zomaar gebeurde, kon ik bijna niet geloven.”

Pinguïns in nood

“Ik woon hier alleen, maar voel me nooit eenzaam. Integendeel: ik ben omringd door natuur en dieren en dat past perfect bij mij. Ik ben niet zo’n mensenmens, geef mij maar liever dieren. Die hebben een bepaalde onschuld en zullen je nooit bewust teleurstellen. Zelfs tijdens een hike waar nauwelijks wildlife is, kan ik al gelukkig worden van voorbijvliegende vogels of een slang die ineens voor je ligt. Natuurlijk schrik ik op zulke momenten even, maar zo’n slang wil helemaal geen contact met mensen, die wil alleen maar weg.Veel angst voor dieren is gebaseerd op mythes, terwijl goede informatie juist zoveel verschil kan maken. Dit geldt voor veel dieren in Afrika.

Boek

In 2017 schreef ik daar al over in Wij waren hier eerst, een kinderboek over het human-wildlife conflict tussen mensen en wilde dieren in Zuid-Afrika. De Afrikaanse pinguïn was één van de diersoorten die ik beschreef. Voor dat boek interviewde ik verschillende pinguïnverzorgers van pinguïnopvang SANCCOB in Kaapstad.Wat mij zo raakt aan pinguïns, is hoe kwetsbaar ze zijn. Mensen zien ze vaak als schattige dieren, maar het gaat echt heel slecht met ze. Hun leefgebied wordt kleiner, de visstand neemt af en ze krijgen te maken met vervuiling en olierampen. Dat contrast, tussen hoe wij ze zien en hoe het écht met ze gaat, vind ik heel confronterend. Toen ik eenmaal in Zuid-Afrika woonde, dacht ik: ik wil niet alleen schrijven over deze dieren, ik wil ook echt iets dóén. Zo ben ik als vrijwilliger bij SANCCOB terechtgekomen. Voor mij voelde dat als iets terugdoen voor het prachtige land waar ik nu woon.”

Professionele zorg

“Het vrijwilligerswerk in de pinguïnopvang is totaal niet romantisch en dat vind ik juist goed. Het gaat echt om het voeren, observeren, registreren en heel veel schoonmaken. Een pinguïn poept de hele dag door en tijdens mijn eerste weken stond ik alleen maar de hele dag poep te schrobben of handdoeken te vouwen. Inmiddels help ik ook met het voeren en dat is soms best een klus. Pinguïns lijken misschien grappig, maar ze kunnen hard bijten en ze zijn enorm stressgevoelig. Daarom is het belangrijk dat wij als vrijwilligers zo min mogelijk een band met ze opbouwen.Een dagje meelopen, is absoluut niet mogelijk. Alle vrijwilligers krijgen eerst een goede en duidelijke training. Je moet begrijpen waarom er bepaalde regels gelden. Het gaat niet om een leuke ervaring voor jezelf, maar om professionele zorg voor een bedreigde diersoort. Je moet dus leren je eigen emoties opzij te zetten. Als ik een pinguïn voer, klem ik hem zonder emotie tussen mijn knieën, open zijn snavel en stop er een vis in. Dat is het.”

Moeilijk moment

“Hoe lief ik ze ook vind: pinguïns blijven wilde dieren en het doel is altijd dat ze weer terug de natuur in kunnen, niet dat ze aan mensen wennen. Doen ze dat wel, dan verkleint hun overlevingskans in het wild. En dat is soms lastig, helemaal als er een pinguïn tussen zit die niet terug wil naar zijn eigen leefomgeving en bij ons wil blijven. Ik heb het helaas een keer meegemaakt. In het kinderboek Rock de pinguïn! schreef ik hier ook over. Het ging om een pinguïn die, nadat we hem na maanden revalideren weer hadden uitgezet in de natuur, steeds met mensen meeliep. Dit vond ik zo zielig dat ik er een melding van maakte bij de leiding van de opvang. Een tijdje later hoorde ik dat de pinguïn voor zijn eigen bestwil was ingeslapen. Een wrange beslissing, maar ik begreep het wel. Bij ons kon hij niet blijven wonen. En een nieuwe opvangplek bij een dierentuin regelen, duurde te lang en was te duur. Dit was op dat moment dus de beste keuze, maar het deed wel pijn. Als vrijwilligers doen we er alles aan om zoveel mogelijk pinguïns te helpen, maar helaas lukt dat niet altijd.”

Meer begrip

“Voor mij komt hier in Zuid-Afrika alles samen. De rust die ik nodig heb om te schrijven, de natuur die me voedt en het gevoel dat ik iets concreets kan betekenen. Ik geloof niet zo in grootse oplossingen, maar wel in kleine, praktische dingen. Door vrijwilligerswerk te doen bij de pinguïnopvang draag ik op mijn eigen manier bij aan het behoud van een diersoort die het ontzettend moeilijk heeft.Mijn vrijwilligerswerk heeft me ook veranderd als schrijver. Ik kijk anders naar mijn werk. Niet alleen vanachter een bureau, maar met mijn voeten letterlijk in de modder, of in dit geval: tussen de vis en de pinguïnpoep. Dat maakt mijn verhalen eerlijker en minder geromantiseerd. Ik heb inmiddels meerdere kinderboeken geschreven waarin pinguïns een rol spelen, omdat ik hoop dat deze verhalen, vooral voor kinderen, kunnen zorgen voor meer begrip en betrokkenheid. Als je eenmaal weet wat er speelt, kun je niet meer wegkijken, toch?”

Thuis

“Ik ben één keer terug geweest naar Nederland om mijn visum te regelen en om familie en vrienden te zien. Dat was fijn en vertrouwd, maar ik merkte ook hoe snel ik in Nederland weer verlangde naar de ruimte hier in Zuid-Afrika. Nederland voelt voor mij druk, vol en gehaast. Alles ligt dicht op elkaar en de mensen leven ook dicht bij elkaar. Dat heb ik heel lang prima gevonden, maar ik weet niet of ik daar nu weer aan zou kunnen wennen.Mijn ouders en vrienden zijn gelukkig heel begripvol over mijn emigratie. Ze zagen hoe klaar ik was met de drukte en herrie in Amsterdam en zeiden dat ik vooral moest doen wat mij gelukkig maakte. Mijn ouders zijn meerdere keren bij mij in Zuid-Afrika geweest en binnenkort komen ze weer. Ze vinden het altijd heel mooi om te zien hoe ik hier leef en wat ik hier doe.Of ik ooit nog terugga naar Nederland? Zeg nooit nooit. Maar op dit moment voelt Zuid-Afrika als mijn thuis. Ik leef hier rustiger, gezonder en ben veel meer in verbinding met wat ik belangrijk vind. Met de oceaan voor de deur, de dieren om me heen en werk dat ertoe doet. Voor nu kan ik me geen betere plek voorstellen.”

Foto: Justin Fox, Nanette Smith, danielle berrevoets

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Renee