Pepijn en Quinten verloren hun huis bij de explosie in Utrecht: ‘Alles was weggeslagen’

Een explosie verwoest op 15 januari van dit jaar meerdere panden in de Visscherssteeg in Utrecht. Bewoners raken hun huis, spullen en gevoel van vanzelfsprekendheid kwijt. Pepijn (25) en zijn partner Quinten (25) waren niet thuis toen het gebeurde – maar de nasleep duurde maanden. “Alles wat we hadden opgebouwd, was weg. Maar we hadden elkaar nog.”


Ontwerp Zonder Titel 2026 06 15t145225.786

© Pepijn Schaeffer

Instortingsgevaar

In de Visscherssteeg in Utrecht gaat het dagelijks leven meestal onopvallend zijn gang: smal, vertrouwd, midden in de binnenstad. Niets wijst erop dat het mis kan gaan. Tot op donderdagmiddag 15 januari 2026, rond half vier, een explosie de stilte doorbreekt en meerdere panden verwoest. Hulpdiensten rukken massaal uit en de straat wordt afgezet terwijl de brandweer opschaalt vanwege de omvang van de schade en het instortingsgevaar van de panden.

‘Ons huis was ontploft’

Een van de bewoners is Pepijn. Op het moment van de explosie zit hij op zijn werk.“Ik zag dat mijn partner Quinten twee keer belde, maar ik drukte hem weg omdat ik in een overleg zat. Maar vervolgens begon ook mijn schoonmoeder te bellen. Uiteindelijk bereikten ze mij via de receptie van mijn werk: mijn partner was aan de lijn, er was iets aan de hand. Ik zei: schakel maar door. Met een trillende, paniekerige stem vertelde hij dat ons huis weg was, ontploft.”

Eerste luchtfoto

Terwijl Pepijn probeert te begrijpen wat hij hoort, verschijnen de eerste meldingen online. De veiligheidsregio spreekt van een grote brand in de Visscherssteeg. De straat is lang en het blijft onduidelijk waar precies de schade zit. “Ik dacht eerst nog: dat kan toch niet zo erg zijn? Ik ging online kijken of ik zelf iets kon vinden. Ik zag de eerste luchtfoto en probeerde iets te herkennen. Dat lukte niet. Op de plek van mijn dak zat alleen nog een gat, alles was weggeslagen. Ja, dan besef je dat het heel goed mis is.”

Hulpdiensten

In de uren na de explosie blijft het lang onduidelijk hoeveel mensen zich nog in de getroffen panden bevinden. Bewoners zoeken contact met elkaar via een buurtapp, terwijl de hulpdiensten het gebied doorzoeken. “In eerste instantie was er nog niet echt het volledige besef. Je ziet rook, je ziet beelden van bovenaf, maar je kunt de schade niet goed inschatten. Er was ook opluchting: Quinten was niet thuis. Hij werkt normaal gesproken op donderdag thuis, maar had die dag afspraken en was buiten de deur. Alles wat we daar hadden opgebouwd, was weg, maar we hadden elkaar nog.”

Onzeker

Maar de spanning loopt op: hoe is het met de andere bewoners? “We zaten in een buurtapp met de straat. Toen later bleek dat er met drie mensen nog geen contact was, werd het wel heel spannend. Dan ga je toch denken: ligt er misschien iemand onder het puin?” Pas later die avond komt het verlossende bericht: alle bewoners zijn terecht, er zijn geen dodelijke slachtoffers. Er zijn wel enkele mensen lichtgewond geraakt.
Vanuit zijn werk vertrekt Pepijn naar zijn ouderlijk huis nabij Mijdrecht. “Met mijn broer ben ik naar Utrecht gereden. Het gebied was daar helemaal afgezet. Quinten was inmiddels op het politiebureau in Utrecht. Daar meldde ik me ook; wij waren de hoofdbewoners van het zwaarst getroffen pand.”

Ontwerp Zonder Titel (69)
Lees ook Caro en Rutmer kochten het goedkoopste huis van Funda: ‘Voor en achter vrij uitzicht’

Oorzaak

De politie start direct een onderzoek naar de oorzaak van de explosie en spreekt uitgebreid met bewoners. “We hadden een lang verhoor van zo’n tweeënhalf uur. Er werd gevraagd of we iets hadden gemerkt, geroken of gezien. Of er die ochtend nog iets afwijkends gebeurd was. Van het huis zelf hadden we op dat moment nog niets gezien.”
De direct getroffen bewoners worden diezelfde dag opgevangen in Grand Hotel Karel V, op loopafstand van de binnenstad. “We hebben die nacht meteen contact gehad met de verzekering om uit te zoeken hoe we verzekerd waren. Gelukkig hadden we kort daarvoor alles goed geregeld, dus we konden voor onbepaalde tijd in het hotel blijven.
Uiteindelijk zijn we daar drie weken geweest. Een lange, onzekere periode.”

Leven in een roes

Pepijn leeft in die dagen in een roes. “Natuurlijk waren er dierbare spullen: herinneringen, erfstukken. Mijn schoonvader was twee jaar geleden overleden, daar hadden we spullen van. Van mijn opa, die op eerste kerstdag overleed, had ik herinneringen. Maar dat besef kwam pas later, want we mochten pas na vier dagen terug om te kijken en de schade op te nemen.” Wat ze aantreffen, is nauwelijks nog een huis te noemen. “We zagen dat het van onder tot boven verbrand was. Alleen nog hout en steen. Dan besef je: het is écht weg. Heel onwerkelijk. Je probeert te herkennen wat waar was. Je staat daar en reconstrueert in je hoofd: hier stond de bank, daar de keuken.”

Meerdere explosies

Later horen Pepijn en Quinten dat er waarschijnlijk meerdere explosies zijn geweest, mogelijk veroorzaakt door een opeenstapeling van factoren in het pand. De exacte oorzaak wordt nog onderzocht. “Daardoor is de constructie van binnenuit verwoest. Toch hebben we nog een aantal spullen kunnen redden uit een binnentuin, dingen die naar buiten waren geslingerd. Daardoor vonden we een kastje terug met erfstukken en verzamelobjecten. Ik had zelf bijvoorbeeld een helm uit de Tweede Wereldoorlog. Die was beschadigd maar wel teruggevonden. Ook jeugdherinneringen in dozen, boekjes, en een rouwboekje van de ouders van mijn vader. Kleine, persoonlijke dingen.”
“We hebben allebei zeker anderhalve maand niet gewerkt. In de eerste plaats om bij te komen van de situatie, maar ook omdat er veel geregeld moest worden. Gesprekken met de verzekering, bijeenkomsten met de gemeente.”

Grote impact

In de weken na de explosie wordt duidelijk hoe groot de impact is op de straat. Meerdere panden blijken instabiel. Voordat er gesloopt kan worden, moeten alle eigenaren en bewoners toestemming geven — een proces dat tijd kost, terwijl de situatie onveilig blijft.

Afstandsverklaringen

“19 februari begon de sloop. Daar moesten we afstandsverklaringen voor ondertekenen. Ze konden niet zomaar gaan slopen voordat ze die van alle bewoners van de panden hadden.” Vanwege het instortingsgevaar wordt een deel van de sloop in de Visscherssteeg in Utrecht met de hand uitgevoerd, om schade aan omliggende gebouwen te beperken. Wat ooit een aaneengesloten rij huizen was, verandert stap voor stap in een open plek in de binnenstad.

Eerste gelukkige herinneringen

Quinten woonde al langer in het pand aan de Visscherssteeg, dat vroeger een fietsenwinkel was en enkele jaren geleden werd omgebouwd tot wooneenheid.
“Het was een soort eengezinswoning met een eerste en tweede verdieping. Toen ik Quinten leerde kennen, ben ik bij hem ingetrokken. We hebben er drie jaar samen gewoond. Het is het huis waar we samen zijn begonnen. We bouwden er wat op en maakten er onze eerste gelukkige herinneringen. Het is geen vrijwillige verhuizing omdat je er bent uitgegroeid of om andere praktische redenen. Het gebeurt abrupt en dat maakt het anders en moeilijk.”

Een huis, maar geen thuis

Na de eerste weken van opvang volgt een nieuwe vraag: waar moet je heen als je huis er niet meer is? “Op een gegeven moment gingen we de opties afwegen. Naar onze ouders? Dat kan voor even, maar niet voor de lange termijn. De gemeente had een makelaar ingeschakeld die met alle slachtoffers naar vervangende woonruimte ging kijken.” Via via dient zich uiteindelijk een oplossing aan. “Nadat ik in een uitzending van Pauw & De Wit mijn verhaal deed, kregen wij een aanbieding van iemand die een huis had vrijstaan in het centrum. We konden komen kijken als we interesse hadden. Dat is het huis waar we nu wonen, schuin onder de Domtoren, op zes minuten lopen van ons oude huis. We zijn er blij mee.”

Dubbel

Die nabijheid helpt, maar maakt het ook dubbel. “Je blijft in dezelfde omgeving, dus praktisch is het fijn. Je kunt snel schakelen met de verzekeraar en al het regelwerk. Het huis was gemeubileerd, dus we konden er meteen in. We hebben alleen wat basisdingen gekocht, zoals een bank. Maar eerlijk gezegd zijn we er mentaal nog niet aan toe om alles opnieuw in te richten. Het is een fijn huis, maar niet ons thuis. Het is tijdelijk.”

Nasleep

De nasleep blijkt mentaal zwaarder dan verwacht. “We hebben allebei gesprekken gehad met slachtofferhulp. Het is niet zo dat we psychisch beschadigd zijn geraakt, omdat we er zelf niet waren op het moment van de explosie. Maar de nasleep was intens. Alles regelen met verzekering, gemeente, onderzoek – dat hield maanden aan. Het was zoveel tegelijk dat ik enorm moe werd en slecht kon focussen. Ik merkte dat ik prikkelgevoeliger werd en rustiger aan ben gaan doen. Met de laatste Koningsdag ben ik bijvoorbeeld bewust de stad uit gegaan. Ik krijg dan zoveel prikkels dat ik denk: joh, het is goed.”

Hoofdstuk afgesloten

Terwijl bewoners proberen hun leven weer op te pakken, loopt op de achtergrond het onderzoek naar de oorzaak. Lange tijd blijft onduidelijk wat de explosie precies heeft veroorzaakt. Instanties houden rekening met een gaslek, maar sluiten andere scenario’s niet uit.

Gasexplosie

Landelijk wordt het incident onderdeel van een breder patroon: de Onderzoeksraad voor Veiligheid start een onderzoek naar gasrisico’s in woningen, mede naar aanleiding van de explosie in Utrecht en vergelijkbare incidenten elders. Doel is te begrijpen hoe zulke ontploffingen kunnen ontstaan – en hoe ze in de toekomst voorkomen kunnen worden. “Het vermoeden is dat het een gasexplosie is geweest. Waarschijnlijk zijn leidingen geraakt waardoor gas zich heeft verspreid in de constructie. Daardoor is het van binnenuit geëxplodeerd. Het exacte hoe en waarom en wie daarvoor verantwoordelijk is, ligt nu bij het Openbaar Ministerie. Naar de uitkomst zijn we natuurlijk wel nieuwsgierig, maar je krijgt er je huis en je spullen niet mee terug.”

Een kale vlakte

Inmiddels is de plek waar het huis stond leeg, een kale vlakte. “Dat geeft ook weer ruimte om verder te gaan. Terug gaan we niet meer. Dat hoofdstuk is afgesloten. Het is een mooie tijd geweest, maar het voelt afgerond. En bovendien: als er ooit iets nieuws komt, duurt dat nog jaren.”

Bewuster samen

De band met de buurt blijft, zij het in een andere vorm. “Met de directe buren hebben we geregeld contact. Sommigen wonen er nog, ondanks schade. Met anderen appen we af en toe of gaan we samen eten. Voor hen is het nog elke dag confronterend. Ramen die kapot zijn, constructieschade – zij zitten er nog middenin. Daar zijn wij inmiddels uit.” Tegelijk is er ook iets ontstaan. “Er waren veel mensen die zich betrokken voelden. Onze beide vriendengroepen maakten een soort overlevingspakket voor ons, met spullen die je nodig hebt in een huishouden. Veel mensen voelden zich machteloos en vroegen: kunnen we iets doen? Een appje of een belletje, dat is vaak al genoeg.”

Vooruit kijken

“We zijn nog jong en veerkrachtig, werken weer, hebben afspraken met vrienden, kijken vooruit en er komt ook een bruiloft aan. Maar we voelen allebei: we hebben rust nodig. We willen uiteindelijk weer een plek samen opbouwen.” De explosie heeft hun relatie veranderd – subtiel, maar blijvend. “Onze band is nog hechter geworden. We laten elkaar normaal veel vrij, maar nu zoeken we bewuster elkaar op. Dat we gewoon zeggen: deze twee avonden even niks. Alleen samen. Gewoon genieten van elkaars aanwezigheid. En het geluk dat dat nog kan. Want het had ook heel anders kunnen aflopen.”

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Marloes