Met déze simpele aanpassingen wordt je dagelijkse wandeling nog véél effectiever
Een dagelijks ommetje doet al wonderen voor je gezondheid. Maar laten we eerlijk zijn: als je toch al buiten bent, kun je er net zo goed meer uithalen. Met een paar simpele aanpassingen wordt diezelfde wandeling ineens een stuk effectiever.
1. Wandel meteen na het eten
Het meest onderschatte moment om te wandelen? Meteen na het eten. Volgens een grote studie in wetenschapstijdschrift Sports Medicine is juist dát het ideale moment voor een ommetje. Je spieren gebruiken de glucose uit je maaltijd direct als brandstof, waardoor je bloedsuikerspiegel minder hard stijgt. En goed nieuws: daar is geen urenlange wandeling voor nodig. Twintig minuten stevig doorstappen is volgens de onderzoekers vaak al genoeg.
2. Loop alsof je de trein moet halen
Wandelen in ontspannen tempo is fijn, maar voor je gezondheid mag het af en toe best een tandje sneller. Onderzoekers van de University of Sydney ontdekten dat mensen die flink doorlopen een lager risico hebben op hart- en vaatziekten dan mensen die rustig slenteren. Zie je wandeling daarom niet altijd als een zondagmiddagommetje, maar als een afspraak waarvoor je nét iets te laat dreigt te komen.
3. Laat de stoep links liggen
Loop je altijd hetzelfde rondje over stoeptegels of asfalt? Sla dan eens een bospad, grasveld of zandweg in. Op een oneffen ondergrond moet je lichaam steeds een beetje corrigeren om in balans te blijven. Daardoor train je zonder dat je het doorhebt meer spieren, vooral in je voeten, enkels en benen. Bonus: wandelen in het groen voelt vaak ook een stuk ontspannender.
4. Neem extra kilo’s mee
Wandelen met extra gewicht (ook wel rucking genoemd) is dé wandeltrend van dit moment. Door het extra gewicht moeten je schouders, rug, buikspieren en benen harder werken om je houding stabiel te houden. Zo maak je van hetzelfde ommetje net wat meer een work-out, zonder dat je een extra minuut hoeft te lopen. Begin wel rustig: zo’n 5 tot 10 procent van je lichaamsgewicht in je rugzak is voor de meeste mensen meer dan genoeg.
5. Wandel met een doel
Loop eens naar een mooi uitzichtpunt, een terras voor een kop koffie of een park waar je nog nooit bent geweest. Psychologen noemen dat goal setting: een concreet doel maakt het makkelijker om gemotiveerd te blijven. En eerlijk is eerlijk: wandelen voelt ook een stuk minder als ‘moeten’ als je ergens naartoe loopt.
Het ideale wandeltempo
Twijfel je of je stevig genoeg doorstapt? Gebruik dan de praattest. Bij een goed wandeltempo kun je nog prima een gesprek voeren, maar een liedje zingen wordt lastig. Ben je buiten adem? Dan mag het juist weer iets rustiger. Zo wandel je op een tempo dat goed is voor je conditie.
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media