Vrouw (37)

Janine: ‘Eindelijk zei ik mijn schoonzus de waarheid’

Eindelijk zei Janine (43) haar schoonzus de waarheid. Helaas wel tijdens het gezellige kerstdiner, nadat de wijn rijkelijk had gevloeid. “Ik kreeg een waas voor mijn ogen en twaalf jaar frustratie kwam er in één keer uit.”

Janine (43): “Smoorverliefd was hij, mijn broer Reinier. Twaalf jaar geleden stelde hij Annemarie voor tijdens een etentje met mijn ouders, mijn man en mij. Ze was die dag niet zo lekker, had buikpijn, maar wilde dit belangrijke moment toch niet afzeggen. Mijn ouders hadden immers speciaal voor de gelegenheid gekookt. Destijds voelden wij daardoor sympathie voor haar, maar sindsdien heb ik vaak gedacht dat die eerste ontmoeting eigenlijk symbool staat voor alles wat er in de jaren daarna is gebeurd.
Annemarie is, ik kan het niet echt aardiger verwoorden, een aansteller. Ik benijd haar werkgever niet, want om de haverklap meldt ze zich ziek. Als ze één keer hoest, ligt ze al in bed en appt de hele wereld hoe ellendig ze zich voelt. Als ze haar teen stoot, gaat ze twee weken lang hinkend door het leven. Na haar bevallingen lag ze drie weken in bed – niemand wist precies waarom, want zo zwaar waren die bevallingen niet geweest.
De keren dat ze leuke familie-uitjes of -diners heeft afgezegd omdat ze ziek was, kan ik niet meer tellen. Gek genoeg komen mijn broer en de kinderen dan ook niet opdagen. Ik begrijp niets van mijn broer, die zich ontzettend door haar in de luren laat leggen. Hij werkt meer dan fulltime voor zichzelf en heeft al zo vaak moeten afbellen bij klanten omdat zij niet voor hun zoons van 10 en 7 kon zorgen – Annemarie is namelijk ook altijd moe en voelt zich chronisch overvraagd. Sinds hij met haar is, is de band tussen Reinier en mij helaas wat minder hecht, maar we waren altijd twee handen op één buik. Ik vind het moeilijk om te zien hoe hij door haar wordt behandeld.”

Dat eeuwige gezeur

“Lange tijd heb ik me ingehouden. Het is lastig om met een dierbare kritisch over zijn of haar partner te spreken. Ik weet dat Reinier van Annemarie houdt. Ik begríjp het misschien niet, maar het is zo. Daarom heb ik lang mijn mond gehouden en eigenlijk was ik van plan om dat te blijven doen, maar het liep anders.
Tijdens het kerstdiner vorig jaar barstte de bom. Het was bij mijn ouders, die alle kinderen en kleinkinderen hadden uitgenodigd. Mijn moeder had uitgebreid gekookt en het was gezellig, behalve dat Annemarie de hele tijd zat te klagen. Over hoe ze op haar werk dingen moest doen die haar taak niet waren. Over hoe ze voortdurend over haar uren heen ging. En over het feit dat er helemaal geen begrip voor was dat ze nu eenmaal ook naar de fysiotherapeut moest, onder werktijd. Het onbegrip van haar werkgever leek mij logisch aangezien ze maar twee dagen per week werkt, maar dat zei ik niet. Ik dacht het wel en ik dacht vooral: je verpest de avond met je eeuwige gezeur over jezelf. Dat dacht ik weleens vaker, maar die avond leek het erger dan anders.
Ik zat zelf niet al te lekker in mijn vel en dan kan irritatie harder binnenkomen, daar houd ik het op. Dat mijn vader de ene na de andere fles wijn opende en dat ik in steeds sneller tempo begon te drinken, hielp ook niet. ‘Zou je niet even een glas water nemen?’ vroeg mijn man, maar ik negeerde hem. Op de een of andere manier had ik behoefte aan de verdoving van alcohol. Maar de alcohol verdoofde niet alleen, hij nam ook mijn rem weg.”

Hele show

“Op een gegeven moment – het hoofdgerecht was net opgediend – verslikte Annemarie zich en begon te hoesten alsof ze doodging. Ze stond op, maar toen zakte ze door haar benen en greep zich vast aan haar stoel. Het was echt een hele show. Vol afschuw keek ik toe hoe ze het blijkbaar ook niet meer voor elkaar kreeg om haar hand voor haar mond te houden en over de hele tafel heen hoestte. Zó onsmakelijk. Mijn broer vloog overeind om haar op te vangen en hangend aan zijn nek schuifelde ze stapje voor stapje naar de keuken. En ineens werd ik zó boos…
Mijn moeder had twee dagen in de keuken gestaan voor dit diner. Het zou gezellig moeten zijn en niet moeten draaien om de zoveelste drama-opvoering van mijn schoonzus, die al zo vaak de aandacht naar zich toetrok met haar zogenaamde zieligheid. Die al zo vaak verwachtte dat iedereen maar voor haar klaarstond omdat zij nooit in staat is zichzelf een keer een schop onder haar kont te geven en haar schouders eronder te zetten. Mijn ouders houden van hun kleinkinderen en staan dan inderdaad weer klaar, omdat ze weten dat die jongens er anders onder lijden, maar dat betekent dat ze vaak hun eigen afspraken of gewoon hun welverdiende rust na hun pensioen aan de kant schuiven. En dan nu, op wat een gezellig kerstfeest zou moeten zijn, was het wéér Annemarie die de aandacht moest trekken. Die, zo wist ik, straks uit de keuken terug zou komen als een dood vogeltje en onze verplichte ‘gaat het?’-vragen met een slap handje zou wegwuiven, niet in staat om antwoord te geven. Zo ging het altijd en, jawel, zo ging het nu ook.
Alsof haar benen door het verslikken onherstelbaar waren aangetast liep ze zeker een kwartier later met mijn broer moeizaam terug uit de keuken – hun eten was inmiddels koud, wij waren gewoon verdergegaan – en liet zich op haar stoel zakken alsof ze ook nog haar rug had gebroken. Reinier ging zelfs een extra kussentje pakken voor in haar rug – ze had zich alleen maar verslikt! Vervolgens ging ze wat in haar eten zitten prikken en keek zwijgend voor zich uit. Dat is dus gewoon niet gezellig aan tafel, zo iemand die door niet mee te doen aan het gesprek juist alle aandacht naar zich toetrekt.”

Waas voor ogen

“Ik geef toe dat ik die die avond echt te veel had gedronken. En uit frustratie had ik tussen het moment van verslikken en het moment van terugkomen aan tafel veel te snel nóg een glas wijn achterovergeslagen. Daardoor had ik mezelf niet in de hand. Het enige wat ik, overmand door de drank, nog kon zien was dat verschrikkelijke aanstellershoofd van mijn schoonzus. En in mijn gedachten bleven maar voorbeelden oppoppen van momenten dat zij zo nodig de sfeer moest bepalen met haar zieligheid. En ineens, voordat ik het zelf eigenlijk goed en wel doorhad, stond ik op en begon tegen haar te tieren. ‘Moet het allemaal weer om jou gaan?’ riep ik. ‘Kan je het niet aan dat je even geen aandacht kreeg? Want dat is het toch? Vreselijke aandachtzoeker!’
Op dat punt had ik waarschijnlijk beter naar mijn man kunnen luisteren, die me met een hand op mijn schouder tot bedaren probeerde te brengen, maar het was alsof ik doordraaide. Ik kreeg letterlijk een waas voor mijn ogen en twaalf jaar frustratie kwam eruit. Het ene na het andere voorbeeld gooide ik op tafel. Die keer dat we met z’n allen in een – door mijn ouders betaald – vakantiehuisje zaten en zij op dag één haar knie tegen de zwembadrand stootte. Gevolg: de rest van de midweek kon ze, vond ze zelf, geen stap verzetten en dus nergens naartoe, en moest mijn broer bij haar blijven om haar ‘te verzorgen’. Of toen ik veertig werd en dat groots vierde en zij tijdens het eten misselijk werd, maar toch aan tafel bleef zitten, terwijl ze op luide toon over de etenslucht klaagde. Daarna deed ze de hele tijd alsof ze bijna ging overgeven, wat ik aan tafel gewoonweg smerig vind. Of toen mijn oma overleed en Annemarie, die nooit bij haar kwam, op de crematie alle aandacht naar zich toetrok door luid door elke toespraak heen te snikken. Of die keer dat ik om het vijftigjarige huwelijksfeest van mijn ouders te vieren uitgebreid had gekookt voor iedereen en zij ineens beweerde dat ze allergisch was voor tomaten, want dat was recent vastgesteld. Bij het voorgerecht, waar niet eens tomaat inzat, greep ze naar haar mond en beweerde ze dat haar tong opzwol. Mijn broer is toen nog met haar naar de huisartsenpost gereden.
Maar goed, twaalf jaar frustratie is niet zomaar geuit, dus ik ging maar door. Ik zag hoe Annemarie me met open mond aanstaarde en eerlijk, dat voelde echt goed. Ik ben daar niet trots op, maar ik weet wel dat het mij opluchtte om haar eindelijk eens te vertellen wat ik van haar vond. Een deel van mijn frustratie kwam voort uit het feit dat ze overal mee wegkomt, dat mijn broer de hele tijd voor haar in de houding springt en dat wij als familie dan nog ‘gaat het?’ moeten vragen en medelevend moeten reageren. Nu kon ik haar eindelijk laten merken dat ik haar aandachttrekkerij doorzag.”

Geen spijt

“Op een gegeven moment – het voelde voor mij lang, maar in werkelijkheid was het een paar minuten, vertelde mijn man achteraf – ontmoette ik de blik van mijn moeder. Geschokt keek ze me aan. Ik weet dat mijn moeder mijn mening over Annemarie deelt, maar ze is een vredesduif. Ze gaat gewoon nooit de confrontatie aan en voelt zich naar bij conflicten. Toen ineens besefte ik dat ik weliswaar mijn gram aan het halen was, maar dat ik ook het kerstfeest voor ons allemaal verpestte. Het was alsof ik in één klap nuchter was en ik stopte midden in een zin. Ik liet me op mijn stoel vallen en voelde me plotseling moe. Aan tafel was het doodstil. Uiteindelijk was het mijn broer die weer begon te praten en die gek genoeg helemaal niet inging op wat ik had gezegd. ‘Je hebt lekker gekookt, mama’, was het enige dat hij zei en toen at iedereen verder. Inclusief Annemarie, die blijkbaar ineens weer voedsel tot zich kon nemen. Meteen na het eten gingen ze naar huis, Annemarie zei me geen gedag.
De volgende dag belde mijn moeder me op en hadden we het er nog over. Ze vertelde dat mijn broer had gezegd dat hij niet begreep waarom ik zijn vrouw aanviel. Mijn moeder heeft toen geantwoord dat ze vond dat Annemarie best wat flinker mocht worden. Dat heeft ze echt gezegd: flinker. Ik vind dat geestig, het is een woord dat hoort bij een klein kind en zo gedraagt Annemarie zich ook precies. Mijn broer is er verder niet op ingegaan en het hele onderwerp is nooit meer besproken.
Annemarie gedraagt zich nog precies hetzelfde, maar ik merk – en misschien is het verbeelding – dat elke keer als ze weer eens klaagt over een pijntje of dat háár weer eens iets overkomt, ze toch even schichtig naar mij kijkt. Maar het grappige is dat juist ík beter met haar gedrag kan omgaan sinds ik haar de waarheid heb gezegd. Ik heb er dan ook geen spijt van. Ik haal mijn schouders er nu makkelijker over op en negeer haar. Al drink ik bij het kerstdiner dit jaar toch maar wat meer water.”

Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.​​​​​​

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  • Anoniem
    Melissa -
    Zulke mensen hebben een ziekte. Het heet: TPS (theatrale persoonlijkheidsstoornis). Uitkafferen heeft overduidelijk geen zin, hoe lekker het ook voelt. Een psychologische behandeling aanbevelen haalt misschien iets meer uit.
    Beantwoorden
  • Anoniem
    Maria -
    Haha wat heb ik gelachen om dit verhaal. Soms moet iemand eens een keer de waarheid vertellen, als iemand blijkbaar een blinde vlek heeft of denkt dat de hele wereld om hem/haar draait. Oké, het is misschien beter om het niet op te kroppen en subtiel te brengen, maar in dit geval moest het maar een keer zo zijn.
    Beantwoorden
  • Anoniem
    Anouska -
    Mijn zus werd ook zo bekeken door menigeen in de familie en anderen. Altijd wat, hoofdpijn, moe, vage klachten ... dokters zeiden dat het tussen haar oren zat. En dat bleek ook letterlijk zo te zijn, op een scan bleek er een groot abces in haar hoofd te zitten. Later bleken haar vage klachten te maken hebben met een lyme-infectie in het verleden. Dat was door testen in Duitsland eruit gekomen (net als de scan van haar hoofd in Duitsland). Anderen voelen niet wat jij voelt. Wat zou het fijn zijn als mensen minder over elkaar zouden oordelen.
    Beantwoorden
  • Anoniem
    Danique -
    Heel begrijpelijk deze reactie. Klinkt ook alsof het psychisch niet geweldig gaat met schoonzus. Tegelijkertijd oordelen we vaak het hardst over dat waar we zelf niet zo goed in zijn. Ik kan me voorstellen dat de beide dames een beetje meer van elkaar zouden mogen hebben ;)
    Beantwoorden