Femke stapte uit de strenggelovige gemeenschap waar ze in opgroeide: ‘We waren met zeventien kinderen’

Femke (33) werd geboren in een streng christelijk gezin en groeide op met zestien broers en zussen. Lang ging ze mee in de wereld die haar ouders haar voorhielden – elke zondag naar de kerk, leven in dienst van Jezus, geen feestjes of schoolkampen – tot acht jaar geleden. “Steeds vaker bekroop me het gevoel: ben ik het hier wel mee eens?”


Femke stapte uit de strenggelovige gemeenschap waar ze in opgroeide: 'Dat leven paste niet bij me'

© Foto: Mariel Kolmschot | Visagie: Wilma Scholte

Net zo goed als Jezus

Femke: “Het hoogst haalbare bij ons thuis was dat je net zo goed werd als Jezus. Er werd mij verteld dat ik niets van hebzucht, jaloezie of egoïsme mochten toelaten. Als ik dat wel deed, dan zou dat groter worden. Als kind was ik continu op zoek naar de zonden in mijzelf. Ik moest daar weerstand tegen bieden, ze niet toelaten. Ik was als de dood dat het me niet zou lukken. Als ik een zondige gedachte had, leidde ik mezelf af met een Bijbeltekst of liedje. Ik herinner me een liedje waarin werd gezongen hoe belangrijk het was om niet op je eigen gevoel te vertrouwen.

Christelijke Gemeente Nederland

Mijn ouders groeiden op met de Christelijke Gemeente Nederland, waar mijn opa’s en oma’s lid van waren. Toen ze trouwden en zelf kinderen kregen, namen ze die ook mee naar deze kerk. Het geloof heeft een Noorse oorsprong en wordt in de volksmond de ‘Noorse Broeders’ genoemd. De kerk was belangrijk voor mijn ouders. Het was het fundament van ons gezinsleven thuis. Daarin gingen ze ver. Zo moest alles wat het huis binnenkwam ten dienste zijn van het geloof. Aan de wand hingen foto’s van de eerste Noorse Broeders en op de piano werden christelijke liedjes gespeeld. We hadden een schotel op het dak van ons huis, om de Noorse kerkdiensten via het televisiescherm te kunnen volgen.

‘De bruid en de hoer’

Als kinderen droegen we rokjes en jurkjes tot minimaal aan de knie. Toen we ouder werden, mochten we broeken aan, omdat korte rokken in de mode raakten. Er werd in de kerk van alles georganiseerd voor kinderen, dat was gezellig. We maakten muziek, knutselden samen. We brachten weekenden en vakanties samen door. Maar wat ik me ook herinner, is dat er vaak werd benoemd dat ons geloof het enige juiste geloof was. Er werd gezegd dat andere geloven niet goed waren. Er werd dan zelfs gesproken over ‘de bruid en de hoer’: wij waren de bruid, de andere geloven de hoeren. Om die reden zaten wij als kinderen op een openbare school. Christelijke basisscholen waren niet goed voor ons volgens mijn ouders, omdat ze een andere richting volgden dan wij.”

Zeventienkinderen

“Ik trok veel op met mijn broertjes en zusjes. We waren in totaal met zeventien kinderen – negen jongens, acht meisjes – en ik ben nummer elf in de rij. We verhuisden vaak, omdat het gezin zo groeide. Het laatste huis werd veel uitgebouwd, zodat er op de zolder extra slaapkamertjes en een badkamer kwamen. Ik sliep met twee van mijn zussen in een stapelbed van driehoog.

Aandacht

Voor mijn ouders was ieder kind welkom. Ik vind het geen slimme keuze om zeventien kinderen op de wereld te zetten. In praktische zin ben ik nooit iets tekortgekomen, maar ouderlijke aandacht verdelen over zoveel kinderen, is moeilijk. Zo heb ik geen herinneringen dat ik bij mijn moeder op schoot zat of dat mijn vader aan me vroeg hoe mijn dag was geweest.

Geen seconde getwijfeld

Als meisje heb ik geen seconde getwijfeld aan het geloof. Als mijn ouders hadden gezegd dat de lucht paars was, had ik dat ook geloofd. Mijn ouders zeiden vaak: ‘Femke, je echte vrienden zitten in de kerk, niet op school.’ Dat geloofde ik en ik zei het ook tegen vriendinnen op school. Ik was een verlegen en volgzaam meisje. Mijn ouders hadden een aantal kinderen waar ze zich zorgen om maakten, omdat ze uit de bocht vlogen. Ik was er daar geen van. Ik ‘verdween’ als kind regelmatig als ik het te druk vond en dat had niemand in de gaten.”

De vreemde eend

“Op de middelbare school had ik leuke vriendinnen, maar was ik ook de vreemde eend. Ik ging niet mee naar feesten, kampen of excursies die door school werden georganiseerd. Mijn ouders hadden daar een standaardbrief voor klaarliggen, die ze tientallen keren hebben verstuurd. Hier stond in: ‘Ons kind gaat om geloofse redenen niet mee.’ Ik vond dat als introvert mens niet zo erg, had toen niet het gevoel dat ik iets miste, want ik vond mijn leven al vol en veel. Als tiener vroeg ik God iedere dag om hulp. Ik vroeg hem of meer energie om te helpen in huis en vroeg hem om hulp om goed te zijn voor mijn broertjes en zusjes.

Niet goed genoeg

Ik was me continu bewust van wat er niet aan mij deugde. Ik had nooit genoeg energie, ik was er niet goed in om te spreken in de kerk, of iets uit te leggen voor een groep. Ik moest volgens mijn ouders net zo goed en mooi worden als Jezus. Aan alles voelde ik dat mij dat niet lukte. De zusjes met wie ik op een kamer sliep, hadden het daar ook moeilijk mee. We zouden naar de hemel gaan als we goed leefden, en naar de hel als we niet goed leefden. Een van mijn zussen had daar nachtmerries over en vroeg me: ‘Wat als iedereen naar de hemel gaat, en ik niet?’

Vraagtekens

Hoe ouder ik werd, hoe meer vraagtekens ik kreeg bij onze kerk. Vrouwen moesten tijdens de dienst een hoofddoek op, mannen niet. Vrouwen moesten de wc’s schoonmaken, mannen niet. Onbegrijpelijk vond ik dat. Waar ik altijd volgzaam en verlegen was geweest, was ik nu te feministisch om hier nog langer in mee te gaan. Na de middelbare school ging ik een half jaar werken als au pair in Noorwegen. En hoewel dat bij een gezin was dat hetzelfde geloof aanhing, leerde ik voor het eerst hoe anderen mensen leefden. Toen ik daarna fulltime bij een gemeente in Nederland ging werken, had ik voor het eerst in mijn leven mensen om me heen die niet geloofden. Ik ontdekte dat dit hele leuke mannen en vrouwen waren, met wie ik goede gesprekken kon voeren.”

Kritisch

“Voor mij was de grootste ontdekking dat de boze buitenwereld waar het in de kerk altijd over was gegaan, helemaal niet boos bleek te zijn. Ik bleef de kerk bezoeken, maar begon te experimenteren. Zo deed ik een tijdje geen hoofddoek op en weigerde ik een getuigenis te geven. Het begon in de kerk op te vallen dat ik me anders gedroeg, ik kreeg er opmerkingen over. Het maakte me niet uit. Ik was twintig en ik was kritisch. Wanneer de leidende broeder voor de zaal iets vertelde dat ik niet vond kloppen, dan zei ik daar iets van. Steeds vaker bekroop me het gevoel: ben ik het hier wel mee eens?

Strenge regels

Onze kerkgemeenschap was heel familiair en dat heeft mooie kanten. Zo brachten we weekenden en vakanties samen door en was de sfeer onderling gemoedelijk. De regels waren streng, dus van alcohol, drugs of geweld was geen sprake. Mijn familie, vrienden, iedereen met wie ik omging, was verbonden met de kerk. Toch begon het hele leven daar steeds meer aan me te knagen.

Weg

Op mijn 25ste wist ik zeker dat ik weg wilde. De denkbeelden die me een kwart eeuw waren voorgeschoteld, pasten niet bij me. Ik wilde eerst het huis uit, dus ging op zoek naar een appartement. Toen ik drie weken later op een doordeweekse dag in mijn eigen huisje op de bank zat, wist ik het zeker. Ik pakte mijn telefoon en typte een bericht naar mijn ouders, broers, zussen en vriendinnen. Ik schreef dat ik nog wel in God geloofde, maar dat ik niet langer hetzelfde beeld van het geloof had als hen. Daarna verstuurde ik het bericht. Er viel een last van mijn schouders.”

Schrijf Je In Voor De Nieuwsbrief (65)
Lees ook Evelien leefde als kind in een sekte: ‘Niemand zou dit moeten meemaken’

Bevrijd

“Mijn ouders vonden het heel erg. Het was voor mijn ouders niet de eerste keer dat een kind brak met het geloof. Voor mij hadden twee oudere zussen hetzelfde gedaan. Mijn moeder had me nog gewaarschuwd dat ik minder met ze om moest gaan, omdat ze een slechte invloed op me zouden hebben. Maar ik vond ze juist meer dan ooit. We grappen weleens dat we met zijn drieën een subgezinnetje zijn binnen dat enorme gezin met zeventien kinderen. Juist omdat zij als kinderen ook alles hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt, hoef ik ze niets uit te leggen. Ik heb niet met alle broers en zussen contact, maar het zijn er dan ook zestien. Voor degenen in de kerk ben ik mogelijk een slechte invloed, maar over het algemeen hebben onze levens ook niet veel raakvlakken meer.

Vrij

Vanaf de dag van dat berichtje ben ik nooit meer naar de kerk gegaan. Spijt van deze keuze heb ik nooit gehad. Ik voelde me direct vrij, voelde dat de wereld aan mijn voeten lag. Voor het eerst in mijn leven was mijn week leeg. Ik heb me binnen alle drukte van de kerkelijke gemeenschap altijd anders gevoeld. Toen mijn leven in de kerk stopte, kreeg ik daar rust en tijd voor terug. Ik besloot om tijd voor mezelf te nemen en om langzaam een nieuw leven voor mezelf in te vullen.

Vreselijk moe

Het eerste jaar heb ik bijna alleen maar geslapen, ik was zo vreselijk moe. Ik dacht in dat jaar geregeld: als ik langer was gebleven, had ik een burn-out gekregen. Ik moest herstellen van alles wat ik jarenlang had meegemaakt. Het idee dat ik nu alle kanten op mocht die ik zou willen, was bevrijdend. In de kerk was het zo dat je als vrouw ging trouwen en kinderen kreeg, of je bleef vrijgezel en stelde je hele leven compleet in dienst van de kerk. Beide opties vond ik nooit erg aantrekkelijk en waren nu in een klap van de baan. De afgelopen jaren heb ik de tijd genomen om te ontdekken wie ik ben en wat ik leuk vind om te doen. Ik ben mijn creatieve kant gaan opzoeken, zo ben ik gaan schilderen, broodbakken en geniet ik enorm van mijn moestuin. Op zondag hoef ik helemaal niets, dat vind ik nog elke week zo’n fantastisch gevoel, dat ik ‘vrij’ ben. Mijn diepe angst om zondig te zijn, ben ik gelukkig redelijk kwijtgeraakt.”

Eigen verhaal

“Ik heb de relatie met mijn ouders niet verbroken. Nu zit het geloof bij hen in ieder haarvat, dus ik kan ze daar moeilijk los van zien. Het is lastig om mij tot ze te verhouden, omdat we totaal anders in het leven staan. We zien elkaar op verjaardagen, ik bied ze aan te helpen met verhuizen en we praten over koetjes en kalfjes. Ze vinden de keuze die ik heb gemaakt onbegrijpelijk. Toen ik brak met het geloof, ben ik gaan schrijven. Het hielp me inzien wat er was gebeurd en wat mij al die jaren was verteld. Ook kwamen er soms schrijnende dingen naar boven. Al snel werd mijn verhaal steeds langer. Omdat mijn ouders nooit hebben gesnapt waarom ik wegging bij de kerk, wilde ik het ook voor hen opschrijven. Wat ik niet had verwacht, was dat mijn verhaal zou verschijnen in een boek: Uit de schaduw van het geloof.

Elk moment stoppen

Tijdens het schrijven heb ik steeds gedacht: wat is goed voor de wereld om uit mijn verhaal te weten? Want ik ben niet de enige die vastzat in een gesloten gemeenschap, er zijn talloze kinderen die hetzelfde meemaken. Als mijn broers en zussen ook allemaal een boek zouden schrijven over onze jeugd, zouden dat zeventien verschillende verhalen worden. Dit is het mijne. Wat ik wil meegeven, is dat je als mens altijd van koers kunt veranderen. Je kunt elk moment stoppen met een leven dat niet meer bij je past. Je mag altijd anders beslissen. En hoewel je dan veel kwijtraakt, krijg je er ook veel voor terug. Ik heb een nieuw en vrij leven gekregen en daar ben ik dankbaar voor. Ik weet nu dat het liedje dat ik in mijn jeugd zong niet klopte en dat ik altijd op mijn eigen gevoel mag vertrouwen.”

Femke maakt ook video’s, die ze deelt op Instagram en TikTok: @femkeflietstra.

Scherm­afbeelding 2026 08 14 Om 10.42.30

Tip van de redactie: Uit de schaduw van het geloof

In ‘Uit de schaduw van het geloof’ vertelt Femke openhartig over hoe ze tot dat besluit kwam en alle gevolgen nadien; hoe haar familie reageerde en hoe die keuze haar voorgoed heeft veranderd. Ook vertelt ze over haar jeugd binnen de gemeenschap en deelt ze openhartig over haar zoektocht naar identiteit.

Shop hier
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Hannah