Vrouw (13)

Ria: ‘Wij denken zo anders over de opvoeding, ons huwelijk gaat eraan kapot’

Nu hun kinderen puberen wordt pijnlijk duidelijk hoe verschillend Ria (42) en haar man Karel (45) over de opvoeding denken. “We staan echt lijnrecht tegenover elkaar, hebben hier in huis zelfs kamp mama en kamp papa.”

Ria: “Kinderen zijn slim. Heel slim. Ze weten precies bij welke ouder ze moeten zijn om iets voor elkaar te krijgen. Onze kinderen zijn daar meesters in. Hoe klein ze ook waren, ze wisten: bij papa krijg ik meer gedaan als het om cadeaus of zakgeld gaat. Ik was weer makkelijker met vriendjes laten spelen, logeren en mee-eten. Dus vroegen ze dat altijd aan mij.

Als het om de maaltijden ging, zorgde ik ervoor dat de kinderen gezond aten, terwijl Karel meestal vette dingen klaarmaakte en rustig op maandagavond, als ik naar yoga was, pannenkoeken bakte als de kinderen daar om vroegen. Achteraf waren dat relatief kleine dingen, geen onoverkomelijke issues. We discussieerden er even over en kwamen er dan altijd wel uit. Inmiddels is dat heel anders. Nu de kinderen ouder worden en er grotere opvoedkwesties spelen, staan we steeds weer lijnrecht tegenover elkaar en vrees ik zelfs voor onze huwelijk.”

Steeds meer een strijd

“Karel en ik houden het al 22 jaar met elkaar uit, maar we zijn heel verschillend. We hebben ieder een andere achtergrond: ik kom uit het Gooi, mijn vader was bankdirecteur. Karel komt uit Rotterdam, zijn vader werkte in de havens. Ook qua karakter lijken we niet op elkaar: ik ben rustig en serieus, hij is joviaal en spontaan, en houdt van grappen en grollen. Karel bedenkt rustig op donderdagavond dat we een nieuwe tv moeten hebben en rent dan vlak voor sluitingstijd naar de Media Markt, waar hij dan in tien minuten voor negenhonderd euro een nieuw exemplaar koopt. Zonder eerst advies in te winnen of met mij te overleggen. Dat kan ik niet echt waarderen. Zelf zou ik, voordat ik zo veel geld uitgeef, eerst alle rapporten van de Consumentenbond bestuderen.
Maar ik heb er in de afgelopen jaren geleerd mee om te gaan. Het maakt Karel tot wie hij is: spontaan en bijzonder. Ooit ben ik om die eigenschappen verliefd op hem geworden. In onze verkeringstijd verraste hij me bijna elk weekend met leuke uitjes. Vergeleken met hem waren die serieuze jongens van school ontzettend saai. Karel en ik kregen samen drie kinderen: Kiki, Bas en Anna, nu zeventien, vijftien en twaalf. We zijn allebei stapelgek op ze, maar vullen het ouderschap heel anders in. Karel wil de beste vriend van onze kinderen zijn en ziet het leven als een feestje. Terwijl ik mezelf in eerste instantie echt als moeder en opvoeder zie, en hun jeugd beschouw als een leerproces ter voorbereiding op de maatschappij. Ik vind het heerlijk om met Kiki te winkelen, maar dan ben ik gewoon ‘mama’. Vriendinnen heeft ze genoeg. Er is maar één moeder.

Over opvoeden denken Karel en ik ook heel anders. Dat wisten we al voordat we aan kinderen begonnen. We hadden het geregeld over hoe we onze kinderen wilden grootbrengen en merkten toen al dat we totaal niet op één lijn zaten. Dat bleek ook toen onze kinderen er eenmaal waren. Karel vond dat je baby’s niet kon verwennen en zeulde rustig heel de avond met een kind rond dat van mij gewoon in bed moest slapen. Tegelijkertijd vond ik zijn toewijding schattig en vertederend om te zien. Zolang kinderen klein zijn, zijn het nog allemaal minuscule problemen en meningsverschillen. Dan is het niet zo erg als jouw dochter van vijf in een prinsessenjurk naar school gaat, omdat dat van papa mocht. En als Karel bij twee keer niezen of buikpijn de kinderen meteen paracetamol gaf, haalde ik enkel mijn schouders op. Ik had het liever opgelost met wat Vicks-zalf op hun borst en een warme kruik, maar alla. Maar sinds de oudste twee zijn gaan puberen, veeg ik onze verschillen niet meer zo van tafel. Eigenlijk is ons gezin verdeeld in twee kampen. We hebben hier in huis Kamp Mama met onze jongste, en Kamp Papa met de twee oudsten. En deze kampen staan fel tegenover elkaar.”

Veel te ruimdenkend

“Heet hangijzer op dit moment is ons verschil van mening over uitgaan en sterke drank. Ik ben echt anti-alcohol, mede door mijn jeugd met een vader die een kwade dronk had. Mijn vader was op zich een lieve, hard werkende man, maar ’s avonds en in het weekend dronk hij een paar glazen wodka of whisky en dan werd hij agressief. Hij gebruikte geen geweld, maar hij ging schreeuwen, maakte ruzie met mijn moeder en schold ons, de kinderen, uit. Ik ontwikkelde daardoor als kind al een enorme antipathie tegen alcohol. Zelf drink ik met mate. Hoogstens een glaasje wijn bij het eten. Ik vind het ook niet nodig om een leuke avond te hebben. Voor kinderen vind ik alcohol echt een no-go. Tot aan hun 23ste jaar groeien hun hersenen en van elke druppel alcohol die je drinkt, breekt een deel van die hersencellen af. Er zijn niet voor niets spotjes waarin ouders wordt geadviseerd hun kinderen tot hun achttiende niet te laten drinken. Ik sta daar helemaal achter. Karel kan zich hier – ik zou bijna zeggen ‘uiteraard’ – niet in vinden. Hij zegt altijd: ‘Pff, als kleuter mocht ik altijd het restje bier opdrinken uit het flesje van mijn opa en op mijn tiende dronk ik Shandy of bier gemixt met 7Up. En vanaf een jaar of dertien met verjaardagen een echt pilsje. Niks mis mee.’ Volgens hem werken zijn hersenen prima en van hem mogen onze kinderen op feestjes een glaasje champagne drinken. Kiki mag van hem ook van die blikjes met mierzoete mix-drankjes, omdat daar ‘slechts 5,6 procent alcohol in zit’. Maar dat vind ik al veel te veel voor een kind van net zeventien. Het is dat ik zo fel tegen ben en flinke bonje schop, maar anders zou hij rustig aan tafel voor iedereen een slokje wijn inschenken. ‘Voor de gezelligheid’.”

Alle vrijheid

“Over uitgaan en de tijden waarop onze kinderen dan thuis moeten zijn, is hij al net zo ruimdenkend. Kiki mag van hem thuiskomen wanneer ze wil. Nou is ze een verstandig meisje dat heel af en toe naar de fi lm gaat of naar een vriendin. En dan meestal niet veel later thuis is dan dat ik naar bed wil. Daar kan ik mee leven. Maar als het aan Karel ligt, krijgt Bas van vijftien dezelfde vrijheid als zijn zus en mag hij zelf bepalen wanneer hij naar huis komt. Iets wat ik bespottelijk vind. Bas is een echte flierefluiter die zo in zeven sloten tegelijk loopt, en nog niet half zo veel verantwoordelijkheidsgevoel heeft als zijn zus. Ik zou doodsangsten uitstaan als ik niet weet waar hij ’s nachts uithangt en tot hoe laat.”

Gemeen

“Op woensdagavond en zaterdagmiddag voetbalt Bas. Dan blijft hij vaak nog uren op de club en in de kantine hangen. Van mij moet hij doordeweeks om elf uur thuis zijn en in het weekend uiterlijk om twaalf uur. Lijkt me een prima tijd voor een jongen van zijn leeftijd, zeker als hij de volgende dag naar school moet. Maar Bas zeurt elke week dat hij even laat als zijn vrienden naar huis wil en dat is volgens hem pas om twee uur ’s nachts! Karel gaat hier volledig in mee. Bas speelt dit slim uit, door steeds bij zijn vader te klagen over mij en m’n ouderwetse ideeën en gooit het dan op veiligheid. Karel is gevoelig voor dit argument: nu moet Bas alleen door de stad naar huis fietsen, terwijl hij van hem pas om twee uur thuis hoeft te zijn en dan met zijn vrienden kan meerijden. Meestal krijgen Karel en ik op zo’n moment ruzie. Ik vind Karel veel te makkelijk en toegeeflijk, en verwijt hem zoals eerder gezegd dat hij de beste vriend van zijn kinderen wil zijn in plaats van een verantwoorde ouder. Daardoor ben ik de boeman en blijft hij buiten schot. Met Karel praten over onze meningsverschillen heeft weinig zin. Hij vindt mij veel te streng voor de kinderen die hij ‘vooral vrijheid wil meegeven’ en wordt al chagrijnig als ik voorzichtig mijn standpunten wil uitleggen. Karel kan ook op sarcastische toon zeggen: ‘Ja jongens, vraag dat maar aan je moeder, die is die hier de baas’. Ik vind dat gemeen. Ik wil onze kinderen geen pleziertjes ontnemen, ik wil gewoon dat hen niks overkomt en dat ze op school goede cijfers halen.”

Verziekte sfeer

“Sowieso is de sfeer in huis de laatste tijd aardig verziekt. Het valt niet mee: twee pubers en één pre-puber bij wie de hormonen door het lijf gieren. Er worden met deuren gesmeten, gemopperd over het eten, school, huiswerk, huishoudelijke taken, verjaardagen die stom en suf zijn en waar ze niet heen willen, en er wordt geruzied over wie wat mag zien op tv. De afstandsbediening is hier in huis ‘oorlogstuig’ en de scheldwoorden vliegen me dagelijks om de oren. Ik kan daar nog wel rustig op reageren, maar Karel gaat er meteen op in en schreeuwt dat ‘iedereen zijn kop dicht moet houden’. Gek genoeg vergeven de kinderen eerder een uitbarsting van hem dan een preek van mij. Als ik een keer op mijn strepen ga staan over kleding die ín de wasmand moet worden gegooid in plaats van ernaast of me wil houden aan de bedtijden die we hebben afgesproken, ben ik die vreselijke bitch. Zeker als papa daar een schepje bovenop doet, door semi-grappend te zeggen dat vrouwen sterren zijn in zaniken en zeuren. De vele meningsverschillen die Karel en ik hebben zijn afschuwelijk. Ik ben boos en verdrietig dat hij zich door de kinderen laat gebruiken en mij als het ware voor schut zet. Van Karel mag Bas nu dus in het weekend midden in de nacht thuis komen, mits hij met de andere jongens mee terug fi etst. Geheel tegen mijn wens in, maar voor de lieve vrede heb ik het geaccepteerd. Het erge is: ik doe geen oog dicht zolang Bas niet thuis is en Karel ligt intussen prinsheerlijk te slapen!”

Quality time nodig

“Een groot deel van onze strubbelingen komt doordat Karel en ik samen geen quality time meer hebben. Tijd en ruimte voor een goed gesprek zonder drie wijsneuzen die zich ermee willen bemoeien of een avondje lekker knuffelen is er niet meer bij. We zijn geen avond alleen, er hangen altijd wel kinderen op onze bank; zowel eigen kinderen als de nodige vrienden en vriendinnetjes. Daardoor spelen onze woordenwisselingen zich vaak af in onze slaapkamer en dat is niet bevorderlijk voor de intimiteit. Zo groeien we in mijn ogen steeds verder uit elkaar. Als het zo doorgaat, is een scheiding straks onvermijdelijk. Dat vind ik vreselijk. We hebben elkaar trouw beloofd en zien het als onze taak de kinderen een veilige, stabiele jeugd te geven. En ondanks alles houden we van elkaar. Maar ik kan niet zeggen dat ik me erg verheug op de komende jaren: ik zou liever in een huis wonen waarin ik niet dagelijks een strijd hoef te voeren; zowel met mijn pubers als met mijn man.”

Lees ook: Annemijn is verliefd op haar zwager: ‘Hij is haar vriend, maar ik wil hem’

Meer persoonlijke verhalen lezen? Neem nu een abonnement op Vriendin.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  • Anoniem
    Kees -
    Ik vraag me af waar Ria bang voor is. Het lijkt me een soort van houvast aan een strenge opvoeding. Dat ze denkt dat het anders niet goed komt met de kinderen. De meningsverschillen zijn de ruzie niet waard lijkt me. Als je aan scheiden zit te denken kun je je afvragen of je niet beter wat water bij de wijn kunt doen. De kinderen zullen de ouders er later vast niet op aankijken dat ze een beetje makkelijk waren. Ik merk meestal dat kinderen niet blij zijn als ze terug kijken op een erg strenge jeugd.
    Beantwoorden