Chantal: ‘Confrontaties? Die ga ik altijd uit de weg’
Met vriendinnen, op haar werk, met haar man, in geen enkele situatie durft Chantal (37) een confrontatie aan te gaan. Maar altijd kiezen voor harmonie, brengt haar nu juist in de problemen. “Ik wil niemand teleurstellen, maar daardoor schuif ik het ongemak voor me uit.”
Confrontaties uit de weg
Chantal: “Vijf keer, zo vaak heb ik vandaag een paar schoenen opgeruimd, en het is pas net middag. Twee keer van mijn man, drie keer van mijn kinderen van twaalf en tien. En ja, natuurlijk kunnen ze dat best zelf. Net zoals mijn kinderen zelf een ontbijtje kunnen maken, mijn man zijn eigen was wel een keer kan doen en de kinderen niet ongelimiteerde schermtijd hoeven te hebben. Maar daarvoor is meer nodig dan een moeder dan wel echtgenote die een keer zucht, met haar ogen rolt en daarna alles zelf doet of toestaat. Die moeder, die vrouw, dat ben ik. Ik stoor me echt wel aan die schoenen en ik vind ook helemaal niet dat ik op aarde ben om alles achter iedereen op te ruimen, maar toch doe ik dat liever dan dat ik eens écht voor mezelf opkom en anderen vertel dat ze zelf verantwoordelijkheid moeten nemen. Die confrontatie, net als zo’n beetje elke andere confrontatie, ga ik namelijk veel liever uit de weg.”
Ongezien
“Je hoeft tegenwoordig maar een zelfhulpboek open te slaan of een Instagram-account over psychologie te volgen en het gaat over ‘gezien worden’. De hele term is uitgekauwd en wordt te pas en te onpas door iedereen op zichzelf geplakt. Hoogst verwende twintigers die niet gewend zijn aan een beetje tegenslag, wijten het allemaal aan een jeugd waarin ze ongezien waren. En op de volgende foto zie je ze innig gearmd met hun moeder tijdens een weekendje Parijs. Écht niet gezien zijn door je ouders ziet er anders uit en ik kan het helaas weten.
Best leuke mensen
Mijn ouders, zeg ik weleens, zijn los van elkaar best leuke mensen. Als je ze bijvoorbeeld tegenkomt in een restaurant of als je klant bent bij hun badkamerbedrijf. Maar ze zijn zo’n stel dat niet bepaald het beste in elkaar naar boven haalt en dat bovendien gelukkiger was geweest als ze geen kinderen hadden gekregen. Helaas voor mij kregen ze wel een kind. Zolang ik me kan herinneren, was er gedoe tussen mijn ouders. Of het nu ging over de zaak, over mij, over iets wat de één had gezegd of gedaan of niet had gezegd of gedaan, over een parkeerboete, over boodschappen, er was áltijd gekibbel.
Ruzie is niet veilig
Als kind leerde ik: ruzie is niet veilig. En je uitspreken leidt tot ruzie, dat zag ik wel aan mijn ouders. Ik voelde me nooit rustig, was altijd alert. Ook naar mij toe konden mijn ouders een kort lontje hebben, maar het echte gedoe was altijd tussen hen, niet met mij. Ik werd niet echt gezien en maakte me mezelf daarbovenop het liefst nog verder onzichtbaar, zodat ik geen onderdeel werd van de ruzies. Ik sprak mijn emoties, wensen en zorgen niet uit, en mijn ouders namen ook niet de moeite om er actief naar te vragen. Ik was, zo leerde ik, kennelijk niet de moeite waard.
Bang voor conflicten
Op mijn zeventiende ging ik het huis uit, nu twintig jaar geleden. En nog altijd ben ik ergens dat kleine meisje dat zo bang is voor conflicten dat ze zich terugtrekt en niets zegt. Nog altijd voelt ruzie voor mij als het meest onveilige ter wereld. En dus ga ik confrontaties die mogelijk tot gedonder leiden, instinctief uit de weg.”
Dingen uitspreken
“Op mijn 23ste ontmoette ik Brian, met wie ik nog steeds samen ben. Brian is lief en geduldig en een geweldige vader. Maar hij is natuurlijk niet perfect en kan geen gedachten lezen. Dus als ik me erger aan schoenen of aan het feit dat hij thuiskomt, verwacht dat het eten klaar is en vervolgens drie keer per week ’s avonds verdwijnt om te gaan padellen, kan hij dat niet van mijn gezicht aflezen. Toch verwacht ik dat hij dat wel doet, want ik vind het moeilijk om dat soort dingen uit te spreken. Het gevolg is dat ik me wél stoor, me nog minder gezien voel en dat ik verdrietig word. Waardoor Brian me ineens ziet huilen en helemaal niet begrijpt wat er gebeurt. Dan zeg ik vaak iets van ‘ach, hormonen’, omdat ik niet wil zeggen wat er echt is. De enkele keren dat ik dat wel heb gedaan, begrijpt hij er namelijk niets van. ‘Je staat te huilen in de keuken omdat ik padél?!’ Laat maar, denk ik dan meteen. Ik stél me ook aan, als je het zo zegt.
Vriendinnen
Thuis is niet de enige plek waar ik elke confrontatie ontwijk. Met vriendinnen ben ik precies zo. Ik heb een groepje van vier vrouwen met wie ik al jaren bevriend ben. Zoals in elke vriendinnengroep is er weleens wrijving. De een vindt de ander te dominant, iemand voelt zich buitengesloten of er ontstaat gedoe over een weekend weg. Op zulke momenten probeer ik met iedereen mee te bewegen. Voor mij voelt dat als bemiddelen, maar eigenlijk ben ik niet eerlijk. Een paar jaar geleden kwam dat pijnlijk aan het licht. Tijdens een etentje zei een vriendin: ‘Maar jij vond toch ook dat zij totaal onredelijk deed?’ Waarop de ander verbaasd naar mij keek en zei: ‘Tegen mij zei je juist dat jij vond dat zíj overdreef.’ Ik voelde mezelf vuurrood worden en begon allerlei nuances aan te brengen. Dat ik het van twee kanten kon bekijken en vooral steunend had willen zijn. Maar ik zag ook wat zij zagen: iemand op wie je niet helemaal kunt vertrouwen. Niet omdat ik bewust mensen tegen elkaar uitspeel, maar omdat ik zo bang ben iemand teleur te stellen dat ik niet duidelijk maak waar ik zelf sta.”
Tevreden houden
“Ook op mijn werk loop ik tegen mezelf aan. Ik werk in de commerciële dienstverlening en heb veel contact met klanten. Ik ben goed in luisteren en mensen voelen zich snel op hun gemak bij mij. Alleen is er een verschil tussen klantvriendelijk zijn en iedereen tevreden willen houden. Als een klant iets vraagt wat niet kan, vind ik het moeilijk om dat te zeggen. Ik begin dan met: ‘Ik denk dat het misschien lastig wordt.’ Of: ‘Ik zal kijken wat er mogelijk is.’ Voor mij komt dat het dichtst bij de waarheid, namelijk: reken hier maar niet op. Voor de klant klinkt het als: ze gaat het regelen.
Geen duidelijke grens
Laatst wilde een klant dat wij binnen twee dagen iets opleverden waarvoor normaal minstens een week staat. Ik wist dat het niet haalbaar was. Toch zei ik dat ik mijn best zou doen en intern zou overleggen. De klant hing op met het idee dat er een goede kans was, terwijl ik al wist dat mijn collega’s nee zouden zeggen. Twee dagen later was de klant zwaar geïrriteerd. Hij vond dat ik een belofte had gebroken. Mijn leidinggevende vroeg wat ik precies had toegezegd. Op dat moment zei ik heel stellig dat ik geen garantie had gegeven en dat de klant zelf conclusies had getrokken. Formeel klopte dat misschien, maar eerlijk gezegd had ik die verwarring natuurlijk zelf veroorzaakt. Ik had geen duidelijke grens gesteld, omdat ik de teleurstelling aan de telefoon niet wilde voelen en geen discussie wilde creëren.
Vriendelijk overkomen
Uiteindelijk werd de kwestie opgelost en kreeg ik de opdracht om in het vervolg duidelijker te communiceren. Ik beloofde het snel en de kwestie verdween, maar ik zat er nog dagenlang mee in mijn hoofd. Dit is het vervelende aan mijn conflictvermijding: ik schuif het ongemak voor me uit. Ik wil graag vriendelijk overkomen. Ik voel me gewaardeerd als iemand me zo ziet. Maar later wordt het probleem groter en moet ik alsnog uitleg geven. En dan kom ik toch in die confrontatie die ik zo graag uit de weg ga. Het verschil is wel dat ik het net wat makkelijker vind om mezelf te verdedigen dan om in eerste instantie een grens te stellen.
Taken van anderen overnemen
Op kantoor ben ik ook vaak degene die taken van anderen overneemt. Vervolgens werk ik door in mijn lunchpauze en klaag ik thuis dat iedereen altijd alles bij mij neerlegt. ‘Nee is ook een antwoord’, zegt Brian dan. En als ik verder klaag: ‘Je doet dit zelf, hè.’ Daar heeft hij ook gelijk in, maar hij realiseert zich niet hoe moeilijk het voor mij is om die nee uit te spreken. En ook dát ligt aan mij. Ik heb het hem nooit uitgelegd. Brian weet dat ik een lastige jeugd heb gehad, dat ik alles doe voor goedkeuring van anderen en dat ik moeite heb met grenzen. Maar hoe vaak ik iets lastigs uit de weg ga, deel ik niet met hem. Want, zo vertelt het stemmetje in mijn hoofd me dan meteen, hij heeft vast geen zin in mijn gezeur.”
Oefenen
“Het was wel Brian die een half jaar geleden voorstelde dat ik eens met iemand ging praten. Zelf had hij op zijn werk een persoonlijk coachingstraject gevolgd en daar had hij onder andere geleerd over het innemen van ruimte. ‘Ik heb eens nagedacht’, zei hij thuis. ‘En ik ken niemand die zo weinig ruimte inneemt als jij, Chantal. Misschien goed om daar eens iets aan te doen.’ Het heeft nog even geduurd voor ik de stap durfde te nemen, want: wat zeur ik nou, zo’n therapeut vindt me een aansteller, ik heb mijn tijd nodig voor andere dingen. Maar uiteindelijk heb ik de stap gezet en nu heb ik twee gesprekken gehad bij een psychotherapeut. We zijn nog maar in de verkennende fase, maar ik merk al dat dit probleem nog veel dieper zit dan ik al dacht. Het wordt een lang traject en ik zal nooit iemand worden die ferm op haar strepen staat, maar dat hoeft ook niet.
Kleine zinnen
Van de therapeut moet ik oefenen met kleine zinnen. Niet met grote confrontaties, maar met: dat komt mij niet uit, daar ben ik het niet mee eens of ik wil eerst nadenken voordat ik antwoord geef. Kinderlijk eenvoudig, maar voor mij zijn het grote zinnen. Vooral die laatste helpt. Ik hoef niet meteen ja te zeggen. Ik mag tijd nemen om te voelen wat ik zelf vind en om me voor te bereiden op dat uitspreken. Moeilijk, maar wel te doen.
‘Nee’ zeggen
Vorige week vroeg een vriendin of ik mee wilde naar een duur wellnessweekend. Mijn eerste impuls was om ja te zeggen, terwijl ik eigenlijk geen zin had om daar zo veel geld aan uit te geven. Normaal zou ik hebben geboekt en mezelf achteraf hebben geërgerd. Nu zei ik: ‘Ik denk er even over na en laat het je weten.’ De volgende dag stuurde ik dat het me gezellig leek, maar dat ik het te duur vond. Ze antwoordde: ‘Snap ik, jammer!’ Dat was alles. Onze vriendschap was niet voorbij. Ik had alleen nee gezegd.
Vaker uitspreken
Ook tegen Brian spreek ik me iets vaker uit. Niet altijd op het perfecte moment en soms nog met een omweg, maar beter dan vroeger. Laatst zei ik dat ik het vervelend vond dat het huishouden vaak als vanzelf bij mij terechtkwam. Mijn stem trilde en ik begon meteen te benadrukken dat hij ook veel deed en dat hij natuurlijk ook meer werkt dan ik en dat ik het niet erg vind, maar… Brian vroeg wat ik dan concreet anders wilde. Dat gesprek liep niet uit op ruzie. Hij voelde zich wel even aangevallen, ik schoot bijna in mijn oude reflex om alles terug te nemen, maar ik bleef zitten tot we een concrete afspraak hadden. Een week later waren zijn schoenen nog steeds niet altijd opgeruimd, maar hij deed wel één keer de was. Een klein stapje, maar voor mij met een grote betekenis.”
Om privacyredenen zijn alle namen veranderd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media