Persoonlijke verhalen

Hester: ‘Ik wist niet dat een miskraam zo veel pijn deed’

Vorig jaar oktober kreeg Vriendin-journalist Hester met elf weken zwangerschap een miskraam. “Ik wist wel dat een miskraam ingrijpend is, maar dat het zo veel pijn deed, overviel me echt. Ik kan er nu, ruim een half jaar later, nog steeds om huilen.”

Een miskraam

We waren zo ongelooflijk blij, toen – ook nog eens –  op mijn 41ste verjaardag de zwangerschapstest twee streepjes aangaf. We zouden nog een kindje krijgen! Voor mij de vierde, voor mijn vriend Taco de tweede. Het was ‘in één keer raak’, op mijn leeftijd toch wel een wonder. Na wat weken van vermoeidheid en lichte misselijkheid, voelde ik me eigenlijk hartstikke goed. Te goed, zei ik steeds. Het maakte me onzeker. Bij de vorige drie kinderen was ik het eerste trimester een wrak geweest. Nu stond ik, alsof er niets aan de hand was, de hele tuin te ontdoen van onkruid.

Mijn onzekere gevoel bleek terecht. De tweede echo liet een veel te klein vruchtje zien. En het hartje, dat we enkele weken eerder nog zo krachtig hadden zien kloppen, was ermee gestopt. Ik was verslagen. Een miskraam. Er zat een dood kindje in mijn buik. Of ach, een kindje… ‘een klompje cellen’, zwakte ik het direct af. Ik vond dat ik niet zo dramatisch moest doen over iets waarvan je had kunnen incalculeren dat het mis zou gaan. Ik wilde er vanaf, dóór. Opnieuw zwanger worden. Weer dromen. Afwachten tot een spontane abortus wilde ik niet. Ik koos voor een curettage. De opluchting die ik na afloop hoopte te voelen, bleef uit. Het voelde niet alsof er ‘alleen maar een klompje cellen’ uit mij was gehaald. Ik voelde me intens leeg. En intens verdrietig.

Lees ook: Linda heeft één zoon, maar was vijf keer zwanger

Moeder zonder kind

Die leegte en dat verdriet herkent Daphne (37), coach en moeder van Thomas (7) en Mathijs (4): “Zwanger worden was voor mij niet vanzelfsprekend, ik heb PCOS (polycysteus ovariumsyndroom) en had daardoor bijna geen eisprong. Maar met behulp van hormonen was ik toch zwanger geworden. Mijn man en ik waren superblij, onze kinderwens zat zó diep. Ik voelde me bij het zien van de positieve test direct moeder, ik stroomde over van liefde. Ik was ook echt hartstikke zwanger, meteen al. Toen ik met zeven weken licht bloedverlies kreeg, werd ik angstig. De arts stelde mij gerust: dit kon bij de termijn horen. Toch wees een echo niet veel later iets anders uit: mijn baarmoeder was leeg. De embryo had zich genesteld in mijn eileider, ik had een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Vanaf dat moment ging alles in sneltreinvaart, ik moest direct onder het mes. Mijn buik voelde zo leeg toen ik wakker werd. Ik had niets meer. Geen echo, ik had nooit een kloppend hartje gezien. Alleen de herinnering en een positieve zwangerschapstest bleven over. Ik voelde me een moeder zonder kind. Het verdriet was overweldigend. Mijn droom spatte uit elkaar.” Na Daphnes eerste miskraam ging het opnieuw mis. Weer kreeg ze een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, op de natuurlijke manier zwanger worden zat er daarna niet meer in. “Ik was zo boos. Op mijn lijf en op de wereld.”

Enorm verdriet

De omgeving probeert je in geval van een miskraam uiteraard te troosten. En vaak worden daarvoor woorden van hoop gekozen. ‘Je weet in elk geval dat je zwanger kunt worden’, bijvoorbeeld. Maar daar heb je op zo’n moment niet veel aan, weet Monique (43), leidster op een kinderdagverblijf en moeder van Kyano (10) en Jaelynn (7): “Mijn eerste zwangerschap eindigde met 9,5 weken in een miskraam. Ik kreeg krampen, verloor bloed en op de echo was geen kloppend hartje meer te zien. Na de schok kwam het enorme verdriet. Ik werd heel onzeker: zou het wel lukken bij mij? Ik ben wel een jaar van slag geweest. Van vrouwen die ook een miskraam hadden meegemaakt, kreeg ik de meeste steun. Zij weten precies wat je voelt. Ook mijn vriend steunde mij, maar wel op mannenwijze. Hij is vrij nuchter en had het volste vertrouwen dat het goed zou komen. Ik had dat vertrouwen niet. Ik voelde dat sommige mensen vonden dat mijn verdriet na een tijdje ‘klaar moest zijn’, ik was immers ‘maar’ negen weken zwanger geweest. Maar die termijn maakt niets uit. Ook dan heb je in je hoofd al een kinderkamer ingericht. Je droomt al over een jongen of meisje, je kijkt naar kleertjes en je hebt het over namen.”

Lees ook: Sharon werd na zeven miskramen toch nog moeder

Maakbare wereld

Miriam van der Kreij (46) is een expert in miskraambegeleiding. Ze schreef twee boeken over het verlies van een zwangerschap en richtte www.miskraambegeleiding.nl op. “We leven tegenwoordig in een maakbare wereld. Het idee is dat als je ergens maar je best voor doet, het moet lukken. Maar met een zwangerschap werkt het niet zo. Voor veel vrouwen is een miskraam de eerste grote gebeurtenis in hun leven waarbij het niet volgens plan gaat. Pas als het je overkomt, hoor je de verhalen van anderen. Dan merk je dat veel vrouwen hetzelfde verdriet hebben ervaren.”

Voor mij geldt dat inderdaad, ik ging er na drie gezonde kinderen eigenlijk niet vanuit dat het mis zou kunnen gaan. En de natuur haar gang laten gaan, daar had ik geen tijd voor, ik was immers ‘stokoud’. We waren de vierde zwangerschap ingegaan met behulp van ovulatietesten en een heuse vruchtbaarheidsapp. Als je wilt, krijg je tegenwoordig een pushbericht op je telefoon als je een eisprong hebt.

Miriam: “Nee, we laten niets aan het toeval over. We plannen een kind. Maar het kan dus ook misgaan. Er dan overkomt je fysiek iets ingrijpends, daar gaat de eerste paar weken alle aandacht naartoe. En na alle heisa van het maandverband, komt de emotionele klap. Weinig mensen vragen er nog naar. De onzekerheid slaat toe: kan ik dit nog een keer aan?”

Monique was ook zo bang dat het opnieuw mis zou gaan: “Mijn onbevangenheid was weg toen ik de tweede keer zwanger was. Ik genoot wel, maar de angst overheerste. Ik moest die eerste drie maanden erg overgeven. Een goed teken, zeggen ze. Daar hield ik mij maar aan vast. En gelukkig kreeg ik extra controles.”

Verlies tastbaar maken

Miriam komt in haar praktijk ook veel vrouwen tegen die in vruchtbaarheidstrajecten zitten. Bij hen worden embryo’s teruggeplaatst, die niet altijd innestelen. Medisch gesproken niet een miskraam, maar wel degelijk een verlies, benadrukt ze: “Ook deze embryo’s doen ertoe.” Linda (48), verpleegkundige en coach en moeder van tweeling Tijn en Daan (10) en Benjamin (8) kan hierover meepraten. Twee jaar na de geboorte van de tweeling werd ze opnieuw met behulp van ivf zwanger. Ook deze keer waren er twee embryo’s teruggeplaatst. “Ik voelde aan alles dat ik zwanger was van twee kinderen, maar bij de eerste echo zagen we dat een embryo het niet had gered. Ik heb daar veel last van gehad. Ik durfde dat tegen niemand te vertellen; er groeide toch een gezond kindje in mijn buik? Maar toen mijn ouders mij een beeldje gaven van een vader, moeder en drie kinderen, brak ik. Er was nóg een kindje en dat gemis was voor mij sterk aanwezig. We hebben ook dit kindje een naam gegeven: Abel. En ik draag een kruisje van een groene edelsteen om mijn nek ter herdenking. Mij doet dat heel goed, ook Abel mag er zijn.”

Je verlies tastbaar maken of vormgeven, zoals Linda heeft gedaan, kan waardevol zijn, vertelt Miriam. “Bij een miskraam heb je niets, geen urn, geen graf – hooguit een echo. Toch kan iets tastbaars helpen bij je verwerking. Je kunt iets zelf maken of iets kopen. Of je kunt een brief schrijven aan het kind dat je verloren hebt.”

Lees ook: Merel verloor haar zoon na een zwangerschap van 26 weken

Erover praten

Ik merk dat ik het nog steeds lastig vind mijn vierde zwangerschap in het rijtje met mijn kinderen te noemen. Monique doet dat tegenwoordig wel. “Ik zeg dat ik drie keer zwanger ben geweest, maar twee kinderen heb. Dat doe ik pas de laatste jaren. Daarvoor vond ik het te moeilijk om erover te praten.” Daphne meldt het ook nog niet zo lang, maar inmiddels wél met overtuiging: “Als mensen vragen hoeveel kinderen ik heb, zeg ik dat ik er vier heb, waarvan er twee bij me aan de keukentafel zitten.” Daphne draagt een armbandje met twee bedels van een vlinder en een sterretje: “Maar ik draag deze twee kindjes vooral in mijn hart.”

Erkennen van het kindje dat er nooit heeft mogen zijn, is dus heel belangrijk. Daar moet ik blijkbaar zelf nog een stap in maken. Nog steeds betrap ik me erop dat ik het bagatelliseer. En zodra het te dichtbij komt, switch ik naar de positieve modus. Dan ratel ik mijn tranen weg door te zeggen dat we er weer vol voor gaan en goede hoop hebben dat we over een jaar een gezonde baby in onze armen hebben. Maar dat het verdriet er nog in alle hevigheid is, merk ik als ik mijn interview met Miriam heb afgerond.

Niet onderschatten

Zij gaf mij zo sterk het gevoel dat mijn pijn er mag zijn, dat de sluizen meteen open gaan als ik ophang. In tranen bel ik mijn vriend. Ik moet even huilen. En hij geeft me die ruimte. Miriam: “Erover praten is heel belangrijk. Maak het verlies onderdeel van je gezin, heb het er met je eventuele andere kinderen over. Houd er ook rekening mee dat een nieuwe zwangerschap je gevoelens weer kan oprakelen. Maar ook de uitgerekende datum kan een lastige dag zijn. Als het fijn voelt die dag iets te doen om erbij stil te staan, doe dat dan vooral.”

Miriam stuurde mij na mijn miskraam haar laatste boek toe. Een herinneringsboek waarin ik kan schrijven over dat kindje dat slechts een droom is gebleven. Ik heb er wat ‘gefeliciteerd, je bent zwanger-kaartjes’ in gedaan. En de eerste echo’s. Zelfs de echo’s van het levensloze vruchtje zitten erin. Voor nu is dat voor mij voldoende tastbaar. Als ik wil, kan ik er altijd even naar kijken. Toch verwacht ik dat ik, als ik toch die gedroomde vierde baby in mijn armen heb, iets anders ga doen om mijn miskraam een plek te geven, als afronding. Ik zag laatst een vrouw met een prachtige kleine tattoo die haar kinderen symboliseert. En in het midden een klein sterretje. Ik weet het nog niet… Ik weet inmiddels wel dat we dit verdriet echt niet mogen onderschatten.

Foto: Pexels

Reageer op dit artikel