tekenbeet

Zo voorkom je een tekenbeet (en zo herken je ‘m)

Een monster met de afmetingen van een ­speldenknop, soms nog wel kleiner. Ja, de teek heeft geen beste reputatie. Terecht, want een ­tekenbeet kan grote ­gevolgen ­hebben.

Tekenseizoen

Zodra de temperatuur oploopt en overdag boven de vijf tot tien graden ­uitkomt, breekt het tekenseizoen aan. En hoewel teken dus al sinds maart actief zijn en eigenlijk het hele jaar door voorkomen, loop je vooral in juni en juli kans op een beet. Ben je dan ook nog eens lekker luchtig ­gekleed (denk: blote benen, losse jurkjes, mouwloze topjes), dan maak je het de spinachtige wezentjes wel heel gemakkelijk om zich ergens op je lijf te verschansen, met alle ­gevolgen van dien. Met de juiste maatregelen kun je de kans op een tekenbeet flink verkleinen.

Piepklein

Teken lijken nog het meest op platte spinnetjes en bestaan in verschillende soorten en afmetingen. In Europa komt de Ixodes ricinus het meest voor, oftewel de schapenteek. Kleine teken zijn soms kleiner dan een speldenknopje, maar ook volwassen teken zijn vaak niet groter dan een paar millimeter. Je ziet ze dus vrij makkelijk over het hoofd. Teken beginnen hun leven als larve en komen uit eitjes die een vrouwtjesteek legt. Om te kunnen groeien en via het stadium van nimf een volwassen teek te kunnen worden, heeft het spinachtige beestje bloed nodig. Dat kan bloed van kleine knaagdieren, zoals muizen zijn, maar ook vogels of zoogdieren als schapen, herten, honden, katten en dus ook mensen kunnen dienen als smakelijke bloedmaaltijd.

Favoriete plekjes

Lang werd gedacht dat teken vooral uit bomen en hoge struiken ‘vielen’, maar dat is niet zo. Ze ­komen ook voor in de duinen, in ­beschutte weilanden, op de hei, in parken en ja, zelfs gewoon in je eigen achtertuin kun je verrast worden door een teek. Vanuit grassen en struiken stapt een teek over naar zijn wandelende bloedbuffet, om daarop vervolgens een lekker warm plekje te zoeken.

Favoriet zijn de liezen, knieën, oksels, nek en keelgebied, maar eigenlijk kun je het beestje over je hele lijf aantreffen. Heeft de teek zijn plekje gevonden, dan boort hij of zij (vrouwtjesteken hebben ook bloed nodig om de 1000 tot 2000 eitjes die ze uiteindelijk leggen tot ontwikkeling te brengen) zich met de speciale steeksnuit in je huid, net zo diep tot er bloed gevonden is. Die steeksnuit lijkt een beetje op een plug, met aan beide kanten weerhaakjes, ­zodat het beestje goed verankerd zit.

Berucht

Vanwaar al die tekenophef? Het punt is dat een teek bacteriën bij zich kan dragen waar hij zelf geen last van heeft, maar waar je als mens hartstikke ziek van kunt ­worden. Die bacteriën loopt een teek op via bijvoorbeeld een hert, schaap of ­ander dier dat besmet is. Vooral de bacterie Borrelia burgdorferi is ­berucht: je kunt er de ziekte van Lyme door krijgen. Ongeveer één op de vijf teken is besmet met deze bacterie, en kan de bacterie tijdens het opzuigen van bloed overdragen. Als je nagaat dat ieder jaar ruim een miljoen mensen een tekenbeet oplopen, dan is de kans dat je te maken krijgt met een besmette teek best groot: volgens het RIVM ontwikkelen zo’n 27.000 mensen per jaar de ziekte van Lyme na een tekenbeet. Ook van andere ziekte­verwekkers die een teek bij zich kan hebben, kun je gezondheidsklachten krijgen, zoals koorts en ­griepachtige verschijnselen.

Er op tijd bij zijn

De ziekte van Lyme is een nare aandoening die ernstige klachten kan veroorzaken als je niet op tijd met antibiotica wordt behandeld. De Borrelia-bacterie heeft het vooral gemunt op de huid, zenuwweefsel, gewrichten en het hart. De eerste symptomen lijken vaak op een soort griep, soms kan een oorlel of tepel opzwellen. Hoe eerder de ziekte met antibiotica wordt ­aangepakt, hoe groter de kans op genezing.

Ben je er niet op tijd bij, dan kan de ziekte zich verder ontwikkelen, waarbij je last kunt ­krijgen van ­zenuwpijn, krachtverlies in je armen of benen, huidaan­doeningen, gewrichtsklachten en zelfs hartritmestoornissen. Wordt de ziekte pas in een laat stadium ­behandeld met medicijnen, dan kun je restklachten houden. Zelfs als de bacterie al niet meer is terug te vinden in je lichaam.

Tekenbeet herkennen

Ben je gebeten door een besmette teek, dan is de kans groot dat je dit ziet aan een soort ring van ­huid­uitslag die ontstaat op de plek van de tekenbeet. Dit wordt een ­erythema migrans genoemd. Zo’n ring ontstaat vaak al enkele dagen na de beet, maar het kan langer duren, tot wel drie maanden na de beet. Zo’n rode ring is een bewijs dat je de (beginnende) ziekte van Lyme hebt opgelopen.

Maar: ontstaat er geen rode ring, dan wil dat niet automatisch zeggen dat je de dans ontspringt. Bij vijf tot tien procent van alle ziektegevallen is ­namelijk geen sprake van een ­ringvormige huiduitslag.

Zo voorkom je dat je gebeten wordt

Om gezondheidsproblemen te voorkomen, is er eigenlijk maar één advies: zorg dat je niet gebeten wordt. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar met een aantal maatregelen kun je het risico van een tekenbeet wel zo klein mogelijk maken.

♦ Vermijd contact met lage struiken en gras zo veel ­mogelijk. Gebruik een kleed met plastic ondergrond als je buiten op de grond wilt zitten.

♦ Loop in natuurgebieden op de paden en zo min mogelijk door dichte begroeiing en struikgewassen.

♦ Draag lange mouwen en lange broekspijpen en stop je broekspijpen in je sokken. Loop niet op slippers in het bos of door het gras, draag liever dichte schoenen.

♦ Als je lichtgekleurde kleding draagt, zie je mogelijke teken eerder en kun je ze verwijderen voor ze zich hebben kunnen vastzetten op je lijf.

♦ Je kunt een insectenwerend middel gebruiken dat ­minimaal 30% van de stof DEET (diethyltoluamide) bevat. Op je kleren kun je zo’n middel spuiten, op onbedekte huid kun je het smeren. Middelen met DEET worden vaak gebruikt tegen muggen, maar werken ook tegen teken.

♦ Draag insectenwerende sokken, zoals Bugsox van Care Plus, die zijn geïmpregneerd met anti-insectenmiddel.
Uit onderzoek blijkt namelijk dat teken vaak via je enkels
en voeten langs je benen omhoog kruipen.

♦ Geef kleine kinderen een cap of petje op, want bij hen ­verstoppen teken zich graag in de nek of achter de oren.

♦ Misschien wel de belangrijkste tip: controleer je lichaam (en dat van je kinderen!) regelmatig op minuscule zwarte stipjes, zeker na een boswandeling of wanneer je de hele dag ­buiten bent geweest. Let hierbij vooral op ‘favoriete plekjes’ (knieholtes, liezen, oksels, nek, achter de oren), maar check ook de huid onder je horlogebandje, onder de rand van ondergoed en de binnenkant van schoenen. Handig: gebruik een kleefroller voor het controleren van je kleding.

Wat als je toch een teek op je lijf vindt?

Tref je tijdens een controle toch een vastgezogen teek aan? Verwijder hem zo snel mogelijk: hoe korter hij vastgezogen zit, hoe kleiner de kans op besmetting. Noteer de datum waarop je de teek aantrof en op welke plek op je lichaam dat was. Check deze plek regelmatig: ontstaat er huiduitslag? Neem dan contact op met de huisarts. Ook als je binnen drie maanden na de tekenbeet andere klachten krijgt, zoals koorts, gewrichts­pijn of griepverschijnselen, moet je aan de bel trekken.

Zo verwijder je een teek

Er bestaan nogal wat ­misverstanden. Dit is de beste manier:

♦ Gebruik een puntig pincet of een tekenverwijderaar.

♦ Gebruik geen jodium, alcohol, zeep of olie ­tijdens het verwijderen.

♦ Pak de teek zo dicht mogelijk op de huid beet bij zijn kop, en trek het beestje langzaam recht omhoog, zonder draai­beweging. Blijft er een stukje kop achter in de huid? Geeft niet, dat
komt er vanzelf weer uit.

♦ Ontsmet het plekje met alcohol of jodium.