Pascalle: ‘De erfenis van onze ouders verwoestte onze band’

Geld maakt niet gelukkig. Bij Pascalle (49) en haar zus Nicolette (47) betekende dit cliché zelfs het einde van hun band.

Pascalle (49): “Onze vader overleed vier jaar geleden plotseling. Hij is altijd een enorme bourgondiër geweest; hij had overgewicht, rookte vrijwel non-stop sigaren en dronk een flinke borrel. Ik maakte me daar zorgen om. Ik heb hem talloze keren gesmeekt gezonder te gaan leven. Heel soms stopte hij dan een paar dagen met roken. Maar net zo vaak liepen onze gesprekken over dat onderwerp uit op ruzie. Er was niks mis met zijn gezondheid, zo stelde hij keer op keer. Ook mijn moeder had geen vat op hem. Bovendien hield ook zij van haar borrel en een feestje. Ze zei voor de vorm weleens wat tegen mijn vader over zijn gezondheid, maar er ging geen week voorbij, zonder dat die twee weer dronken een taxi instapten.”

In elkaar gezakt

“Ik kan me als de dag van gisteren herinneren dat mijn moeder belde, helemaal in paniek. Papa was in elkaar gezakt in de badkamer. Ze hadden net een feestje bij vrienden gehad, ik hoorde aan haar stem dat ze een slok op had. Het instorten van mijn vader had haar waarschijnlijk wel wat ontnuchterd, maar niet genoeg om meteen 112 te bellen. Dat heb ik gedaan. Ze was volledig hysterisch. Ik ben in de auto gesprongen en naar ze toe gereden. Ik kwam vrijwel tegelijk aan met de ambulance en zag direct dat het goed mis was. Ik ben bij mijn moeder gaan zitten om haar te kalmeren, terwijl de verpleegkundigen zich over mijn vader bogen. Mijn jongere zus Nicolette arriveerde wat later. Het reanimeren leek eindeloos te duren. Ik wiegde mijn moeder in mijn armen heen en weer, totdat we hoorden dat hij was overleden. Mijn moeder en zus waren ontroostbaar. Ik had ook verdriet, maar ik bleef veel rustiger. Ik moest wel.”

Altijd een smoesje

“Het abrupte einde van mijn vaders leven was voor mijn moeder niet te verkroppen. Ze trok zich terug uit haar sociale leven en was erg depressief. De huisarts schreef haar medicijnen voor, maar die nam ze niet. Ze miste mijn vader zo; haar hart was gebroken. Ik woonde vrij dicht bij haar en bezocht haar wanneer ik kon. De zorg voor mijn moeder werd steeds intensiever. Ik haalde boodschappen en zorgde voor een warme maaltijd. En op het laatst bleef ik erbij zitten totdat ze ook daadwerkelijk had gegeten; ze werd graatmager. Het leek wel of ze twintig jaar ouder was geworden.

Mijn zus kwam nauwelijks langs. Ze woont op 35 minuten rijden van mijn moeder, wat ze als ‘te ver’ zag om even aan te wippen. Bovendien had ze een drukke baan en een groot gezin met drie kinderen, zei ze steeds. ‘Voor mantelzorgen heb ik geen tijd.’ Ik heb één kind en werk drie dagen per week. Mijn zus heeft het nooit met zoveel woorden gezegd, maar ik weet dat ze dat ziet als een luizenleventje. Nu geloof ik direct dat zij het drukker heeft, maar ik vind dat geen excuus om maar alle zorg voor onze moeder aan mij over te laten.

Het begon me steeds meer op te vallen dat ze me in de kou liet staan. Als ik een beroep op haar wilde doen, had ze altijd een smoesje. Ze moest naar een hockeywedstrijd van haar zoon. Of ze had ‘al maanden geleden’ afgesproken met vriendinnen – dat kon ze echt niet afzeggen. Ze is altijd een papa’s kindje geweest, zij en mijn moeder hadden niet echt een sterke band. Ik wel, dus ging ik weer met onze moeder naar het ziekenhuis. Of zorgde ik dat ik bij haar was als er een zorginstantie op bezoek kwam. En met de feestdagen was mijn moeder altijd bij ons.”

Leven deed pijn

“Ruim twee jaar na het overlijden van mijn vader, werd mijn moeder plotseling heel ziek. Ze bleek alvleesklierkanker te hebben. De arts gaf haar nog enkele maanden, maar drie weken na de diagnose overleed ze al. Het klinkt misschien hard, maar haar overlijden kwam voor mij ook als een opluchting. Ze leed niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk, en ik gunde haar rust. Ze haalde de laatste jaren nergens meer voldoening uit, zelfs niet uit haar kleinkinderen. Het leven deed haar pijn. Haar laatste weken waren heftig en ik ben bij haar gebleven tot ze haar laatste adem uitblies. Mijn zus zat aan de andere kant van het bed – voornamelijk op haar telefoon te kijken. Het verdriet kwam uit mijn tenen toen ze overleed. Deze keer was mijn zus degene die rustig bleef.

Onze moeder was nog geen drie uur dood, toen mijn zus vroeg of het oké was dat ze haar auto zou meenemen. Haar oudste zoon had net zijn rijbewijs gehaald en een extra auto was wel handig. Ik was zo verbluft door de vraag, dat ik haar alleen maar zwijgend en met grote ogen heb aangekeken. Mijn man hoorde wat er werd gevraagd en vroeg mijn zus of ze wel goed bij haar hoofd was. Ze bond in en we gingen verder met de organisatie van de uitvaart. Ik zag aan mijn zus dat ze op haar tenen was getrapt. Ik wist zeker dat ze erop terug zou komen.”

Lees ook: ‘Al voor de begrafenis drukten mijn zussen de sieraden achterover’

‘Niet zo zeuren’

“Mijn zus is nooit de meest tactvolle geweest. Mijn vader noemde haar als kind al ‘olifant in de porseleinkast’. Ze kon wat onbeholpen en lomp uit de hoek komen. Maar ze liet zich pas echt van haar ware kant zien, toen we aan de verdeling van de erfenis toekwamen. Mijn ouders hadden een mooi koophuis met een luxe interieur. Ik merkte dat mijn zus er in de weken na de uitvaart steeds vaker was, zonder dat met mij te bespreken. Dat vond ik opmerkelijk, want toen mijn ouders nog leefden, kwam ze er nauwelijks. Ik merkte het aan kleine dingen. Dan lag de post ineens op tafel, bijvoorbeeld. En ik zag dat de drankkast, gevuld met dure flessen, steeds leger werd. Nicolette was naast mij de enige met een sleutel. Op een dag zag ik mijn vaders mooie leren bureaustoel niet meer staan. Verbaasd belde ik haar. Ze had ’m meegenomen voor haar zoon, dan kon-ie wat lekkerder gamen. Ik werd heel boos. Niet eens om het feit dat die stoel nu bij haar stond, maar over de brutaliteit waarmee ze de stoel had meegenomen. Zoiets overleg je toch? We kregen ruzie. Ik moest niet zo zeuren, zei ze. Er zou toch niemand meer op die stoel gaan zitten, dus waarom moeilijk doen? Ik wilde het niet op de spits drijven, daarvoor was ik nog veel te verdrietig.

Na het overlijden van mijn vader, had ik de financiën op me genomen. Of beter: mijn man. Hij werkt in de financiële wereld en heeft er meer kijk op dan ik. Ik had wel een extra pinpas gekregen voor de boodschappen en andere aankopen. Ik was perplex toen mijn zus ineens zei dat ik daar vast niet alleen maar mama’s boodschappen mee had betaald. Ik vroeg haar wat ze bedoelde. Ze kon zich niet voorstellen dat ik nooit eens iets voor mezelf had gekocht. ‘Met toestemming van mama, ongetwijfeld. Maar dat ben ik dus wel allemaal misgelopen.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Ze ging verder en wilde weten hoeveel ik in de twee jaar na de dood van onze vader van mijn moeder had gekregen. Haar man vermoedde zelfs dat mijn moeder had bijgedragen aan de auto, die ik kort na zijn dood kocht, zei ze. Ik ontplofte.”

Zo respectloos

“Vanaf dat moment is het bergafwaarts gegaan tussen ons. We kregen over alles strijd. Ik had onze eigen makelaar gevraagd of hij de verkoop van het huis van mijn ouders op zich wilde nemen. We kennen hem al lang en vertrouwen hem volledig. Nicolette wantrouwde hem juist. Ze wilde een onafhankelijk iemand, die we allebei niet kenden. ‘Jij zou het toch ook niet oké vinden als een vriend van mij de verkoop deed?’ Ik snapte haar niet. Als zij in ons dorp had gewoond en een goede makelaar had geweten, had ik dat prima gevonden. Ik herkende mijn zus bijna niet meer, ze had de dollartekens in haar ogen staan. Ik denk dat haar man de drijvende kracht achter de plotselinge geldzucht was. Hij is heel jaloers en achterdochtig en ontzettend materialistisch.

Het gesprek bij de notaris was grimmig. Mijn zus en ik zaten er allebei met onze partners en we hadden kort daarvoor weer een onbenullige ruzie gehad over het horloge van mijn vader. Dat kwam mijn zus toe, vond ze. Ik had niets met dat horloge, maar trok haar houding niet langer. Ik voelde me na al die jaren mantelzorgen zo respectloos behandeld. Een notaris is geen advocaat of rechter, die vertelt je alleen wat er over de erfenis is vastgelegd. Daar wilde mijn zus nog wel even met hem over discussiëren, alsof die man daar iets aan kon veranderen. Het was een ontzettend ongemakkelijk gesprek. Ik wist niet hoe snel ik er weg moest komen.”

Moegestreden

“Het huis van onze ouders was niet één, twee, drie verkocht. Ik deed alle bezichtigingen, evenals het onderhoud en de schoonmaak. Mijn zus eiste het huis twee weken op, toen er vrienden van hen uit het buitenland overkwamen. Ik mocht de rotzooi na afloop opruimen. Ik kon wel janken van opluchting toen er eindelijk een serieuze koper was en we een bod binnenkregen. Het bod lag beneden de vraagprijs, maar onze makelaar had een bedrag in zijn hoofd waarmee hij dacht snel een deal te hebben. ‘Veel te laag!’, schreeuwde mijn zus verontwaardigd, toen ze dat hoorde. Toen brak er iets in me. ‘Als deze koper afhaakt, zijn we terug bij af. Ga jij dan de komende periode alle regelzaken op je nemen? Je doet helemaal niets, je zit alleen maar klaar om het geld te incasseren’, schreeuwde ik terug. Mijn man heeft de zaak weten te sussen. Met veel gedoe en tegenzin, ging Nicolette akkoord met het tegenvoorstel, dat gelukkig meteen werd geaccepteerd door de koper. Maar met het huis van mijn ouders, was ik ook mijn zus kwijt. We verdeelden de inboedel – ook niet zonder slag of stoot, uiteraard. Ik heb haar, moegestreden, het meeste laten meenemen. Toen de laatste zaken waren afgehandeld, verbrak ze het contact. Ze appte me dat er voor haar zo veel kapot was gemaakt na het overlijden van onze moeder, dat ze mij niet meer wil zien. Dat vreet aan me, vooral omdat al onze laatste ruzies over geld en spullen gingen. Hoe belangrijk is dat nou? Maar tegelijkertijd gaat het voor mij om veel meer dan geld. Ik heb er al die tijd alleen voor gestaan. Nicolette heeft mij nergens in gesteund, ze heeft mij nooit bedankt voor al mijn zorgen.

Ik vind het moeilijk dat we ruzie hebben, helemaal nu onze ouders er niet meer zijn en we alleen elkaar nog hebben. Gelukkig heb ik mijn eigen gezin. En hoewel mijn man en ik graag meer kinderen hadden gewild, ben ik blij dat onze zoon nooit gedoe over de erfenis zal krijgen. Geld maakt meer kapot dan je lief is.”

Ook interessant: Renate heeft ruzie met haar buurvrouwen: ‘Het is uit de hand gelopen’

Tekst: Hester Zitvast. Om privacyredenen zijn alle namen veranderd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen