Femkes pleegzoon bleek te heftig voor haar gezin: ‘Huilend riep ik dat ik niet meer voor hem kon zorgen’

Toen Femke (43) en haar man Joris twee broertjes in hun gezin opnamen, dacht ze dat liefde, rust en geduld genoeg zouden zijn. Voor Milan (destijds 6) en Levi (4) zette ze alles op alles. Maar Levi’s gedrag werd zo extreem dat Femkes eigen kinderen én zijn broertje eraan onderdoor gingen.


vrouw

© Getty Images

Pleegmoeder worden

Femke: “Al ver voordat Joris en ik kinderen kregen, en zelfs ver voor ik hem op mijn achtentwintigste ontmoette, wist ik dat ik ooit pleegmoeder wilde worden. In mijn jeugd had ik een vriendinnetje met een aantal pleegbroertjes en -zusjes en ik had van dichtbij gezien hoe mooi het was dat zij in hun fijne gezin kinderen een liefdevol thuis boden. Natuurlijk zag ik dat door mijn kinderbril, zonder de bijbehorende gedragsproblemen van de kinderen, perikelen met de biologische ouders en administratie en gesprekken met de stichting. De liefde en warmte bleven me altijd bij en toen ik Joris leerde kennen, kwam het onderwerp al snel ter sprake. Hij had er nog nooit over nagedacht, maar stond er meteen voor open. Zie je wel, dacht ik, nóg een reden om zeker te weten dat deze man deugt. Want ik was misschien jong maar niet naïef: pleegzorg is mooi, maar kan net zo goed zwaar en heftig zijn. Het is veel meer dan een extra bordje op tafel en een logeerkamer klaarmaken. Maar met Joris durfde ik het aan.

Tijd was rijp

Nadat onze dochters Noor en Eline, nu dertien en elf, allebei op de basisschool waren begonnen, voelden we dat de tijd rijp was. We wilden onze veilige plek beschikbaar stellen voor kinderen die minder geluk hadden gehad. Joris en ik doorliepen de procedure, leerden veel over pleegzorg en lieten ons niet afschrikken door de nadelen. En toen was het zo ver: we kregen twee jongetjes in huis, twee broertjes. Milan was destijds zeven, Levi was vijf. Milan had een lichte verstandelijke beperking als gevolg van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, bij Levi werd autisme vermoed. Maakt niet uit, dacht ik. Ik ging op cursus om bij te leren over autisme en bereidde me erop voor dat hij vooral veel rust en regelmaat nodig had. En liefde, in de volle overtuiging dat dat genoeg was.”

Een foto

“Het eerst wat we van Milan en Levi zagen, was een foto. Milan keek ernstig en verdrietig, Levi afwijzend en woest. Maar ja, wat zegt een foto? Toen we ze voor het eerst ontmoetten, bleken het hun vaste gezichtsuitdrukkingen. Gelukkig leer je als pleegouder-in-opleiding al snel dat een rooskleurig beeld van een kind dat verlegen lachend en intens dankbaar over de drempel stapt niet bestaat. Geen enkel kind wil uit huis geplaatst worden, ook kinderen die zelfs op hun jonge leeftijd weten dat het beter is. Hoe onveilig een situatie ook is voor kinderen, dát is bekend terrein voor hen en daar willen ze vaak aan vasthouden. Denk daar nog trauma, hechtingsproblematiek en gedragsaandoeningen bij en je weet dat je heel wat kunt verwachten – al geldt dat uiteraard niet voor ieder kind.

Veel meegemaakt

Van Milan en Levi wisten we dat ze veel hadden meegemaakt. Ik kan daar niet zoveel over zeggen, maar laat ik het zo stellen: ze kwamen met een rugzak. De eerste tijd waren ze bang en afwijzend. Na een paar weken begon Milan zijn draai te vinden, ik denk dat hij aanvoelde dat hij bij ons veilig was. Toen hij op de kop af zes weken bij ons was, zat hij samen met Eline te spelen op het vloerkleed. Ze babbelden, hij lachte naar haar – mijn moederhart stroomde over.

Heel stil

Levi was nog lang niet zo ver. Hij was de eerste tijd heel stil. Zei amper iets, at amper iets, zat het liefst op zijn kamer. Alleen met Milan communiceerde hij, maar wat er werd gezegd kon ik niet goed ontrafelen. Het enige wat hij vaak verstaanbaar zei was ‘we blijven hier toch niet’. Maar ik dacht: komt wel goed, en ik bleef hem tonen dat ik er voor hem was.

Goed team

Joris en ik allebei, trouwens. We waren een goed team en ook al was de pleegzorg soms best zwaar en bij tijd en wijle frustrerend, we konden met elkaar praten en bleven onze schouders eronder zetten. In die zin groeiden we er als mensen van, als stel en ook als gezin. Voor Noor en Eline was het ook best heftig: ineens twee kinderen erbij in huis en dan ook nog van die speciale exemplaren. Maar ze toonden zich de liefste pleegzusjes en zeker bij Milan had dat effect. En Levi, die accepteerden ze zoals hij was. Althans, voor dat moment.”

Diep trauma

“Er ging een half jaar voorbij en Milan ging vooruit. Hij ontpopte zich als een lief en blij jongetje, sociaal ook. Dat was fijn om te zien. Levi bleek een ander verhaal. Soms dacht ik: we gaan de goede kant op. Dan zat hij geconcentreerd te lego’en en leek hij het naar zijn zin te hebben. Naar zijn broertje was hij beschermend. Maar bij hem zit het trauma van wat er bij zijn biologische ouders is gebeurd heel diep en dat gecombineerd met zijn autisme, maakt dat hij niet goed kan begrijpen wat hij allemaal voelt en wat hij ermee moet. Erover praten lukt hem niet, dus reageert hij zich op andere manieren af. Toen hij twee maanden bij ons was, kreeg hij zijn eerste woedeaanval. Mijn hart brak, want ik zag een jongetje dat door veel te grote emoties werd overweldigd. Ik wilde hem vasthouden en knuffelen en troosten en zeggen dat alles goedkwam en hem bijna smeken om ons toe te laten. Maar zo werkt het bij hem helaas niet.

Aanvallen

Na die eerste aanval volgden er nog vele. Levi kon razendsnel volledig ontregeld raken. Een verkeerd gesneden boterham, een verloren spelletje of het woord ‘nee’ kon genoeg zijn. Dan schreeuwde hij en sloeg met deuren. Of hij trok kastjes leeg, gooide speelgoed van de trap en trapte een gat in zijn slaapkamerdeur. Als hij weer rustig was, kroop hij vaak onder een dekentje en was onbereikbaar. Of hij vroeg: ‘Ik ben stout, hè?’ Dan zei ik dat híj niet stout was, maar dat zijn gedrag niet mocht. En wilde ik hem in mijn armen nemen, maar lichamelijk contact had hij liever niet.

Cadeautjes

Soms zocht hij contact door op de bank naast me te gaan zitten of in de keuken even met zijn schouder tegen me aan te leunen. Dat waren cadeautjes. Ik merkte ook dat hij me ergens wel vertrouwde, met mijn eindeloze routines: elke dag op hetzelfde tijdstip hetzelfde ontbijt, hetzelfde mee naar school, uit school aan tafel voor limonade en een koekje, nooit een onverwachte afspraak. Maar echt tot hem doordringen kon ik niet. En ondertussen trok zijn gedrag een wissel op ons gezin.

Bang voor Levi

Noor en Eline namen geen vriendinnetjes meer mee, omdat ze bang waren dat Levi een uitbarsting zou krijgen. Ze luisterden bij thuiskomst eerst of het rustig was. Milan werd stiller. Hij volgde zijn broer voortdurend, alsof hij verantwoordelijk was om hem kalm te houden. Als Levi boos werd, zei Milan met een klein stemmetje: ‘Niet doen, niet doen.’

Therapie

We kregen begeleiding, spraken met school en Levi kreeg therapie. Wij leerden spanning eerder herkennen: nog meer vaste momenten, weinig onverwachte veranderingen, niet te veel vragen achter elkaar. We organiseerden vakanties om hem heen en splitsten ons gezin steeds vaker op: Joris met de meiden en Milan naar een uitje, ik thuis met Levi, of andersom.

Liefde

Ik vond dat niet erg, hield ik mezelf voor. Levi had dit niet gekozen. Levi had ons nodig. Ik werd zelfs boos als mensen voorzichtig vroegen of het nog wel ging. Zij zagen alleen zijn driftbuien, dacht ik, niet het jongetje dat – heel soms, maar toch – ’s avonds vroeg of ik op zijn bed kwam zitten. Ik hield van hem en beet me vast in mijn wens dat ík degene zou zijn die hem ondanks alles een fijne jeugd zou bieden.”

Canva1 2021 09 01t131045.889
Lees ook Al van kinds af aan wist Sanne (32) dat ze pleegmoeder wilde worden

Niet opgeven

“Maar het werd alleen maar erger. Na mensen uit onze omgeving, zei ook Joris op een avond: doen we hier nog wel goed aan, Fem? Levi was toen twee jaar bij ons en het was de eerste keer dat we echt woorden hadden over de situatie. Hoe durfde Joris te suggereren dat dit iets was wat we konden opgeven? Ik zou vechten voor dit jochie, omdat niemand anders het deed! Wij konden hem niet ook nog ‘weg doen’, zoals zijn eigen ouders en de pleeggezinnen waar hij eerder had gewoond! Je doet je eigen kind toch ook niet weg?!

Hele kruk

Maar Joris’ vraag was natuurlijk terecht. Levi had die dag geen klein speelgoedje maar een hele kruk van de trap gesmeten. Die kruk had Eline op een haar na gemist. Zij durfde die avond niet te gaan slapen. En dat brak óók mijn hart. Moet je het ene kind helpen terwijl je het andere kind een trauma bezorgt? Dat is een heel naar dilemma, waar ik vooraf nooit echt goed bij stil heb gestaan. Onbedoeld liet ik aan Eline merken dat Levi’s belangen voor die van haar gingen.

Pleegzorgstichting

Het duurde nog weken voor ik aan mezelf durfde toe te geven dat het niet langer zo ging en nog meer weken voor ik het besprak met de pleegzorgstichting. Zij boden intensievere hulp aan, wat we nog probeerden. Maar de spanning liep op en daar leed iedereen onder, Levi ook. Tijdens een weekend in november barstte de bom. Levi had weer een woedeaanval en vloog eerst zijn broertje en daarna Noor aan. Hij was best sterk. Met zijn handjes om haar keel schreeuwde hij dat ze dood moest. Wij lieten Levi nooit alleen met een van de kinderen en dus was Joris er meteen bij om Noor te bevrijden. Toen wisten we allebei: dit kan niet meer. Wij zijn niet bij machte dit jongetje een veilig en liefdevol thuis te bieden, en de andere drie kinderen dus ook niet. Die nacht sliep Noor bij ons in bed, doodsbang. De volgende dag belde ik naar de pleegzorgstichting. ‘Het kan niet meer’, zei ik alleen maar en begon te huilen.

Mislukt

Nooit eerder heb ik me zó mislukt gevoeld. Rationeel kan ik daar van alles tegenin brengen, maar mijn hart brak. En zeker toen ik tegen Levi moest zeggen dat hij ergens anders betere hulp kon krijgen, dat hij altijd bij ons mocht komen spelen maar dat hij bij mensen zou gaan wonen die hem meer konden bieden. Hij was niet goed met emoties uiten, maar het verdriet en de angst in zijn ogen gingen door merg en been. En ik wist: ik doe nu wat hij al die tijd al vreesde, namelijk dat ook wij hem zouden laten zakken. Dat vind ik nog steeds moeilijk.

Weer lucht

De eerste dagen zonder Levi waren ingewikkeld en verdrietig, maar ik merkte ook meteen dat er weer lucht was. Noor en Eline lachten meer, Milan ontspande. Dat hielp mij bij het in perspectief plaatsen van onze beslissing: ik had mijn verantwoordelijkheid genomen, al was het maar voor deze drie kinderen.
Levi ging eerst naar een instelling en daarna naar een pleegmoeder die alleen woont en zich helemaal op hem kan richten. Daar woont hij nog steeds. Eens in de maand is Milan er ook een weekendje, andersom gaat helaas niet. Bij het brengen en halen zie ik Levi nog en merk ik dat het nu inderdaad beter met hem gaat. Hij zegt me gedag en heel soms komt hij naar me toe of raakt me even aan. Dan hoop ik maar dat hij zich realiseert dat het nooit zijn schuld is geweest en dat ik altijd om hem zal geven.”

Om privacyredenen zijn de namen gefingeerd.

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Mariette