Voor deze 6 vrouwen veranderde hun leven in één klap: ‘‘Ik heb van je genoten, X’ stond er’
Een slechtnieuwsgesprek, een nieuwe baan, een ongeluk… Zes vrouwen vertellen over het moment dat hun leven ineens op z’n kop stond.
‘Ik wist het zeker: ik zou doodgaan’
Annemiek (58): “De arts die mij en Dirk binnenriep, had een bepaalde blik waardoor ik meteen wist: dit wordt geen fijn gesprek. ‘Ik val met de deur in huis, ik heb geen goed nieuws…’ begon hij, toen we nog maar net zaten. Dirk pakte mijn hand en kneep erin, terwijl de arts ons vertelde dat er uitzaaiingen bij mij waren gevonden.
Doodgaan
Van het leven dat we hadden, was in die eerste weken na de diagnose voor mijn gevoel niets meer over. Ik wist het zeker: ik zou doodgaan. Dagenlang lag ik op bed te huilen. Dat moet niet alleen voor Dirk, maar ook voor onze twee kinderen afschuwelijk zijn geweest. Maar ik kon niet anders.
Vastberaden
Mijn gevoel veranderde toen ik de eerste positieve uitslag van de chemo te horen kreeg. Artsen stonden versteld hoeveel het had gedaan. Ik was flink ziek, maar ineens ook vastberaden. Ik zou niet opgeven. Het was alsof ik een bovennatuurlijke kracht kreeg – hoewel ik ook echt van mening ben dat je tegen kanker helemaal niet kan vechten. Ik heb de focus volledig op mezelf gelegd. Niet langer op mijn werk, op mijn sociale leven of compleet onzinnige dingen als het huishouden. Veel slapen, gezond eten, iedere dag wandelen, in het moment leven en genieten van wat er nog wél leuk was, naast alle medische behandelingen. Mijn kinderen waren inmiddels volwassen, daar hoefde ik gelukkig niet meer zo voor te zorgen als toen ze klein waren.
Kanker is weg
We zijn inmiddels zes jaar verder en de kanker is weg. Mijn leven is nooit meer hetzelfde geworden na die diagnose. Waar ik altijd door de dagen heen vloog en geen seconde rust had en nam, ben ik nu iemand die alles uit haar handen kan laten vallen om echt ‘te zijn’. Dat klinkt zweverig, maar de Annemiek van toen had écht niet een half uur op de grond met haar eerste kleinkind kunnen spelen. Ik heb me laten omscholen. Ik had een kantoorbaan, maar werk nu in de zorg en daar haal ik zo veel meer voldoening uit. Ik pas een dag in de week op ons kleinkind en Dirk en ik maken volop tijd voor elkaar.
Eén keer
Je leeft maar één keer en hoe lang dat leven is, weet niemand. Ik dacht dat het voorbij was, zes jaar terug. Alles wat ik nu meemaak, zie ik als een cadeau. Als ik dat voorheen een ander hoorde zeggen, dacht ik: ja ja, we gaan allemaal in het nu leven als we kanker hebben gehad, allemaal meer genieten. Maar het is echt zo. Ik gun niemand die ziekte, maar wel de levensvreugde die ik nu ervaar.”
‘Dat ene berichtje was het begin van het einde’
Merel (43): “Drie jaar geleden zag ik een berichtje op de telefoon van mijn man binnenkomen. Mijn oog viel erop en ik voelde direct de spreekwoordelijke grond onder mijn voeten vandaan zakken. ‘Ik heb van je genoten, X’ stond er. Het is zo’n verhaal dat je weleens hoort, maar dat nooit over jou gaat. Tot dat moment dus. De vader van mijn drie kinderen ging vreemd en ik kwam erachter terwijl ik stond te koken. Ergens had ik al wel mijn vermoedens, maar ik wilde het niet weten. Nu kon ik er niet meer van weglopen.
Ontploft
Die avond zaten we nog als gezin samen aan tafel. Ik deed alsof er niets aan de hand was tot de kinderen naar bed waren. Daarna ben ik ontploft. Het was het begin van het einde. En ook het begin van mijn nieuwe leven, van ons nieuwe leven. Mijn kinderen wonen in twee huizen en hebben er een stiefmoeder en inmiddels een halfbroertje bij. En ik ben weer écht gelukkig sinds een jaar. Ik heb een leuke man leren kennen die mij wel ziet staan en ik geniet zo van onze momenten samen. Ik ben weer verliefd, dat had ik nooit durven dromen. Dat ene moment daar in de keuken is een kantelpunt geweest waar ik nog steeds niet graag aan terugdenk. Toch heeft het onder de streep goed uitgepakt.”
‘Niets gaat meer vanzelf’
Suzan (42): “Alles zat mij mee. Ik had een goede baan, een leuke relatie, ik reisde met mijn vriend de hele wereld over en we droomden van een gezinnetje. Maar toen stapte ik op een ochtend in de auto en kreeg ik tien minuten later een gigantisch auto-ongeluk. Sindsdien ben ik verlamd vanaf mijn middel en zit ik in een rolstoel. Alles is anders. Ik moest maanden revalideren, kon mijn werk niet meer uitvoeren en de man met wie ik zo gelukkig was, kon het niet opbrengen om bij me te blijven.
Nooit meer zoals het was
Het is nu twaalf jaar geleden dat ik dat ongeluk kreeg en ik heb mijn leven inmiddels echt wel weer lekker op de rit, maar zoals het was is het nooit meer geworden. Over alles moet ik nadenken, niets gaat meer vanzelf. Het gezin dat ik zo graag wilde, heb ik niet gekregen. Wél ben ik sinds kort weer gelukkig in de liefde. Als ik mensen om me heen ergens over hoor twijfelen, spoor ik ze altijd aan het gewoon te doen. ‘Morgen kan alles ander zijn, daar ben ik het levende bewijs van’, zeg ik dan.”
‘Dat ik zwanger kon zijn, kwam geen seconde in mijn hoofd op’
Charlene (39): “Ik heb nooit een kinderwens gehad. Waar mijn vriendinnen zeker wisten dat ze moeder wilden worden, had ik dat gevoel helemaal niet. Ik zag het ook gewoon echt niet voor me, ik achter een kinderwagen of uren met een baby in mijn armen op de bank. Mijn ouders vonden dat vreselijk, dat lieten ze mij wel merken. Ik ben hun enige kind en dus ook hun enige kans op kleinkinderen – ik begreep de teleurstelling wel. Ik vond het alleen niet oké dat ze het niet onder stoelen of banken staken. Hoe vaker zij erover begonnen, hoe meer ik me ertegen afzette.
Zwanger
Mijn leven bestond tot drie jaar terug uit werken, sporten, afspreken met vriendinnen, vakantie vieren met mijn vriend en verbouwen – we hadden namelijk samen een klushuis gekocht waar we ieder vrij moment bezig waren. Van de ene op de andere dag begon ik me ‘anders’ te voelen. Ik kon er de vinger niet op leggen. Ik was niet ziek, ook niet misselijk, maar er was iets met me. Dat ik zwanger kon zijn, kwam geen seconde in mijn hoofd op. Als ik érgens stipt in was, was het wel in het slikken van de pil. Pas toen mijn vriend het opperde, begon ik te twijfelen. ‘Laat mij gewoon nu een test halen, dan weten we het zeker’, zei hij, nadat ik een week of twee met enige regelmaat sprak over mijn gekke gevoel. Hij wachtte mijn antwoord niet af en sprong in de auto om even naar de drogist te rijden.
Positieve test
Een klein half uur later staarden we met z’n tweetjes ontzet naar de positieve test op tafel. ‘Ik wil dit helemaal niet’, zei ik. Maar ik wist dat het wel ging gebeuren. Ik zou de zwangerschap niet laten afbreken, dat was voor mij direct duidelijk. Mijn vriend was wel meteen blij, maar bij mij moest het nog even landen. Pas na een maand of twee, toen ik mijn broeken niet meer paste en we mensen in onze omgeving het nieuws hadden verteld, drong het echt tot me door dat er een klein minimensje in me groeide. Het is maar goed dat je negen maanden de tijd krijgt om eraan te wennen. Ik heb die tijd hard nodig gehad. Inmiddels is Pien niet meer weg te denken uit ons leven. Ik heb apetrots achter haar kinderwagen gelopen en uren met haar in mijn armen op de bank gezeten. We zijn zo gelukkig met haar en ondanks dat ze ons leven volledig overhoop heeft getrokken met haar komst, zouden we never nooit meer anders willen.”
‘Bij haar geboorte wisten we al dat ze niet oud zou worden’
Marloes (56): “Wij zijn negen jaar geleden onze jongste dochter Fleur verloren aan een ongeneeslijke stofwisselingsziekte. We wisten bij haar geboorte al dat ze niet oud zou worden. Uiteindelijk is ze, tegen alle verwachtingen in, toch nog zeventien geworden. We hebben lang voor haar gezorgd, ze heeft altijd bij ons gewoond. Veel mensen denken dat het voor ons ook ergens wel een opluchting is dat ze er niet meer is. Maar zo werkt dat niet. Ik heb zorgen voor Fleur nooit als een last ervaren. Wel vond ik het afschuwelijk dat zij zo ziek was. Nog iedere dag mis ik haar. Ons leven is na haar geboorte 180 graden gekanteld, maar na haar dood opnieuw. Ik moest echt weer een nieuwe invulling voor mijn dagen vinden. Ik ben een opleiding gaan volgen en ik werk nu fulltime.
We zijn voor altijd dat gezin waar iemand mist. We genieten van onze twee zoons en hun partners en ik ervaar ook absoluut geluk. Er hangt alleen altijd ergens die grijze, grauwe wolk boven me. Ik zou haar nog zo graag even vasthouden…”
‘Ik wil hier nooit meer weg, zeg ik nu’
Sascha (31): “‘We verwelkomen je heel graag in ons team’, las ik twee jaar geleden in de mail. Sinds dat moment stond mijn leven op z’n kop. Ik had een baan gekregen bij een bedrijf in Berlijn en ben anderhalve maand later vertrokken. Ik wil hier nooit meer weg, zeg ik nu. Niet alleen de stad heeft me gepakt, ook de liefde. Ik ben er verliefd geworden en we gaan binnenkort samenwonen. Mijn emigratie is vooral voor mijn ouders even slikken geweest, maar ook zij zijn inmiddels gewend aan het feit dat ik niet meer om de hoek woon. We spreken elkaar vrijwel dagelijks en zien elkaar ook nog meerdere keren per jaar. Mijn Nederlandse vrienden zoeken me regelmatig op en als we nu samenzijn, is dat veel bewuster. Ik ben nog altijd blij dat ik destijds gesolliciteerd heb.”

Uit andere media