Gabriëla lag tijdens haar zwangerschap in coma: ‘Ik had levensechte, traumatische nachtmerries’

Wat je ervan meekrijgt als je in coma ligt? Gabriëla (34) weet het. Zij was 25 weken zwanger toen ze corona kreeg en lag vervolgens tien dagen lang in coma. “Inmiddels kan ik erover praten zonder te huilen.”


Ontwerp Zonder Titel (90)

Niet meteen ongerust

Gabriëla: “We waren niet meteen ongerust, toen ik na een jaar nog steeds niet zwanger was. Je hoort wel vaker dat het wat langer kan duren. Maar we besloten toch maar eens naar de huisarts te gaan. Uit de onderzoeken die daarop volgden, bleek niets bijzonders. We startten met een IUI-traject, een vruchtbaarheidstraject waarbij het zaad tijdens de eisprong rechtstreeks in de baarmoeder wordt ingebracht. Ineens ben je echt elke dag bezig met zwanger worden. Iedere maand was er opnieuw die hoop en we deelden dat aanvankelijk alleen met elkaar. Mijn ouders wilden zo graag een kleinkind, we wilden ze niet meenemen in onze zorgen. Het was daardoor best een eenzaam traject, ook omdat het inmiddels volop coronatijd was. De ziekenhuisbezoeken moest ik vrijwel allemaal in m’n eentje doen, Stephan moest buiten wachten. Een duistere tijd.

Steun

Na een tijdje besloten we dat we het niet langer met z’n tweeën konden. Het luchtte enorm op het tegen mijn ouders en zusje te vertellen. De eerste drie IUI-pogingen draaiden helaas op niets uit. Mijn moeder heeft hetzelfde meegemaakt, haar steun was zo waardevol voor me. Ze snapte volledig waar ik doorheen ging. Na twee jaar in het medische traject hadden we dan in 2021 eindelijk een positieve zwangerschapstest in onze handen! We konden het niet geloven. Mijn blijdschap maakte al snel plaats voor extreme misselijkheid. Ik genoot nou niet bepaald van het zwanger-zijn. Dat veranderde toen ik zo’n 16 weken zwanger was. Ik voelde me beter en het grote genieten kon beginnen. Althans, dat dacht ik.”

Behoorlijk ziek

“De baby groeide goed en ik was voorzichtig; ik wilde niet besmet raken met corona. Als we met anderen afspraken, deden we altijd van tevoren een test. En zo gingen we op een avond met wat vrienden eten. Twee dagen later werd iedereen ziek, Stephan ook. Ik zat op mijn werk achter de receptie en begon te hoesten. ‘Oh jee, maar even een coronatest doen’, zei ik. Niet veel later zag ik twee streepjes in het venstertje verschijnen. Ik weet nog dat ik er wat lacherig over deed. Het zou wel goedkomen, ik had alleen een klein kuchje. Maar de volgende dag was ik al behoorlijk ziek. Weer een dag later was het echt mis. ‘Dit is niet normaal’, zei ik tegen Stephan. Het was alsof er vlijmscherpe messen in mijn keel staken. Het enige dat ik kon, was muisstil blijven liggen. Zodra ik me inspande, kreeg ik een hoestaanval van een half uur.
We besloten de huisarts te bellen omdat ik inmiddels ook 25 weken zwanger was. Ik mocht langskomen, via de achterdeur. Ik werd opgevangen door de arts die helemaal in een pak gehuld was – net een buitenaards wezen. Mijn waardes werden gecheckt en ik kreeg het advies het maar gewoon uit te zieken. Oh, en ik mocht geen neusspray gebruiken…”

Alleen maar slechter

“Ik voelde me slechter en slechter en we belden later in de avond de huisartsenpost in het ziekenhuis. Ik mocht langskomen en mijn waardes waren opnieuw in orde. Ze zagen wel dat ik er heel ellendig uit zag. ‘Je mag hier wel blijven slapen’, stelde de arts voor. Maar ik wilde per se bij Stephan blijven.
Omdat het alleen maar slechter ging, hebben ze me een dag later alsnog opgenomen in het ziekenhuis. Ik kwam op een zaal met andere coronapatiënten, allemaal ouderen. Ik was de enige die zo verschrikkelijk moest hoesten en daar voelde ik me bezwaard over, zo weet ik nog. Het ene onderzoek volgde het andere op en er werd besloten mij per ambulance over te brengen naar het Erasmus MC, waar nog meer zwangere vrouwen met corona lagen.

Overleven

Ik liet alles maar over me heen komen. Het enige dat ik deed, was overleven. Er mocht niemand bij me op bezoek komen, maar ik was te ziek om me daar druk over te maken. Ik wilde alleen maar slapen, was compleet uitgeput. Ieder uur stond er weer een andere arts aan mijn bed die een onderzoek deed; van longfoto’s tot bloedafname. Ze maakten zich veel zorgen. Op een bepaald moment werd mij verteld dat als de situatie zou verslechteren, ze áltijd voor mij zouden kiezen. Het was een mededeling. 25 weken zwanger, dat is voor een baby randje overlevingskans, mocht het tot een vroeggeboorte leiden. Ik heb er volgens mij geen traan om gelaten, puur omdat het niet bij me binnenkwam. Ik was te ziek. ‘Probeer het maar te rekken’, heb ik nog wel gezegd.”

IC

“Stephan en ik hadden alleen telefonisch contact. Ook met mijn ouders heb ik alleen kunnen bellen. Voor hen was het helemaal afschuwelijk. Ze konden niets anders dan lijdzaam afwachten. Ik moest naar de IC. Er was een plek vrijgekomen en ik was er inmiddels ziek genoeg voor. ‘Wil je nog met iemand bellen?’ vroeg de verpleegkundige me. ‘Nee, ik wil gewoon gaan’, heb ik geantwoord. Ik wilde geen afscheid nemen. Ik kon bijna niet meer ademen en wilde niets liever dan weg uit de situatie. Er was geen besef dat ik mogelijk dood kon gaan. Voordat ik van de afdeling werd weggereden, heb ik Stephan nog een appje gestuurd. ‘Ik moet naar de IC. Het is oké, ga maar slapen.’ Ik kan me er niets bij voorstellen wat dat bericht met hem moet hebben gedaan. En met mijn ouders, natuurlijk.

Afschuwelijke nachtmerries

Ik werd in slaap gebracht. In een kunstmatig coma, noemen ze dat. Terwijl ik in coma lag, zag ik niks, hoorde ik niks, maar ik had wel door dat ik in een ziekenhuisbed aan de beademing lag. In de tweede week begon ik wat te reageren, zo heb ik later van familie gehoord. Zelf weet ik daar niets meer van. Wel kreeg ik de meest afschuwelijke nachtmerries. Ik zag artsen die me kwaad wilden doen. Ze sneden mijn buik open en haalden mijn baby eruit. Het voelde levensecht. Ze gooiden het kind daarna in een vuilniszak, om vervolgens weg te lopen. Ik kon uit het raam kijken en zag mijn ouders daar met een andere baby in hun armen. Ze wilden mij kwellen met dat plaatje. Ik heb geen idee waarom ik dat droomde. Het was ongelooflijk traumatisch.Tien dagen lang lag ik in coma. Eigenlijk had dat langer gemoeten, maar omdat ik zwanger was, zat ik aan de maximaal nog veilige dosering medicatie.”

Traag besef

“Ik werd wakker aan de beademing. Ik had geen lenzen in en zag alles wazig. Mijn handen waren vastgebonden en ik had geen idee waar ik was. Voor mijn gevoel zat ik nog steeds in de nachtmerries die ik had gehad. Wat ik had gezien was levensecht. Ik was nog te ziek om te reageren op wat er om me heen gebeurde. In het begin zaten mijn ouders en zusje afwisselend naast me. Later ook Stephan, die mocht pas komen als hij niet meer positief op corona testte.
Mijn vader had op een bepaald moment door dat ik iets wilde zeggen. Ik wilde vertellen dat ze de baby eruit hadden gehaald, maar door de beademing lukte dat niet. ‘DOOD’, schreef ik met mijn vinger op het laken van het bed. ‘De baby leeft nog’, stelde mijn vader me gerust. Maar ik geloofde hem niet. Ik had mijn ouders immers gezien met een andere baby, in mijn nachtmerries. Het was zo verwarrend. Pas toen na een paar dagen de slang uit mijn keel werd gehaald, kon ik vragen stellen en weer langzaam landen. Heel traag kwam het besef dat ik alles gedroomd had.

Opnieuw leren

Ik moest opnieuw leren zitten, lopen en traplopen. Ik kon niets meer zelf, al mijn spieren waren verslapt. Bij werkelijk alles had ik hulp nodig. Naar de wc mocht ik nog niet en ik werd gewassen op bed. Er werden doelen gesteld die ik moest halen voordat ik naar huis mocht. Toen ik die behaald had, heb ik gehuild van blijdschap.”

Kerngezonde baby

“In totaal heb ik een maand in het ziekenhuis gelegen. Ik was 29 weken zwanger toen ik weer thuiskwam. Ik moest aansterken, want ik wilde op een natuurlijke manier bevallen. Maar heel eerlijk? Eigenlijk wilde ik niet meer zwanger zijn. Waar waren we aan begonnen, dacht ik regelmatig. Ik had amper genoten. Die gedachte gaf me tegelijk ook veel verdriet. Het voelde alsof ik ons kindje niet wenste. In de weken die volgden, was ik vooral bezig met weer de oude worden. Voor zover dat mogelijk was, tenminste.

Bevalling

De bevalling kwam met 38 weken op gang. De weeën begonnen om 05.30 uur en om 12.00 uur bleek ik al acht centimeter ontsluiting te hebben. Een half uur later waren we in het ziekenhuis en weer een half uur later mocht ik persen. Ik miste alleen kracht, het lukte niet. Om 15.30 uur is Maelynn met hulp van de vacuümpomp ter wereld gekomen, ze was kerngezond en had er niets overgehouden.
Het was heel onwerkelijk om weer thuis te zijn, met onze dochter. Ik had zoveel te verwerken. Als ik naar foto’s van toen kijk, besef ik amper dat ik dat ben. Gelukkig heb ik het coma ook echt wel kunnen parkeren in die periode. Ik was het niet vergeten, maar ik wilde ook vooral in de wolken zijn.”

EMDR

“Maelynn was een jaar toen er wat meer ruimte in mijn hoofd kwam voor verwerking. Ik was mentaal nog lang niet de oude en kreeg last van paniekaanvallen en flashbacks. Voor de nachtmerries kreeg ik EMDR. Dat hielp.
Ik besloot in 2024 te solliciteren op een functie bij de Erasmus Universiteit. Voor mijn gevoel kon ik op die manier iets teruggeven aan de plek waar ik gered was. Ik ontmoette er een collega die vertelde dat ze haar vader en haar man aan covid had verloren. Daardoor kwam alles weer naar boven, vooral het verdriet en de angst dat mijn familie en Stephan hebben gehad. Daar had ik op het moment zelf niets van meegekregen, maar later wel. Ik voelde me zo schuldig naar hen toe. Ik voelde hun pijn. Ik heb talloze appjes gekregen terwijl ik in het ziekenhuis lag, dat vind ik nog steeds heel heftig om terug te lezen. Iedereen was bang mij te verliezen. Om óns te verliezen. Vanuit de Erasmus Universiteit kreeg ik psychologische hulp aangeboden. En weer kreeg ik EMDR, nu gericht op het verdriet dat mijn naasten ‘door mij’ hadden gehad.
Inmiddels kan ik erover praten zonder te huilen. Er was een periode dat ik in tranen was zodra het erover ging. Ik ben nu vooral dankbaar dat ik er nog ben en dat we zo’n prachtige dochter hebben, samen. Ook met Stephan gaat het weer goed.

Moois gebracht

De periode heeft me nog iets moois gebracht. Ik heb altijd in loondienst gewerkt en wilde al heel lang voor mezelf beginnen. Maelynn was een week oud toen ik wat foto’s van haar had gemaakt. ‘Waarom word je geen fotograaf?’ vroeg Stephan. Hij vond mijn foto’s zo mooi. ‘Waarom niet?’ dacht ik. Ik had inmiddels aan den lijve ondervonden hoe belangrijk het is herinneringen vast te leggen. In 2024 heb ik me ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en het gaat inmiddels hartstikke goed met mijn bedrijf. Ik ben familiefotograaf en geef ook workshops. Iedere dag dat ik weer op pad mag met mijn camera, ben ik superdankbaar.
Ik deel mijn foto’s én mijn verhaal op social media, omdat ik weet dat ik niet de enige ben die dit heeft meegemaakt. In coronatijd hebben veel mensen op de IC in coma gelegen of het meegemaakt van een geliefde. Hulp zoeken om het te verwerken is niet voor iedereen even logisch. Toch raad ik het iedereen aan, want ik heb er ook echt baat bij gehad.

Het blijft een bizar idee dat terwijl ik in coma lag, artsen en familieleden Maelynn in mijn buik zagen bewegen alsof er niets aan de hand was. Vier is ze nu. En ze heeft al net zo’n passie voor fotografie als ik!”

Foto: Mariel Kolmschot
Visagie: Nicolette Brøndsted

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Hester