Vrouwen over hun begrafenis ‘blunder’: ‘‘Wie zíjn deze mensen?’

Josjes zoon begon keihard ‘Leef!’ te zingen, Wilma feliciteerde een nabestaande met het verlies en Isabelle woonde de verkeerde begrafenis bij. En zo zijn er meer momenten waarop je tijdens een uitvaart denkt: mag ik alsjeblieft onzichtbaar worden? Deze vrouwen liggen er nóg wakker van.


begrafenis uitvaart

‘Keihard zette hij het lied in’

Josje (34): “Mijn zoon van zes is nogal fan van André Hazes jr. en dat hebben we geweten op de begrafenis van de vrouw van mijn vader. Ik vind dat kinderen op een begrafenis niet de hele tijd stijfjes op hun stoel hoeven te zitten en gelukkig deelde mijn vader die mening op de crematie van zijn vrouw, vorig jaar. Dus toen mijn zoon na een tijdje ongeduldig op zijn stoel begon te schuiven, zei ik dat hij best even mocht lopen. Ik gaf hem de stickers die we hadden gekocht voor op de kist en zei dat hij mocht plakken wat hij wilde. En daar ging hij, de verhoging op waar de kist stond. Eerst was hij geconcentreerd bezig terwijl er muziek werd gespeeld, maar toen de vroegere baas van de overledene aan het woord kwam, besloot mijn zoon dat hij best zelf voor wat muziek kon zorgen, in de vorm van zijn lievelingslied. En dus zette hij keihard in: ‘Leef! Alsof het je laatste dag is! Leef! Alsof de morgen niet bestaa-haa-haa-aat!’ Sommige mensen moesten lachen, maar ik merkte ook veel geluiden van afkeer. Ergens was het wel grappig en aandoenlijk, maar toch schaamde ik me kapot. Vooral omdat ik hem niet meer stil kreeg en hem uiteindelijk aan zijn arm van zijn ‘podium’ trok en naast me neerzette. Dat hij het daarmee niet eens was, liet hij luidkeels merken. Gelukkig had ik lolly’s meegenomen en kocht hem met een cola-chupachup om om zijn mond te houden.”

‘Gecondoleerd met Wouter’

Sita (44): “Na een halfuur in de rij was ik dan eindelijk aan de beurt om de vrouw van mijn jong gestorven collega Iwan te condoleren. Al wachtend had ik een beetje staan dagdromen, behoorlijk gaar van een dienst van drie kwartier en daarna nog het aangrijpende moment aan het graf. Niet dat mijn hersenen totaal niet meer functioneerden, maar laat ik zeggen dat ik was afgeleid. Min of meer ‘opeens’ was ik aan de beurt en stond ik tegenover een vrouw die misschien tien jaar ouder was dan ik. Ineens greep het me aan, dat verdriet op haar gezicht. De woorden die ik had voorbereid was ik kwijt en dus zei ik maar iets. En dat iets, dat was: ‘Gecondoleerd met Wouter.’ Wouter, ja. De man heette Iwan. Wouter is een andere collega die springlevend een paar meter verderop stond.”

Excuses

“Ik zal nooit de blik in de ogen die vrouw vergeten: alsof ik haar zojuist enorm had beledigd en alsof ze, bovenop alles wat er al speelde, zich druk moest maken over mijn geestelijke vermogens. Meteen begon ik me uit te putten in excuses. ‘Wat dom, sorry, het spijt me, wat pijnlijk. Ik bedoel natuurlijk Iwan, ik heb jaren met hem gewerkt, echt een topcollega.’ En alsof ik het nog niet erg genoeg had gemaakt, zei ik toen: ‘Ik zou nu best graag even door de grond willen zakken.’ Tja, dat is dus níét het beste wat je kunt zeggen als je net aan de rand van een graf hebt gestaan.”

‘Wie zíjn deze mensen?’

Isabelle (50): “Wat een drama was het, toen mijn collega Simone, met wie ik al zo lang samenwerkte, ongeneeslijk ziek bleek te zijn. We leefden met haar mee, gingen bij haar langs en toen ze uiteindelijk overleed, waren we als collega’s echt verslagen. Natuurlijk gingen we met z’n allen naar haar begrafenis, maar door allerlei verkeersomstandigheden arriveerde ik daar later dan de rest. Ik wilde bij de vaste groep zitten, maar kon nog nét naar binnen glippen voor de deuren van de zaal dichtgingen. Ik schoof aan op de laatste vrije stoel ergens bij een rij in het midden en wachtte tot het begon. Ondertussen zocht ik mijn collega’s, maar het was druk en ik zat ook heel onhandig achter een zuil. Ik had Simones familie nooit ontmoet en aan de achterhoofden op de eerste rij herkende ik ook niet de mensen die ze weleens op foto’s had laten zien. Ik vond het wel gek dat ik echt helemaal niemand zag die ik kende. Wel veel mensen van wie ik dacht: wie zíjn dit allemaal? Waarom heeft Simone – zelf begin vijftig – zoveel oude vrienden?”

Blunder

“De dienst begon met een welkom vanuit de begrafenisondernemer. O my god, dacht ik, toen zij een enorme blunder beging en ‘Welkom op de begrafenisplechtigheid van Leonard’ zei. Leonard? Was die vrouw wel helemaal wakker? Maar gek genoeg reageerde er verder niemand. Toen er op de beeldschermen een foto van een zeventiger met een flinke baard verscheen, begon me te dagen dat niet de begrafenisonderneemster maar ík een enorme blunder had begaan. Maar ja, ik zat midden in de zaal, kom dan nog maar eens weg…”

Knalrood hoofd

“Ik heb echt overwogen maar gewoon te blijven zitten en te doen alsof er niets aan de hand was, maar ik wilde Simones plechtigheid niet missen. Dus ja, toen stond ik maar op en met een knalrood hoofd liep ik naar achteren.
Het moment dat ik de zaal uitliep was zó gênant dat ik er nog wakker van lig. Uiteraard liet ik de deur ook nog uit mijn handen glippen waardoor die harder dicht viel dan nodig. Wat moeten die mensen wel niet hebben gedacht? Het moment dat ik als laatkomer bij de juiste uitvaart aanschoof, deed er qua ongemakkelijkheid trouwens niet voor onder. Achteraf heeft dit verhaal aan de lunchtafel op het werk natuurlijk nog menig keer de slappe lach opgeleverd, ook omdat we wisten dat Simone er het hardst om zou hebben gegierd.” 

‘De woorden ‘mijn’ en ‘man’ waren dik onderstreept’

Rosanne (40): “Ik wist echt niet beter dan dat Hans en Saskia, oude vrienden van mijn ouders, gescheiden waren. Wel lief dat Saskia dan nog alles regelt voor de uitvaart van Hans, vond ik, toen de rouwkaart kreeg, ook al had ik die mensen in geen jaren gezien. Ze stond ook gewoon op de kaart. Mijn ouders zijn helaas beiden overleden, anders had mijn moeder me natuurlijk prima kunnen vertellen hoe het zat.
Ik besloot niet naar de uitvaart te gaan. Sinds de dood van mijn ouders, twee en vijf jaar geleden, vermijd ik het liefst elke plechtigheid. In plaats daarvan kocht ik een mooie kaart en schreef er een tekst op, waarin ik Saskia condoleerde met het overlijden van haar ex-man en ook meldde hoe mooi het was dat ze toch aan elkaar verbonden waren gebleven.”

“Ik dacht er verder niet meer aan, tot ik zes weken later een bedankkaartje kreeg voor mijn medeleven rondom het overlijden van Hans. Op de achterkant had Saskia een persoonlijke boodschap geschreven. Dat het een mooie kaart was en dat ze mijn vriendelijke woorden rondom het overlijden van – en deze twee woorden waren onderstreept – ‘mijn man’ erg waardeerde. Ik schaamde me helemaal kapot en heb drie nachten wakker gelegen van deze enorme blamage. Nog even heb ik overwogen om een excuusbrief te sturen, maar uiteindelijk heb ik het laten zitten. Al zit het me nu, vier jaar later, nog steeds niet lekker.”

‘Ineens tetterde er een influencer door de zaal’

Gabriëlle (39): “Grote stress net voor de begrafenisdienst van mijn opa: niemand kreeg de muziek aan de praat. Ik probeerde het via mijn telefoon, door die met de speaker te verbinden. Het werkte, maar gelukkig had degene van het uitvaartcentrum daarna een ingeving en kon de muziek toch op de normale manier worden afgespeeld. De dienst begon en ik dacht niet meer aan die bluetooth-verbinding, ervan uitgaand dat die verbroken zou zijn.”

“Mijn dochter van negen, toch al niet van het geduldige soort, verveelde zich kapot bij de zoveelste toespraak. Ik gaf haar mijn telefoon en zei dat ze een spelletje mocht doen. ‘Geen filmpjes’, drukte ik haar nog fluisterend op het hart, dus wat deed ze? Juist, een filmpje. Natuurlijk geen lief tekenfilmpje, maar een of andere vreselijke influencer die ineens keihard ‘Heeeeeeyyyy mensen!’ door de zaal tetterde. Niet alleen ik, maar het grootste deel van de aanwezigen schrok zich he-le-maal kapot. Ik trok de telefoon uit de handen van mijn dochter, maar door de stress kreeg ik het filmpje eerst niet uit. Het klinkt nu misschien grappig, maar het was echt alleen maar gênant. Niemand, inclusief ikzelf, kon erom lachen. En mijn dochter al helemaal niet, want die moest de rest van de dienst zonder telefoon uitzitten.” 

‘Krijg ik dan korting?’

Sonja (60): “Vanaf het eerste moment had ik een geweldige klik met Joop, de uitvaartverzorger die na de dood van mijn moeder via de verzekering op ons dak werd gestuurd. Echt een lot uit de loterij: Rotterdamse humor, serieus als het moest, luchtig als het kon, over alles meedenken en alles tot in de puntjes geregeld. Zo ook de vier grote kaarsen die voorafgaand aan de dienst door mijn moeders vier kleinkinderen werden aangestoken. Kaarsen die elk op een grote kandelaar stonden en er stevig uitzagen. Kaarsen die trouwens ook op voldoende afstand van het katheder stonden, je hoefde er vanaf mijn plek op de eerste rij niet eens in de buurt te komen als je naar voren liep.”

“Maar toen het mijn beurt voor de toespraak was, wilde ik ineens heel graag even de kist aanraken dus liep ik ernaartoe, legde mijn hand erop en liep daarna door. Zó tegen een van de kandelaars aan… Die viel om, uiteraard richting de kist en even zag ik al voor me hoe de boel in vlammen zou opgaan, maar gelukkig dook Joop meteen op om de schade te beperken. Heel zacht, alleen voor mij hoorbaar, fluisterde hij droog: ‘Je wilde toch liever een crematie?’ Dat was zó onverwacht en zó ongepast en zó grappig dat ik echt als een malle begon te giechelen. ‘Krijg ik dan korting’, kaatste ik al even zacht terug en dat bezorgde hem dan weer een glimlach. Al met al had ik dit moment liever overgeslagen en tegelijkertijd is het dubbel genoeg een van mijn lievelingsmomenten tijdens de uitvaart – ik weet in elk geval zeker dat mijn moeder het heel geestig had gevonden.”

‘Zo’n feest is het niet’

Wilma (64): “Het is natuurlijk dé klassieke fout waarvan je altijd denkt: ik moet hem niet maken. Maar jawel, het overkwam mij. In de rij voor de condoleance van mijn buurvrouw Ine dacht ik nog: het juiste woord zeggen, het juiste woord zeggen. En toen ik daar eenmaal stond, oog in oog met haar zus, rolde het zo mijn mond uit: ‘Van harte gefeliciteerd.’ Het erge was nog dat ik het zelf niet meteen door had. Die zus keek me aan en zei nogal afgemeten: ‘Zo’n feest is het anders niet, hoor.’ Toen pas realiseerde ik me wat ik had gezegd en putte me uit in allerlei excuses, maar ze had haar aandacht al op de volgende gericht. Het is maar een klein foutje, ik had geen kwade opzet en het kan iedereen gebeuren, maar toch heb ik die hele condoleance lang rondgelopen met het gevoel dat de vlammen uit me sloegen.” 

‘Logisch nadenken is niet mijn specialiteit’

Inky (46): “Ik ben kampioen ‘memo gemist’ en logisch nadenken is ook niet echt mijn specialiteit. Het zal door mijn adhd komen dat het in mijn hoofd doorgaans kermis is en ik vaak nét het verkeerde doe. Meestal hilarisch, maar laatst, op de uitvaart van een nicht van me, was het nogal gênant. Op de kaart stond: Siska hield van lelies. En dus was het de bedoeling dat iedereen een lelie meenam om die bij binnenkomst in een grote vaas te zetten. Dát gedeelte had ik alleen even niet tot me genomen, waardoor ik met lege handen binnenkwam. Aangezien ik iedereen met een lelie zag lopen, leek het mij logisch dat ik er eentje pakte uit de grote vaas die klaarstond om die vervolgens eh… ja, weet ik eigenlijk niet. Bij de kist te leggen? In elk geval liep ik recht op de bloemen af en pakte er een mooie uit waarbij er bijna net vier andere bloemen uit vielen. Ik vond het wel gek dat er een kaartje aan de bloem zat, maar dat leek me iets van de familie om later in te vullen.”

“Toen ik verder liep, voelde ik wat blikken op me gericht. Ik keek om me heen en zag een man kijken alsof ik een dief was. Iemand anders had meer zo’n blik van: wie is die gek? En toen kwam mijn zus op me af en fluisterde: ‘Wat dóé je?’ Lang verhaal kort: ik heb snel de lelie teruggezet en ben met het schaamrood op mijn kaken een plekje in de aula gaan zoeken.”

Foto: Getty Images

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Mariette