Zwangerschapstest

Ellens relatie liep op de klippen door onenigheid over ivf

Zwanger worden ging niet vanzelf bij Ellen (40). Na jaren van vruchtbaarheidsbehandelingen werd ze moeder van Jort (6). Maar toen een tweede kind uitbleef, namen de spanningen tussen haar en haar partner Gijs (44) toe.

“Daar zaten we dan, op vrijdagavond in ons favoriete restaurant, waar we al zo vaak hadden gezeten. Na weer een zware behandeling of teleurstelling, maar ook nadat we hadden ontdekt dat ik zwanger was. En drie weken na de geboorte van Jort namen we hem mee op ons eerste uitje als gezin, ook naar dat restaurant. We waren blij geweest of hadden elkaar uit de put gepraat. Nooit was het stil of was de sfeer gespannen, maar die avond wel. Gevoelsmatig wist ik al langer dat er iets veranderd was, dat er iets kapot was gegaan en dat we allebei niet in staat waren het te herstellen. Maar die avond, toen we zwijgend tegenover elkaar zaten en naar onze borden staarden, besefte ik pas dat ons huwelijk over was. Nog voor het dessert ging ik weg, alleen. Ik liep naar huis, een uur later kwam Gijs. Zodra hij binnenkwam moest ik huilen. Hij bleef juist heel kalm. We wisten allebei dat het afgelopen was. Die avond in dat restaurant is nu ongeveer anderhalf jaar geleden. We hebben nog relatietherapie geprobeerd, maar na een paar sessies was duidelijk dat we te ver uit elkaar waren gegroeid. Misschien hadden we eerder moeten gaan, volgens de therapeut was onze relatie dan misschien nog te redden geweest. Maar eerder hadden we zo veel andere dingen aan ons hoofd dat relatietherapie niet bij ons opkwam. En dat is precies wat ons de kop heeft gekost: we hebben onze relatie verwaarloosd. Het belangrijkste onderwerp de afgelopen jaren was kinderen krijgen.”

Gefrustreerd

“Dertien jaar geleden gooide ik de pil in de prullenbak. Gijs en ik waren pas twee jaar bij elkaar, maar het voelde goed en we hadden allebei een grote kinderwens. We fantaseerden al over drie, vier, misschien wel vijf kinderen. Maar een jaar ging voorbij en ik werd niet zwanger. Ik werd steeds ongeduldiger en gestrester. Om me heen raakte de ene na de andere vriendin zwanger. Ik gunde het hen, maar ik werd er wel gefrustreerd van. Wanneer was ik nou aan de beurt? Precies een jaar na het stoppen met de pil, zaten we bij de huisarts. Die wilde dat we het nog even aankeken, maar ik had geen geduld. Uiteindelijk mochten we naar het ziekenhuis. Ik dacht: nu gaat het gebeuren! Ik kreeg weer hoop. Vol goede moed gingen we de medische molen in, maar na een paar simpele onderzoeken wisten we dat het voor ons moeilijk zou worden kinderen te krijgen. In Gijs’ sperma bleken maar heel weinig levende zaadcellen te zitten. Gelukkig zei de fertiliteitsarts wel meteen dat we met ivf konden proberen zwanger te worden. Ik klampte me daaraan vast, wilde niet horen dat ze ook zei dat de kansen nou niet meteen heel groot waren. Ik wilde gewoon niet accepteren dat we misschien wel nooit een kind zouden krijgen.”

Teleurstelling

“Hoewel we zo veel mogelijk probeerden het samen te doen, merkte ik al snel dat Gijs en ik de situatie waarin we terecht waren gekomen anders beleefden. Hij was vooral praktisch gericht: wanneer moeten we naar het ziekenhuis en hoe regel ik dat op mijn werk. Ik had juist behoefte om te praten. Over nu, over wat ons te wachten stond, over de toekomst. Maar ik merkte dat ik bij Gijs vaak geen gehoor kreeg. Als we erover praatten, had hij het na een minuut of tien vaak wel weer gezien. Dan raakte hij geïrriteerd, zei dat hij niet wilde dat ons hele leven om ivf ging draaien en dat er ook nog andere dingen waren. Ik voelde me daardoor eenzaam. Ons hele leven draaide wél om ivf, dat was nou eenmaal zo, of hij dat leuk vond of niet. Na de eerste terugplaatsing merkte ik gelukkig dat het beter ging. We waren er allebei vol van. Zou het gelukt zijn? Twee weken lang konden we het over niks anders hebben. Onze teleurstelling was dan ook heel groot toen bleek dat ik niet zwanger was. We gingen op vakantie om het te verwerken en begonnen daarna hoopvol aan de tweede ronde. Gelukkig ging het tussen ons nu beter, we zaten meer op één lijn. Ik had het gevoel dat ik ook emotioneel bij Gijs terecht kon. We hadden het over bijna niks anders dan het ivf-traject. Thuis, als we uit eten gingen, als we op vakantie gingen, altijd. Achteraf gezien hadden we bewust tijd en aandacht aan andere dingen moeten besteden af en toe. We hadden onszelf, en misschien vooral mij, moeten dwingen het er een hele dag, of week, niet over te hebben. Maar achteraf is het makkelijk praten. Het onderwerp zat altijd in mijn hoofd, ik was er continu mee bezig en daardoor wilde ik er bijna vanzelf ook de hele tijd over praten.”

Lees ook: ‘We waren net uit elkaar en toen bleek ik zwanger’

Eindelijk zwanger

“Na zes jaar, waarvan vijf in de medische molen, werd ik eindelijk zwanger. Het was de achtste ivf-poging. Dat is zwaar, acht pogingen. Het was een aanslag. Financieel – want je krijgt maar drie pogingen vergoed – maar ook lichamelijk. Elke keer weer die hormonen. Gelukkig had ik weinig last van de bijwerkingen. En als ik soms wel problemen ervoer, dan sloeg ik me er doorheen. Ik wilde dit zó graag en had het er allemaal voor over. Toen het eindelijk raak was, leefden we op de toppen van ons geluk. Gijs wilde niks missen, hij ging bijna altijd mee naar de verloskundige en ik ben misschien twee of drie keer in mijn eentje babyspullen gaan kopen. Alle andere keren was hij erbij. We waren heel hecht, ik had echt het gevoel dat onze relatie nooit kapot zou kunnen. Omdat ik via internet veel contact had met andere vrouwen die met ivf bezig waren, wist ik dat zo’n traject een zware wissel kan trekken op je relatie. Ik was blij dat onze relatie zo sterk uit de zware periode was gekomen en dat nu het grote genieten begon.”

Grote genieten

“Dat grote genieten bereikte een hoogtepunt met de geboorte van Jort, we waren zó gelukkig. Eindelijk een baby, na al die jaren. De eerste tijd dacht ik echt dat onze kinderwens met de komst van Jort was vervuld. Maar na een maand of zes veranderde dat. Langzaam groeide het gevoel dat ik toch wel heel graag nog een kind wilde. Dat ons gezin nog niet compleet was. Ik besprak het met Gijs, hij bleek het gevoel minder sterk te hebben dan ik, maar stond er wel voor open om opnieuw met ivf te beginnen. Omdat we wisten dat het lang kon duren, zaten we negen maanden na de geboorte van Jort alweer in het ziekenhuis. Toen Jort net één was, ondergingen we de eerste ivfpoging. Die mislukte. Net als de twee die daarop volgden. Ik had verwacht dat de teleurstelling minder hard zouden aankomen omdat we al een kindje hadden, maar zo bleek het niet te werken. Elke mislukte poging kwam ontzettend hard aan. Ik was weken van slag. Gijs ging er voor mijn gevoel makkelijker mee om, luchtiger. Ik voelde me onbegrepen. Hij probeerde mij erop te wijzen dat we al een kind hadden en dat ik daar blij mee moest zijn, maar voor mijn gevoel waren Jort, met wie ik zielsgelukkig was, en de diepe wens voor een tweede kind twee verschillende dingen. Ik kan het niet goed uitleggen, het was echt een gevoel. Tegelijkertijd begreep ik Gijs ook en ik probeerde snel over de teleurstelling heen te stappen, waardoor ik mezelf niet genoeg tijd gunde om die te verwerken. Het was een zware tijd. Een tijd ook waarin ik merkte dat er iets veranderde tussen Gijs en mij. Ik kon het niet duiden en ik had ook geen tijd om erbij stil te staan. Want onze gesprekken gingen over Jort of over de ivf-behandelingen. Tijd om elkaar te vragen hoe het écht ging en wat we écht voelden, namen we niet.”

Wanhoop

“Drie maanden na de derde mislukte poging wilde ik opnieuw een afspraak in het ziekenhuis maken. Ik vroeg Gijs hoe zijn rooster voor de komende tijd eruitzag en wanneer hij een middag kon vrijmaken. Hij gaf geen antwoord. Ik dacht dat hij me niet had gehoord en herhaalde mijn vraag. Hij vroeg of ik wilde gaan zitten. ‘Ik loop hier al een tijdje mee rond’, zei hij. ‘En ik weet dat dit moeilijk voor je is, maar ik wil stoppen met ivf. Het is genoeg geweest.’ Het voelde als een mokerslag. Ik had niet gemerkt dat hij twijfelde, ik dacht dat we er weer voor gingen. Samen. Dat zei ik ook tegen hem, maar hij bleef bij zijn standpunt. Ik huilde, werd boos, verweet hem van alles, huilde nog harder. Allerlei emoties raasden door me heen. Boven alles voelde ik wanhoop. Want als Gijs niet wilde, was het klaar. Dan zouden we nooit een tweede kind krijgen. Natuurlijk, ik ben ongelooflijk gelukkig met Jort en ik realiseer me heel goed dat wij al bij de gelukkigen horen die een kind hebben gekregen, maar de wens voor een tweede zat zó diep in mij. Daar afscheid van te moeten nemen, terwijl ik wíst dat het kon, was zwaar. Ik legde me niet zomaar neer bij Gijs’ wens om te stoppen. Nog één keer, vroeg ik hem. Nog één kans. Hij ging overstag, omdat hij merkte dat de wens zó diep in mij zat. Ik was dolgelukkig, ook al merkte ik dat Gijs minder betrokken was. Hij nam afstand, miste ziekenhuisafspraken en toen deze poging ook mislukte, kroop hij weg in zijn eigen wereld. We hadden allebei verdriet, maar leefden op eilandjes en konden elkaar niet helpen. Toch ondernamen we nóg een poging. Het was financieel, emotioneel en fysiek elke keer weer een behoorlijk aanslag, maar nog altijd had ik dat er allemaal voor over. Weer zette ik al mijn hoop erop, weer werden we teleurgesteld.”

Lees ook: ‘Ik prikte gaatjes in het condoom om tóch zwanger te raken’

Eilandjes

“Na die vierde poging zei Gijs dat het echt genoeg was geweest. Hij wilde door met zijn leven, afscheid nemen van onze wens en genieten van wat we wél hadden. Natuurlijk had hij gelijk, maar mijn gevoel schreeuwde om doorgaan. Het kón, ik wist het zeker. Misschien, als we nog één poging deden… Maar Gijs hield voet bij stuk, en deze keer echt. Hoe ik het ook probeerde, hij bleef erbij dat we zouden stoppen. Ik was gefrustreerd, boos, verdrietig, wanhopig, van alles door elkaar. Op zijn beurt was hij ook boos en gefrustreerd, hij verweet me dat alles bij mij om nog een kind draaide en dat ik nergens anders oog voor had. Onze eilandjes dreven steeds verder bij elkaar vandaan, al hadden we dat zelf niet door. Jarenlang draaide ons leven om kinderen krijgen, we hadden een gezamenlijk doel waar we voor vochten. Nu dat wegviel en we allebei veel verdriet hadden, konden we elkaar niet meer vinden. Alles wat we zeiden, leek uit te monden in ruzie. Tot het punt dat we maar zo min mogelijk spraken. We deden ons best zo normaal mogelijk te doen, zodat Jort er niet onder zou lijden. Maar we voelden allebei dat het niet goed zat. Gijs stelde voor samen een weekend weg te gaan. Een ultieme poging elkaar weer te vinden, al noemde hij het natuurlijk niet zo. We begonnen op vrijdagavond met een etentje in ons favoriete restaurant en we zouden op zaterdag naar een hotel gaan. Zover kwam het niet. Na dat etentje wisten we genoeg. We waren elkaar helemaal kwijtgeraakt, het enige wat ons verbond waren Jort en een verloren wens. Ik vond het verschrikkelijk dat het kind dat we samen hadden niet genoeg was om ons bij elkaar te kunnen houden. Daar had ik nog het meeste verdriet van. Maar het was nou eenmaal zo. Misschien klinkt het alsof we makkelijk opgaven, maar zo was het niet. We probeerden uit alle macht weer dichter tot elkaar te komen, samen van Jort te genieten, weer zo hecht te worden als we ooit waren geweest. Maar het ging gewoon niet. Onderhuids lag spanning en verwijt en allebei waren we verdrietig. Uit elkaar gaan was echt de enige optie. Dat is nu bijna een jaar geleden. Inmiddels hebben we allebei een ander huis en hebben we een goede regeling getroffen wat betreft Jort. Ik ben blij dat we alles toch zo snel en zo goed hebben kunnen regelen. Nu we uit elkaar zijn, is er meer rust. We hebben afstand en dat is goed. Nog steeds zit ergens diep in mij de hoop dat ik ooit nog een tweede kind zal krijgen, maar ik denk er niet meer de hele tijd aan. Omdat de mogelijkheid er nu gewoon niet is, anders dan toen Gijs en ik nog bij elkaar waren. Langzaam leer ik me erbij neer te leggen. Ik geniet van mijn leven samen met Jort, en dat is het belangrijkste.”

Om privacyredenen zijn alle namen veranderd. Foto: Getty Images