Van kibbelkampioenen naar beste maatjes: zo maak je je kinderen liever voor elkaar
De ene minuut zijn ze onafscheidelijk, de volgende minuut vliegen de verwijten je om de oren. Broers en zussen: je zou er bijna grijze haren van krijgen. Gelukkig kun je als ouder best wat doen om de sfeer in huis iets gezelliger te maken. Zonder scheidsrechtersfluitje, strafbankje of chantagemiddel.
1. Stop met vergelijken (ook als het zo lekker makkelijk is)
‘Je zus kan dat toch ook gewoon?’ of ‘Waarom ruim jij nooit zo snel op als je broer?’ Het lijkt onschuldig, maar vergelijken kan de onderlinge strijd juist aanwakkeren. Voor je het weet, verandert de woonkamer in een wedstrijd waarin iedereen koste wat kost wil winnen. Probeer kinderen vooral met zichzelf te vergelijken. Benoem wat je ziet: ‘Wat fijn dat je je speelgoed hebt opgeruimd!’ Zo voelt ieder kind zich gezien om wie het is, in plaats van om hoe het scoort ten opzichte van de ander. Want in een gezin hoeft niemand de beste te zijn. Samen een beetje beter worden is al heel wat.
2. Geef iedereen een eigen plekje in de spotlight
Kinderen willen allemaal voelen dat ze ertoe doen. En als de een veel aandacht krijgt, kan de ander zomaar het gevoel krijgen dat hij of zij figurant is in het succesverhaal van broer of zus. Plan daarom af en toe een momentje één-op-één met ieder kind. Samen een spelletje doen, een rondje wandelen of uitgebreid kletsen voor het slapengaan: het hoeft allemaal niet groots te zijn. Het gaat om de aandacht, niet om het prijskaartje.
Bovendien scheelt het een hoop onderlinge concurrentie als kinderen niet voortdurend hoeven te strijden om een plekje op de ouderlijke erelijst.
3. Laat ze samen scoren
Natuurlijk hoeven broers en zussen niet alles samen te doen. Maar af en toe iets ondernemen waarbij ze elkaar nodig hebben, kan wonderen doen. Laat ze bijvoorbeeld samen koekjes bakken, een hut bouwen of een speurtocht organiseren.
Geef ze een gezamenlijk doel en laat ze zelf ontdekken hoe ze dat bereiken. Ja, er kan ruzie ontstaan over wie de bloem mag toevoegen of wie de baas van de hut is. Dat hoort erbij. Het gaat erom dat ze ervaren dat samenwerken soms veel leuker is dan elkaar dwarszitten. En dat koekjes bakken met z’n tweeën niet per se betekent dat je ook twee keer zoveel koekjes overhoudt.
4. Maak van ruzie geen rechtbank
‘Hij begon!’ ‘Nee, zij deed het eerst!’ Herkenbaar? Voor je het weet, sta je als ouder midden in een rechtszaak waarbij iedereen onschuldig en schuldig is tegelijkertijd. Probeer niet altijd direct te bepalen wie gelijk heeft. Help je kinderen liever om te vertellen wat er gebeurde en hoe ze zich voelen. ‘Je baalt dat je broer je bouwwerk omgooide, hè?’ is vaak een betere start dan meteen een oordeel vellen.
Leer ze ook hoe ze het kunnen oplossen: sorry zeggen, iets opnieuw opbouwen of even afstand nemen. Het doel is niet dat er nooit meer ruzie ontstaat, maar dat ze leren hoe ze er samen weer uitkomen. Vrede begint tenslotte niet altijd met een vredesduif, soms gewoon met een Lego-steentje teruggeven.
5. Vang ze op hun aardigst
Als kinderen elkaar helpen, iets delen of rekening houden met elkaar, valt dat vaak minder op dan wanneer ze elkaar in de haren vliegen. Toch is juist dat positieve gedrag de moeite waard om te benoemen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Wat lief dat je je broer hielp!’ of ‘Ik zag dat je even op je zus wachtte. Dat was attent.’ Zo maak je duidelijk welk gedrag je waardeert, zonder er meteen een groot applausmoment van te maken.
En verwacht geen wonderen. De ene dag zijn je kinderen elkaars grootste fans, de andere dag elkaars grootste irritatiefactor. Dat hoort bij samen opgroeien. Je hoeft geen huis vol engeltjes te creëren. Een beetje gekibbel hoort erbij, zolang er ook ruimte is voor respect, plezier en goedmaken. Want uiteindelijk draait het niet om nooit ruzie maken, maar om weten dat je na een botsing weer samen verder kunt. En dat is pas echt broer- en zusterliefde op niveau!
Beeld: Getty Images
LEES OOK
Uit andere media

