Tamary en Ivy hebben allebei niet-aangeboren hersenletsel: ‘Vanaf het allereerste moment wist zij wat ik bedoelde’
Tamara (45) en Ivy (30) wonen in hetzelfde complex voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Vanaf de eerste dag dat ze elkaar ontmoetten in de gemeenschappelijke huiskamer waren ze vriendinnen. Tamara: “Ivy en ik hebben allebei een tweede kans gekregen. Ik denk dat we elkaar daarom zo goed begrijpen.”
Scooterongeluk
Tamara: “Zes jaar geleden hoorde ik Ivy en haar moeder praten over het ernstige scooterongeluk dat Ivy een jaar daarvoor had meegemaakt. Ivy was destijds 23 jaar en werkte als stewardess. Op weg naar haar werk op Schiphol kreeg ze een ongeluk op een kruispunt in Amsterdam. Ivy brak haar nek en lag twee maanden in coma. Daarna revalideerde ze in een kliniek. Toen ze daar klaar was, kon ze niet meer naar huis. Door een beschadiging aan haar hersenen was ze afhankelijk geworden van zorg. We zaten in de gemeenschappelijke huiskamer van een woonvoorziening van Accolade Zorg, speciaal voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel, waar Ivy net was komen wonen. Ik vond het ontzettend heftig wat Ivy had moeten doorstaan. Toen ik haar moeder later die dag aansprak, zei ze dat het bijzonder was dat ik haar dochter kon verstaan. De meeste mensen hadden hier moeite mee.”
Anders praten
Ivy: “Klopt. Door het ongeluk praat ik anders dan anderen. Veel mensen doen alsof ze me begrijpen terwijl ze dat eigenlijk niet doen. Dat vind ik lastig. Met Tamara heb ik dit probleem niet. Want heel wonderlijk: vanaf het allereerste moment wist Tamara wat ik bedoelde. We bleken ook nog eens dezelfde humor te hebben. Tamara is direct en ad rem. Daar hou ik van. Dankzij Tamara vond ik mijn draai op mijn nieuwe woonplek en viel er iedere dag wel iets te lachen. Ik denk dat het leven sowieso een stuk leuker is met een goede vriendin naast je.”
Extreem positief
Tamara: “Voor mij werd het ook gezelliger toen Ivy hier kwam wonen. Ivy trekt zich weinig van anderen aan. Als ik langs haar kamer kom, staat haar deur vaak open. Ivy crost dan enthousiast op haar hometrainer terwijl de sportschoolmuziek uit de boxen knalt. Ivy grapt dat ze door het sporten lekker kan blijven eten. Ze is heel actief. Hoewel ze door haar scooterongeluk veel niet meer kan, is ze daar niet mee bezig. ‘Wat is geweest, is geweest’, zegt ze vaak nuchter. En dat is ook zo. Als je blijft verlangen naar vroeger, ga je van binnen kapot.”
Ivy: “Ik besef iedere dag dat ik naast pech ook ongelofelijk veel geluk heb gehad. Want tijdens het ongeluk reed er toevallig een auto langs met daarin een man die ambulancebroeder was en een vrouw die werkte als doktersassistente. Toen zij me op het kruispunt zagen liggen, twijfelden ze geen moment en gaven ze me mond-op-mondbeademing en hartmassage. Dankzij deze mensen, leef ik nog.”
Wilskracht
Ivy: “Lang was het onzeker of ik het zou redden. Ik lag twee maanden in coma. Mijn moeder zat naast me toen ik eindelijk ontwaakte. Een paar weken sprak ik niet, maar keek ik met grote ogen om me heen. Dat was extreem moeilijk voor mijn moeder. Ik was buiten levensgevaar, maar het was onzeker hoe ik uit het ongeluk was gekomen. ‘Ik heb zin in taart’, zei ik op een dag. Mijn moeder moest huilen van opluchting toen ze mijn stem hoorde. Zelf weet ik hier niets meer van. Ik had geen idee wat me was overkomen en realiseerde me niet eens dat ik in het ziekenhuis lag. Wat ik wel wist, was dat ik dus een enorme zin had in taart.”
Tweede kans
Tamara: “Ivy en ik hebben allebei een tweede kans gekregen en ik denk dat we elkaar daarom ook zo goed begrijpen. Ook mijn leven hing aan een zijden draadje. Toen ik vijftien jaar geleden zwanger was van mijn jongste zoon werd een hersentumor ontdekt. Ik werd geopereerd, kreeg dertig bestralingen en 36 chemobehandelingen. Volgens artsen was de kans dat ik het zou overleven nihil. Er werd zelfs een percentage van 98 procent genoemd. Toen ik dat hoorde, dacht en voelde ik heel sterk: ‘Dit klopt niet. Ik hoor bij die twee procent die het wél overleeft.’ Wonder boven wonder sloegen de behandelingen aan. Zielsblij was ik om mijn zoons te kunnen zien opgroeien. Ze zijn nu veertien en zeventien jaar oud.”
Een nieuwe weg vinden
Tamara: “En toch ging het alsnog mis. Elf jaar geleden zag mijn neuroloog iets verdachts op de scan. Ze vreesde dat de hersentumor terug was gekomen. Weer voelde ik dat dit niet klopte. Het is best opmerkelijk, maar ik voel mijn lichaam goed aan en durf hierop te vertrouwen. Diep van binnen wist ik dat ik geen tumor had. Toch moest een biopt van mijn hersenen worden genomen om het zeker te weten. Littekenweefsel en tumorgroei geven dezelfde kleur aan op de scan. Gelukkig bleek het verdachte plekje geen kanker te zijn, maar littekenweefsel, veroorzaakt door de bestralingen.
Complicaties
Iedere operatie kent risico’s, maar de kans dat er complicaties zouden optreden na het biopt was klein. Helaas raakte een stukje schedel ontstoken, dat later werd verwijderd. Mijn schedel is nu extra kwetsbaar. Als ik loop, draag ik voor de zekerheid een helm. Het littekenweefsel in mijn hoofd zorgde later ook voor problemen. Ik kreeg last van epileptische aanvallen die zo heftig waren dat mijn lichaam blijvend beschadigd raakte. Ik kan moeilijk lopen en heb moeite met het aansturen van mijn linkerarm en been.
Niet meer thuis wonen
Thuis wonen ging niet meer. Ik had 24 uurs-zorg nodig en dat kon niet worden gegeven. Mijn zoons waren vijf en acht jaar oud toen ik naar de zorgvoorziening verhuisde. Ik blijf het moeilijk vinden dat ik gescheiden ben van mijn gezin. Het heeft me heel wat tijd en gesprekken met de psycholoog gekost om hier mijn weg in te vinden. Gelukkig wonen mijn man en kinderen op tien minuten afstand. Ze komen vaak langs. Ik koester onze vakanties. Dan gaan we als gezin weg en zijn we iedere dag samen.”
Geen gedoe
Ivy: “Tamara is echt een moeder. Dat merk ik ook in hoe ze met andere bewoners omgaat. Als ze goede raad willen, gaan ze naar haar. Tamara probeert anderen altijd verder te brengen. Ze is lief en direct. Als ik haar vraag om een theedoek voor me te pakken, antwoordt ze dat ik dat zelf moet doen. Tamara vindt het belangrijk dat ik zo zelfstandig mogelijk blijf en mezelf red. Als ik in haar ogen lui ben, zegt ze dat gewoon. Ik waardeer haar eerlijkheid.”
Relaxed
Tamara: “Omgekeerd spreekt Ivy me ook aan. Als ik me iets te veel aantrek van anderen, zegt ze dat ik het los moet laten. En ze heeft gelijk. Het is niet goed om je drukker te maken dan nodig. Ivy is heel relaxed en daar leer ik weer van. Het is niet altijd makkelijk om met meerdere mensen in een huis te wonen. Soms moet je zaken van je af laten glijden en soms moet je juist van je afbijten. Ik ben blij dat Ivy er is. In al die jaren dat we elkaar kennen hebben we nooit ruzie gehad.”
Twee-eenheid
Ivy: “Volgens veel mensen zijn Tamara en ik een twee-eenheid. Het is waar dat we ons bij elkaar compleet voelen. We zijn goed op elkaar ingespeeld. Bij zaken waar ik hulp bij nodig heb, helpt Tamara me en omgekeerd. Onze zorgvoorziening ligt in Hart van Vathorst, een groot gebouw waar van alles te doen is en dat midden in een winkelcentrum ligt. Tamara en ik gaan vaak winkelen en koffiedrinken. Ook eten we graag een hapje bij onze favoriete Italiaan. Als we vooraf een broodje krijgen, houd ik het broodje vast en smeert Tamara de kruidenboter erop. Samen redden we ons prima, ook buiten de deur. Ik heb moeite om hoge drempels op te komen, maar als ik me aan Tamara’s rolstoel vasthoud, ben ik de stoep zo op.”
Samenwerken
Tamara: “Ivy en ik zijn vaak samen. We werken zelfs allebei in dezelfde bakkerij, die zich ook in Hart van Vathorst bevindt. Soms worden we bewust in een ander groepje geplaatst omdat we zo veel lachen en kletsen. Werken in de bakkerij is vertrouwd voor me. Voordat ik een hersentumor kreeg, was ik banketbakker. Ik maakte taart en gebak en leidde daarnaast leerlingen op. Ik had eindeloos veel energie. Sinds ik ziek werd, ben ik sneller vermoeid. In de bakkerij heb ik ondersteuning nodig van vrijwilligers. Maar ik blijf mijn expertise inzetten als me om advies wordt gevraagd over recepten.”
Lachen en een goed gesprek
Tamara: “Dat ik niet meer kan werken zoals ik voorheen deed, heb ik geaccepteerd. Dat moet ook wel. Ik ben niet meer dezelfde. Maar moeder ben en blijf ik. Dat verandert nooit. Mijn kinderen zijn het allerbelangrijkst voor me. Net als mijn man. We zijn nog altijd een gezin, ook al wonen we niet in hetzelfde huis. Ik vind het heel pittig om mijn familie te moeten missen. Doordat Ivy me zo goed kent, weet ze hoe ze me moet opbeuren. Dan maakt ze een goede grap, net op het juiste moment, en dan kan ik er weet tegenaan. Humor maakt alles lichter.”
Leeftijdsverschil
Ivy: “Tamara en ik schelen vijftien jaar, maar van het leeftijdsverschil tussen ons merken we niets. Als je écht een klik hebt met iemand, doet leeftijd er kennelijk niet toe. Onze band is ijzersterk. Tamara maakt mijn dagen leuker. Nee, treuren doen we niet. Dat ligt niet in onze aard. We zijn allebei veel te dankbaar dat we er nog zijn. De mensen die mijn leven redden, de ambulancebroeder en de doktersassistente, zochten me ongeveer een jaar na het ongeluk op. Het was fijn ze te ontmoeten. De man vertelde over de reanimatie en dat hij vond dat ik zo lekker rook. Ik vond het aardig van hem dat hij mij een goed gevoel wilde geven. De man en de vrouw waren ontzettend blij om te zien dat ik nog leefde en zelf ben ik dat ook. Samen met Tamara geniet ik, vooral van de kleine dingen. Ik ben heel blij dat ik haar zes jaar geleden tegenkwam.”
LEES OOK

Uit andere media